,,Ik ga zo nog even lekker fietsen Fred.’’ Mijn achterbuurman legt ook zijn paar boodschapjes op de band bij de supermarkt en begint een gesprek. Het is koel in de super, maar buiten vecht de zon hard om de temperatuur te laten stijgen. Rechte jas, bruine broek met overhemd, geen gram te zwaar en kaarsrecht. Ruim over de 80 al en zo fit als een vijftiger. Tweemaal daags klimt hij op de fiets en in de ochtend doet hij zijn boodschapjes, ook op de fiets. Als je dan toch oud moet worden, dan maar zoals hij, denk ik vaak. Toen ik meer dan 20 jaar geleden mijn huis betrok, woonde hij al in de flat achter me en altijd als we elkaar tegenkomen stapt hij af voor een praatje. Hij is al jaren met pensioen en heeft alle tijd, ik heb soms haast, maar de gesprekken met hem zijn altijd plezierig. Waar hij weer is geweest, samen met het gezin van een van zijn kinderen, hoe blij hij daarvan wordt en hoe verbaasd hij is dat sommige senioren genegeerd worden door hun kinderen. ,,Dan doen ze zelf wat fout Fred. Ik vraag nooit wat, zij vragen me iedere keer mee.’’ Als ik eenmaal thuis ben zie ik zijn kleren wapperen aan de waslijn. Wassen doet hij ook zelf, hij moet wel sinds zijn vrouw meer dan 10 jaar geleden overleed. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat ik van het overlijden hoorde. In de Javastraat kneep hij in de remmen van zijn fiets en stopte naast me. ,,Het is gebeurd Fred.’’ Dat was de mededeling, ik zocht naar woorden, maar kon ze simpelweg niet vinden. Zijn ogen roodomrand. Nooit meer die twee mensen samen op het balkon in het zonnetje, die altijd vriendelijk groetten. De keeshonden lui naast hen. Alleen hij is er nog, en ik vermoed nog heel lang. [/av_textblock]