Genaaid
Of waarom stemmen onzin is
Ik wilde een column schrijven over de gemeentelijke en vooral Alphense politiek. Het lukte niet, of eigenlijk wel, maar dan zou ik de politici de grond in schrijven. Niets mis mee, maar ik had daar even geen zijn in. Waarom ook? Ze maken er een puinhoop van en dan zou ik ze nog aandacht geven ook. Dat gaan we dus even niet doen.
Kijk ik had het kunnen hebben over het feit dat je geen politici meer ziet in de straten of dat hun weblogs opdrogen en dat ze zijn verleerd te twitteren. De verkiezingen zijn voorbij en de burger heeft zijn belangrijke functie als stemmer verloren. Een vakje rood kleuren is een dankbare taak en een paar weken voel je je als kiezer belangrijk. Maar daarna? Alle winkelstraten heb ik door gelopen, maar niets. Niemand die mijn mening wilde weten. En over vier jaar mopperen ze weer dat politiek de burger geen reet interesseert. Bij mij gaat dat vast kloppen.
Zo had ik ook kunnen verhalen hoe Nico Jonker als grootste stemmentrekker in de gemeente Nieuwkoop er mee stopte. Hij mocht of kon geen wethouder meer worden en daarnaast kon zijn CDA wel wat verjonging gebruiken: weg was hij. Dat hij bovenaan de kieslijst stond als raadslid maakte hem niets uit. Zijn verweer zoals in het AD te lezen was: 'Je kiest op een lijst.'
In Alphen heb je dan nog de vlucht van Robert Blom. Met voorkeursstemmen gekozen, maar weggestemd in zijn VVD-fractie als wethouder. De gemeenteraad? Nee, daar had Robert geen zin in. Hij vond onderdak bij de gemeente Nederlek: daar wachtte het pluche op hem. En zijn Alphense kiezers? Tja, vul zelf maar in.
Of de nieuwe politieke partij Nieuw Elan. Lekker koketteren met oud-Tweede Kamerlid Gerard van As en na het tellen van de stemmen kiest de Nieuw Elanfractie een ander als fractievoorzitter. Wilde Van As niet? Of was hij slechts lijsttrekker om stemmen te trekken. Nee, die vier jaar maakt Van As niet vol: er komt vast iets heel belangrijks voorbij. Ik gooi der een fles wijn tegen aan.
De grootste stunt was natuurlijk de SP: de partij die vindt dat je naar de burgers moet luisteren. Wat een kul. De partij verloor twee zetels en de nummer drie op de lijst, Erika Westerweel-Bleeker werd met voorkeursstemmen gekozen. Exit dus voor de tweede man van de lijst, Ronald Pleij. De kiezer heeft gekozen, toch? Maar wat gebeurde: Westerweel stond, zoals dat netjes heet, haar zetel af aan Pleij. Een besluit dat vast genomen is onder zachte drang van het bestuur (ja, ik had hier politbureau moeten zeggen, maar dat is te gemakkelijk).
En de dames en heren politici maar volhouden dat ze altijd naar de burger luisteren. Zal best, maar toch zeker niet na deze verkiezingen. Dan kan ik gewoon beter over andere, leuke dingen schrijven. Seks of zo. Maar ook dan ben je weer zo terug bij de politiek. Is het geen geile staatssecretaris, dan zijn het wel kiezers die genaaid worden.
Nederlanders eerst
Waarom niemand Nederlands spreekt
Ik was zestien toen ik op 6 oktober in Den Helder uit de trein stapte, het station van Den Bosch was mijn opstapplaats. Mijn Brabantse tijd zat er op en mijn Noord-Hollandse tijd begon. Met agge mar leut het redde ik het daar niet en ook het Da ge bedankt zèt dè witte war riep alleen maar vragen op. Ik weet niet wat ze in Den Helder spraken, maar het was zeker geen Brabants, de taal van mijn jeugd. Je of jij: wat een kul, ik gebruikte gij. Maar een accent stond gelijk aan boer zijn, dus ik probeerde op mijn taal te letten. Langzaamaan sleet ook het Brabants uit mijn vocabulaire. Ik was Hollander geworden en slechts thuis in Brabant kwam het dialect weer terug.
Mijn dochter is net achttien geworden en heeft nog geen meter buiten Alphen aan den Rijn gewoond. Jawel, Zuid-Holland was mijn derde stop binnen Nederland. Al die jaren gaan we trouw naar Noord-Brabant voor familiebezoek. Mijn partner gaat natuurlijk ook mee. In hun uppie die kant op kunnen ze niet, ze zouden het niet redden daar, onmogelijk. Ze spreken de taal niet en begrijpen er geen snars van. Een cursus Brabants voor beginners hebben ze nooit gevolgd. Spanning levert een bezoek aan de zuidelijke streken altijd op. Onbewust schakel ik over op het dialect en begrijpen de lievelingen mij niet meer. Precies: ze voelen zich buiten gesloten. Eerlik woar. Daarnaast ben ik de godganse dag aan het vertalen voor mijn kleine achterban.
Na zoveel jaar ligt het Brabants in mijn ziel opgeslagen en openbaart het zich als het nodig is. Toegeven, op dit moment klinkt het Brabants voor mij ook als de taal van boerenpummels. Hoe dan ook, die taal blijft een deel van mijn leven. En als ik dan een moslima zie met traditionele kleding – uiteraard met hoofddoek en koffiebruine ogen – die een partij Brabants lult, lig ik in een deuk. Een mooier voorbeeld van integratie is er niet te vinden, het Brabants gaat dus nooit verloren. En geloof me, zo zijn er veel Noord-Afrikaanse mensen in Noord-Brabant die een aardig mondje plat proaten. En dat is geen kwats.
In de verkiezingstijd hoor je altijd maar weer het belang van Nederlands spreken. Iedereen begrijpt dat dit alleen verkiezingsretoriek kan zijn. Het Nederlands bestaat niet en ook de Haagse kliek beheerst vaak niet de Nederlandse taal. Je hebt de hardliners die de Nederlandse taal aanhangen, zoals Geert Wilders die zijn dialect openlijk laat horen en ook zijn politieke tegenstander Mark Rutte. Maar ook in Alphen proclameert Ruud Gebel van de VVD het Hollands als nationaal cultuurbezit. Overigens hangt ook de politieke linkerflank de Nederlandse taal aan, en toegeven, het is verdomde makkelijk. Maar wat is nu goed Nederlands? Luister naar Balkenende: je hoort hem wel, herkent de woorden en snapt er geen ruk van.
Jongeren begrijp ik trouwens ook niet, dus die kunnen best de politiek in. Soms hoor ik ze praten, herken ik de woorden los van elkaar en begrijp er geen ruk van. Ik zie ze typen op MSN en een leraar Nederlands zou, als hij dat zag, een flinke reanimatie nodig hebben. Maar – en dit is even belangrijk – die twee mensen die op MSN in een voor ons onbegrijpelijke taal communiceren, begrijpen elkaar wel. Handig hoor, begrip tussen taalgebruikers. Wat de jongeren mondeling uitkramen, mag je best zien als een moderne variant op het aloude dialect.
Maar goed, ik kan een pleidooi voor goed Nederlands spreken wel van harte ondersteunen. Ik ben ook de beroerdste niet en we wonen in Nederland tenslotte. Maar voordat we allochtonen gaan dwingen naar school te gaan, laten we dan eerst beginnen met Nederlands voor Nederlanders. Een strak plan voor de komende jaren, en een gat in de markt.
Vierkante ogen
Leve de verkiezingen
'Gaat het nog lief', zegt mijn wederhelft regelmatig als ik weer eens uren achter de computer zit. Vierkante ogen zit ik er te kweken. Dat heb je in verkiezingstijd. Soms dagelijks vullen de Alphense politici hun weblogs met de meest waanzinnige teksten. Vaak ook serieus hoor, dan gaat het over tieten en lekkere wijven. Onderwerpen die ik trouwens ook niet schuw. Iedereen zijn hobby tenslotte. En natuurlijk volg ik Twitter waar de politici met elkaar in discussie gaan. Politici zoeken het debat op, dat is algemeen bekend.
Te vaak gaan de wannabe-raadsleden in discussie met zichzelf en hun collega's. Maar goed: het is leuk te volgen (want dat doe je op Twitter, je volgt iemand) hoe een VVD'er probeert een PvdA'er te overtuigen. Persoonlijk denk ik dan: richt je juist op al die anderen. Maar mijn mentale boodschap komt niet aan, ik zend ook niks. Je moet mensen en zeker politici in hun waarde laten, ooit snappen ze wat ik bedoel. Kleine correctie: natuurlijk snappen de dames en heren politici wat ik bedoel, maar het gaat om het willen snappen. Zij debatteren om gelijk te krijgen, terwijl je zo juist de oplossing moet zoeken. Maar de starheid van de verschillende partijen staat vaak een goede oplossing in de weg.
Politiek in Nederland gaat gewoon om het vergelijk wie de langste pik heeft. Figuurlijk dan, voor ik mensen beledig. Niet over lange tenen dus. Al zijn die bij politici over het algemeen langer dan de pikkies en hier zijn de vrouwen geen uitzondering op. Ik is in de politiek belangrijker dan wij en als een politicus 'wij' zegt bedoelt hij maar een klein en select clubje. Misschien is de beste politicus wel diegene die je niet in de krantenkolommen en op allerlei internetfora tegenkomt. Die werkt voor, maar ook vooral mét mensen om oplossingen te zoeken. Ik leer hem of haar graag kennen.
Maar ik mag niet klagen en mopperen: wat de politici doen, doe ik dus niet. Geen zin in, daar ben ik eerlijk in. Ook niet voor die 1.200 euro die de raadsleden als vergoeding krijgen. Ik kijk vanaf de zijlijn toe en schrijf er soms over. Voor geen goud ga ik de gemeenteraad in. Al die betweters, wat moet je daarmee. En als ik ergens een hekel aan heb, is het aan compromissen sluiten. Ik bewandel liever wegen die anderen ooit ook zullen ontdekken. Al ben ik dan natuurlijk allang uit zicht verdwenen en zijn mijn sporen uitgewist. Maar ik heb respect voor degenen die wel al het politieke werk doen. Niks voor mij. Ieder z'n ding toch?
Maar tijdens zo'n verkiezingsperiode kruipen alle raadsleden ineens uit alle stoffige hoeken en gaten van het stadhuis en gaan ineens twitteren en bloggen. Tja, en dan wordt ik een junk van alles wat digitaal aangeboden wordt. Jaren is het stil en dan nu ineens een tsunami van bulderende meningen van Jan en alleman op de digitale kladblokken van het wereldwijde web. Het mooiste medium blijft Twitter en dan vooral tijdens de raadsvergaderingen. Meelezen wat de raadsleden elkaar toetwitteren. Want wat ze in het openbaar zeggen is één, die onderhandse discussie legt de waarheid op tafel. En daar heb ik best vierkante ogen voorover.
Weg met de kerk
En waarom kerken leeglopen
Ik heb het een beetje gehad met de kerk. Nee, niet omdat we in het Witte Weekblad geen kerkdiensten meer publiceren en heel gelovig Alphen over me heen duikelt. Dat valt trouwens heel erg mee. Geloven is trouwens wel hot in de stad. Even een kleine kerkupdate: Alphen heeft zo'n veertig verschillende kerkgemeenschappen die allemaal op hun eigen manier, volgens de zelfde Bijbelse normen en waarden in een en dezelfde God geloven. Zoek de verschillen, denk ik dan. Kun je op verschillende manieren in God geloven? Trouwens, we hebben in de stad ook twee moskeeën die, zij het volgens een ander boek, ook in die zelfde God geloven, al noemen ze Hem anders.
Ook grappig trouwens: we schrijven God met een hoofdletter, en als we naar Hem refereren met Hij, is dat ook met een hoofdletter. Zo is de Nederlandse spelling. Vreemd dat een minderheid van de Nederlandse bevolking zo'n grote invloed heeft, zelfs op de landelijke spelling. En dat voor een God waarvan nooit duidelijk is geworden of Hij bestaat. En laat ik het vooral niet hebben over de wet op Godslastering: want oh, oh, de gelovige teentjes zijn behoorlijk gevoelig. Maar er is geen wet die ongelovigen beschermt: Zij (en ik dus) moeten al dat gelovige gedoe en gepreek maar lijdzaam over ons heen laten komen: tot zelfs in de Tweede Kamer aan toe. En dan hebben we het nog steeds over een scheiding tussen kerk en staat. Ik zou eerder spreken over een goed huwelijk, met een flink aantal bastaardkinderen.
Maar goed: daar wou ik het helemaal niet over hebben. Eind januari was het een jaar geleden dat mijn moeder overleed. Naar goed katholiek gebruik vroeg mijn zus een dienst aan in de plaatselijke Sint Landolinuskerk in het Brabantse Empel: in carnavalstijd 't Slotgat. Kortom, ik charterde de Alphense tak van de familie en toog op zaterdagavond tijdens etenstijd naar mijn geboortedorp alwaar een pastoor zijn dienst routineus en zonder enige bezieling afdraaide. 'Welkom in de kerk', hoorde ik hem nog zeggen, en viel in slaap. Tijdens zo'n dienst schiet er ook van alles door je hoofd: de misdienaar was een meisje. Ik suggereer niets, maar dacht er wel even aan: Ierland en de Verenigde Staten.
Zoals altijd als ik weer eens 'thuis' ben, kijk ik rond naar bekenden. Het was rustig in de kerk en dankzij de kleinkinderen van mijn moeder was de gemiddelde leeftijd een stuk lager dan normaal. De vergrijzing had fors toegeslagen in de kerk en jongeren waren niet aanwezig. Nog tien jaar schatte ik en dan zou de laatste kerkganger horizontaal de kerk verlaten en kan de boel op slot. Dat jongeren niet verschijnen heeft onder andere te maken met de sufheid, dufheid en saaiheid van de voorganger. Aan de andere kant kan het dorp wel een uitgaansgelegenheid gebruiken en de kerk is daar ideaal voor. Ik denk nu even aan Paradiso, ook een voormalige kerk.
Als ik alle bij elkaar optel vind ik het wel gescheten. Vanaf nu zal ik zelfs de diensten ter ere van mijn ouders niet meer bijwonen: in ieder geval niet zolang deze goddelijke afgezant achter het altaar staat. Voor een enkele bruiloft en begrafenis strijk ik over mijn hart: uit respect voor die mensen en niet voor een prediker. Jammer dat zo'n ongetrouwde zieltjeswinner vergeet zieltjes te winnen en een dienst in de kerk leuk weet te maken. Hoe groot is het contrast met 'vroeger', de kerk puilde uit van mensen. En we hadden niet eens een krant nodig om te weten wanneer een kerkdienst was in ons dorp. Zaterdagavond 19.00 uur, en op zondag om 07.00, 09.00 uur en de hoogmis met het gemengde koor om 10.30 uur. En voor wie het was vergeten luidden de klokken een half uur van te voren. Net als in Alphen trouwens en dat verstoort behoorlijk mijn zondagsrust.
God fronste zijn wenkbrauwen
En de aarde beefde
Ik had er echt even zin in zo aan het begin van de verkiezingstijd. Gewoon even de programma's van de politieke partijen doornemen en er proppen voor het kampvuur van maken.
Verbranden dus.
Gewoon even lekker dwars zijn tegen die opgeblazen lijsttrekkers die eens in de vier jaar werkelijk alles beter weten. Ik weet het: ik klink nu zoals iedereen, maar misschien heeft iedereen wel gelijk.
Alleen zullen de politici wat anders beweren.
Zoals altijd.
Zij tegen wij.
Maar ik denk dat ik gelijk heb: ga maar de stad in en je struikelt over de plaatselijke politieke kopstukken die je allemaal een folder in de hand duwen en zeggen je belangen te willen vertegenwoordigen. Een stem op hen is geen verloren stem. Op die van een ander wel.
Ga zelf maar luisteren in de stad.
Maar tussen de verkiezingsperiodes door zie je ze nooit. Ik kan het weten want ik ken ze allemaal. Hooguit zie je er een bij de Hema, maar die moet dan gewoon wat kopen. Een ander deel zit in de kerk – of in een van de vele kerken die Alphen aan den Rijn rijk is -, maar dat weet ik dus niet. Ik kerk niet.
Kortom: ik had zin om brandhout te maken van alles wat ook maar riekte naar plaatselijke politiek. Want oh oh, wat zijn ze verschillend. Nou geloof me: de plaatselijke partijen lijken meer op elkaar dan ze u en mij doen geloven. Maar dat even terzijde.
Maar daar had ik dus zin in. Even onbereisd dwars en grof zijn en zo tegelijk het bezoekersaantal van de website omhoog krikken.
Twee vliegen in één klap.
En soms is het ook gewoon heerlijk om anderen de waarheid te zeggen: mijn waarheid dan.
Maar goed, ik zat een beetje te broeden en te verzinnen, zoals ik vaak doe. Welke woorden te gebruiken en te bepalen hoe grof ik deze keer eens zou typen. M'n cursor was vlijmscherp geslepen om al het gif via het toetsenbord op het scherm te krijgen.
Ik had er zin in.
Het was zo'n beetje op dat moment dat God zijn wenkbrauwen fronste en daardoor de aarde in Haïti even ongelooflijk beefde. De resultaten worden langzaamaan bekend. Tienduizenden doden en bijna de hele stad is verwoest. Ik kreeg weer even dat tsunamiegevoel. Totale verbijstering sloeg toe en een machteloos gevoel golfde door mijn lijf. Met zeven op de schaal van Richter stond ik weer op de grond.
Alles wat ik wilde, gebeurde niet meer. Geen vlammend betoog meer tegen de lokale politici. Mijn stem verstomde. Stilte in mijn hoofd had de overhand gekregen. Daarna begon het piekeren: was ik niet ooit in die stad geweest.
Nee, kwam ik na enig denkwerk achter. Wel in het buurland de Dominicaanse republiek. Hemelsbreed niet ver van Port au Prince.
Daarna dacht ik verder: aan de verkiezingen, Geert Wilders passeerde even in mijn hoofd net zoals de belachelijke waanzin waarin dit land momenteel verkeert.
Het stelt allemaal niks voor.
Ik telde mijn zegeningen, mijn leven en degenen met wie ik dit leven deel. Laat ik me daar maar mee bezig houden.
Voor je het weet, beeft het in Nederland ook.
Je weet namelijk nooit wanneer God weer zijn wenkbrauwen fronst.
Sorry
Of hoe je gek wordt van dames in lingerie
Mijn collega's vinden dat ik me de laatste tijd te veel bezig houd met de seksuele interactie tussen man en vrouw. Tsja, ik zal niet ontkennen dat ik een liefhebber ben van het spelletje, maar ik vind dat de – overigens zeer gewaardeerde collega's – overdrijven. Daarnaast worden de hormonen die mijn lusten moeten opwekken in de winterperiode altijd extra gemotiveerd. Hé, buiten mijn schuld hè. Tuurlijk Fred, valt dat niet in de categorie aflullen (passend woord trouwens bij dit onderwerp)? Ik hoor het u denken. Nee, ik verzin geen smoesjes, waarom zou ik trouwens. De mens is slechts op aarde om zich te voortplanten, de rest is bijzaak. Al denken veel mensen daar anders over en houden zij zich vooral bezig met het graaien naar de verschillende euro's en dollars die in omloop zijn. Kwestie van prioriteiten stellen, denk ik dan, en een stuk minder concurrentie.
Ik kan bijvoorbeeld ook een column schrijven over zakenmensen die zich aanmelden bij een politieke partij en daar allemaal dingen gaan verzinnen en doen. Ze praten dan bijvoorbeeld over crowdsourcing. Ah, ik zie de vraagtekens al verschijnen. Wel even bijblijven mensen: crowdsourcing is allereerst een modern woord, vandaar in het Engels en het behelst niks meer dan een beetje rondvragen wat iemand van iets vindt. In die moderne situatie komt het dan voor dat een partijlid in de stad loopt en vraagt aan een willekeurige voorbijganger: 'Wat vind jij van moskeeën?' Zo'n voorbijganger kan dan zijn mening ventileren en roepen dat er nog wel een moskeetje bij kan.
Het partijlid zorgt dan dat dit punt op de agenda van de gemeenteraad komt en als de ambtelijke molens niet zo sloom zouden draaien, zou de nieuwe moskee er in een vloek en zucht kunnen staan. Dat is dus een mooie manier van politiek bedrijven, dicht (of close als je modern wilt zijn) bij de burger. Lastiger wordt het als een andere, volkomen willekeurige, burger zegt dat we wel met een moskeetje of twee minder af kunnen. Hupsakee, en afbreken die zooi maar weer. Goed voor de werkgelegenheid. Je kunt de term crowdsourcing volgens mij vertalen als jojo-politiek. Dat klinkt leuker, denk ik dan, en is in ieder geval Nederlands.
Geef toe: dan is de seksuele interactie tussen mensen toch een mooier onderwerp? En tijdens deze periode is die stimulans tot voortplanten (ja, ja, ik houd het netjes) in ruime mate aanwezig. Neem nu als voorbeeld het Witte Weekblad, of voor mijn part een ander blaadje, en blader eens rustig langs de advertenties. Geloof me mannen: er zijn zeker drie tot vier van die advertenties waarnaar je ogen automatisch worden getrokken. Wat zeg ik: elke abri is ook al voorzien van een poster met daarop een wulpse dame met aan haar lijf een lingeriesetje van een exclusief merk dat nauwelijks iets te raden overlaat. Zelfs een winkel als C&A – veul voor weinig – doet er aan mee. En de vrouwen zien er niks goedkoper uit hoor. Zo'n setje draag je als vrouw toch maar kort, vermoed ik.
De marketingwereld heeft zo onderhand de kersttijd heeft uitgeroepen tot nationale maak-de-mannen-gek-periode. Tegen zoveel naaktheid is geen hetero of lesbienne bestand. Ik ga er even gemakshalve van uit dat homoseksuele mannen niet op vrouwen vallen. En mannen in een setje van Marlies Dekkers ben ik nog niet tegen gekomen, op een poster dan. En anderszins trouwens ook niet. Dus lieve mensen: ik kan er dus niets aan doen. Ik heb die hormonen nu eenmaal en op dit moment krijgen die prikkel op prikkel. Dus als het iemand stoort: sorry. Nog een week dan zijn al die posters weg en is het weer een jaar rustig. Nou ja, in ieder geval totdat de posters met dames in bikini op de abri's verschijnen.
Hé, vuurwerk
Of waarom Kerstmis onzin is
De tafel was gedekt, beneden in het restaurant van het hotel. Allemaal keurig verzorgd. Werken hoefden we niet deze Kerstmis en dus hadden we alle tijd voor het kerstdiner. En om maar weer eens terug te denken aan Toon Hermans: we schoven aan, aan het buffet. Het was ergens in de jaren negentig en het leven lachte ons toe.
Het eiland Sicilië en preciezer, we verbleven in Hotel Sigonella Inn. Daar werkten Italianen die net zo spraken als de Italianen in van die goedkope televisieseries. Maar we hadden het er naar onze zin, meestal wel tenminste. Het hotel had een goede bar, redelijk restaurant en - onze favoriet - ook een bar in het zwembad. Zomers was het verblijf daar, we verbleven er telkens een maand, prima. We werkten, aten vooral veel pasta en maakten het nodige plezier. Dat eerste, werken, deden we vrij weinig. Maar niemand klaagde. Overigens was het er in de altijd milde winters ook goed toeven. Alleen zwemmen kon dan niet.
Nee, dat had de marine goed voor elkaar. Het hotel was de uitvalsbasis van de patrouillevliegtuigen van de marine. In de laars van Italië, er zijn slechtere plekken op aarde. Wij waren daar vanwege de operatie Sharp Guard. Nederland leverde de Verenigde Naties twee vliegtuigen inclusief bemanning en onderhoudspersoneel. Overigens was die plek niet zomaar gekozen. Het hotel lag tegen de Amerikaanse marinebasis aan met een groot vliegveld. Het zonnige zat er gewoon gratis en voor niks bij. Dat hadden die Amerikanen goed bekeken. En ook die Italianen natuurlijk om het hotel tegen de marinebasis aan te zetten.
Hemelsbreed een klein uurtje vliegen vanaf ons paradijs vlogen de kogels door de lucht en stierven mensen omdat anderen op hun schoten, of omdat de mijn waarop ze stapten ontplofte of gewoon omdat iemand vond dat ze dood moesten. De oorlog in voormalig Joegoslavië was een gruwelijke. Een oorlog die nu zoveel jaren later nog steeds door ettert. Maar ook een oorlog waar de wereld weinig weet van had. Zelfs bij ons die (ahum) midden in de oorlog zaten. Ook wij hadden amper weet van al die gruwelijkheden die er gebeurden. Eigenlijk ging het meeste gewoon aan ons voorbij.
Wat wij deden was patrouilleren op de Adriatische Zee om de scheepvaart te controleren. Het zeegebied was ingedeeld een een noordelijk en zuidelijk gebied. In het noorden was het rustig omdat de schepen daar bijna nooit meer kwamen. Wel zat je wat dichterbij het land, de contouren ervan waren vaak zichtbaar. Als het donker was zag ik vaak de strepen van lichtspoormunitie. Als je rationeel denkt, weet je dat aan het eind ervan doden vallen, of op zijn minst gewonden. Emotioneel drong die gedachte nooit echt goed door. Ik probeerde het me voor te stellen, maar ik heb geen weet wat er gebeurt als kogels lichamen doorboren en de ogen van mensen zich plotseling en definitief sluiten. Hé, weer vuurwerk, dacht ik wel eens, terwijl mijn ogen het schouwspel van veilige afstand bekeken.
Na elke vlucht keerden we terug naar de basis en ons hotel. Daar wachtte een biertje of wat anders. De vlucht werd kort doorgesproken en iedereen ging over tot de orde van de dag. En met Kerstmis? Ja, dan was er een kerstdiner met alles erop en aan. Te veel eten en te veel wijn. Maar hé, het is maar een keer per jaar Kerstmis. Vaak waren er ook brieven geschreven door bezorgde burgers en naar het leger gestuurd. Omdat wij aan een VN-operatie deelnamen kwam een klein deel ervan bij ons terecht. Ze steunden ons, lazen wij en dachten aan ons en hoopten dat we veilig zouden terugkeren. Een farce, meer kon ik er niet van maken. Je had ons moeten zien zitten: oorlog voeren met alle luxe. Die brieven en kaarten waren voor soldaten in het veld die in veel moeilijkere omstandigheden hun werk moesten uitvoeren. Zij zagen de levenden sterven.
Kerstmis. Ik weet het niet. Maar het is wel een moment dat ik me zwaarmoedig voel en vaak aan bovenstaande terugdenk. Vrede op aarde, zo nietszeggend en zo niet waar. En toch houden we ons ermee voor de gek. Je zou iemand die dat zegt dit jaar simpelweg kunnen doodschieten. Met lichtspoormunitie want dan kunnen anderen ervan genieten. Hé, vuurwerk, denken ze dan vast.
Criminele neigingen
En hoe goed computers niet werken
Ik weet het: het mag niet en je kunt er zo vreselijk mee in de problemen komen. Ik doel even op doodwensen, vervloeken en de ongelooflijke neiging die ik heb om op verschillende plekken binnen het bedrijf bommen te leggen. Bommen die de boel eens goed wakker schudden op een werkelijk explosieve manier.
Vroeger was het allemaal makkelijker. Toen waren de boten van hout en de mannen nog van keihard staal. Van vrouwen aan boord had je ook geen last, en er was geen politicus die erom vroeg. Functioneerde je niet dan was kielhalen je deel. Op de mast, touw eromheen, springen en met een beetje geluk werd je aan de andere kant van het schip weer levend uit het water getrokken. Of niet natuurlijk. Dan restte slechts het zeemansgraf: een, twee, drie, in Godsnaam, en plons, daar ging je. Haaienvoer.
Daar hadden ze geen vinger-aan-de-pols-gesprekken voor nodig en beoordelen moest men nog uitvinden. Maakten ze een foutje, ach pech. Ook toen was werk een groot goed: voor jou tien anderen. Het leven was simpel. Men gebruikte liever de botte bijl, dan helemaal geen bijl. Bot of niet, je kunt er mee hakken. Jammer van de spaanders, maar meer ook niet. Klinkt het alsof ik boos ben? Of op z'n minst geïrriteerd? Goed zo, want ik ben boos, woest eigenlijk. Zo woest dat moordneigingen opborrelen. Maar laat ik me inhouden en niet het bovenstaande driemaal in het kwadraat te herhalen.
Wij hebben op de zaak een netwerk. Ja, u voelt het vast al. Het lijkt wel of de netwerkuitvinders van die jongetjes zijn geweest die vroeger tot op het bot gepest zijn en nu wraak nemen op de hele wereld. Mijn baas heeft zich dus zo'n netwerk laten aansmeren. Het voordeel van ons netwerk is, dat waar je ook bent je kunt inloggen op je account. Wie meer voordelen verwacht te horen, kan nu stoppen met lezen. Dat was het namelijk. Het systeem is traag, dat als eerste negatieve punt. Overigens zie ik daar weer een voordeel. Na een half uur typen richt ik altijd even mijn hoofd op om te kijken wat ik allemaal heb verzonnen. Normaal stond alles al op het beeldscherm. Nu zie ik het letter voor letter verschijnen door de traagheid van het systeem en kan ik dus rustig meelezen. Of zou het zomaar kunnen dat de computer langzamer is dan mijn persoontje? En ik dus sneller.
Het meest geweldige van dit systeem is dat je er regelmatig uitgedonderd wordt. All systems black en maar weer opnieuw het netwerk starten. Daar heb je echt zin in als je loeidruk bent. Het mooiste is wel dat je dan soms niet meer kunt inloggen. Het systeem vertelt dan doodleuk dat alle licenties zijn vergeven. Als je dan de ICT'er belt weet die niets meer te melden dan afwachten en hopen dat iemand uitlogt. Yeah right. Dus een netwerk met te weinig licenties. Beter kan ik het niet verzinnen.
U begrijpt nu ook dat ik allang klaar ben met typen en geduldig wacht, terwijl het stoom uit mijn oren komt, totdat alle letters op het beeldscherm staan. Geduld is een schone zaak. Zeker achter onze computers.
Ook verschenen op de website van het Witte Weekblad

