De Efteling
Nationaal Park Drents-Friese Wold
Gedecoreerde donuts
Gedecoreerde donuts
Sommige mensen zijn compleet van de pot gerukt
Randdebielen zijn het en een ander woord kan ik echt niet verzinnen. Nee, niet netjes van me zo te praten en ja, ik weet ook wel dat het een soort youp-van-het-hek-woordje is. Maar het zegt wel precies wat ik voel.
Kijk, ik vind het best dat mensen gaan wandelen. Sterker nog: ik moedig het aan. Niets is beter voor een mens dan de paden op en de lanen in. Het is een vorm van meditatie, hoofdje leeg en je kunt de booming economie weer aan. Mocht je dat willen trouwens. En als je gaat wandelen, zoals ik deed in de Kaapse Bossen op de Utrechtse Heuvelrug, is het geen probleem om wat lekkers mee te nemen. Gedecoreerde donuts bijvoorbeeld, 3,45 euro bij Albert Heijn. Niet mijn keus, maar oké.
Dat je dan die dikmakers opeet in het gebied met de naam Hoog Moersbergen, prima. Maar om dan het plastic omhulsel op te hangen op een bordje, slaat werkelijk nergens op. Je sleurt het mee daar naar toe, sleur het dan ook gewoon mee terug. Deze actie vind ik debiel en kan ik met geen mogelijkheid begrijpen. Vandaar, randdebielen. Het gekke is nog, dat ik bijna geen mens ben tegengekomen en de openbare weg toch best wel een stukje tippelen is. Dus, denk ik dan maar, waren het geen jongeren. Die willen hangen en willen daarvoor niet te ver lopen. Maar goed, bewijs heb ik niet. Randdebielen, jong of oud. Dat zijn het wel.
Oh ja, en dan heb ik het nog niet over dat ongebruikte maandverbandje – goedkoop merk trouwens – dat los in het bos lag. Vast uit de tas gevallen, hè dames. Als het dan zo lastig is die rommel in je tas te houden, plak het dan ergens waar het goed zit en duw die vleugels stevig aan. Dan raak je het ook niet kwijt.
Randdebielen zijn het en een ander woord kan ik echt niet verzinnen. Nee, niet netjes van me zo te praten en ja, ik weet ook wel dat het een soort youp-van-het-hek-woordje is. Maar het zegt wel precies wat ik voel.
Kijk, ik vind het best dat mensen gaan wandelen. Sterker nog: ik moedig het aan. Niets is beter voor een mens dan de paden op en de lanen in. Het is een vorm van meditatie, hoofdje leeg en je kunt de booming economie weer aan. Mocht je dat willen trouwens. En als je gaat wandelen, zoals ik deed in de
Kaapse Bossen op de
Utrechtse Heuvelrug, is het geen probleem om wat lekkers mee te nemen.
Gedecoreerde donuts bijvoorbeeld, 3,45 euro bij Albert Heijn. Niet mijn keus, maar oké.
Dat je dan die dikmakers opeet in het gebied met de naam
Hoog Moersbergen, prima. Maar om dan het plastic omhulsel op te hangen op een bordje, slaat werkelijk nergens op. Je sleurt het mee daar naar toe, sleur het dan ook gewoon mee terug. Deze actie vind ik debiel en kan ik met geen mogelijkheid begrijpen. Vandaar, randdebielen. Het gekke is nog, dat ik bijna geen mens ben tegengekomen en de openbare weg toch best wel een stukje tippelen is. Dus, denk ik dan maar, waren het geen jongeren. Die willen hangen en willen daarvoor niet te ver lopen. Maar goed, bewijs heb ik niet. Randdebielen, jong of oud. Dat zijn het wel.
Oh ja, en dan heb ik het nog niet over dat ongebruikte
maandverbandje – goedkoop merk trouwens – dat los in het bos lag. Vast uit de tas gevallen, hè dames. Als het dan zo lastig is die rommel in je tas te houden, plak het dan ergens waar het goed zit en duw die vleugels stevig aan. Dan raak je het ook niet kwijt.
Oostvaardersplassen
Bevrijdingsdag sucks
Vier vooral niet de vrijheid
Ook zo lekker de vrijheid gevierd mensen? In Alphen was het groot feest, je kon bijna niet lopen van de mensen. Geweldig wat een programma, de mensen die dat in elkaar gezet hebben, verdienen een lintje. En dan niet zomaar Lid in de orde van Oranje Nassau, maar minstens Ridder Grootkruis. Hoger kan niet, tenzij je koning bent of misschien Marco Kroon heet en in je eentje Afghanistan bevrijdt.
Bevrijdingsdag, 5 mei, de dag dat Nederland vrij was van het juk van de bezetter, de dag dat voor velen het leven opnieuw begon en ook de dag dat al die mensen die konden doorleven, beseften dat velen dat niet meer konden. Zij waren namelijk dood. Maar daar is 4 mei, Dodenherdenking, voor. De dag erna viert Nederland feest, viert Nederland de vrijheid. Klink ik cynisch? Ja, daar hebt u helemaal gelijk in. De viering van Bevrijdingsdag is gewoon zum kotzen, maar misschien is een Duitse term niet zo handig met dit onderwerp.
Graag had ik namelijk meegedaan met de estafettelopers die het bevrijdingsvuur vanuit Wageningen liepen naar Alphen aan den Rijn (overigens verzin ik dit natuurlijk, voor u denkt dat ik sportman ben). Maar het leek me beter om te gaan slapen, tenslotte is 5 mei voor mij gewoon een werkdag. Ik had graag ook gezien hoe burgemeester Eenhoorn de vlam op het Rijnplein ontstak. Helaas, mijn chef verlangde werkzaamheden van me.
Goed, ik had de middag vrij kunnen nemen om me te storten in het onnavolgbare feestgedruis in het centrum van de stad. Precies, er was niks, helemaal niks. Jawel, café Trots had wat kleine bandjes geregeld voor op het terras. Maar een officieel programma? Nee, niks. Er was letterlijk geen reet te beleven. Ja, rond achten in de avond was er een Bevrijdingsconcert in de Adventskerk. Maar mijn aversie tegen de kerk is zelfs nog groter dan tegen Bevrijdingsdag. In een kerk krijgen ze me met geen tien paarden, tenzij ik de kansel voor een uurtje mag bezetten om mijn Evangelie te verkondigen.
Nee, Bevrijdingsdag, dat moeten we vaker doen. En dan durft ene Mark Rutte ook nog te verkondigen dat 5 mei leeft onder de Nederlanders. Kan hij makkelijk zeggen, hij is ambtenaar en hij is dus vrij. De rest, op scholieren en studenten na, moet ploeteren om die verrotte economie – met dank aan al die sukkels met witte boorden - aan de gang te houden, of proberen weer op gang te brengen.
Vier de vrijheid? M’n reet, we vieren helemaal niks. Vierden we maar eens echt de vrijheid, elk jaar, zoals je vrijheid hoort te vieren. Maar ik ben bang dat we niet meer eens weten wat vrijheid is. We zijn het gewoon, er aan gewend en ermee verwend. En dat is, denk ik, het grootste manco van Bevrijdingsdag.
Ook zo lekker de vrijheid gevierd mensen? In Alphen was het groot feest, je kon bijna niet lopen van de mensen. Geweldig wat een programma, de mensen die dat in elkaar gezet hebben, verdienen een lintje. En dan niet zomaar Lid in de orde van Oranje Nassau, maar minstens Ridder Grootkruis. Hoger kan niet, tenzij je koning bent of misschien Marco Kroon heet en in je eentje Afghanistan bevrijdt.
Bevrijdingsdag, 5 mei, de dag dat Nederland vrij was van het juk van de bezetter, de dag dat voor velen het leven opnieuw begon en ook de dag dat al die mensen die konden doorleven, beseften dat velen dat niet meer konden. Zij waren namelijk dood. Maar daar is 4 mei, Dodenherdenking, voor. De dag erna viert Nederland feest, viert Nederland de vrijheid. Klink ik cynisch? Ja, daar hebt u helemaal gelijk in. De viering van Bevrijdingsdag is gewoon zum kotzen, maar misschien is een Duitse term niet zo handig met dit onderwerp.
Graag had ik namelijk meegedaan met de estafettelopers die het bevrijdingsvuur vanuit Wageningen liepen naar Alphen aan den Rijn (overigens verzin ik dit natuurlijk, voor u denkt dat ik sportman ben). Maar het leek me beter om te gaan slapen, tenslotte is 5 mei voor mij gewoon een werkdag. Ik had graag ook gezien hoe burgemeester Eenhoorn de vlam op het Rijnplein ontstak. Helaas, mijn chef verlangde werkzaamheden van me.
Goed, ik had de middag vrij kunnen nemen om me te storten in het onnavolgbare feestgedruis in het centrum van de stad. Precies, er was niks, helemaal niks. Jawel, café Trots had wat kleine bandjes geregeld voor op het terras. Maar een officieel programma? Nee, niks. Er was letterlijk geen reet te beleven. Ja, rond achten in de avond was er een Bevrijdingsconcert in de Adventskerk. Maar mijn aversie tegen de kerk is zelfs nog groter dan tegen Bevrijdingsdag. In een kerk krijgen ze me met geen tien paarden, tenzij ik de kansel voor een uurtje mag bezetten om mijn Evangelie te verkondigen.
Nee, Bevrijdingsdag, dat moeten we vaker doen. En dan durft ene Mark Rutte ook nog te verkondigen dat 5 mei leeft onder de Nederlanders. Kan hij makkelijk zeggen, hij is ambtenaar en hij is dus vrij. De rest, op scholieren en studenten na, moet ploeteren om die verrotte economie – met dank aan al die sukkels met witte boorden - aan de gang te houden, of proberen weer op gang te brengen.
Vier de vrijheid? M’n reet, we vieren helemaal niks. Vierden we maar eens echt de vrijheid, elk jaar, zoals je vrijheid hoort te vieren. Maar ik ben bang dat we niet meer eens weten wat vrijheid is. We zijn het gewoon, er aan gewend en ermee verwend. En dat is, denk ik, het grootste manco van Bevrijdingsdag.
Ooit weer genieten
Een heel ander verhaal
Dit had een heel ander verhaal moeten worden. Een verhaal over vergezichten met op de horizon kuddes paarden, edelherten en runderen. Over een zon die de lucht liet trillen en over een landschap dat je eeuwen terug zet in de tijd. Ik zou graag verhalen over een stuk natte grond dat door indijking langzaam verandert in een uniek en on-Nederlands landschap. Met zoveel plezier zou ik u alles willen vertellen hoe mooi het in de Oostvaardersplassen is, hoe onwerkelijk de natuur daar is en over de duizenden vogels die je er ziet. Hoe lang duurde het voor ik me realiseerde dat ik door mijn verrekijker al een paar minuten keek naar twee ijsvogels? Ik genoot, zag ze van tak tot tak gaan en realiseerde me ineens dat het niet makkelijk is deze vogels te spotten.
Misschien had ik u dan ook moeten vertellen over de avond op de camping. Dat het ons verbaasde dat het toch zo snel afkoelde terwijl de zon toch de hele dag de aarde verwarmde. En hoe die zon vrijblijvend zijn plaats afstond aan de maan en hoe we zomaar met een Zuid-Afrikaan aan een kampvuur zaten en we keken naar de vonken die rondvlogen. Ik had u kunnen vertellen over een jongen die weigerde naar bed te gaan, die niet bij het vuur was weg te slaan en de hele avond zorgde voor hout voor op het kampvuur. Wat heeft het nog voor nut te vertellen over hoe het voelt als de nacht valt en over het genot je moede lichaam te vlijen op een te dun matje in een heerlijke slaapzak terwijl je de onverwarmde lucht inademt en de donkere nacht je slaapzak omklemd.
Zo'n verhaal om mijn lezers mee naar buiten te nemen zevert al twee weken in mijn hoofd en vaak denk ik het uit, van begin tot eind. Wat nog rest is het even uitwerken en klaar. Maar het komt er niet van. Hoe kun je in deze tijd nog praten over genieten, hoe kun je nu nog lachen. Mijn hart wil het wel, maar mijn verstand zegt 'doe maar eens normaal'. Genieten ligt achter ons na die ene dramatische, zonnige zaterdag in Alphen aan den Rijn. Die dramatische 9 april ging aan mij voorbij terwijl ik genoot van wat de natuur ons biedt. Ook mijn naasten kwamen met de schrik vrij. Ik behoor tot de gelukkigen.
Ach, ik kan echt wel weer genieten, over een poosje. Echt genieten dan. Maakt u zich daar niet ongerust over. Binnenkort vliegt er weer een buizerd voorbij die mij afleidt van de soms bizarre werkelijkheid. Maar zoveel mensen in Alphen aan den Rijn hebben een keiharde knauw gekregen waarvan ik me afvraag of je daar wel overheen kunt komen. Ik wens ze alle sterkte, kracht en ook de moed die nodig is om weer een stap in deze wereld te maken. Misschien vergeten ze ooit even het verschrikkelijke verdriet dat hun is aangedaan en neemt genieten de overhand. Ik hoop het echt.
Dit had een heel ander verhaal moeten worden. Een verhaal over vergezichten met op de horizon kuddes paarden, edelherten en runderen. Over een zon die de lucht liet trillen en over een landschap dat je eeuwen terug zet in de tijd. Ik zou graag verhalen over een stuk natte grond dat door indijking langzaam verandert in een uniek en on-Nederlands landschap. Met zoveel plezier zou ik u alles willen vertellen hoe mooi het in de Oostvaardersplassen is, hoe onwerkelijk de natuur daar is en over de duizenden vogels die je er ziet. Hoe lang duurde het voor ik me realiseerde dat ik door mijn verrekijker al een paar minuten keek naar twee ijsvogels? Ik genoot, zag ze van tak tot tak gaan en realiseerde me ineens dat het niet makkelijk is deze vogels te spotten.
Misschien had ik u dan ook moeten vertellen over de avond op de camping. Dat het ons verbaasde dat het toch zo snel afkoelde terwijl de zon toch de hele dag de aarde verwarmde. En hoe die zon vrijblijvend zijn plaats afstond aan de maan en hoe we zomaar met een Zuid-Afrikaan aan een kampvuur zaten en we keken naar de vonken die rondvlogen. Ik had u kunnen vertellen over een jongen die weigerde naar bed te gaan, die niet bij het vuur was weg te slaan en de hele avond zorgde voor hout voor op het kampvuur. Wat heeft het nog voor nut te vertellen over hoe het voelt als de nacht valt en over het genot je moede lichaam te vlijen op een te dun matje in een heerlijke slaapzak terwijl je de onverwarmde lucht inademt en de donkere nacht je slaapzak omklemd.
Zo'n verhaal om mijn lezers mee naar buiten te nemen zevert al twee weken in mijn hoofd en vaak denk ik het uit, van begin tot eind. Wat nog rest is het even uitwerken en klaar. Maar het komt er niet van. Hoe kun je in deze tijd nog praten over genieten, hoe kun je nu nog lachen. Mijn hart wil het wel, maar mijn verstand zegt 'doe maar eens normaal'. Genieten ligt achter ons na die ene dramatische, zonnige zaterdag in Alphen aan den Rijn. Die dramatische 9 april ging aan mij voorbij terwijl ik genoot van wat de natuur ons biedt. Ook mijn naasten kwamen met de schrik vrij. Ik behoor tot de gelukkigen.
Ach, ik kan echt wel weer genieten, over een poosje. Echt genieten dan. Maakt u zich daar niet ongerust over. Binnenkort vliegt er weer een buizerd voorbij die mij afleidt van de soms bizarre werkelijkheid. Maar zoveel mensen in Alphen aan den Rijn hebben een keiharde knauw gekregen waarvan ik me afvraag of je daar wel overheen kunt komen. Ik wens ze alle sterkte, kracht en ook de moed die nodig is om weer een stap in deze wereld te maken. Misschien vergeten ze ooit even het verschrikkelijke verdriet dat hun is aangedaan en neemt genieten de overhand. Ik hoop het echt.
Hebbes
Hebbes
Een bruine streep viel uit de lucht
Ik draaide over de rotonde rechtdoor, langs het verlaten Koreaans restaurant op de Venneperweg op weg naar het kantoor. Vlak voordat ik het stuur naar rechts moest draaien om de rotonde te verlaten zag ik in mijn ooghoek een bruine streep uit de lucht vallen. Een valk meende ik bijna direct, dook vanaf hoogte boven op een prooi. Hij, of zij, verdween in het gras en ik had al moeite genoeg mijn voertuig op de weg te houden. De sloot ernaast is erg diep, vandaar.
Veel meer kreeg ik dus niet mee van de actie van de valk en de ondergang van een (vermoedelijk) knaagdier, maar mijn hart sloeg enkele slagen extra van spanning en opwinding. Leven en dood, zo vlak naast de weg op een vroege ochtend. Zo'n actie had ik nog nooit waargenomen, en een nieuwe kans erop is niet erg groot. Zeker niet als ik ook nog een voertuig op de weg moet houden.
Wat trouwens een feit is, is dat het niet al te best gaat met de roofvogels in Nederland en daar zijn wij als mensen toch zeker ook een beetje schuldig aan. Ons geregel met land en natuur maakt dat het lastig is voor de gevleugelde rovers om wat te eten te vinden. Toch zijn er nog genoeg te zien, hoe tegenstrijdig dat dan ook weer klinkt. Wij zien de meeste vogels gewoon langs de weg, dus is er geen excuus om er niet van te genieten. Je hoeft er de auto niet voor uit.
Zeker in ons Groene Hart zijn de weilanden soms een El Dorado voor de gemiddelde roofvogel. Ik weet het, de bende van Rutte heeft op sommige wegen de maximum snelheid verhoogd. Maar doe nu eens tegendraads en laat die snelheid eens zakken en zoek een plekje op de rechterbaan. Kijk vooruit, maar ook wat schuin vooruit over het weiland en geef speciale aandacht aan de paaltjes en hekken. Oefening baart kunst, maar als je de kunst uiteindelijk beheerst zie je valken, buizerds en haviken en misschien nog wel andere rovers speuren over het weiland. Ze zitten er met een bepaalde statigheid. En elke keer huppelt mijn hart van vrolijkheid als ik er weer eens eentje zie zitten.
Ik draaide over de rotonde rechtdoor, langs het verlaten Koreaans restaurant op de Venneperweg op weg naar het kantoor. Vlak voordat ik het stuur naar rechts moest draaien om de rotonde te verlaten zag ik in mijn ooghoek een bruine streep uit de lucht vallen. Een valk, meende ik bijna direct, dook vanaf hoogte boven op een prooi. Hij, of zij, verdween in het gras en ik had al moeite genoeg mijn voertuig op de weg te houden. De sloot ernaast is erg diep, vandaar.
Veel meer kreeg ik dus niet mee van de actie van de valk en de ondergang van een (vermoedelijk) knaagdier, maar mijn hart sloeg enkele slagen extra van spanning en opwinding. Leven en dood, zo vlak naast de weg op een vroege ochtend. Zo'n actie had ik nog nooit waargenomen, en een nieuwe kans erop is niet erg groot. Zeker niet als ik ook nog een voertuig op de weg moet houden.
Wat trouwens een feit is, is dat het niet al te best gaat met de roofvogels in Nederland en daar zijn wij als mensen toch zeker ook een beetje schuldig aan. Ons geregel met land en natuur maakt dat het lastig is voor de gevleugelde rovers om wat te eten te vinden. Toch zijn er nog genoeg te zien, hoe tegenstrijdig dat dan ook weer klinkt. Wij zien de meeste vogels gewoon langs de weg, dus is er geen excuus om er niet van te genieten. Je hoeft er de auto niet voor uit.
Zeker in ons Groene Hart zijn de weilanden soms een El Dorado voor de gemiddelde roofvogel. Ik weet het, de bende van Rutte heeft op sommige wegen de maximum snelheid verhoogd. Maar doe nu eens tegendraads en laat die snelheid eens zakken en zoek een plekje op de rechterbaan. Kijk vooruit, maar ook wat schuin vooruit over het weiland en geef speciale aandacht aan de paaltjes en hekken. Oefening baart kunst, maar als je de kunst uiteindelijk beheerst zie je valken, buizerds en haviken en misschien nog wel andere rovers speuren over het weiland. Ze zitten er met een bepaalde statigheid. En elke keer huppelt mijn hart van vrolijkheid als ik er weer eens eentje zie zitten.
Zo mooi
Castellum op z'n kop
Actie
Actie
Op de bres voor natuur
In het magazine Grasduinen van januari kijkt natuurfotograaf Ruben Smit terug op 2010. Hoogtepunten wisselen zich af met dieptepunten. De column kun je hier lezen, hieronder staat een uitsnede. Het stuk spreekt voor zichzelf. Smit 'roept' op tot een burgerinitiatief en een protestactie op het Malieveld. Hij loopt mee en is zelfs eventueel bereid de actie te organiseren. Ik zal er zeker bij en en als Ruben Smit hulp nodig heeft, ben ik bereid te assisteren.
Wat mij betreft is het 5 voor 12 voor de natuur en is het tijd om het kabinet Rutte op dit vlak te stoppen. Natuur moet je niet proberen te sturen volgens de wetten van de economie. Wat eenmaal kapot is, valt vaak moeilijk te repareren. En geloof me, we hebben al heel veel natuur naar de klote geholpen.
Ik weet het, het is tegen de regels van de auteurswet in om het op deze manier te doen, maar ik kon de column van Smit niet ergens anders online vinden om daarnaar te linken.
In het magazine Grasduinen van januari kijkt natuurfotograaf Ruben Smit terug op 2010. Hoogtepunten wisselen zich af met dieptepunten. Hieronder staat een uitsnede van de column met een oproep van Smit die voor zichzelf en ieders verbeelding spreekt.
Het stuk spreekt voor zichzelf. Smit 'roept' op tot een burgerinitiatief en een protestactie op het Malieveld. Hij loopt mee en is zelfs eventueel bereid de actie te organiseren. Ik zal er zeker bij en en als Ruben Smit hulp nodig heeft, ben ik bereid te assisteren. Wat zou het mooi zijn: een vol Malieveld die Mark Rutte tot de natuurorde roept.
Wat mij betreft is het 5 voor 12 voor de natuur en is het tijd om het Kabinet Rutte op dit vlak te stoppen. Natuur moet je niet proberen te sturen volgens de wetten van de economie. Wat eenmaal kapot is, valt vaak moeilijk te repareren. En geloof me, we hebben al heel veel natuur naar de klote geholpen.