Maartje & papa (4)
Papa keek op de klok. 'Zes uur Maartje, je moet de hond uitlaten', en hij knikte naar de wandelstok die eenzaam tegen de keukentafel stond.
Maartje zei niets. Ze keek slechts naar buiten waar de regen afgewisseld met hagel de ramen geselde. Het stormde en soms leek het wel of de regen horizontaal over hun tuin joeg.
'Straks papa', zei ze timide. 'Hij houdt het nog wel even uit hoor.'
Papa trommelde even met zijn vingers op tafel. 'Wat hadden we nu afgesproken?'
'Ik weet het', zuchtte Maartje. 'Maar kijk eens buiten, het is rotweer.' Ze schudde bokkig haar hoofd. 'Nu ga ik niet hoor.'
Het trommelen van papa's vingers stopte.
'Kijk me eens aan Maartje', zei hij bozig. 'Als jij naar de wc moet ga je ook, of het regent of niet. De hond is afhankelijk van ons en het is jouw beurt. Zo hadden we het afgesproken.'
Heel even aaide hij de houten wandelstok.
'Toe papa', zei Maartje met een poeslief stemmetje. 'Hij kan best even wachten.' Buiten leek het wel of het alleen maar erger werd. Harde roffels klonken soms op de ramen. Maartje keek ook naar de wandelstok. 'En het is geen echte hond, dus hoef ik nu even niet. Toch?'
Papa schudde zijn hoofd. 'Kom eens hier', zei hij en knikte naar de stoel naast hem. Maartje ging stilletjes zitten, haar ogen keken naar de grond. 'Je weet wat ik wil zeggen hè?, begon papa. Maartje knikte in stilte. 'Als we een echte hond nemen moet het beestje er zeker van zijn dat we hem goed verzorgen. We hebben geen hondentoilet in huis en jij wilt vast niet alle poep opruimen.'
'We zouden het een hele maand proberen voor we een echte hond gaan kopen.'
Maartje knikte. Zij wilde graag een hond. Alleen nu even niet.
Papa stond op en liep naar de hal. Hij kwam terug met twee paar laarzen en twee regenjassen. 'Weet je wat we doen', zei hij. 'We gaan gewoon samen de hond uitlaten.' Hij gaf Maartje haar laarzen en jas en trok zijn spullen aan.
'Hier pak jij Fikkie maar', en gaf de wandelstok aan Maartje die het opeens wel weer leuk vond. 'Kom op hond', zei ze en trok de achterdeur open. De regen sloeg haar in het gezicht.
Maartje & papa (3)
Het viel bijna niet op maar Maartje ging steeds langzamer lopen. Papa's arm strekte zich elke keer waarop hij inhield zodat Maartje weer bij hem kon komen.
'Niet zo treuzelen meid', mopperde hij een beetje en hij zette er weer flink de pas in.
Papa sleurde Maartje bijna het zwembad in, rende haast door de poortjes en vloog de kleedkamer in. Ongeduldig wachtte hij totdat Maartje er eindelijk ook was.
'Kom omkleden.'
Papa pakte de tas en haalde er de zwemspullen uit. Hij gaf ze aan Maartje.
Pas toen zag hij het. Traantjes drupten uit de ogen van Maartje. Papa keek wat ongemakkelijk om zich heen. Hij ging zitten op het bankje en keek Maartje aan.
'Wat is er lieverd, waarom huil je?'
Maartje haalde haar schouders op. Ze zei iets maar papa kon het niet verstaan. Hij zuchtte diep.
Papa's hand wreef over het hoofd van Maartje.
'Ben je bang dan?'
Maartje knikte heftig.
'Het diepe', zei ze.
Papa knikte.
'Ik begrijp het', zei papa met een frons. 'Ik was vroeger ook bang in het diepe.'
Nu keek Maartje papa aan.
'Echt?'
Papa knikte.
Langzaam begon hij Maartje uit te kleden en te helpen met het aantrekken van haar badpak. Onderwijl vertelde hij over zijn zwemangst. Maartje luisterde.
'Ik gilde en riep om hulp, maar niks. Niemand kwam me helpen. Ik moest mezelf maar zien te redden', besluit hij het verhaal.
Maartje was ondertussen gestopt met huilen en samen liepen ze naar de kusplek. Tot daar mocht papa en niet verder.
Maar langzaam kwamen de traantjes weer. Papa knielde nu naast Maartje en legde zijn arm om haar heen.
'Vorige week was je toch ook niet bang.'
Voorzichtig veegt hij de traantjes weg.
Dan ineens beginnen alle kinderen te lopen in de richting va de douches. De zwemles begint.
Maartje schrikt en vliegt papa om zijn hals. Ze knuffelen flink en dan loopt Maartje richting de douches, zachtjes huilend nog. Snel geeft ze nog enkele handkusjes en weg is ze.
Maartje & papa (2)
?Kom op pap.?
Maartje schreeuwt het tegen de harde wind in. Papa kromt zijn rug nog meer en stampt nog harder op de pedalen. De harde wind laat zijn haren alle kanten opwapperen.
?Volhouden pap?, moedigt Maartje nog maar een keer aan.
Als ze naar achteren kijkt ziet ze hun rare, nieuwe huis langzaam kleiner worden. Maartje zit rustig achterop papa?s zwarte grote fiets. Haar twee beentjes bungelen samen aan een kant. Van de harde wind heeft ze geen last want ze zit achter papa?s grote rug.
Ondertussen trapt papa hard door. Met Maartje achterop valt het best wel tegen. Het dorp nadert, maar langzaam.
?Hoe laat is het?, roept hij naar Maartje.
Maartje tuurt op het horloge van papa dat ze al de hele tijd in haar hand heeft.
?Kijk jij maar klok?, zei papa toen ze vertrokken.
?Die grote staat op de tien?, gilt ze terug.
Nog harder begint papa te trappen en stuurt scherp van het dijkje af. Eenmaal uit de wind gaat het sneller en al snel ziet papa het station naderen.
?Kom op, tempo?, snauwt papa hijgend, terwijl hij snel de fiets in het rek zet en op slot. Hij pakt Maartjes hand en beent met grote stappen naar het perron. Maartje kan het ampers bij houden. De trein staat al klaar.
?Kom hier.?
Papa draait zich om naar Maartje, tilt haar in een beweging op en begint te rennen. De conducteur fluit, papa zwaait.
Net op tijd. Als ze instappen, sluiten meteen de deuren en begint de trein te rijden.
Hijgend valt papa in de coupe op de bank. Zweetdruppeltjes staan op zijn voorhoofd. Maartje gaat tegenover hem zitten.
?Leuk hè, de trein?, lacht papa. ?De volgende keer nemen we de auto.?
?Met de trein is beter voor het milieu pap?, klinkt het serieuze kleine stemmetje van Maartje. Parmantig knikt haar hoofdje erbij.
?Kijk koeien?, gilt ze ineens en tuurt naar het vee in het weiland.
Als Maartje naar buiten kijkt, gaat de coupedeur open en komt de conducteur binnen. ?Plaatsbewijzen alstublieft.?
Maartje kijkt naar papa, die met droeve ogen terugkijkt. Langzaam sluit hij zijn ogen en laat een diepe zucht.
?O ja, kaartjes?, mompelt hij zacht.
Maartje & papa (1)
Samen
?Hier??
Maartje vraagt het verbaasd.
?Hier, in dit huis??
Papa knielt naast haar.
?Ja hier, jij en ik samen. Wat vind je ervan??
Samen kijken ze naar het vreemde huis dat midden op een weiland staat naast een grote sloot. Voor de rest is er niets behalve aan de overkant een boerderij. Het witte huis ziet eruit alsof er twee vierkante blokken op elkaar gezet zijn. De bovenste wat kleiner dan de onderste.
?Wat is dat daar bovenop??
?Een soort zolderkamer. Raar hè? Maar in dat kamertje ga ik werken. Beneden zijn er slaapkamers. Eén voor jou en één voor mij.?
?En in dat gekke ding ga je boeken schrijven??
Papa knikt.
?Waar woont mama??
Papa tilt Maartje op en zet haar bovenop het groene hek dat langs de sloot staat.
?Zie je smalle weg daar??
Papa wijst het Maartje aan.
?Als je die kant op fietst richting de bomen kom je in het dorp. Zie je de kerktoren??
Maartje rekt zich helemaal uit.
?Alleen de haan zie ik.?
?Nou daar woont mama dus. Alleen deze weg af fietsen en je bent er. Mama woont in ons oude huis.?
?En de school??
?Bij mama op de hoek. Dat weet je toch??
Maartje knikt.
?En als ik wil mag ik naar mama toe??
Papa tilt haar weer van het hek af en zet haar op de grond. Weer knielt hij naast haar.
?Kijk me eens aan kleine meid.?
?Als jij naar mama wil, mag jij naar mama. Dat hebben we toch afgesproken. Mama weet het, ik weet het en jij weet het.?
?Goed. Wat vind je ervan.?
Papa staat weer op en kijkt naar het huis.
?Wat denk je? Jij en ik in dit rare huis??
Maartje kijkt eens rond. Zoekt de weg naar mama en kijkt weer naar het huis.
?Hoelang is het fietsen??
?Vijf minuten?, zegt papa en haalt een sleutel uit zijn broekzak.
?Ja of ja??
Maartje schiet in de lach.
?Ja!?, roept ze, pakt de sleutel en rent naar de deur.
De tovertante
?Kan jouw tante echt toveren?, vraagt Jacky aan haar vriendin. Tira huppelt een stuk voor Jacky uit. ?Ja natuurlijk?, roept ze achterom. ?Dat heb ik toch in de klas verteld. Of geloof je me niet??
Jacky weet het niet. Het is een raar verhaal, vindt ze. En ook eng.
?Ja, ik geloof je wel hoor?, zegt ze.
Maar eigenlijk denkt ze dat Tira gewoon alles verzonnen heeft. Zelfs de meester vond het maar een raar verhaal. En nu zijn ze onderweg naar die tovertante van Tira. Jacky wil die rare tante wel eens zien.
Haar tante kan toveren, vertelde Tira ooit in de klas. ?Een tovertante?, fluisterde Jacky toen en proestte het uit van het lachen. Lang geleden moest die tante vluchten uit haar land omdat ze iets vreemds had getoverd dat helemaal fout was. Ze kwam naar Nederland. Tira vertelde dat die tante midden in het oerwoud woonde. Ver weg in een Afrikaans land, Kenia genaamd. Tira?s ouders komen ook uit Kenia maar wonen al bijna heel hun leven hier. Zelfs Tira is nog nooit in Afrika geweest.
?Kom op Jacky?, roept ze. ?je loopt zo langzaam, zo komen we er nooit.?
Jacky schrikt wakker uit haar dagdroom en loopt wat harder achter Tira aan. Tira rent en huppelt maar verder. Jacky wandelt er rustig achteraan. Steeds moet Tira op haar vriendin wachten.
De tante is de dochter van een beroemde Afrikaanse toverman. Van hem heeft die tovertante alles geleerd. Ze leefden in de grote oerwouden van Kenia De bomen groeien daar tot aan de wolken. Als je daar in een boom klimt ben je na een uur nog niet bij de top. Zo hoog dus. Dokters waren er niet. Als iemand ziek was moest toverman komen. Die kookte dan van kruiden en planten een papje wat de zieke weer beter moest maken. Maar dat was niet het belangrijkste wat een toverman moest kunnen. Een toverman moest kunnen praten met de geesten van dode mensen. Die kon hij dan om hulp vragen voor zijn dorp. Sterk waren ze ook. Wilde beesten, zoals een leeuw, konden ze doden met blote handen. Aan de muur van tante hangt zo?n afgerukte kop van een leeuw, vertelde Tira op school.
Omdat Jacky zo aan het dromen is loopt Tira elke keer meters voor haar uit. Maar zo is het eigenlijk altijd tussen die twee. Tira loopt altijd vooraan en durft alles. Jacky denkt wat meer over de dingen na en is rustiger. Misschien dat ze daarom zulke goede vriendinnen zijn. Tira wacht ongeduldig bij een stoplicht.
?Kom op nou?, schreeuwt ze van afstand. Jacky begint wat harder te lopen want Tira heeft ook al op het knopje gedrukt. Groen, en Tira steekt over.
Jacky begint te rennen omdat anders het stoplicht weer op rood staat voor ze er is. Net op tijd steekt ze over.
?Waar is het,? vraagt ze. Tira wijst naar een flat een stukje verderop.
?Daar op de zesde verdieping.?
Ze beginnen te rennen.
?Wie er het laatste is, is een schildpad?, schreeuwt Jacky.
Lachend rennen ze op de voordeur van de flat af.
Aan de voorkant van de flat zijn allemaal brievenbussen met daarnaast een deurbel. Tira zoekt nummer 621.
'Hebbes?, roept ze en drukt op het zwarte knopje.
Bij de voordeur klinkt een zoemer. Tira loopt op de deur af en duwt die open. Meteen daarachter zijn de liften. Ongeduldig wacht Tira op de lift. Huppelend van het ene been op het andere. De verlichte nummers lopen maar langzaam terug naar 0. Hoe lager de lift komt hoe nerveuzer Jacky wordt. Liever gaat ze weg maar ze wil haar vriendin niet alleen laten. Ze vindt het allemaal maar eng.
Langzaam schuiven de metalen deuren van de lift open. De twee vriendinnen stappen naar binnen en Tira drukt op het knopje van de zesde verdieping. 1, 2, 3, 4, 5, 6 tellen de rode cijfertjes van de lift. Met een schok stopt de lift, en zonder een geluid te maken schuiven de deuren open. Tira stapt uit de lift en gaat de galerij op. Jacky volgt een meter achter haar.
Tira loopt naar de voordeur van de tovertante en wil aanbellen.
?Nee?, roept Jacky opeens. ?Ik ga niet meer.?
Ze draait om en loopt terug naar de lift. Tira rent achter haar aan.
?Waarom?, vraagt ze.
Jacky leunt tegen de deuren van de lift en begint zachtjes te huilen.
?Ik durf niet Tira?, snottert ze en de tranen stromen over haar wangen. ?Ik ben zo bang, ik hou niet van toveren.?
En dan vertelt Jacky alles aan Tira. Hoe bang ze is voor die tante en hoe eng het haar lijkt. Tira kan alleen maar luisteren en begint zachtjes mee te snikken. Eindelijk houdt Jacky op met praten. Bedremmeld kijkt ze naar de grond.
?Je zult me vast stom vinden Tira.?
?Jacky?, stottert Tira. ?Ik moet je wat vertellen.?
Ook Tira kan alleen maar naar de grond kijken. ?Ik heb alles gelogen op school. Tante komt wel uit Afrika maar kan niet toveren. Echt niet. Zij vertelde me deze verhalen omdat ik griezelige verhalen mooi vind.?
Voorzichtig tilt Tira haar hoofd op en kijkt Jacky aan. ?Het spijt me?, klinkt het zacht.
Door haar tranen heen begint Jacky te lachen.
?Gelogen?, roept ze. ?Alles??
Tira lacht zachtjes mee.
?Wow?, is het enige wat Jacky kan uitbrengen.
?Vind je het erg?, vraagt Tira aan haar vriendin.
?Nee, nu niet meer. Maar ik vind het wel stom. Je had best eerlijk tegen me kunnen zijn.?
Plotseling glijden de liftdeuren, waartegen Jacky leunt, open en valt ze met een klap de lift in. Tira ziet het voor haar ogen gebeuren en schiet hard in de lach. Kreunend komt Jacky overeind.
?Ga je nog mee naar tante?, vraagt Tira snikkend van de lach.
?Wel ja, laten we gaan. Nu durf ik wel?, lacht Jacky.
Tira geeft Jacky een hand en samen huppelen ze de galerij op. Naar die tovertante die zulke griezelige verhalen kan vertellen.

