Fred van Rooij | woord & beeld

Houdoe war

Of waarom dat niet verstandig was te zeggen

Geen reacties

Of waarom dat niet verstandig was te zeggen
Houdoe war
Kan een mens roder worden? Nee, kan een kind dat in de vierde klas (nu groep 6) zit nog roder worden? Ik weet het niet, ik weet wel dat het zweet me over mijn hele lijf uitbrak en mijn knieën nog harder knikten dan ooit te voor. Ik was al stiknerveus alvorens te kloppen op de deur van klas 6 (groep 8), en naar binnen te gaan om iets te geven aan het hoofd van de school, maar toen hij me terugriep, wilde ik dat ik nooit was geboren. Al die grote jongens, zeker dertig, genoten van het standje dat ik kreeg. Goedbedoeld misschien en met een opvoedkundige gedachte, maar ik voelde het toch anders. Het voelde als doodgaan. Langzaam doodgaan.
Het gaat over melk, schoolmelk om precies te zijn. En nu ik er zoveel later over nadenk, weet ik niet meer waar we toen melk uit dronken. Op school dan, thuis hadden we gewoon flessen die alleen moeders met een gedegen moederopleiding veilig en zonder morsen open kregen. Maar op school? Kleine pakken of van die plastic bekers? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik gok op kleine pakken, maar dat is het: een gok, meer niet.
Maar om vroeger schoolmelk te krijgen moest je een melkkaart inleveren op school en dan was je voor een bepaalde periode voorzien van de witte motor. Die kaart kocht je bij de melkboer die in ons dorp Wim heette. Je moeder vulde de kaart in en het kind nam de kaart mee naar school en dat was het. Retesimpel eigenlijk. Zolang je moeder niet die melkkaarten vergat te kopen. En dat gebeurde dus.
Ik weet niet meer op welke dag je die kaart moest inleveren en herinner me ook niks over de geldigheid ervan, maar geen kaart, dan ook geen melk. Toen was de economie minder belangrijk dan nu, maar er moest natuurlijk wel voor iedereen brood op de plank komen. Ik overhandigde de kaart aan mijn meester. Voor alle duidelijkheid: na de uiterste datum. Schijnbaar had de meester de zooi al ingeleverd bij het hoofd van de school, maar was het allemaal nog niet op de bus gegaan. Of hoe dat dan ook werkte. 'Breng de kaart maar even naar meester De Grauw', was de aankondiging van een van mijn gruwelijkste nachtmerries. Met lood in mijn schoenen en bibberende knieën toog ik naar klas 6 waar meester De Grauw doceerde. 
Ik klopte en ging na een 'kom binnen' de klas in en gaf mijn kaart aan de beste man. Het viel allemaal mee, hij was vriendelijk en zei dat het nog wel ging lukken met de melk. Ik zal vast wel iets gezegd hebben, keerde om en sjokte de klas uit en riep – harder dan bedoeld – 'houdoe war'.  Toen begon de nachtmerrie echt. 'Kom eens terug', zei de stem die opeens erg streng klonk. Hij las me de les over dialect en Nederlands en dat een 'houdoe war' toch echt uit den boze was. Ik kon slechts knikken en probeerde me staande te houden. Ik trilde zowat door de betonnen vloer. 
Geen 'houdoe war', zei hij, maar het was beter om 'dag meester' of 'dag meneer' te zeggen. En zeker 60 ogen keken me – vast grijnzend – aan. Ze zagen mijn rode kop en het zweet dat in het rond spoot. Ach, hij bedoelde het goed, het kwam alleen niet helemaal over. Ik was blij dat ik mocht gaan en met een 'dag meester' sloop ik de klas uit. 
Kan een mens roder worden? Nee, kan een kind dat in de vierde klas (nu groep 6) zit nog roder worden? Ik weet het niet, ik weet wel dat het zweet me over mijn hele lijf uitbrak en mijn knieën nog harder knikten dan ooit te voor. Ik was al stiknerveus alvorens te kloppen op de deur van klas 6 (groep 8), en naar binnen te gaan om iets te geven aan het hoofd van de school, maar toen hij me terugriep, wilde ik dat ik nooit was geboren. Al die grote jongens, zeker dertig, genoten van het standje dat ik kreeg. Goedbedoeld misschien en met een opvoedkundige gedachte, maar ik voelde het toch anders. Het voelde als doodgaan. Langzaam doodgaan.

Written by Fred

Zaterdag 03 September 2011 at 10:09 pm

Posted in Columns

Speelplaatsblues

Het leven gaat altijd door

Geen reacties

 Ze hebben de kettingen en dus de zitting van de schommel over de lat van de slingerapparaat gegooid zodat het zitplankje hoog hangt. Dat levert de jongens de benodigde ruimte om een balletje te trappen op het speelplaatsje. Voetballen doen de jongens er altijd al. Alleen is de ruimte die nu beschikbaar is, minder dan vroeger. Vooral de schommel is een gruwel in het oog van de voetballer.

Veel stelt het speelplaatsje aan de Javastraat niet voor. Een ronddraaiding, rekstokken en een schommel. Eronder liggen donkerrode tegels van rubber. De rest is betegeld met inspiratieloze, grijze tegels. Twee bruine banken en twee vuilnisbakken maken het plaatje compleet. De speelplaats is ingeklemd tussen de achterzijde van de Willemstraat en de flats aan de Frederik Hendrikstraat. Oude flats en nog oudere huizen.

Speelplaatsblues
Ze hebben de kettingen en dus de zitting van de schommel over de lat van de slingerapparaat gegooid zodat het zitplankje hoog hangt. Dat levert de jongens de benodigde ruimte om een balletje te trappen op het speelplaatsje. Voetballen doen de jongens er altijd al. Alleen is de ruimte die nu beschikbaar is, minder dan vroeger. Vooral de schommel is een gruwel in het oog van de voetballer.
Veel stelt het speelplaatsje aan de Javastraat niet voor. Een ronddraaiding, rekstokken en een schommel. Eronder liggen donkerrode tegels van rubber. De rest is betegeld met inspiratieloze, grijze tegels. Twee bruine banken en twee vuilnisbakken maken het plaatje compleet. De speelplaats is ingeklemd tussen de achterzijde van de Willemstraat en de flats aan de Frederik Hendrikstraat. Oude flats en nog oudere huizen.
Als de avond valt, maken de peuters en kleuters plaats voor de pubers. Zij voetballen, hangen en versieren meisjes. Menig eerste kusje is daar gegeven. Ogen dicht, tongen. Als ook de pubers slapen, zijn het de jongeren die hangen, een pilsje drinken en ook weer weggaan. Vermoed ik tenminste, want als ik in de vroege ochtend naar mijn auto loop, is het er altijd stil. Soms staat er nog een leeg flesje bier als stille getuige. Mogelijk wordt er ook de liefde bedreven, al kan ik me dat niet voorstellen met zoveel balkons om je heen.
Vroeger zat ik ook wel eens op die banken als mijn kinderen daar speelden. Je zat (en zit) er prima, pilsje erbij, buurvrouw. Het was (en is) ook een ideale hangplek voor ouders: een praatje en een vette roddel. En ook dat is, denk ik, niet veranderd. Ik kan het niet met zekerheid zeggen, want mijn kinderen hangen al jaren niet meer in de speeltuin rond en als ik sommige moeders van nu hoor praten versta ik niet alles. Maar roddelen is natuurlijk wel van alle nationaliteiten.
In de meer dan 20 jaar dat ik nu in deze buurt woon, is er weinig veranderd. Misschien is de huidskleur wat donkerder geworden en dragen meer meiden een hoofddoek. Maar de jongste kinderen zien de gewoontes van de ouderen in de speeltuin en nemen deze moeiteloos over. Het leven in de speeltuin lijkt op een eindeloze golfbeweging die nooit tot stilstand komt en elke keer weer opnieuw begint, met nieuwe, jonge kinderen en verse ouders. Kinderen spelen en al snel komt de bal erbij: voetbal, want dat is de rode draad van het speeltuintje. En met mijn kennersoog durf ik te stellen dat nationaliteit niks uitmaakt. Misschien zijn de jongens van Marokkaanse of Turkse komaf  iets vaardiger met de bal dan de jonge Hollandse kaaskop. Al moet ik toegeven dat ik niet de beste voetbalkenner ben.

Written by Fred

Dinsdag 23 Augustus 2011 at 5:28 pm

Posted in Columns

Vakantiebytes

Handig een telefoon

Geen reacties

Vakantiebytes
'Zit 'ie weer met z'n telefoon te spelen.' Woorden van mijn lief die soms (vaak) (grote) moeite heeft met de liefde die ik vertoon voor mijn iPhone. Voor mij is het apparaat een uitkomst. Ik Twitter, Facebook, Foursquare, WhatsApp, LinkedIn, plan mijn treinreizen, navigeer ermee als ik rij, en zoek waar ik in de buurt het goedkoopst kan tanken. En nog veel meer. Daarnaast bel ik er mee en verstuur ook nog al eens een sms'je. Bijna altijd aan mijn liefje trouwens, maar daar hoor je haar dan niet over. Het verdomd handige apparaat voorziet mij in mijn informatiebehoefte en inderdaad, soms bij het dwangmatige af.
 
Naast mijn liefde voor de telefoon, heb ik ook een grote liefde voor het kamperen in een tent. Nee, geen sleurhut, want dat is een huis op wielen. Deze liefde deelt mijn lief gelukkig. Dus togen we dit jaar weer drie weken naar Drenthe om daar te genieten van het bos en alles wat erin leeft. Op de camping breng ik wat minder tijd door met de telefoon en wat meer met lief. We zitten, lezen de krant - jawel allebei onze eigen krant, wij hebben vakantiebonnen en dus kom ik nog gemakkelijk aan mijn informatie - en genieten vooral. Alle elektronische apps laat ik voor wat ze zijn. Daarnaast zaten we op die ene plek in Drenthe waar mijn provider nagenoeg geen ontvangst had. Dus de telefoonstilte was ook enigszins noodgedwongen.
 
Na jaren van puffen, zweten en bijna verplicht aan de plas liggen, verliep de vakantie dit jaar minstens zo nat, al kwam het water deze keer voornamelijk uit de lucht. De temperatuur was ook niet om over naar huis te schrijven. Het zonnetje op de ansichtkaart deed daarom ook belachelijk aan en de thuisblijvers wisten wel beter. Nederland zuchtte onder wateroverlast en de kou. En wij sloegen ons er dapper doorheen. Wij zijn tenslotte echte kampeerders.
 
Het waren soms ook van die dagen dat mijn lief belangstellend vroeg wat de Buienradar allemaal liet zien. Konden we tussen de buien door even op de fiets naar Dwingeloo, of was de auto een betere keus? Ook de site van het KNMI raakte door ons overbelast. Al was er één probleem: de ontvangst, (vaak) minimaal. Tergend langzaam stroomde de weersinformatie mijn iPhone binnen, met ons twee turend vol verwachting naar het schermpje. Maar voor eens geen gezeur over het feit dat ik met mijn telefoon zat te spelen. Ze snapte nu dat het bittere noodzaak was
'Zit 'ie weer met z'n telefoon te spelen.' Woorden van mijn lief die soms (vaak) (grote) moeite heeft met de liefde die ik vertoon voor mijn iPhone. Voor mij is het apparaat een uitkomst. Ik Twitter, Facebook, Foursquare, WhatsApp, LinkedIn, plan mijn treinreizen, navigeer ermee als ik rij, en zoek waar ik in de buurt het goedkoopst kan tanken. En nog veel meer. Daarnaast bel ik er mee en verstuur ook nog al eens een sms'je. Bijna altijd aan mijn liefje trouwens, maar daar hoor je haar dan niet over. Het verdomd handige apparaat voorziet mij in mijn informatiebehoefte en inderdaad, soms bij het dwangmatige af.

Written by Fred

Dinsdag 09 Augustus 2011 at 10:18 pm

Posted in Columns

Leve de buitenzwembaden

Zon, water en ijs

Geen reacties

Het blauwe water straalt je tegemoet. Maar dat Caraïbische blauwe water is niet echt blauw, dat is de ondergrond van het zwembad wel. De zijkanten trouwens ook. Vrolijk blauw, het geeft direct een fijn gevoel, en dat wil je in een zwembad. De ondergrond van het bassin bestaat niet uit tegels maar een soort beton, ruw en onmogelijk om op uit te glijden. Er zijn drie baden: het pierenbadje, in Hazerswoude-Dorp apenbad genoemd, het ondiepe bad voor de zwemdiplomalozen en het grote bad, met in het midden een lijn dat de scheiding tussen diep en ondiep aangeeft. Oftewel, hier duiken en daar niet. Voor de prille liefdes en ouders zijn er twee ligweiden, een kleintje en een grote waar ook gesport kan worden. Langs de kant, in het winkeltje en achter de kassa staan en zitten mensen op leeftijd met op hun shirt het woord 'vrijwilliger'. Zij zijn de drijvende krachten achter dit zwembad dat ondanks de barre economische tijden nog steeds bestaat.
Zwembad De Hazelaar is Hazerswoude-Dorp is nog een ouderwets buitenzwembad, waarvan je er nog maar weinig ziet tegenwoordig. Wie herinnert zich zwembad De Hoorn, het oude buitenbad aan de Van Foreestlaan in Alphen aan den Rijn nog? Inderdaad met Joel Kaltenecker als badmeester. De man in het in het witte pakje die als een generaal met een fluitje (met erwt) de menigte zwemmers in het gareel moest houden. De Hoorn was een mooi zwembad met een grote ligweide en mooie baden, en eigenlijk altijd druk. Met mooi weer dan, met slecht weer is er geen ruk aan. Een echte Kaltenecker is er niet in Hazerswoude-Dorp. Geen hoge stoel met een fluitende commandant, maar gezellige dames die vanaf de kant de boel in de gaten houden en soms een pleister plakken terwijl ze weten dat die pleister in een mum van tijd loslaat in het water. Maar ach, een pleister helpt tegen de pijn. 
In het oude De Hoorn, of nu nog steeds in De Hazelaar, was (is) het mogelijk je een hele dag te vermaken. Met een lekker weertje leg je je spullen neer en geniet van wat er te genieten valt: zwemmen, spelen, friet en natuurlijk ijs. Een echt dagje uit. Even naar het nieuwe De Hoorn (hoelang staat dit zwembad er alweer?) is anders. Dat is geen dagje uit, maat gewoon even 'gaan zwemmen'. Het voelt er snel vol, alles gaat snel, vooral het water, en binnen is bedompt. Toegeven, de glijbaan is leuk net als de draaikolk, maar dat heb je na een uur ook wel gezien. In het recreatiebad is verder gewoon te weinig ruimte om te klooien, voor kinderen dan. Ik ben liever lui dan moe, laat mij maar rusten. Liefst op een heerlijk grasveld. 
Ach, u kent me, ik vind vooruitgang niet altijd een vooruitgang. Dus kom op, terug met die ouderwetse openluchtzwembaden. En in de winter? Simpel, schaatsen. Maar dan wel op echt ijs natuurlijk. 

Het blauwe water straalt je tegemoet. Maar dat Caraïbische blauwe water is niet echt blauw, dat is de ondergrond van het zwembad wel. De zijkanten trouwens ook. Vrolijk blauw, het geeft direct een fijn gevoel, en dat wil je in een zwembad. De ondergrond van het bassin bestaat niet uit tegels maar een soort beton, ruw en onmogelijk om op uit te glijden. Er zijn drie baden: het pierenbadje, in Hazerswoude-Dorp apenbad genoemd, het ondiepe bad voor de zwemdiplomalozen en het grote bad, met in het midden een lijn dat de scheiding tussen diep en ondiep aangeeft. Oftewel, hier duiken en daar niet. Voor de prille liefdes en ouders zijn er twee ligweiden, een kleintje en een grote waar ook gesport kan worden. Langs de kant, in het winkeltje en achter de kassa staan en zitten mensen op leeftijd met op hun shirt het woord 'vrijwilliger'. Zij zijn de drijvende krachten achter dit zwembad dat ondanks de barre economische tijden nog steeds bestaat. 

Zwembad De Hazelaar is Hazerswoude-Dorp is nog een ouderwets buitenzwembad, waarvan je er nog maar weinig ziet tegenwoordig. Wie herinnert zich zwembad De Hoorn, het oude buitenbad aan de Van Foreestlaan in Alphen aan den Rijn nog? Inderdaad met Joel Kaltenecker als badmeester. De man in het in het witte pakje die als een generaal met een fluitje (met erwt) de menigte zwemmers in het gareel moest houden. De Hoorn was een mooi zwembad met een grote ligweide en mooie baden, en eigenlijk altijd druk. Met mooi weer dan, met slecht weer is er geen ruk aan. Een echte Kaltenecker is er niet in Hazerswoude-Dorp. Geen hoge stoel met een fluitende commandant, maar gezellige dames die vanaf de kant de boel in de gaten houden en soms een pleister plakken terwijl ze weten dat die pleister in een mum van tijd loslaat in het water. Maar ach, een pleister helpt tegen de pijn. 

In het oude De Hoorn, of nu nog steeds in De Hazelaar, was (is) het mogelijk je een hele dag te vermaken. Met een lekker weertje leg je je spullen neer en geniet van wat er te genieten valt: zwemmen, spelen, friet en natuurlijk ijs. Een echt dagje uit. Even naar het nieuwe De Hoorn (hoelang staat dit zwembad er alweer?) is anders. Dat is geen dagje uit, maat gewoon even 'gaan zwemmen'. Het voelt er snel vol, alles gaat snel, vooral het water, en binnen is het bedompt. Toegeven, de glijbaan is leuk net als de draaikolk, maar dat heb je na een uur ook wel gezien. In het recreatiebad is verder gewoon te weinig ruimte om te klooien, voor kinderen dan. Ik ben liever lui dan moe, laat mij maar rusten. Liefst op een heerlijk grasveld. 

Ach, u kent me, ik vind vooruitgang niet altijd een vooruitgang. Dus kom op, terug met die ouderwetse openluchtzwembaden. En in de winter? Simpel, schaatsen. Maar dan wel op echt ijs natuurlijk.

Written by Fred

Dinsdag 07 Juni 2011 at 11:02 pm

Posted in Columns

Zuipen tot je nek kraakt

Meer kroegen in het dorp

Geen reacties

Zuipen tot je nek kraakt
De voorzitter van de Alphense ondernemingsvereniging VOA, John Vermeer, en ik hebben weinig tot niets gemeen. Hij is een groot ondernemer en ik maar een kleintje. Hij moet rechts georiënteerd zijn en ik volgens de geldende normen voor journalisten links. Ik weet niet of mijn geitenwollensokken daar iets aan toevoegen. Maar goed, verschillen moeten er zijn, anders zou het maar een saai wereldje worden.
Maar laatst las ik wat tweets van John Vermeer op Twitter naar aanleiding van het debatcafé Op het Dorp, waar ik had verzuimd om naar toe te gaan. Ik was het helemaal met hem eens. Het onderwerp was het al jaren troosteloze Thorbeckeplein, want volgens mij is het daar nog nooit gezellig geweest. Het plein en de omgeving ondergaan de komende jaren een grondige verbouwing. Zo moet er een Cultuurhuis komen waarin de bibliotheek, de muziekschool en het altijd bruisende streekarchief een plekje kunnen vinden. Dure grond, voor die clubs, vindt Vermeer en misschien heeft hij een punt. Dus op dat vlak zouden onze meningen eender kunnen zijn. Maar er was meer.
Nu was ook Ank de groot, fractievoorzitter van de politieke partij Alphen Een, bij het debatcafé. Zij ziet ook niets in een duur Cultuurhuis, maar zou wel graag een oudheidskamer zien in het oude nutsgebouw dat straks vrij staat op het plein. Toegeven, het is een prachtig gebouw waarin een publieke functie prima zou passen. Maar een oudheidskamer? In dat geval is het misschien slim om de omliggende straten strak te asfalteren zodat de rollatorrijders straks veilig die oude meuk kunnen aanschouwen. Ik zie het nu al bruisen op het Thorbeckeplein.
Gelukkig is de VOA-voorzitter het hier grondig met me eens, zeker getuige zijn tweets die geen spaan heel lieten van het plan van de politicus. Hij vergeleek het optreden van De groot met een optreden in het aloude leutprogramma Koffietijd. Op dat moment was ik blij dat ik niet gegaan was. Gekscherend stelde hij voor om op het plein een hoelahoepveldje aan te leggen. Ik zie het al voor me. De bijdrage van De Groot werd door hem afgedaan als heel veel onzin in korte tijd. Kortom, de oudheidskamer is niet de oplossing voor een bruisend centrum. Ik was het volledig eens met een groot ondernemer, en dat mag best uniek genoemd worden.
Nu zie ik ook niets in de plannen van veel ondernemers en reclamemakers om de boel maar vol te plempen met winkels en elke zondag koopzondag te houden. Want heren, winkelen is niet gezellig en zal het nooit worden. Ik zie jullie trouwens vaak genoeg achter vrouwlief aan strompelen, shopje in en winkeltje uit. Tasje links en rechts hangt ook wat en als je maar lief achter haar aan blijft huppelen, krijg je misschien ergens een pilsje. En dat wordt met nog meer winkels dus nog erger.
Maar goed er is een oplossing en die heb ik nog nergens gehoord. Drank, zuipen, feesten: kroegen dus. Een heel Thorbeckeplein vol met kleine kroegjes, muziekcafés, restaurantjes (ja liefst ook enkele vegetarische) en natuurlijk staat het plein vol met terrassen, zonder terrasverwarmer, want ik ben natuurlijk wel links. Daar kan de Alphenaar zich laven aan het waarlijk goede leven dat we hier in Alphen aan den Rijn hebben. We kunnen van dat plein het echte hart van de stad maken. En weet je, misschien wordt het dan met dat carnaval in Alphen ook eens wat.
Overigens is Ank de Groot nu boos op John Vermeer en heeft daarover een stukje geschreven op haar weblog: http://ankdegrootslagter.web-log.nl/ankschrijftook. Misschien wijdt ze aan mij ook nog een stukje. Wie weet.

De voorzitter van de Alphense ondernemingsvereniging VOA, John Vermeer, en ik hebben weinig tot niets gemeen. Hij is een groot ondernemer en ik maar een kleintje. Hij moet rechts georiënteerd zijn en ik volgens de geldende normen voor journalisten links. Ik weet niet of mijn geitenwollensokken daar iets aan toevoegen. Maar goed, verschillen moeten er zijn, anders zou het maar een saai wereldje worden.

Maar laatst las ik wat tweets van John Vermeer op Twitter naar aanleiding van het debatcafé Op het Dorp, waar ik had verzuimd om naar toe te gaan. Ik was het helemaal met hem eens. Het onderwerp was het al jaren troosteloze Thorbeckeplein, want volgens mij is het daar nog nooit gezellig geweest. Het plein en de omgeving ondergaan de komende jaren een grondige verbouwing. Zo moet er een Cultuurhuis komen waarin de bibliotheek, de muziekschool en het altijd bruisende streekarchief een plekje kunnen vinden. Dure grond, voor die clubs, vindt Vermeer en misschien heeft hij een punt. Dus op dat vlak zouden onze meningen eender kunnen zijn. Maar er was meer. 

Nu was ook Ank de groot, fractievoorzitter van de politieke partij Alphen Een, bij het debatcafé. Zij ziet ook niets in een duur Cultuurhuis, maar zou wel graag een oudheidskamer zien in het oude nutsgebouw dat straks vrij staat op het plein. Toegeven, het is een prachtig gebouw waarin een publieke functie prima zou passen. Maar een oudheidskamer? In dat geval is het misschien slim om de omliggende straten strak te asfalteren zodat de rollatorrijders straks veilig die oude meuk kunnen aanschouwen. Ik zie het nu al bruisen op het Thorbeckeplein. 

Gelukkig is de VOA-voorzitter het hier grondig met me eens, zeker getuige zijn tweets die geen spaan heel lieten van het plan van de politicus. Hij vergeleek het optreden van De groot met een optreden in het aloude leutprogramma Koffietijd. Op dat moment was ik blij dat ik niet gegaan was. Gekscherend stelde hij voor om op het plein een hoelahoepveldje aan te leggen. Ik zie het al voor me. De bijdrage van De Groot werd door hem afgedaan als heel veel onzin in korte tijd. Kortom, de oudheidskamer is niet de oplossing voor een bruisend centrum. Ik was het volledig eens met een groot ondernemer, en dat mag best uniek genoemd worden. 

Nu zie ik ook niets in de plannen van veel ondernemers en reclamemakers om de boel maar vol te plempen met winkels en elke zondag koopzondag te houden. Want heren, winkelen is niet gezellig en zal het nooit worden. Ik zie jullie trouwens vaak genoeg achter vrouwlief aan strompelen, shopje in en winkeltje uit. Tasje links en rechts hangt ook wat en als je maar lief achter haar aan blijft huppelen, krijg je misschien ergens een pilsje. En dat wordt met nog meer winkels dus nog erger. 

Maar goed er is een oplossing en die heb ik nog nergens gehoord. Drank, zuipen, feesten: kroegen dus. Een heel Thorbeckeplein vol met kleine kroegjes, muziekcafés, restaurantjes (ja liefst ook enkele vegetarische) en natuurlijk staat het plein vol met terrassen, zonder terrasverwarmer, want ik ben natuurlijk wel links. Daar kan de Alphenaar zich laven aan het waarlijk goede leven dat we hier in Alphen aan den Rijn hebben. We kunnen van dat plein het echte hart van de stad maken. En weet je, misschien wordt het dan met dat carnaval in Alphen ook eens wat. 

Overigens is Ank de Groot nu boos op John Vermeer en heeft daarover een stukje geschreven op haar weblog. Misschien wijdt ze aan mij ook nog een stukje. Wie weet.

Written by Fred

Donderdag 17 Maart 2011 at 11:34 pm

Posted in Columns

Worsten en kwartjes

Zullen we weer eens normaal gaan doen?

Eén reactie

Zullen we weer eens normaal gaan doen?
Worsten en kwartjes
Een kwartje.
Dat drukte de buurvrouw mij in mijn hand. 
'Dank je wel', zei ze er ook bij. 
'Ze heeft griep of zo', zei mijn moeder en of ik even een boodschapje wilde doen. 
Dus liep ik met de boodschappentas van de buurvrouw langs de bakker en slager, waar je trouwens altijd bij een bestelling een stukje worst kreeg. De slager deed trouwens ook altijd een paar extra stukjes worst in de zak met het vlees, voor thuis, voor de anderen. De moderne marketingdeskundige van tegenwoordig zou zich nu daarover een krul in zijn lul lachen. Maar het was verdomd lekkere worst en het maakte de - vaak verplichte - gang naar de slager en het soms lange wachten goed. En druk was het altijd bij onze slager, geen nummertjesapparaat en niemand drong voor. Kom daar nu nog eens om.
Ik weet ook nog dat mijn vader en enkele tientallen andere dorpsgenoten de omheining - palen met draad er doorheen - rondom het voetbalveld uit de grond trokken, een meter naar achteren een gat groeven en daar de palen weer in ramden. Het waren trouwens betonnen paaltjes, zover ik me herinner. Met een dunne stalen draad. Het waarom is me altijd onduidelijk gebleven, maar ik heb het vermoeden dat de voetbalbond de minimale maten van een voetbalveld vaststelden of aanpasten en het veld van de dorpsclub was waarschijnlijk te klein. Omdat een van de gravers, tevens voetballer, naast het veld woonde kwam daar de koffie - met koekje - op tafel. Na een zaterdag beulen was het voetbalveld weer klaar voor de potjes tegen de omliggende dorpen.
Tegenwoordig is vrijwilligerswerk hot en helemaal da bomb. In Alphen kom je als kind in aanmerking voor de Ster van Alphen als je lief bent voor je zieke zusje en eens een keer wat boodschappen voor je moeder doet. De plaatselijke pers rukt uit en een groot aantal politici staan quasi interessant te doen hoe supergoed deze jongeren zijn. Ze wilden dat hun kinderen ook eens de gang naar de slager zouden maken. Eenmaal per jaar kiest iemand de vrijwilligers van het jaar. Een jaartje koffieschenken bij de bejaarden en je staat hoog op de supervrijwilligerslijst. Doe je naast de koffie ook nog wel eens een bingootje, en dat drie jaar achter elkaar en je komt in aanmerking voor de oeuvreprijs waarbij toute Alphen je hartelijk toeklapt terwijl ze genieten van de door de gemeenschap betaalde hapjes en drankjes.
Ik dacht altijd dat je af en toe wat doet voor een ander... gewoon omdat het zo uitkomt. Of even wat klussen bij je club omdat er dingen wel erg hard slijten. Omdat die ene persoon nu juist ziek is en tja, 'die slager gaat toch echt om 6 uur dicht en zou jij...' Ik vergis me trouwens: als iemand ziek is en je doet wat voor hem of haar, dan ben je mantelzorger en dan kan het zelfs zo zijn dat je voor een vergoeding van de gemeente in aanmerking komt of kunt rekenen op een flink stuk begeleiding. Want ga er maar aan staan, je eigen huis, kids, man of vrouw verzorgen, natuurlijk 40 uur beulen om de economie op gang te houden (moet en moest van de heren Rutte en Balkenende) en dan ook nog langs de slager. De meesten van ons doen dat ook niet, het is gewoon te veel.
Kijk die slager zou nog wel kunnen, maar die mantelzorgbegeleiding vreet tijd, het aanvragen van een cursus voor vrijwilligers kost je soms ook een paar uur en wat te denken van al die feestelijke avonden voor de vrijwilliger? Het is voor een normaal mens niet te behappen. Dan moet de buurvrouw het maar zonder verse worst doen, dat kan makkelijk. En de club? Ga maar eens kijken, alleen de die hards doen wat. Niet voor een grote beker, maar omdat er een flinke portie clubgevoel door hun aderen stroomt en ze de term vele handen maken licht werk, huldigen. En samen klussen is gewoon beregezellig. 
Is het een idee om gewoon te stoppen met al die krankzinnige prijzen voor jan en alleman omdat we iets doen voor een ander en dat gewoon weer eens als normaal gaan beschouwen.
Een portie menselijkheid erbij misschien? Ha, denkt u nu. Jij kreeg geld voor het naar de slager gaan. Hoezo vrijwillig? Waar, maar ik heb dat kwartje beleefd geweigerd, iets waarvan de buurvrouw overigens niets wilde weten. Al met al was het toen, lang geleden, een goede dag voor me. Worst en ook nog een kwartje.
Een kwartje.
Dat drukte de buurvrouw mij in mijn hand. 
'Dank je wel', zei ze er ook bij. 
'Ze heeft griep of zo', zei mijn moeder en of ik even een boodschapje wilde doen. 
Dus liep ik met de boodschappentas van de buurvrouw langs de bakker en slager, waar je trouwens altijd bij een bestelling een stukje worst kreeg. De slager deed trouwens ook altijd een paar extra stukjes worst in de zak met het vlees, voor thuis, voor de anderen. De moderne marketingdeskundige van tegenwoordig zou zich nu daarover een krul in zijn lul lachen. Maar het was verdomd lekkere worst en het maakte de - vaak verplichte - gang naar de slager en het soms lange wachten goed. En druk was het altijd bij onze slager, geen nummertjesapparaat en niemand drong voor. Kom daar nu nog eens om.
Ik weet ook nog dat mijn vader en enkele tientallen andere dorpsgenoten de omheining - palen met draad er doorheen - rondom het voetbalveld uit de grond trokken, een meter naar achteren een gat groeven en daar de palen weer in ramden. Het waren trouwens betonnen paaltjes, zover ik me herinner. Met een dunne stalen draad. Het waarom is me altijd onduidelijk gebleven, maar ik heb het vermoeden dat de voetbalbond de minimale maten van een voetbalveld vaststelden of aanpasten en het veld van de dorpsclub was waarschijnlijk te klein. Omdat een van de gravers, tevens voetballer, naast het veld woonde kwam daar de koffie - met koekje - op tafel. Na een zaterdag beulen was het voetbalveld weer klaar voor de potjes tegen de omliggende dorpen.

Tegenwoordig is vrijwilligerswerk hot en helemaal da bomb. In Alphen kom je als kind in aanmerking voor de Ster van Alphen als je lief bent voor je zieke zusje en eens een keer wat boodschappen voor je moeder doet. De plaatselijke pers rukt uit en een groot aantal politici staan quasi interessant te doen hoe supergoed deze jongeren zijn. Ze wilden dat hun kinderen ook eens de gang naar de slager zouden maken. Eenmaal per jaar kiest iemand de vrijwilligers van het jaar. Een jaartje koffieschenken bij de bejaarden en je staat hoog op de supervrijwilligerslijst. Doe je naast de koffie ook nog wel eens een bingootje, en dat drie jaar achter elkaar en je komt in aanmerking voor de oeuvreprijs waarbij toute Alphen je hartelijk toeklapt terwijl ze genieten van de door de gemeenschap betaalde hapjes en drankjes.

Ik dacht altijd dat je af en toe wat doet voor een ander... gewoon omdat het zo uitkomt. Of even wat klussen bij je club omdat er dingen wel erg hard slijten. Omdat die ene persoon nu juist ziek is en tja, 'die slager gaat toch echt om 6 uur dicht en zou jij...' Ik vergis me trouwens: als iemand ziek is en je doet wat voor hem of haar, dan ben je mantelzorger en dan kan het zelfs zo zijn dat je voor een vergoeding van de gemeente in aanmerking komt of kunt rekenen op een flink stuk begeleiding. Want ga er maar aan staan, je eigen huis, kids, man of vrouw verzorgen, natuurlijk 40 uur beulen om de economie op gang te houden (moet en moest van de heren Rutte en Balkenende) en dan ook nog langs de slager. De meesten van ons doen dat ook niet, het is gewoon te veel.
Kijk die slager zou nog wel kunnen, maar die mantelzorgbegeleiding vreet tijd, het aanvragen van een cursus voor vrijwilligers kost je soms ook een paar uur en wat te denken van al die feestelijke avonden voor de vrijwilliger? Het is voor een normaal mens niet te behappen. Dan moet de buurvrouw het maar zonder verse worst doen, dat kan makkelijk. En de club? Ga maar eens kijken, alleen de die hards doen wat. Niet voor een grote beker, maar omdat er een flinke portie clubgevoel door hun aderen stroomt en ze de term vele handen maken licht werk, huldigen. En samen klussen is gewoon beregezellig.

Is het een idee om gewoon te stoppen met al die krankzinnige prijzen voor jan en alleman omdat we iets doen voor een ander en dat gewoon weer eens als normaal gaan beschouwen. Een portie menselijkheid erbij misschien? Ha, denkt u nu. Jij kreeg geld voor het naar de slager gaan. Hoezo vrijwillig? Waar, maar ik heb dat kwartje beleefd geweigerd, iets waarvan de buurvrouw overigens niets wilde weten. 
Al met al was het toen, lang geleden, een goede dag voor me. Worst en ook nog een kwartje.

Written by Fred

Donderdag 27 Januari 2011 at 4:38 pm

Posted in Columns

De mens als God

De Oostvaardersplassen gaan naar de klote

Geen reacties

De mens als God
'Kijk een vos.' Verbaasd en opgewonden kijken we vanuit de uitkijkhut van de Oostvaardersplassen over het on-Nederlandse landschap. Op een kleine 50 meter van ons vandaan scharrelt een vos. Ademloos kijken wij naar het schouwspel. Het bruine beest met de zwierige staart weet waarschijnlijk niet eens dat er een verrekijker op hem gericht is. Hij voelt zich volledig op zijn gemak, scharrelt, snuffelt en gaat eens rustig liggen. 
'Hij heeft witte oren', zegt Lloyd terwijl zijn jonge ogen door de verrekijker elke beweging van de vos volgen. Later verandert dat trouwens in witte strepen over zijn gezicht. Ik geloof hem, zijn ogen zien meer dan de mijne. Wat verder weg richting de horizon staat een kudde runderen te grazen en naar rechts een kleine kudde paarden. Lloyd meent ook nog herten te zien, maar ik kan dat niet bevestigen, te ver weg. 
De beesten doen niks, ja vreten. En dat in de bijtende kou, ze geven geen krimp. Wij moesten ons wapenen tegen de eerste winter in Nederland met muts, handschoenen, fleece en een winddichte buitenjas. Vanaf het bezoekerscentrum liepen we het kleine rondje dat een mens in dat gebied mag lopen. De Oostvaardersplassen zijn voor de dieren en de mens heeft daar niks te zoeken. Honderden grote grazers brengen er hun dagen door met eten. Wel belangrijk trouwens dat eten, om de winter door te komen. De beesten hebben niet de beschikking over een goed uitgeruste outdoorwinkel. Ze moeten het doen met hun vacht en hun vet dat ze halen uit het vele eten. Naast de grote grazers hangen er dus ook vossen rond en stikt het er werkelijk van de vogels. En dan vergeet ik vast de vele honderden andere soorten die er hun tijd doorbrengen. 
Maar al dat kleine grut zien we niet, weten we dus niks van en die baren ons geen zorgen. De grote grazers wel, die zien we, ze zijn aaibaar - al zou ik het niet proberen - en als er eentje doodgaat dan valt dat op, laat staan als er enkele honderden doodgaan. Alleen de sterksten overleven, volgens mij is dat een keurig Nederlands spreekwoord. Ben je niet sterk genoeg dan val je af en in de natuur betekent dat onherroepelijk de dood. Maar die dood betekent voedsel voor anderen en dus ook weer leven. Voor een vos bijvoorbeeld. 
Als het weer voorjaar wordt, jongt het hele spul weer aan en voor je met je ogen kunt knipperen, lopen er weer meer grote grazers dan voorheen. Maar er is een verschil, deze kleine grote grazers komen uit een sterk geslacht dat strenge winters kan overleven. Maar ook als de kleintjes een gebrek vertonen, volgt de dood. Zo is het nu eenmaal. Een gebrek, verstandelijk of lichamelijk, betekent in de natuur een zekere dood. 
Terwijl Lloyd de natuur bestudeert op een onbevangen manier zoals alleen kinderen kunnen, zie ik donkere wolken boven het gebied hangen. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat er enkele honderden dieren moeten worden afgeschoten om het voedseltekort in de Oostvaardersplassen op te lossen. Meer dan 75 hoog opgeleide mannen en vrouwen hebben zichzelf de titel van God toegeëigend. Niet meer het recht van de sterkste geldt in de natuur van de Oostvaardersplassen, maar het recht van de domme mens. Terwijl andere oplossingen voor handen liggen. Alleen wil deze regering geen geld meer uittrekken voor natuur. Met maar één reden natuurlijk: natuur levert geen geld op en voegt niets toe aan de economie.
Ondertussen blijft de kleine man turen naar beesten die er misschien volgende week niet meer lopen. Ik vertel het hem maar niet.

'Kijk een vos.' Verbaasd en opgewonden kijken we vanuit de uitkijkhut van de Oostvaardersplassen over het on-Nederlandse landschap. Op een kleine 50 meter van ons vandaan scharrelt een vos. Ademloos kijken wij naar het schouwspel. Het bruine beest met de zwierige staart weet waarschijnlijk niet eens dat er een verrekijker op hem gericht is. Hij voelt zich volledig op zijn gemak, scharrelt, snuffelt en gaat eens rustig liggen. 

'Hij heeft witte oren', zegt Lloyd terwijl zijn jonge ogen door de verrekijker elke beweging van de vos volgen. Later verandert dat trouwens in witte strepen over zijn gezicht. Ik geloof hem, zijn ogen zien meer dan de mijne. Wat verder weg richting de horizon staat een kudde runderen te grazen en naar rechts een kleine kudde paarden. Lloyd meent ook nog herten te zien, maar ik kan dat niet bevestigen, te ver weg. 

De beesten doen niks, ja vreten. En dat in de bijtende kou, ze geven geen krimp. Wij moesten ons wapenen tegen de eerste winter in Nederland met muts, handschoenen, fleece en een winddichte buitenjas. Vanaf het bezoekerscentrum liepen we het kleine rondje dat een mens in dat gebied mag lopen. De Oostvaardersplassen zijn voor de dieren en de mens heeft daar niks te zoeken. Honderden grote grazers brengen er hun dagen door met eten. Wel belangrijk trouwens dat eten, om de winter door te komen. De beesten hebben niet de beschikking over een goed uitgeruste outdoorwinkel. Ze moeten het doen met hun vacht en hun vet dat ze halen uit het vele eten. Naast de grote grazers hangen er dus ook vossen rond en stikt het er werkelijk van de vogels. En dan vergeet ik vast de vele honderden andere soorten die er hun tijd doorbrengen. 

Maar al dat kleine grut zien we niet, weten we dus niks van en die baren ons geen zorgen. De grote grazers wel, die zien we, ze zijn aaibaar - al zou ik het niet proberen - en als er eentje doodgaat dan valt dat op, laat staan als er enkele honderden doodgaan. Alleen de sterksten overleven, volgens mij is dat een keurig Nederlands spreekwoord. Ben je niet sterk genoeg dan val je af en in de natuur betekent dat onherroepelijk de dood. Maar die dood betekent voedsel voor anderen en dus ook weer leven. Voor een vos bijvoorbeeld. 

Als het weer voorjaar wordt, jongt het hele spul weer aan en voor je met je ogen kunt knipperen, lopen er weer meer grote grazers dan voorheen. Maar er is een verschil, deze kleine grote grazers komen uit een sterk geslacht dat strenge winters kan overleven. Maar ook als de kleintjes een gebrek vertonen, volgt de dood. Zo is het nu eenmaal. Een gebrek, verstandelijk of lichamelijk, betekent in de natuur een zekere dood. 

Terwijl Lloyd de natuur bestudeert op een onbevangen manier zoals alleen kinderen kunnen, zie ik donkere wolken boven het gebied hangen. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat er enkele honderden dieren moeten worden afgeschoten om het voedseltekort in de Oostvaardersplassen op te lossen. Meer dan 75 hoog opgeleide mannen en vrouwen hebben zichzelf de titel van God toegeëigend. Niet meer het recht van de sterkste geldt in de natuur van de Oostvaardersplassen, maar het recht van de domme mens. Terwijl andere oplossingen voor handen liggen. Alleen wil deze regering geen geld meer uittrekken voor natuur. Met maar één reden natuurlijk: natuur levert geen geld op en voegt niets toe aan de economie.

Ondertussen blijft de kleine man turen naar beesten die er misschien volgende week niet meer lopen. Ik vertel het hem maar niet.

Written by Fred

Woensdag 01 December 2010 at 11:01 pm

Posted in Columns

AED achter de voordeur

Red een leven tijdens openingstijden

Geen reacties

Red een leven tijdens openingstijden
AED achter de voordeur
De fysiotherapeut had een Automatische Externe Defibrillator (AED) aangeschaft en belde vol trots de redactie van het Witte Weekblad. Hij wilde er wel een stukje over laten plaatsen. Zeg maar een stukje positieve publiciteit. Althans, ik vermoed dat dat zijn gedachte was. Iedereen met een zwak hart zou zich na plaatsing van het artikel vol vertrouwen naar zijn praktijk begeven. Daar kan namelijk niets gebeuren, en zowel, dan is daar de AED. 
Zo'n apparaat kan handig zijn als iemand een hartinfarct krijgt en het hart gaat fibrilleren, ongecontroleerd trillen. Dat wil zeggen dat de aansturing van het toch-wel-belangrijke-onderdeel-van-een-menselijk-lichaam, even van de slag is. Met een elektrische schok van een AED kan dat opgelost worden. Een kind kan bijna de was doen, zo simpel is het. En bij de praktijk van de fysiotherapeut kan het voorkomen dat iemand een hartstilstand krijgt, schreef de beste man in zijn pr-stukje. Helaas vergat ik te vragen hoe vaak dat voorkomt. Ik gok voorzichtig op al nul keer.
Overigens schaften een dik jaar geleden ook alle huisartsen in Alphen aan den Rijn zo'n levensreddend apparaat aan en vertelden dat ook vol trots aan de verzamelde pers. Nu zitten  huisartsen tegenwoordig gezellig samen in grote centra die er allemaal vrij nieuw uitzien. Waarom ze dan niet direct tijdens de bouw zo'n ding aanschaften is voor mij een raadsel. Iets met een sluitstuk op de begroting waarschijnlijk. Een AED mag je toch in een huisartsenpraktijk verwachten. Dat ze bij de aanschaf ervan de publiciteit zoeken krijgt van mij een motie van afkeuring. Ik denk dat morgen een automonteur belt omdat hij een steeksleutel heeft gekocht.
Goed, terug naar de beste man. 
Ik ben ervaringsdeskundige als het gaat om het krijgen van een hartinfarct, in mijn situatie was de ambulance op tijd aanwezig om mijn hart, dat even in de war was, te resetten. Was die er niet, dan had ik dit stukje niet geschreven, zo simpel is het. Mijn bedrijf heeft geen AED op kantoor hangen – nu nog steeds niet trouwens. Bij gebrek aan een ziekenwagen had dat apparaat toen mijn leven kunnen redden. 
Oh ja, de fysio.
Ik vroeg de beste man waarom hij dat apparaat niet buiten de voordeur hing, zodat het na sluitingstijd van zijn praktijk ook beschikbaar is voor de buurt. Altijd handig als iemand het loodje dreigt te leggen. Als je weet dat de AED daar hangt, kun je het halen en een leven redden. Trouwens, diezelfde vraag zou ik de Alphense huisartsen ook willen stellen. 
Nee, de fysiotherapeut zag dat niet zitten en het argument van een ander helpen buiten sluitingstijd, sloeg niet aan. Hij was bang dat het apparaat door vandalen - dat zei hij niet, maar vermoedde ik wel - meegenomen zou worden. En dat zou een kostenpost betekenen op zijn begroting, ook dat is mijn vrije interpretatie, maar ik zit vast niet ver van de waarheid af. Al zijn tegenargumenten waren, in mijn beleving, verkeerde en economisch argumenten. 
Helaas.
De AED hangt dus daar binnen, en mocht u die nodig hebben omdat u iemand wil reanimeren heeft u botte pech. De deur is op slot en het is maar de vraag of u het apparaat meekrijgt als de fysio er wel is. Ik twijfel eraan, hij kocht het voor zijn praktijk tenslotte. 

De fysiotherapeut had een Automatische Externe Defibrillator (AED) aangeschaft en belde vol trots de redactie van het Witte Weekblad. Hij wilde er wel een stukje over laten plaatsen. Zeg maar een stukje positieve publiciteit. Althans, ik vermoed dat dat zijn gedachte was. Iedereen met een zwak hart zou zich na plaatsing van het artikel vol vertrouwen naar zijn praktijk begeven. Daar kan namelijk niets gebeuren, en zowel, dan is daar de AED. 

Zo'n apparaat kan handig zijn als iemand een hartinfarct krijgt en het hart gaat fibrilleren, ongecontroleerd trillen. Dat wil zeggen dat de aansturing van het toch-wel-belangrijke-onderdeel-van-een-menselijk-lichaam, even van de slag is. Met een elektrische schok van een AED kan dat opgelost worden. Een kind kan bijna de was doen, zo simpel is het. En bij de praktijk van de fysiotherapeut kan het voorkomen dat iemand een hartstilstand krijgt, schreef de beste man in zijn pr-stukje. Helaas vergat ik te vragen hoe vaak dat voorkomt. Ik gok voorzichtig op al nul keer.

Overigens schaften een dik jaar geleden ook alle huisartsen in Alphen aan den Rijn zo'n levensreddend apparaat aan en vertelden dat ook vol trots aan de verzamelde pers. Nu zitten  huisartsen tegenwoordig gezellig samen in grote centra die er allemaal vrij nieuw uitzien. Waarom ze dan niet direct tijdens de bouw zo'n ding aanschaften is voor mij een raadsel. Iets met een sluitstuk op de begroting waarschijnlijk. Een AED mag je toch in een huisartsenpraktijk verwachten. Dat ze bij de aanschaf ervan de publiciteit zoeken krijgt van mij een motie van afkeuring. Ik denk dat morgen een automonteur belt omdat hij een steeksleutel heeft gekocht.

Goed, terug naar de beste man. 

Ik ben ervaringsdeskundige als het gaat om het krijgen van een hartinfarct, in mijn situatie was de ambulance op tijd aanwezig om mijn hart, dat even in de war was, te resetten. Was die er niet, dan had ik dit stukje niet geschreven, zo simpel is het. Mijn bedrijf heeft geen AED op kantoor hangen – nu nog steeds niet trouwens. Bij gebrek aan een ziekenwagen had dat apparaat toen mijn leven kunnen redden. 

Oh ja, de fysio.

Ik vroeg de beste man waarom hij dat apparaat niet buiten de voordeur hing, zodat het na sluitingstijd van zijn praktijk ook beschikbaar is voor de buurt. Altijd handig als iemand het loodje dreigt te leggen. Als je weet dat de AED daar hangt, kun je het halen en een leven redden. Trouwens, diezelfde vraag zou ik de Alphense huisartsen ook willen stellen. 

Nee, de fysiotherapeut zag dat niet zitten en het argument van een ander helpen buiten sluitingstijd, sloeg niet aan. Hij was bang dat het apparaat door vandalen - dat zei hij niet, maar vermoedde ik wel - meegenomen zou worden. En dat zou een kostenpost betekenen op zijn begroting, ook dat is mijn vrije interpretatie, maar ik zit vast niet ver van de waarheid af. Al zijn tegenargumenten waren, in mijn beleving, verkeerde en economisch argumenten. 
Helaas.

De AED hangt dus daar binnen, en mocht u die nodig hebben omdat u iemand wil reanimeren, heeft u botte pech. De deur is op slot en het is maar de vraag of u het apparaat meekrijgt als de fysio er wel is. Ik twijfel eraan, hij kocht het voor zijn praktijk tenslotte.

Written by Fred

Dinsdag 05 Oktober 2010 at 10:51 pm

Posted in Columns

Foute blaadjes

Of wat fout is, kan ook goed zijn

Geen reacties

Foute blaadjes
Of wat fout is kan ook goed zijn
Binnenkort zijn de foute blaadjes uit de Tweede Wereldoorlog online in te zien. Het zijn ongeveer 300 duizend pagina's. 
Leesvoer, denk ik dan. 
Blaadjes en magazines zijn om te lezen en ik lees graag. Natuurlijk, ik ben fan van de nieuwe media, maar de oude media draag ik een warm hart toe. Ik zal dus zeker een paar blikken werpen in die foute blaadjes.
Fout of goed: eigenlijk is het maar een klein verschil. Hadden de Duitsers de oorlog gewonnen dan waren bijvoorbeeld Vrij Nederland en Trouw de foute blaadjes. Het kan verkeren en het is maar net van welke kant je het bekijkt. Hang je het nazisme aan dan zijn de foute blaadjes goed. Al schijnt de inhoud van die foute blaadjes volgens de geleerden niet goed te zijn, eerder slecht. Maar daar kunnen de meningen weer over verschillen. 
Met bovenstaande heb ik natuurlijk een perfect bruggetje naar Geert Wilders en zijn Partij Voor de Vrijheid, ook wel PVV genoemd. Veel mensen stemden op die partij en vinden het dus goed wat de beste man zegt en voorstaat. Anderen roepen dat hij fout bezig is. Pas toen de Duitsers de oorlog verloren was pas officieel fout wat veel mensen al dachten dat fout was. Met de PVV weten we het niet en moet misschien de tijd het leren. Straks kan blijken dat fout goed is of juist goed fout. Maar dat geldt natuurlijk voor elke partij of beweging.
De Islam is fout, zegt Wilders, terwijl heel veel moslims roepen dat de godsdienst die zij aanhangen goed is. Het christen- en jodendom is weer goed. In ieder geval volgens – weer - Wilders.  Over misbruikende paters en pastoors heb ik hem niet gehoord. Keurt hij dat dan goed? Mij boeit het weinig. Ik keur elke godsdienst af, maar noem het nog niet fout. Goed ook niet trouwens.
Terwijl ik dit schrijf is het Prinsjesdag. Op televisie zie ik veel hoeden, foute hoeden want in mijn ogen dragen alleen mannen een hoed. Wat vrouwen op hun hoofd willen dragen interesseert me niet zo, maar geen hoed, voor mijn part dragen ze een hoofddoek. Er zijn uitzonderingen trouwens: koks mogen een muts dragen. En de meeste koks zijn man en dat terwijl de vrouw meestal thuis kookt. Ook zo iets raars. Overigens krijgen vrouwen wel meer tijd voor de keuken. In de bezuinigingsplannen wordt hard gekort op de kinderopvang en dat kan betekenen dat vrouwen hun baan opgeven. Fout, denk ik bij mezelf. Goed, denkt de regering vast.
De Koninklijke Bibliotheek krijgt nu het verwijt haat te zaaien. Fout dus. Maar al die foute blaadjes zijn al in te zien. Je moet alleen even naar die Koninklijke bieb. Is het dan wel goed? En daarnaast kunnen we op een partij stemmen waarvan veel mensen zeggen dat die fout bezig is. 
U vindt het vast niet erg dat ik het allemaal behoorlijk verwarrend vind.

Binnenkort zijn de foute blaadjes uit de Tweede Wereldoorlog online in te zien. Het zijn ongeveer 300 duizend pagina's. 
Leesvoer, denk ik dan. 
Blaadjes en magazines zijn om te lezen en ik lees graag. Natuurlijk, ik ben fan van de nieuwe media, maar de oude media draag ik een warm hart toe. Ik zal dus zeker een paar blikken werpen in die foute blaadjes.

Fout of goed: eigenlijk is het maar een klein verschil. Hadden de Duitsers de oorlog gewonnen dan waren bijvoorbeeld Vrij Nederland en Trouw de foute blaadjes. Het kan verkeren en het is maar net van welke kant je het bekijkt. Hang je het nazisme aan dan zijn de foute blaadjes goed. Al schijnt de inhoud van die foute blaadjes volgens de geleerden niet goed te zijn, eerder slecht. Maar daar kunnen de meningen weer over verschillen. 

Met bovenstaande heb ik natuurlijk een perfect bruggetje naar Geert Wilders en zijn Partij Voor de Vrijheid, ook wel PVV genoemd. Veel mensen stemden op die partij en vinden het dus goed wat de beste man zegt en voorstaat. Anderen roepen dat hij fout bezig is. Pas toen de Duitsers de oorlog verloren was pas officieel fout wat veel mensen al dachten dat fout was. Met de PVV weten we het niet en moet misschien de tijd het leren. Straks kan blijken dat fout goed is of juist goed fout. Maar dat geldt natuurlijk voor elke partij of beweging.

De Islam is fout, zegt Wilders, terwijl heel veel moslims roepen dat de godsdienst die zij aanhangen goed is. Het christen- en jodendom is weer goed. In ieder geval volgens – weer - Wilders.  Over misbruikende paters en pastoors heb ik hem niet gehoord. Keurt hij dat dan goed? Mij boeit het weinig. Ik keur elke godsdienst af, maar noem het nog niet fout. Goed ook niet trouwens.

Terwijl ik dit schrijf is het Prinsjesdag. Op televisie zie ik veel hoeden, foute hoeden want in mijn ogen dragen alleen mannen een hoed. Wat vrouwen op hun hoofd willen dragen interesseert me niet zo, maar geen hoed, voor mijn part dragen ze een hoofddoek. Er zijn uitzonderingen trouwens: koks mogen een muts dragen. En de meeste koks zijn man en dat terwijl de vrouw meestal thuis kookt. Ook zo iets raars. Overigens krijgen vrouwen wel meer tijd voor de keuken. In de bezuinigingsplannen wordt hard gekort op de kinderopvang en dat kan betekenen dat vrouwen hun baan opgeven. Fout, denk ik bij mezelf. Goed, denkt de regering vast.

De Koninklijke Bibliotheek krijgt nu het verwijt haat te zaaien. Fout dus. Maar al die foute blaadjes zijn al in te zien. Je moet alleen even naar die Koninklijke bieb. Is het dan wel goed? En daarnaast kunnen we op een partij stemmen waarvan veel mensen zeggen dat die fout bezig is. 

U vindt het vast niet erg dat ik het allemaal behoorlijk verwarrend vind.

Written by Fred

Dinsdag 21 September 2010 at 9:24 pm

Posted in Columns

Stiekeme seksclub

Hoe een persbericht kan overkomen

Geen reacties

Je moest eens weten wat voor persberichten we hier op de redactie van het Witte Weekblad af en toe ontvangen. Zo valt er regelmatig een digitaal briefje van Dansclub Changé in de mailbox. Tot zover niets bijzonders, maar let even goed op: Dansclub Changé organiseert tweemaal per maand een dans- en ontmoetingsavond voor singles en paren.

Singles zoeken een partner, dat kan ik volgen. Alleen is maar alleen en alleen dansen lijkt mij ook verrekte onhandig. Persoonlijk druk ik me op de dansvloer ook graag tegen een lekker lijf aan. Samen schuifelen en verdrinken in de poel van lust en liefde. Een drankje en een praatje en zo lul je iemand langzaam je bed in.

Maar wat moet een single man of vrouw met een echtpaar of stel. Of andersom: wat willen paren of stellen met singles. Je leest wel eens van die advertenties met teksten als: man zoekt echtpaar voor wilde avonden, of: stel zoekt een meisje voor erbij. Zo’n gevoel krijg ik ook steeds bij de persberichten van Changé. De combinatie van singles en paren slaat echt nergens op. Als single blijf je in een zaal met stellen altijd die ene muurbloem. Welke vrouw laat haar man of vriend op de dansvloer wegzwijmelen met een leuke dame die daar toevallig ook rondloopt en neemt zelf plaats op een stoel langs de muur?

Dus denk ik dat Dansclub Changé een trio- of parenclub in vermomming is. In alle eerlijkheid kan ik niets anders verzinnen. Alphen is van nature natuurlijk preuts. Ik herinner me nog levendig hoe de stad op de achterste benen stond toen iemand een plan opperde om aan de Zegerplas een een sauna te beginnen. Het idee alleen al van het mogelijk zien van naakte lijven deed de gemiddelde Alphenaar - en dat zijn er veel - gruwelen. Toen iemand een paar jaar later een winkel in erotische producten wilde beginnen in de Paddenstoelenbuurt schoot Alphen in de kramp. Dildo’s zagen de bewoners al liggen in de etalage. In die tijd vlogen de vibrators winkels uit, maar niemand had er één. Net zoals niemand al die seksprogramma’s op televisie zag. Die winkel is er trouwens nooit gekomen, maar dat raadde u al.

Alphen is preuts en een parenclub is als vloeken in de kerk. Voor dat laatste mogen ze me wel uitnodigen, voor het eerste moet ik thuis even overleggen. En dus begrijp ik de dansclub wel. Beter stiekem, dan de hele stad over je heen, al klinkt dit weer heel dubbelzinnig. Het probleem is echter dat ik niet zeker weet of Changé een verkapte seksclub is, al hoop ik van wel. Een beetje zondigheid kan de stad wel gebruiken. Maar zoek het dan uit, hoor ik u al zeggen. Alleen is er een klein probleempje. Nee, niet mijn lief of de seks. Geen punt. Nee, stel dat het echt een dansclub is? Ik haat dansen. Seks oké, maar dansen: nee dus.

Written by Fred

Vrijdag 09 Juli 2010 at 11:28 pm

Posted in Columns