Time flies
'Een jaar geleden stond je leven stil.'
Ik lees het kaartje op een terras met een fantastisch uitzicht de bossen in van Lage Vuursche.
Een jaar geleden en alles herinner ik me goed. Behalve die ene minuut dan. Even was ik weg, maar weer snel terug.
Een jaar geleden alweer: tijd vliegt. Als je leeft tenminste. Dood schijnt oneindig te zijn.
Ik lees het kaartje op een terras met een fantastisch uitzicht de bossen in van Lage Vuursche.
Een jaar geleden en alles herinner ik me goed. Behalve die ene minuut dan. Even was ik weg, maar weer snel terug.
Een jaar geleden alweer: tijd vliegt. Als je leeft tenminste. Dood schijnt oneindig te zijn.
Stappen
Ik ben nummer 780. Aangenaam kennismaken. Nou ja, ik ben geen nummer, maar wel nummer 780 die een week lang met een stappenteller gaat lopen. Van-rooij.net doet namelijk mee aan een wetenschappelijk onderzoek. Veel gekker moet het niet worden, lijkt het wel. Uit dat onderzoek moet blijken of een nazorg ná de revalidatie van hartpatiënten zin heeft. Nummer 780 neemt de komende zes maanden deel aan dat onderzoek.
Het zijn voornamelijk bijeenkomsten waarbij de (ex)patiënten elkaar kunnen ondersteunen met het behalen van hun doelen.
Heeft van-rooij.net enige doelen dan? Een logische vraag. Een verrassing misschien, maar het antwoord is ja. De belangrijkste zijn volhouden niet roken en het op gang brengen van een gewichtsvermindering, ook wel afvallen genoemd. Een paar kilo is genoeg en een paar centimeters buikvet moet ik zien weg te werken. Iets minder opwinden zou ook niet zo gek zijn. Hulp daarbij is nooit verkeerd. Uiteindelijk moet het onderzoek aantonen dat de mensen in de begeleidingsgroep, na de zes maanden beter in staat zijn om hun nieuwe leefstijl - zoals geleerd bij de revalidatie - in te passen in hun normale levensritme. Want daar ligt een probleem. Zoals ook nummer 780 ervaart.
Onderdeel van dit feest is dus een week de stappen tellen. Met natuurlijk als achterliggende gedachte: hoeveel beweeg je... Behalve drie maal per week sporten weinig, kan ik melden. Ik sjok door de winkel soms en soms zelfs naar de winkel. Maar hoeveel stapt nummer 780 op een gewone werkdag? Ik vrees met grote vreze.
Om nu te zorgen dat het apparaat tenminste dagelijks nog iets aangeeft, ga ik meer koffie drinken en dat resulteert in vaker naar het toilet gaan. Allemaal broodnodige stappen.
Surf snel terug voor het resultaat!
Het zijn voornamelijk bijeenkomsten waarbij de (ex)patiënten elkaar kunnen ondersteunen met het behalen van hun doelen.
Heeft van-rooij.net enige doelen dan? Een logische vraag. Een verrassing misschien, maar het antwoord is ja. De belangrijkste zijn volhouden niet roken en het op gang brengen van een gewichtsvermindering, ook wel afvallen genoemd. Een paar kilo is genoeg en een paar centimeters buikvet moet ik zien weg te werken. Iets minder opwinden zou ook niet zo gek zijn. Hulp daarbij is nooit verkeerd. Uiteindelijk moet het onderzoek aantonen dat de mensen in de begeleidingsgroep, na de zes maanden beter in staat zijn om hun nieuwe leefstijl - zoals geleerd bij de revalidatie - in te passen in hun normale levensritme. Want daar ligt een probleem. Zoals ook nummer 780 ervaart.
Onderdeel van dit feest is dus een week de stappen tellen. Met natuurlijk als achterliggende gedachte: hoeveel beweeg je... Behalve drie maal per week sporten weinig, kan ik melden. Ik sjok door de winkel soms en soms zelfs naar de winkel. Maar hoeveel stapt nummer 780 op een gewone werkdag? Ik vrees met grote vreze.
Om nu te zorgen dat het apparaat tenminste dagelijks nog iets aangeeft, ga ik meer koffie drinken en dat resulteert in vaker naar het toilet gaan. Allemaal broodnodige stappen.
Surf snel terug voor het resultaat!

120 procent
'Het zit er weer op?', vroeg ik belangstellend.
Degene aan wie ik het vroeg was net klaar met douchen en omkleden. Het sluiten van zijn kledingkastje was zijn laatste handeling.
'Het zit er helemaal op', zei hij beheerst opgelucht maar vooral ook ingetogen uitgelaten. Zijn ogen zeiden veel meer dan de woorden die hij sprak. Op zijn wangen glom nog de blos van inspanning.
'Fietsproef gehad', klonk het.
Ja, en dat is het einde van elke hartrevalidant. De fietsproef. Het examen dat je aflegt en laat zien hoe je conditie is verbeterd ten opzichte van je binnenkomst. Ten minste, er wordt uitgegaan van een verbetering. De meting is gebaseerd op de gemiddelde Nederlander met de zelfde kenmerken als ras, lengte en bijvoorbeeld gewicht. Een plausibele meting dus.
'Goed 120 procent', zei hij blij. 'Nu moet ik het bijhouden.'
Hij draaide zich om en met een welgemeend 'succes' beende hij de kleedkamer uit.
'Succes verder', zei ik ook.
Niet lang meer en ik mag ook op voor de proef. Ergens werd ik er weemoedig van.
Degene aan wie ik het vroeg was net klaar met douchen en omkleden. Het sluiten van zijn kledingkastje was zijn laatste handeling.
'Het zit er helemaal op', zei hij beheerst opgelucht maar vooral ook ingetogen uitgelaten. Zijn ogen zeiden veel meer dan de woorden die hij sprak. Op zijn wangen glom nog de blos van inspanning.
'Fietsproef gehad', klonk het.
Ja, en dat is het einde van elke hartrevalidant. De fietsproef. Het examen dat je aflegt en laat zien hoe je conditie is verbeterd ten opzichte van je binnenkomst. Ten minste, er wordt uitgegaan van een verbetering. De meting is gebaseerd op de gemiddelde Nederlander met de zelfde kenmerken als ras, lengte en bijvoorbeeld gewicht. Een plausibele meting dus.
'Goed 120 procent', zei hij blij. 'Nu moet ik het bijhouden.'
Hij draaide zich om en met een welgemeend 'succes' beende hij de kleedkamer uit.
'Succes verder', zei ik ook.
Niet lang meer en ik mag ook op voor de proef. Ergens werd ik er weemoedig van.
Hartboek 2
In een spiegel kijken is op zich geen overkomelijk probleem. Zeker als je gefortuneerd bent met een prima uiterlijk. Dan kijk je zelfs met plezier naar je eigen face & body. Anders wordt het als het een virtuele spiegel is. In je ziel kijken is en blijft een lastig gegeven. Zeker voor mij.
Daar zaten we dan. De spiegel stond op de kamer van de maatschappelijk werkster van het revalidatiecentrum. Zij hield hem omhoog en ik mocht kijken.
Terugkijken natuurlijk. Wat is er gebeurd en wat is de invloed daarvan. Slapen bijvoorbeeld. Sinds het hartinfarct heb ik geen nacht meer fatsoenlijk geslapen. Als ik slaap is het licht en is de aardse afwezigheid gespeend met dromen. Continu voor mijn gevoel. Daarnaast lig ik regelmatig wakker en een uitgeslapen gevoel ken ik momenteel niet. Durf ik niet te slapen? Bank om niet meer wakker te worden? Ja, kan hier het antwoord zijn. Nee, is het antwoord. Misschien zit er in mijn hoofd een knopje dat zegt niet meer slapen. Blijf wakker. Onbewust het niet toestaan te diep in slaap te vallen. Lastig, geloof me.
Maar ook kijken naar het nu. Wat doe ik en vooral wat doe ik niet. In gezelschap gaat het leven best. Alleen ? en ook alleen op stap ? is een wezenlijk ander verhaal. Dan kijk ik om me heen, waar ben ik en ben ik niet alleen. Als ik ineens omval, ziet iemand me dan. En ook niet onbelangrijk: kunnen de mensen om me heen reanimeren. Wezenlijk belangrijk als je hart besluit er even mee te stoppen. Vermoeiend.
Maar ik heb ook gekeken naar wie ik ben en wat ik doe. Aan mijn lijf geen polonaise. Ik ken geen stress. Hoe anders is de werkelijkheid. Zeg ik wel vaak genoeg nee. Het antwoord is dus ook nee. Ik ben een binnenvetter met af en toe een uitbarsting. Een lopende vulkaan. Ik wordt dan ook aangemeld voor een ?Omgaan met stresscursus?.
Maar ook de sport krijgt volop de aandacht. Als alles gaat volgens plan wordt het zo?n tien weken dat ik me intensief met mijn lichaam ga bezighouden. Fietsen en fitness als basis. Conditie opbouwen en vooral weer vertrouwen krijgen in mijn lichaam en mijn hart in het bijzonder.
Heb ik er zin in? Ja. Maar het duurt allemaal zolang. Even een hartinfarct krijgen en opknappen en weer aan de slag te gaan is onmogelijk. Ik ben ongeduldig, helemaal waar. Maar ik heb het ook zo druk, of wil het graag druk hebben.
Nee, de rem moet er nog even opblijven.
Daar zaten we dan. De spiegel stond op de kamer van de maatschappelijk werkster van het revalidatiecentrum. Zij hield hem omhoog en ik mocht kijken.
Terugkijken natuurlijk. Wat is er gebeurd en wat is de invloed daarvan. Slapen bijvoorbeeld. Sinds het hartinfarct heb ik geen nacht meer fatsoenlijk geslapen. Als ik slaap is het licht en is de aardse afwezigheid gespeend met dromen. Continu voor mijn gevoel. Daarnaast lig ik regelmatig wakker en een uitgeslapen gevoel ken ik momenteel niet. Durf ik niet te slapen? Bank om niet meer wakker te worden? Ja, kan hier het antwoord zijn. Nee, is het antwoord. Misschien zit er in mijn hoofd een knopje dat zegt niet meer slapen. Blijf wakker. Onbewust het niet toestaan te diep in slaap te vallen. Lastig, geloof me.
Maar ook kijken naar het nu. Wat doe ik en vooral wat doe ik niet. In gezelschap gaat het leven best. Alleen ? en ook alleen op stap ? is een wezenlijk ander verhaal. Dan kijk ik om me heen, waar ben ik en ben ik niet alleen. Als ik ineens omval, ziet iemand me dan. En ook niet onbelangrijk: kunnen de mensen om me heen reanimeren. Wezenlijk belangrijk als je hart besluit er even mee te stoppen. Vermoeiend.
Maar ik heb ook gekeken naar wie ik ben en wat ik doe. Aan mijn lijf geen polonaise. Ik ken geen stress. Hoe anders is de werkelijkheid. Zeg ik wel vaak genoeg nee. Het antwoord is dus ook nee. Ik ben een binnenvetter met af en toe een uitbarsting. Een lopende vulkaan. Ik wordt dan ook aangemeld voor een ?Omgaan met stresscursus?.
Maar ook de sport krijgt volop de aandacht. Als alles gaat volgens plan wordt het zo?n tien weken dat ik me intensief met mijn lichaam ga bezighouden. Fietsen en fitness als basis. Conditie opbouwen en vooral weer vertrouwen krijgen in mijn lichaam en mijn hart in het bijzonder.
Heb ik er zin in? Ja. Maar het duurt allemaal zolang. Even een hartinfarct krijgen en opknappen en weer aan de slag te gaan is onmogelijk. Ik ben ongeduldig, helemaal waar. Maar ik heb het ook zo druk, of wil het graag druk hebben.
Nee, de rem moet er nog even opblijven.
Hartboek 1
Gedachteloos koop ik op station Amsterdam Sloterdijk het boek ?De reis van de lege flessen? van de schrijver Kader Abdolah. Nee, niet gedachteloos natuurlijk, bewust schafte ik dat boek aan. De schrijver is bij mij favoriet en de titel spreekt me aan. Een reis van lege flessen. Bij mij is die reis kort, de glasbak staat op vijf minuten lopen. Dan dendert de lege fles met soms nog een druppel aan inhoud naar beneden. Sommige overleven de val, anderen slaan kapot op de metalen bodem van de glasbak en laten hun geest los. Die geest is door de ingooipijp te ruiken. Veel verschillende geesten zwerven rond in een glasbak.
Het schiet me gewoon te binnen als ik het boek afreken. Mijn gedachten zijn momenteel niet te ordenen. Wat langskomt krijgt alle kans om zich in mijn hoofd te ontplooien.
Het is beter om op de terugreis naar Alphen aan den Rijn een boek te lezen dan zouteloos rond te kijken naar de gemiddelde forens in de trein. Zo vermoed ik. Hoe ik er zo op kom om dit boek te kopen weet ik nog niet. Met dit boek erbij lees ik momenteel vijf boeken tegelijk. Onhandig als ik er even over nadenk. Maar dit boek is relatief dun en kan er wel even tussendoor.
?We wachten tot de revalidatie begint en dan zien we wel of je in staat bent om ook een dagdeel te gaan werken. Misschien is het beter de eerste week van de revalidatie aan te kijken hoe dat verloopt?, hield de arbo-arts me een twintig minuten geleden voor. En ik ben het wel met hem eens. Net als hij ben ik ook blij met de hulp van een maatschappelijk werker. Lichamelijk gaat het goed, geestelijk zit er nog wel een flinke deuk.
Vijf weken precies is het nu geleden. Zo ongeveer om de tijd dat ik bij de arts op het kantoortje zat in Amsterdam. Het lijkt een eeuwigheid, maar het is nog zo kort geleden dat mijn hart besloot te stoppen met kloppen. Tot grote schrik van iedereen. Ik kwam er pas achteraf achter. Ik voelde me wegzakken, maar had geen seconde het idee dat mijn leven even stopte. Gelukkig kreeg de ambulancebroeder de zaak weer op gang en keek ik even later gewoon weer de wereld rond.
De volgende halte werd het VU-ziekenhuis waar een ballonnetje mijn kransslagader weer toegankelijk maakte voor bloed. De druk op mijn borst nam af en eigenlijk voelde ik me toen alweer prima.
Net als nu eigenlijk. ?Ja, het gaat goed met me?, antwoord ik vaak op de vraag hoe het met me gaat. En feitelijk is dat ook zo. Niets aan de hand met me, zo lijkt het tenminste. Ik doe alles wat ik voorheen ook deed. Behalve werken. Drukmaken doe ik ook nog maar probeer dat te onderdrukken.
Ik slik vijf pillen per dag, let netjes op mijn eten en beweeg. Vooral wandelen. Sinds vorige week mag ik wat fietsen. ?Niet tegen de wind in?, zei mijn arts bij het revalidatiecentrum. Hij bedoelde natuurlijk niet te hard, maar rustig aan. Het lijntje moet niet breken. Eigenlijk, nu ik er over nadenk, ben ik een voorbeeldpatiënt. De dokter vraagt en ik doe keurig wat de man of vrouw me voorhoudt. Wie had dat ooit gedacht?
Ja, het gaat goed. Maar dat gevoel had ik ook voor half elf op 21 september. Daarna ging het even goed mis.
Ja, het gaat goed, zijn eigenlijk woorden die weinig inhoud hebben, zo blijkt achteraf. Niet alleen voor mij, maar net zo goed voor iedereen. Per jaar zijn er duizenden en duizenden hartstilstanden. Het gaat goed, zolang het hart klopt. Maar dat hart zegt dus niet wanneer het stopt met het rondpompen van het zo broodnodige bloed.
Maar wanneer nokt mijn hart er weer mee? Garanties heb ik van niemand gekregen. Morgen misschien? Of straks, of anders over veertig jaar. Wie zal het zeggen.
Feit is wel dat ik nu weet dat het leven eindig is, en dat maakt het leven onzeker. Hoewel de dood het enige zekere is van het leven. Nu had ik al niets met de dood, maar nu nog minder. Maar je knippert een keer met je ogen en het kan voorbij zijn.
Deze keer was het geluk geheel aan mijn zijde. De vraag is, blijft dat ook zo? Een antwoord is niet mogelijk.
Als ik bij K. ben is het allemaal te doen. Zeker nu ze een reanimatiecursus heeft gevolgd. Je kunt praten en je onzekerheden blootgeven. De mijne, maar ook net zo goed de hare. Ineens kan het voorkomen dat degene die je liefhebt nooit meer terugkomt. Zo praat je nog met elkaar over de telefoon, zo komt er een telefoontje dat je met spoed naar het ziekenhuis moet komen. Niets in ons leven is nog zeker.
Maar een treinreis naar Amsterdam ? of waarheen dan ook - is en blijft spannend. Wat als er wat in de trein gebeurt, of als ik wandel naar het station. Wie reanimeert me dan? De meest vreemde scenario?s passeren de revue.
Zo komen ook vreemde gedachtes langs. Bijvoorbeeld een Niet Reanimeren Verklaring. Stel dat ik die had gehad. En als ik die had, dan had ik dat ook uitgedragen aan iedereen. Wat dan? Dan had ik hier nu niet gezeten. Zomaar een gedachte.
Ook ben ik al jaren bezig met een euthanasieverklaring. Staat nu even in de koelkast, ik hang nog even teveel aan het leven.
Mijn hoofd laat elke gedachte nu toe. Er is duidelijk een evaluatie van het leven in mij bezig. Weliswaar op een verwarrende manier, maar de procedure loopt. Alles passeert de revue. Nu nog de zaak op een rijtje. Maar daar heb ik nog wel even tijd voor nodig, en een maatschappelijk werker.
Hartboek is het logboek van een man die op een leeftijd van 43 jaar getroffen werd door een hartinfarct. In Hartboek beschrijft hij zijn ervaringen in zijn leven dat op 21 september 2007 een herstart kreeg. Hartboek is fictie en non-fictie door elkaar. Wat waar is blijft in het midden. Wat niet waar is ook.
Het schiet me gewoon te binnen als ik het boek afreken. Mijn gedachten zijn momenteel niet te ordenen. Wat langskomt krijgt alle kans om zich in mijn hoofd te ontplooien.
Het is beter om op de terugreis naar Alphen aan den Rijn een boek te lezen dan zouteloos rond te kijken naar de gemiddelde forens in de trein. Zo vermoed ik. Hoe ik er zo op kom om dit boek te kopen weet ik nog niet. Met dit boek erbij lees ik momenteel vijf boeken tegelijk. Onhandig als ik er even over nadenk. Maar dit boek is relatief dun en kan er wel even tussendoor.
?We wachten tot de revalidatie begint en dan zien we wel of je in staat bent om ook een dagdeel te gaan werken. Misschien is het beter de eerste week van de revalidatie aan te kijken hoe dat verloopt?, hield de arbo-arts me een twintig minuten geleden voor. En ik ben het wel met hem eens. Net als hij ben ik ook blij met de hulp van een maatschappelijk werker. Lichamelijk gaat het goed, geestelijk zit er nog wel een flinke deuk.
Vijf weken precies is het nu geleden. Zo ongeveer om de tijd dat ik bij de arts op het kantoortje zat in Amsterdam. Het lijkt een eeuwigheid, maar het is nog zo kort geleden dat mijn hart besloot te stoppen met kloppen. Tot grote schrik van iedereen. Ik kwam er pas achteraf achter. Ik voelde me wegzakken, maar had geen seconde het idee dat mijn leven even stopte. Gelukkig kreeg de ambulancebroeder de zaak weer op gang en keek ik even later gewoon weer de wereld rond.
De volgende halte werd het VU-ziekenhuis waar een ballonnetje mijn kransslagader weer toegankelijk maakte voor bloed. De druk op mijn borst nam af en eigenlijk voelde ik me toen alweer prima.
Net als nu eigenlijk. ?Ja, het gaat goed met me?, antwoord ik vaak op de vraag hoe het met me gaat. En feitelijk is dat ook zo. Niets aan de hand met me, zo lijkt het tenminste. Ik doe alles wat ik voorheen ook deed. Behalve werken. Drukmaken doe ik ook nog maar probeer dat te onderdrukken.
Ik slik vijf pillen per dag, let netjes op mijn eten en beweeg. Vooral wandelen. Sinds vorige week mag ik wat fietsen. ?Niet tegen de wind in?, zei mijn arts bij het revalidatiecentrum. Hij bedoelde natuurlijk niet te hard, maar rustig aan. Het lijntje moet niet breken. Eigenlijk, nu ik er over nadenk, ben ik een voorbeeldpatiënt. De dokter vraagt en ik doe keurig wat de man of vrouw me voorhoudt. Wie had dat ooit gedacht?
Ja, het gaat goed. Maar dat gevoel had ik ook voor half elf op 21 september. Daarna ging het even goed mis.
Ja, het gaat goed, zijn eigenlijk woorden die weinig inhoud hebben, zo blijkt achteraf. Niet alleen voor mij, maar net zo goed voor iedereen. Per jaar zijn er duizenden en duizenden hartstilstanden. Het gaat goed, zolang het hart klopt. Maar dat hart zegt dus niet wanneer het stopt met het rondpompen van het zo broodnodige bloed.
Maar wanneer nokt mijn hart er weer mee? Garanties heb ik van niemand gekregen. Morgen misschien? Of straks, of anders over veertig jaar. Wie zal het zeggen.
Feit is wel dat ik nu weet dat het leven eindig is, en dat maakt het leven onzeker. Hoewel de dood het enige zekere is van het leven. Nu had ik al niets met de dood, maar nu nog minder. Maar je knippert een keer met je ogen en het kan voorbij zijn.
Deze keer was het geluk geheel aan mijn zijde. De vraag is, blijft dat ook zo? Een antwoord is niet mogelijk.
Als ik bij K. ben is het allemaal te doen. Zeker nu ze een reanimatiecursus heeft gevolgd. Je kunt praten en je onzekerheden blootgeven. De mijne, maar ook net zo goed de hare. Ineens kan het voorkomen dat degene die je liefhebt nooit meer terugkomt. Zo praat je nog met elkaar over de telefoon, zo komt er een telefoontje dat je met spoed naar het ziekenhuis moet komen. Niets in ons leven is nog zeker.
Maar een treinreis naar Amsterdam ? of waarheen dan ook - is en blijft spannend. Wat als er wat in de trein gebeurt, of als ik wandel naar het station. Wie reanimeert me dan? De meest vreemde scenario?s passeren de revue.
Zo komen ook vreemde gedachtes langs. Bijvoorbeeld een Niet Reanimeren Verklaring. Stel dat ik die had gehad. En als ik die had, dan had ik dat ook uitgedragen aan iedereen. Wat dan? Dan had ik hier nu niet gezeten. Zomaar een gedachte.
Ook ben ik al jaren bezig met een euthanasieverklaring. Staat nu even in de koelkast, ik hang nog even teveel aan het leven.
Mijn hoofd laat elke gedachte nu toe. Er is duidelijk een evaluatie van het leven in mij bezig. Weliswaar op een verwarrende manier, maar de procedure loopt. Alles passeert de revue. Nu nog de zaak op een rijtje. Maar daar heb ik nog wel even tijd voor nodig, en een maatschappelijk werker.
Hartboek is het logboek van een man die op een leeftijd van 43 jaar getroffen werd door een hartinfarct. In Hartboek beschrijft hij zijn ervaringen in zijn leven dat op 21 september 2007 een herstart kreeg. Hartboek is fictie en non-fictie door elkaar. Wat waar is blijft in het midden. Wat niet waar is ook.

