Zo mooi
Meer kroegen in het dorp
Zuipen tot je nek kraakt
De voorzitter van de Alphense ondernemingsvereniging VOA, John Vermeer, en ik hebben weinig tot niets gemeen. Hij is een groot ondernemer en ik maar een kleintje. Hij moet rechts georiënteerd zijn en ik volgens de geldende normen voor journalisten links. Ik weet niet of mijn geitenwollensokken daar iets aan toevoegen. Maar goed, verschillen moeten er zijn, anders zou het maar een saai wereldje worden.
Maar laatst las ik wat tweets van John Vermeer op Twitter naar aanleiding van het debatcafé Op het Dorp, waar ik had verzuimd om naar toe te gaan. Ik was het helemaal met hem eens. Het onderwerp was het al jaren troosteloze Thorbeckeplein, want volgens mij is het daar nog nooit gezellig geweest. Het plein en de omgeving ondergaan de komende jaren een grondige verbouwing. Zo moet er een Cultuurhuis komen waarin de bibliotheek, de muziekschool en het altijd bruisende streekarchief een plekje kunnen vinden. Dure grond, voor die clubs, vindt Vermeer en misschien heeft hij een punt. Dus op dat vlak zouden onze meningen eender kunnen zijn. Maar er was meer.
Nu was ook Ank de groot, fractievoorzitter van de politieke partij Alphen Een, bij het debatcafé. Zij ziet ook niets in een duur Cultuurhuis, maar zou wel graag een oudheidskamer zien in het oude nutsgebouw dat straks vrij staat op het plein. Toegeven, het is een prachtig gebouw waarin een publieke functie prima zou passen. Maar een oudheidskamer? In dat geval is het misschien slim om de omliggende straten strak te asfalteren zodat de rollatorrijders straks veilig die oude meuk kunnen aanschouwen. Ik zie het nu al bruisen op het Thorbeckeplein.
Gelukkig is de VOA-voorzitter het hier grondig met me eens, zeker getuige zijn tweets die geen spaan heel lieten van het plan van de politicus. Hij vergeleek het optreden van De groot met een optreden in het aloude leutprogramma Koffietijd. Op dat moment was ik blij dat ik niet gegaan was. Gekscherend stelde hij voor om op het plein een hoelahoepveldje aan te leggen. Ik zie het al voor me. De bijdrage van De Groot werd door hem afgedaan als heel veel onzin in korte tijd. Kortom, de oudheidskamer is niet de oplossing voor een bruisend centrum. Ik was het volledig eens met een groot ondernemer, en dat mag best uniek genoemd worden.
Nu zie ik ook niets in de plannen van veel ondernemers en reclamemakers om de boel maar vol te plempen met winkels en elke zondag koopzondag te houden. Want heren, winkelen is niet gezellig en zal het nooit worden. Ik zie jullie trouwens vaak genoeg achter vrouwlief aan strompelen, shopje in en winkeltje uit. Tasje links en rechts hangt ook wat en als je maar lief achter haar aan blijft huppelen, krijg je misschien ergens een pilsje. En dat wordt met nog meer winkels dus nog erger.
Maar goed er is een oplossing en die heb ik nog nergens gehoord. Drank, zuipen, feesten: kroegen dus. Een heel Thorbeckeplein vol met kleine kroegjes, muziekcafés, restaurantjes (ja liefst ook enkele vegetarische) en natuurlijk staat het plein vol met terrassen, zonder terrasverwarmer, want ik ben natuurlijk wel links. Daar kan de Alphenaar zich laven aan het waarlijk goede leven dat we hier in Alphen aan den Rijn hebben. We kunnen van dat plein het echte hart van de stad maken. En weet je, misschien wordt het dan met dat carnaval in Alphen ook eens wat.
Overigens is Ank de Groot nu boos op John Vermeer en heeft daarover een stukje geschreven op haar weblog: http://ankdegrootslagter.web-log.nl/ankschrijftook. Misschien wijdt ze aan mij ook nog een stukje. Wie weet.
De voorzitter van de Alphense ondernemingsvereniging VOA, John Vermeer, en ik hebben weinig tot niets gemeen. Hij is een groot ondernemer en ik maar een kleintje. Hij moet rechts georiënteerd zijn en ik volgens de geldende normen voor journalisten links. Ik weet niet of mijn geitenwollensokken daar iets aan toevoegen. Maar goed, verschillen moeten er zijn, anders zou het maar een saai wereldje worden.
Maar laatst las ik wat tweets van John Vermeer op Twitter naar aanleiding van het debatcafé Op het Dorp, waar ik had verzuimd om naar toe te gaan. Ik was het helemaal met hem eens. Het onderwerp was het al jaren troosteloze Thorbeckeplein, want volgens mij is het daar nog nooit gezellig geweest. Het plein en de omgeving ondergaan de komende jaren een grondige verbouwing. Zo moet er een Cultuurhuis komen waarin de bibliotheek, de muziekschool en het altijd bruisende streekarchief een plekje kunnen vinden. Dure grond, voor die clubs, vindt Vermeer en misschien heeft hij een punt. Dus op dat vlak zouden onze meningen eender kunnen zijn. Maar er was meer.
Nu was ook Ank de groot, fractievoorzitter van de politieke partij Alphen Een, bij het debatcafé. Zij ziet ook niets in een duur Cultuurhuis, maar zou wel graag een oudheidskamer zien in het oude nutsgebouw dat straks vrij staat op het plein. Toegeven, het is een prachtig gebouw waarin een publieke functie prima zou passen. Maar een oudheidskamer? In dat geval is het misschien slim om de omliggende straten strak te asfalteren zodat de rollatorrijders straks veilig die oude meuk kunnen aanschouwen. Ik zie het nu al bruisen op het Thorbeckeplein.
Gelukkig is de VOA-voorzitter het hier grondig met me eens, zeker getuige zijn tweets die geen spaan heel lieten van het plan van de politicus. Hij vergeleek het optreden van De groot met een optreden in het aloude leutprogramma Koffietijd. Op dat moment was ik blij dat ik niet gegaan was. Gekscherend stelde hij voor om op het plein een hoelahoepveldje aan te leggen. Ik zie het al voor me. De bijdrage van De Groot werd door hem afgedaan als heel veel onzin in korte tijd. Kortom, de oudheidskamer is niet de oplossing voor een bruisend centrum. Ik was het volledig eens met een groot ondernemer, en dat mag best uniek genoemd worden.
Nu zie ik ook niets in de plannen van veel ondernemers en reclamemakers om de boel maar vol te plempen met winkels en elke zondag koopzondag te houden. Want heren, winkelen is niet gezellig en zal het nooit worden. Ik zie jullie trouwens vaak genoeg achter vrouwlief aan strompelen, shopje in en winkeltje uit. Tasje links en rechts hangt ook wat en als je maar lief achter haar aan blijft huppelen, krijg je misschien ergens een pilsje. En dat wordt met nog meer winkels dus nog erger.
Maar goed er is een oplossing en die heb ik nog nergens gehoord. Drank, zuipen, feesten: kroegen dus. Een heel Thorbeckeplein vol met kleine kroegjes, muziekcafés, restaurantjes (ja liefst ook enkele vegetarische) en natuurlijk staat het plein vol met terrassen, zonder terrasverwarmer, want ik ben natuurlijk wel links. Daar kan de Alphenaar zich laven aan het waarlijk goede leven dat we hier in Alphen aan den Rijn hebben. We kunnen van dat plein het echte hart van de stad maken. En weet je, misschien wordt het dan met dat carnaval in Alphen ook eens wat.
Overigens is Ank de Groot nu boos op John Vermeer en heeft daarover een stukje geschreven op haar weblog. Misschien wijdt ze aan mij ook nog een stukje. Wie weet.
Zullen we weer eens normaal gaan doen?
Zullen we weer eens normaal gaan doen?
Worsten en kwartjes
Een kwartje.
Dat drukte de buurvrouw mij in mijn hand.
'Dank je wel', zei ze er ook bij.
'Ze heeft griep of zo', zei mijn moeder en of ik even een boodschapje wilde doen.
Dus liep ik met de boodschappentas van de buurvrouw langs de bakker en slager, waar je trouwens altijd bij een bestelling een stukje worst kreeg. De slager deed trouwens ook altijd een paar extra stukjes worst in de zak met het vlees, voor thuis, voor de anderen. De moderne marketingdeskundige van tegenwoordig zou zich nu daarover een krul in zijn lul lachen. Maar het was verdomd lekkere worst en het maakte de - vaak verplichte - gang naar de slager en het soms lange wachten goed. En druk was het altijd bij onze slager, geen nummertjesapparaat en niemand drong voor. Kom daar nu nog eens om.
Ik weet ook nog dat mijn vader en enkele tientallen andere dorpsgenoten de omheining - palen met draad er doorheen - rondom het voetbalveld uit de grond trokken, een meter naar achteren een gat groeven en daar de palen weer in ramden. Het waren trouwens betonnen paaltjes, zover ik me herinner. Met een dunne stalen draad. Het waarom is me altijd onduidelijk gebleven, maar ik heb het vermoeden dat de voetbalbond de minimale maten van een voetbalveld vaststelden of aanpasten en het veld van de dorpsclub was waarschijnlijk te klein. Omdat een van de gravers, tevens voetballer, naast het veld woonde kwam daar de koffie - met koekje - op tafel. Na een zaterdag beulen was het voetbalveld weer klaar voor de potjes tegen de omliggende dorpen.
Tegenwoordig is vrijwilligerswerk hot en helemaal da bomb. In Alphen kom je als kind in aanmerking voor de Ster van Alphen als je lief bent voor je zieke zusje en eens een keer wat boodschappen voor je moeder doet. De plaatselijke pers rukt uit en een groot aantal politici staan quasi interessant te doen hoe supergoed deze jongeren zijn. Ze wilden dat hun kinderen ook eens de gang naar de slager zouden maken. Eenmaal per jaar kiest iemand de vrijwilligers van het jaar. Een jaartje koffieschenken bij de bejaarden en je staat hoog op de supervrijwilligerslijst. Doe je naast de koffie ook nog wel eens een bingootje, en dat drie jaar achter elkaar en je komt in aanmerking voor de oeuvreprijs waarbij toute Alphen je hartelijk toeklapt terwijl ze genieten van de door de gemeenschap betaalde hapjes en drankjes.
Ik dacht altijd dat je af en toe wat doet voor een ander... gewoon omdat het zo uitkomt. Of even wat klussen bij je club omdat er dingen wel erg hard slijten. Omdat die ene persoon nu juist ziek is en tja, 'die slager gaat toch echt om 6 uur dicht en zou jij...' Ik vergis me trouwens: als iemand ziek is en je doet wat voor hem of haar, dan ben je mantelzorger en dan kan het zelfs zo zijn dat je voor een vergoeding van de gemeente in aanmerking komt of kunt rekenen op een flink stuk begeleiding. Want ga er maar aan staan, je eigen huis, kids, man of vrouw verzorgen, natuurlijk 40 uur beulen om de economie op gang te houden (moet en moest van de heren Rutte en Balkenende) en dan ook nog langs de slager. De meesten van ons doen dat ook niet, het is gewoon te veel.
Kijk die slager zou nog wel kunnen, maar die mantelzorgbegeleiding vreet tijd, het aanvragen van een cursus voor vrijwilligers kost je soms ook een paar uur en wat te denken van al die feestelijke avonden voor de vrijwilliger? Het is voor een normaal mens niet te behappen. Dan moet de buurvrouw het maar zonder verse worst doen, dat kan makkelijk. En de club? Ga maar eens kijken, alleen de die hards doen wat. Niet voor een grote beker, maar omdat er een flinke portie clubgevoel door hun aderen stroomt en ze de term vele handen maken licht werk, huldigen. En samen klussen is gewoon beregezellig.
Is het een idee om gewoon te stoppen met al die krankzinnige prijzen voor jan en alleman omdat we iets doen voor een ander en dat gewoon weer eens als normaal gaan beschouwen.
Een portie menselijkheid erbij misschien? Ha, denkt u nu. Jij kreeg geld voor het naar de slager gaan. Hoezo vrijwillig? Waar, maar ik heb dat kwartje beleefd geweigerd, iets waarvan de buurvrouw overigens niets wilde weten. Al met al was het toen, lang geleden, een goede dag voor me. Worst en ook nog een kwartje.
Een kwartje.
Dat drukte de buurvrouw mij in mijn hand.
'Dank je wel', zei ze er ook bij.
'Ze heeft griep of zo', zei mijn moeder en of ik even een boodschapje wilde doen.
Dus liep ik met de boodschappentas van de buurvrouw langs de bakker en slager, waar je trouwens altijd bij een bestelling een stukje worst kreeg. De slager deed trouwens ook altijd een paar extra stukjes worst in de zak met het vlees, voor thuis, voor de anderen. De moderne marketingdeskundige van tegenwoordig zou zich nu daarover een krul in zijn lul lachen. Maar het was verdomd lekkere worst en het maakte de - vaak verplichte - gang naar de slager en het soms lange wachten goed. En druk was het altijd bij onze slager, geen nummertjesapparaat en niemand drong voor. Kom daar nu nog eens om.
Ik weet ook nog dat mijn vader en enkele tientallen andere dorpsgenoten de omheining - palen met draad er doorheen - rondom het voetbalveld uit de grond trokken, een meter naar achteren een gat groeven en daar de palen weer in ramden. Het waren trouwens betonnen paaltjes, zover ik me herinner. Met een dunne stalen draad. Het waarom is me altijd onduidelijk gebleven, maar ik heb het vermoeden dat de voetbalbond de minimale maten van een voetbalveld vaststelden of aanpasten en het veld van de dorpsclub was waarschijnlijk te klein. Omdat een van de gravers, tevens voetballer, naast het veld woonde kwam daar de koffie - met koekje - op tafel. Na een zaterdag beulen was het voetbalveld weer klaar voor de potjes tegen de omliggende dorpen.
Tegenwoordig is vrijwilligerswerk hot en helemaal da bomb. In Alphen kom je als kind in aanmerking voor de Ster van Alphen als je lief bent voor je zieke zusje en eens een keer wat boodschappen voor je moeder doet. De plaatselijke pers rukt uit en een groot aantal politici staan quasi interessant te doen hoe supergoed deze jongeren zijn. Ze wilden dat hun kinderen ook eens de gang naar de slager zouden maken. Eenmaal per jaar kiest iemand de vrijwilligers van het jaar. Een jaartje koffieschenken bij de bejaarden en je staat hoog op de supervrijwilligerslijst. Doe je naast de koffie ook nog wel eens een bingootje, en dat drie jaar achter elkaar en je komt in aanmerking voor de oeuvreprijs waarbij toute Alphen je hartelijk toeklapt terwijl ze genieten van de door de gemeenschap betaalde hapjes en drankjes.
Ik dacht altijd dat je af en toe wat doet voor een ander... gewoon omdat het zo uitkomt. Of even wat klussen bij je club omdat er dingen wel erg hard slijten. Omdat die ene persoon nu juist ziek is en tja, 'die slager gaat toch echt om 6 uur dicht en zou jij...' Ik vergis me trouwens: als iemand ziek is en je doet wat voor hem of haar, dan ben je mantelzorger en dan kan het zelfs zo zijn dat je voor een vergoeding van de gemeente in aanmerking komt of kunt rekenen op een flink stuk begeleiding. Want ga er maar aan staan, je eigen huis, kids, man of vrouw verzorgen, natuurlijk 40 uur beulen om de economie op gang te houden (moet en moest van de heren Rutte en Balkenende) en dan ook nog langs de slager. De meesten van ons doen dat ook niet, het is gewoon te veel.
Kijk die slager zou nog wel kunnen, maar die mantelzorgbegeleiding vreet tijd, het aanvragen van een cursus voor vrijwilligers kost je soms ook een paar uur en wat te denken van al die feestelijke avonden voor de vrijwilliger? Het is voor een normaal mens niet te behappen. Dan moet de buurvrouw het maar zonder verse worst doen, dat kan makkelijk. En de club? Ga maar eens kijken, alleen de die hards doen wat. Niet voor een grote beker, maar omdat er een flinke portie clubgevoel door hun aderen stroomt en ze de term vele handen maken licht werk, huldigen. En samen klussen is gewoon beregezellig.
Is het een idee om gewoon te stoppen met al die krankzinnige prijzen voor jan en alleman omdat we iets doen voor een ander en dat gewoon weer eens als normaal gaan beschouwen. Een portie menselijkheid erbij misschien? Ha, denkt u nu. Jij kreeg geld voor het naar de slager gaan. Hoezo vrijwillig? Waar, maar ik heb dat kwartje beleefd geweigerd, iets waarvan de buurvrouw overigens niets wilde weten.
Al met al was het toen, lang geleden, een goede dag voor me. Worst en ook nog een kwartje.
Castellum op z'n kop
Actie
Actie
Op de bres voor natuur
In het magazine Grasduinen van januari kijkt natuurfotograaf Ruben Smit terug op 2010. Hoogtepunten wisselen zich af met dieptepunten. De column kun je hier lezen, hieronder staat een uitsnede. Het stuk spreekt voor zichzelf. Smit 'roept' op tot een burgerinitiatief en een protestactie op het Malieveld. Hij loopt mee en is zelfs eventueel bereid de actie te organiseren. Ik zal er zeker bij en en als Ruben Smit hulp nodig heeft, ben ik bereid te assisteren.
Wat mij betreft is het 5 voor 12 voor de natuur en is het tijd om het kabinet Rutte op dit vlak te stoppen. Natuur moet je niet proberen te sturen volgens de wetten van de economie. Wat eenmaal kapot is, valt vaak moeilijk te repareren. En geloof me, we hebben al heel veel natuur naar de klote geholpen.
Ik weet het, het is tegen de regels van de auteurswet in om het op deze manier te doen, maar ik kon de column van Smit niet ergens anders online vinden om daarnaar te linken.
In het magazine Grasduinen van januari kijkt natuurfotograaf Ruben Smit terug op 2010. Hoogtepunten wisselen zich af met dieptepunten. Hieronder staat een uitsnede van de column met een oproep van Smit die voor zichzelf en ieders verbeelding spreekt.
Het stuk spreekt voor zichzelf. Smit 'roept' op tot een burgerinitiatief en een protestactie op het Malieveld. Hij loopt mee en is zelfs eventueel bereid de actie te organiseren. Ik zal er zeker bij en en als Ruben Smit hulp nodig heeft, ben ik bereid te assisteren. Wat zou het mooi zijn: een vol Malieveld die Mark Rutte tot de natuurorde roept.
Wat mij betreft is het 5 voor 12 voor de natuur en is het tijd om het Kabinet Rutte op dit vlak te stoppen. Natuur moet je niet proberen te sturen volgens de wetten van de economie. Wat eenmaal kapot is, valt vaak moeilijk te repareren. En geloof me, we hebben al heel veel natuur naar de klote geholpen.
Achter de Tolbrug
Uit de heel oude doos (2)
Achter de Tolbrug
Het begon allemaal met gerommel tussen de spullen van mijn ouders die in een hoek van de trapkast staan. Ik vond twee krantenknipsels (zie het stuk hieronder) en vond nog meer. Onder andere onderstaande ets, want dat is het volgens mij. Maar als het een tekening is, wil ik dat ook wel geloven.
Ik weet dat de ets een tijd in huis hing en later naar zolder verhuisde waar ik het na mijn moeders overlijden vond en toe-eigende. Zonder overigens te weten wat het precies was. Het verdween in de trapkast en kwam nu dus (na bijna twee jaar) weer tevoorschijn. Toen ik de ets bekeek was deze gesigneerd met Hendrik de Laat (1900-1980), een Bossche tekenaar en schilder. Het 'ding' was dus geen prul, maar wel iets 'echts', en gekocht bij de kunsthandel aan Vughterstraat 162 die dezelfde naam draagt als de tekenaar. Ik vermoed dat mijn vader het gekregen heeft via zijn werk bij de firma Broeders in Vught. Mogelijk bij een jubileum.
Al die ontdekkingen maakte het interessanter. Het tafereel kende ik niet en het leek me leuk om hetzelfde steegje te fotograferen en dan naast elkaar in huis te hangen. Zo te zien op de ets is het tijdsbeeld van voor de oorlog. Oud en nieuw, naast elkaar. Hoe zou het er nu uit zien, het maakte me nieuwsgierig.
Maar het probleem is dat ik de weg niet meer weet in de hoofdstad van Brabant en kon ik me de kerk en straat niet vinden in mijn geheugen. Buiten dat, woon ik er niet dus er even heen lopen was geen optie. Maar gelukkig is er Twitter en van mijn volgers, en ik volg hen, zijn de mensen achter de Bossche Koek, die er- even terzijde - lekker uitziet. Ik mailde de foto en zij gooiden die op Twitter. Gieljan de Backer dook op internet en begon te zoeken. Al snel kwam er van verschillende mensen een reactie. Het leidde in eerste instantie naar de Gasselstraat en de Schilderstraat. Maar beide waren fout. Gieljan kwam met het verlossende antwoord. Het is de straat met de naam Achter de Tolbrug met op de achtergrond de Pieterskerk. Hij kwam op de proppen met de foto die je hieronder ziet. Dat kan niet missen.
Alleen kwam er nog een mededeling. De kerk is gesloopt in 1983 en het straatje is het straatje niet meer. Op de plek van de kerk staat nu (een deel) van het Groot Zieken Gasthuis en er is een parkeergarage bijgekomen. Vanaf de parkeergarage aan de Burgemeester Loefplein kan ik wel de foto maken, de steeg in. Maar dat is natuurlijk wel vanuit een ander gezichtspunt dan toen Hendrik de Laat er tekende. Tijd schrijdt voort, alleen soms niet ten goede. Overigens gaat ook het ziekenhuis op termijn plat.
Dan is er natuurlijk de Tussen-kunst-en-kitsch-vraag: wat is de waarde van de ets? Geen flauw idee, ik vermoed niet veel. Maar misschien loop ik eens de kunsthandel binnen en vraag het gewoon. Dit wordt dus een vervolgverhaal, ook wat de foto betreft natuurlijk.
En wie de mensen achter de Bossche Koek wil volgen moet hier klikken.
Het begon allemaal met gerommel tussen de spullen van mijn ouders die in een hoek van de trapkast staan. Ik vond twee krantenknipsels (zie het stuk hieronder) en vond nog meer. Onder andere onderstaande ets, want dat is het volgens mij. Maar als het een tekening is, wil ik dat ook wel geloven.

Ik weet dat de ets een tijd in huis hing en later naar zolder verhuisde waar ik het na mijn moeders overlijden vond en toe-eigende. Zonder overigens te weten wat het precies was. Het verdween in de trapkast en kwam nu dus (na bijna twee jaar) weer tevoorschijn. Toen ik de ets bekeek was deze gesigneerd met Hendrik de Laat (1900-1980), een Bossche tekenaar en schilder. Het 'ding' was dus geen prul, maar wel iets 'echts', en gekocht bij de kunsthandel aan Vughterstraat 162 die dezelfde naam draagt als de tekenaar. Ik vermoed dat mijn vader het gekregen heeft via zijn werk bij de firma Broeders in Vught. Mogelijk bij een jubileum.
Al die ontdekkingen maakte het interessanter. Het tafereel kende ik niet en het leek me leuk om hetzelfde steegje te fotograferen en dan naast elkaar in huis te hangen. Zo te zien op de ets is het tijdsbeeld van voor de oorlog. Oud en nieuw, naast elkaar. Hoe zou het er nu uit zien, het maakte me nieuwsgierig.
Maar het probleem is dat ik de weg niet meer weet in de hoofdstad van Brabant en kon ik me de kerk en straat niet vinden in mijn geheugen. Buiten dat, woon ik er niet dus er even heen lopen was geen optie. Maar gelukkig is er Twitter en van mijn volgers, en ik volg hen, zijn de mensen achter de Bossche Koek, die er- even terzijde - lekker uitziet. Ik mailde de foto en zij gooiden die op Twitter. Gieljan de Backer dook op internet en begon te zoeken. Al snel kwam er van verschillende mensen een reactie. Het leidde in eerste instantie naar de Gasselstraat en de Schilderstraat. Maar beide waren fout. Gieljan kwam met het verlossende antwoord. Het is de straat met de naam Achter de Tolbrug met op de achtergrond de Pieterskerk. Hij kwam op de proppen met de foto die je hieronder ziet. Dat kan niet missen.

Alleen kwam er nog een mededeling. De kerk is gesloopt in 1983 en het straatje is het straatje niet meer. Op de plek van de kerk staat nu (een deel) van het Groot Zieken Gasthuis en er is een parkeergarage bijgekomen. Vanaf de parkeergarage aan de Burgemeester Loefplein kan ik wel de foto maken, de steeg in. Maar dat is natuurlijk wel vanuit een ander gezichtspunt dan toen Hendrik de Laat er tekende. Tijd schrijdt voort, alleen soms niet ten goede. Overigens gaat ook het ziekenhuis op termijn plat.
Dan is er natuurlijk de Tussen-kunst-en-kitsch-vraag: wat is de waarde van de ets? Geen flauw idee, ik vermoed niet veel. Maar misschien loop ik eens de kunsthandel binnen en vraag het gewoon. Dit wordt dus een vervolgverhaal, ook wat de foto betreft natuurlijk.
En wie de mensen achter de Bossche Koek wil volgen moet hier klikken.
Twee krantenknipsels uit het Brabants Dagblad
Uit de hele oude doos
Twee krantenknipsels uit het Brabants Dagblad
Mijn moeder was niet zo van het bewaren. Nou ja en daarom staat een flinke hoek van mijn trapkast vol met spullen waarvan ik denk: wat moet ik er mee. Weggooien? Nee nooit. Maar ze was geen verzamelaar. Daarom was iedereen verbaasd dat we – toen we haar huis leeg ruimden en ook dat lijkt al eeuwen geleden – twee oude krantenknipsels uit het Brabants Dagblad (mijn ouders lazen geen andere krant) vonden. Over mijn vader, haar man en natuurlijk had het betrekking over de fiere voetbalclub Emplina, uit Empel. De beste man is daar heel zijn leven bij betrokken geweest. Elke zondag door weer en wind langs de lijn. Dat zijn nog eens fans.
Hieronder de twee knipsels. Sorry, slechte kwaliteit. Op de bovenste foto leunt mijn – nog jonge - vader op de man die op zijn hurken zit. Op de onderste zit hij rechtsonder en ja, ik geef het toe. Het is bijna niet te zien.
Wat mijn moeder trouwens ook bewaard heeft... heel veel telegrammen (ja, zoek dat maar eens op) van haar trouwen. Maar daarover ooit eens meer.
Mijn moeder was niet zo van het bewaren. Nou ja en daarom staat een flinke hoek van mijn trapkast vol met spullen waarvan ik denk: wat moet ik er mee. Weggooien? Nee nooit. Maar ze was geen verzamelaar. Daarom was iedereen verbaasd dat we – toen we haar huis leeg ruimden en ook dat lijkt al eeuwen geleden – twee oude krantenknipsels uit het Brabants Dagblad (mijn ouders lazen geen andere krant) vonden. Over mijn vader, haar man en natuurlijk had het betrekking over de fiere voetbalclub Emplina, uit Empel. De beste man is daar heel zijn leven bij betrokken geweest. Elke zondag door weer en wind langs de lijn. Dat zijn nog eens fans.
Hieronder de twee knipsels. Sorry, slechte kwaliteit. Op de bovenste foto leunt mijn – nog jonge - vader op de man die op zijn hurken zit. Op de onderste zit hij rechtsonder en ja, ik geef het toe. Het is bijna niet te zien.
Wat mijn moeder trouwens ook bewaard heeft... heel veel telegrammen (ja, zoek dat maar eens op) van haar trouwen. Maar daarover ooit eens meer.


De Oostvaardersplassen gaan naar de klote
De mens als God
'Kijk een vos.' Verbaasd en opgewonden kijken we vanuit de uitkijkhut van de Oostvaardersplassen over het on-Nederlandse landschap. Op een kleine 50 meter van ons vandaan scharrelt een vos. Ademloos kijken wij naar het schouwspel. Het bruine beest met de zwierige staart weet waarschijnlijk niet eens dat er een verrekijker op hem gericht is. Hij voelt zich volledig op zijn gemak, scharrelt, snuffelt en gaat eens rustig liggen.
'Hij heeft witte oren', zegt Lloyd terwijl zijn jonge ogen door de verrekijker elke beweging van de vos volgen. Later verandert dat trouwens in witte strepen over zijn gezicht. Ik geloof hem, zijn ogen zien meer dan de mijne. Wat verder weg richting de horizon staat een kudde runderen te grazen en naar rechts een kleine kudde paarden. Lloyd meent ook nog herten te zien, maar ik kan dat niet bevestigen, te ver weg.
De beesten doen niks, ja vreten. En dat in de bijtende kou, ze geven geen krimp. Wij moesten ons wapenen tegen de eerste winter in Nederland met muts, handschoenen, fleece en een winddichte buitenjas. Vanaf het bezoekerscentrum liepen we het kleine rondje dat een mens in dat gebied mag lopen. De Oostvaardersplassen zijn voor de dieren en de mens heeft daar niks te zoeken. Honderden grote grazers brengen er hun dagen door met eten. Wel belangrijk trouwens dat eten, om de winter door te komen. De beesten hebben niet de beschikking over een goed uitgeruste outdoorwinkel. Ze moeten het doen met hun vacht en hun vet dat ze halen uit het vele eten. Naast de grote grazers hangen er dus ook vossen rond en stikt het er werkelijk van de vogels. En dan vergeet ik vast de vele honderden andere soorten die er hun tijd doorbrengen.
Maar al dat kleine grut zien we niet, weten we dus niks van en die baren ons geen zorgen. De grote grazers wel, die zien we, ze zijn aaibaar - al zou ik het niet proberen - en als er eentje doodgaat dan valt dat op, laat staan als er enkele honderden doodgaan. Alleen de sterksten overleven, volgens mij is dat een keurig Nederlands spreekwoord. Ben je niet sterk genoeg dan val je af en in de natuur betekent dat onherroepelijk de dood. Maar die dood betekent voedsel voor anderen en dus ook weer leven. Voor een vos bijvoorbeeld.
Als het weer voorjaar wordt, jongt het hele spul weer aan en voor je met je ogen kunt knipperen, lopen er weer meer grote grazers dan voorheen. Maar er is een verschil, deze kleine grote grazers komen uit een sterk geslacht dat strenge winters kan overleven. Maar ook als de kleintjes een gebrek vertonen, volgt de dood. Zo is het nu eenmaal. Een gebrek, verstandelijk of lichamelijk, betekent in de natuur een zekere dood.
Terwijl Lloyd de natuur bestudeert op een onbevangen manier zoals alleen kinderen kunnen, zie ik donkere wolken boven het gebied hangen. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat er enkele honderden dieren moeten worden afgeschoten om het voedseltekort in de Oostvaardersplassen op te lossen. Meer dan 75 hoog opgeleide mannen en vrouwen hebben zichzelf de titel van God toegeëigend. Niet meer het recht van de sterkste geldt in de natuur van de Oostvaardersplassen, maar het recht van de domme mens. Terwijl andere oplossingen voor handen liggen. Alleen wil deze regering geen geld meer uittrekken voor natuur. Met maar één reden natuurlijk: natuur levert geen geld op en voegt niets toe aan de economie.
Ondertussen blijft de kleine man turen naar beesten die er misschien volgende week niet meer lopen. Ik vertel het hem maar niet.
'Kijk een vos.' Verbaasd en opgewonden kijken we vanuit de uitkijkhut van de Oostvaardersplassen over het on-Nederlandse landschap. Op een kleine 50 meter van ons vandaan scharrelt een vos. Ademloos kijken wij naar het schouwspel. Het bruine beest met de zwierige staart weet waarschijnlijk niet eens dat er een verrekijker op hem gericht is. Hij voelt zich volledig op zijn gemak, scharrelt, snuffelt en gaat eens rustig liggen.
'Hij heeft witte oren', zegt Lloyd terwijl zijn jonge ogen door de verrekijker elke beweging van de vos volgen. Later verandert dat trouwens in witte strepen over zijn gezicht. Ik geloof hem, zijn ogen zien meer dan de mijne. Wat verder weg richting de horizon staat een kudde runderen te grazen en naar rechts een kleine kudde paarden. Lloyd meent ook nog herten te zien, maar ik kan dat niet bevestigen, te ver weg.
De beesten doen niks, ja vreten. En dat in de bijtende kou, ze geven geen krimp. Wij moesten ons wapenen tegen de eerste winter in Nederland met muts, handschoenen, fleece en een winddichte buitenjas. Vanaf het bezoekerscentrum liepen we het kleine rondje dat een mens in dat gebied mag lopen. De Oostvaardersplassen zijn voor de dieren en de mens heeft daar niks te zoeken. Honderden grote grazers brengen er hun dagen door met eten. Wel belangrijk trouwens dat eten, om de winter door te komen. De beesten hebben niet de beschikking over een goed uitgeruste outdoorwinkel. Ze moeten het doen met hun vacht en hun vet dat ze halen uit het vele eten. Naast de grote grazers hangen er dus ook vossen rond en stikt het er werkelijk van de vogels. En dan vergeet ik vast de vele honderden andere soorten die er hun tijd doorbrengen.
Maar al dat kleine grut zien we niet, weten we dus niks van en die baren ons geen zorgen. De grote grazers wel, die zien we, ze zijn aaibaar - al zou ik het niet proberen - en als er eentje doodgaat dan valt dat op, laat staan als er enkele honderden doodgaan. Alleen de sterksten overleven, volgens mij is dat een keurig Nederlands spreekwoord. Ben je niet sterk genoeg dan val je af en in de natuur betekent dat onherroepelijk de dood. Maar die dood betekent voedsel voor anderen en dus ook weer leven. Voor een vos bijvoorbeeld.
Als het weer voorjaar wordt, jongt het hele spul weer aan en voor je met je ogen kunt knipperen, lopen er weer meer grote grazers dan voorheen. Maar er is een verschil, deze kleine grote grazers komen uit een sterk geslacht dat strenge winters kan overleven. Maar ook als de kleintjes een gebrek vertonen, volgt de dood. Zo is het nu eenmaal. Een gebrek, verstandelijk of lichamelijk, betekent in de natuur een zekere dood.
Terwijl Lloyd de natuur bestudeert op een onbevangen manier zoals alleen kinderen kunnen, zie ik donkere wolken boven het gebied hangen. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat er enkele honderden dieren moeten worden afgeschoten om het voedseltekort in de Oostvaardersplassen op te lossen. Meer dan 75 hoog opgeleide mannen en vrouwen hebben zichzelf de titel van God toegeëigend. Niet meer het recht van de sterkste geldt in de natuur van de Oostvaardersplassen, maar het recht van de domme mens. Terwijl andere oplossingen voor handen liggen. Alleen wil deze regering geen geld meer uittrekken voor natuur. Met maar één reden natuurlijk: natuur levert geen geld op en voegt niets toe aan de economie.
Ondertussen blijft de kleine man turen naar beesten die er misschien volgende week niet meer lopen. Ik vertel het hem maar niet.
Zomaar wat blikken in de wereld
Vergane glorie
Marine Vliegkamp Valkenburg
Vergane glorie
Tja... Dat denk ik als ik weer eens in de buurt kom van de plek waar ik zo'n 17 jaar versleet. Als we niet op detachering waren tenminste. Tja, en meestal volgt er dan een grote stilte.
Marine Vliegkamp Valkenburg, Wassenaarseweg 75, Katwijk om precies te zijn. Ooit de thuisbasis van bijvoorbeeld de Neptune, de Atlantic en voorheen de Orion, P3C. Allemaal marine patrouillevliegtuigen. Vergane glorie want in januari 2005 ging de stekker er definitief uit. Ik werkte op dat moment daar al niet meer, maar het maakte de pijn en woede niet minder. Overigens mag de dank hiervoor uitgaan naar de VVD, die de laatste nekslag gaf. Tachtig jaar geschiedenis sneuvelde die dag.
Maar goed, ook na de MLD gaat het leven door. Foto's herinneren aan een belangrijk marinetijdperk en die zijn nu ook online te zien. Met dank aan Rob van Zeist.
Klik hier en geniet. En ja, neem de tijd: het zijn er enkele honderden.
Tja... Dat denk ik als ik weer eens in de buurt kom van de plek waar ik zo'n 17 jaar versleet. Als we niet op detachering waren tenminste. Tja, en meestal volgt er dan een grote stilte.
Marine Vliegkamp Valkenburg, Wassenaarseweg 75, Katwijk om precies te zijn. Ooit de thuisbasis van bijvoorbeeld de Neptune, de Atlantic en voorheen de Orion, P3C. Allemaal marine patrouillevliegtuigen. Vergane glorie want in januari 2005 ging de stekker er definitief uit. Ik werkte op dat moment daar al niet meer, maar het maakte de pijn en woede niet minder. Overigens mag de dank hiervoor uitgaan naar de VVD, die de laatste nekslag gaf. Tachtig jaar geschiedenis sneuvelde die dag.
Maar goed, ook na de MLD gaat het leven door. Foto's herinneren aan een belangrijk marinetijdperk en die zijn nu ook online te zien. Met dank aan Rob van Zeist.
Klik hier en geniet. En ja, neem de tijd: het zijn er enkele honderden.