Oostvaardersplassen
Bevrijdingsdag sucks
Vier vooral niet de vrijheid
Ook zo lekker de vrijheid gevierd mensen? In Alphen was het groot feest, je kon bijna niet lopen van de mensen. Geweldig wat een programma, de mensen die dat in elkaar gezet hebben, verdienen een lintje. En dan niet zomaar Lid in de orde van Oranje Nassau, maar minstens Ridder Grootkruis. Hoger kan niet, tenzij je koning bent of misschien Marco Kroon heet en in je eentje Afghanistan bevrijdt.
Bevrijdingsdag, 5 mei, de dag dat Nederland vrij was van het juk van de bezetter, de dag dat voor velen het leven opnieuw begon en ook de dag dat al die mensen die konden doorleven, beseften dat velen dat niet meer konden. Zij waren namelijk dood. Maar daar is 4 mei, Dodenherdenking, voor. De dag erna viert Nederland feest, viert Nederland de vrijheid. Klink ik cynisch? Ja, daar hebt u helemaal gelijk in. De viering van Bevrijdingsdag is gewoon zum kotzen, maar misschien is een Duitse term niet zo handig met dit onderwerp.
Graag had ik namelijk meegedaan met de estafettelopers die het bevrijdingsvuur vanuit Wageningen liepen naar Alphen aan den Rijn (overigens verzin ik dit natuurlijk, voor u denkt dat ik sportman ben). Maar het leek me beter om te gaan slapen, tenslotte is 5 mei voor mij gewoon een werkdag. Ik had graag ook gezien hoe burgemeester Eenhoorn de vlam op het Rijnplein ontstak. Helaas, mijn chef verlangde werkzaamheden van me.
Goed, ik had de middag vrij kunnen nemen om me te storten in het onnavolgbare feestgedruis in het centrum van de stad. Precies, er was niks, helemaal niks. Jawel, café Trots had wat kleine bandjes geregeld voor op het terras. Maar een officieel programma? Nee, niks. Er was letterlijk geen reet te beleven. Ja, rond achten in de avond was er een Bevrijdingsconcert in de Adventskerk. Maar mijn aversie tegen de kerk is zelfs nog groter dan tegen Bevrijdingsdag. In een kerk krijgen ze me met geen tien paarden, tenzij ik de kansel voor een uurtje mag bezetten om mijn Evangelie te verkondigen.
Nee, Bevrijdingsdag, dat moeten we vaker doen. En dan durft ene Mark Rutte ook nog te verkondigen dat 5 mei leeft onder de Nederlanders. Kan hij makkelijk zeggen, hij is ambtenaar en hij is dus vrij. De rest, op scholieren en studenten na, moet ploeteren om die verrotte economie – met dank aan al die sukkels met witte boorden - aan de gang te houden, of proberen weer op gang te brengen.
Vier de vrijheid? M’n reet, we vieren helemaal niks. Vierden we maar eens echt de vrijheid, elk jaar, zoals je vrijheid hoort te vieren. Maar ik ben bang dat we niet meer eens weten wat vrijheid is. We zijn het gewoon, er aan gewend en ermee verwend. En dat is, denk ik, het grootste manco van Bevrijdingsdag.
Ook zo lekker de vrijheid gevierd mensen? In Alphen was het groot feest, je kon bijna niet lopen van de mensen. Geweldig wat een programma, de mensen die dat in elkaar gezet hebben, verdienen een lintje. En dan niet zomaar Lid in de orde van Oranje Nassau, maar minstens Ridder Grootkruis. Hoger kan niet, tenzij je koning bent of misschien Marco Kroon heet en in je eentje Afghanistan bevrijdt.
Bevrijdingsdag, 5 mei, de dag dat Nederland vrij was van het juk van de bezetter, de dag dat voor velen het leven opnieuw begon en ook de dag dat al die mensen die konden doorleven, beseften dat velen dat niet meer konden. Zij waren namelijk dood. Maar daar is 4 mei, Dodenherdenking, voor. De dag erna viert Nederland feest, viert Nederland de vrijheid. Klink ik cynisch? Ja, daar hebt u helemaal gelijk in. De viering van Bevrijdingsdag is gewoon zum kotzen, maar misschien is een Duitse term niet zo handig met dit onderwerp.
Graag had ik namelijk meegedaan met de estafettelopers die het bevrijdingsvuur vanuit Wageningen liepen naar Alphen aan den Rijn (overigens verzin ik dit natuurlijk, voor u denkt dat ik sportman ben). Maar het leek me beter om te gaan slapen, tenslotte is 5 mei voor mij gewoon een werkdag. Ik had graag ook gezien hoe burgemeester Eenhoorn de vlam op het Rijnplein ontstak. Helaas, mijn chef verlangde werkzaamheden van me.
Goed, ik had de middag vrij kunnen nemen om me te storten in het onnavolgbare feestgedruis in het centrum van de stad. Precies, er was niks, helemaal niks. Jawel, café Trots had wat kleine bandjes geregeld voor op het terras. Maar een officieel programma? Nee, niks. Er was letterlijk geen reet te beleven. Ja, rond achten in de avond was er een Bevrijdingsconcert in de Adventskerk. Maar mijn aversie tegen de kerk is zelfs nog groter dan tegen Bevrijdingsdag. In een kerk krijgen ze me met geen tien paarden, tenzij ik de kansel voor een uurtje mag bezetten om mijn Evangelie te verkondigen.
Nee, Bevrijdingsdag, dat moeten we vaker doen. En dan durft ene Mark Rutte ook nog te verkondigen dat 5 mei leeft onder de Nederlanders. Kan hij makkelijk zeggen, hij is ambtenaar en hij is dus vrij. De rest, op scholieren en studenten na, moet ploeteren om die verrotte economie – met dank aan al die sukkels met witte boorden - aan de gang te houden, of proberen weer op gang te brengen.
Vier de vrijheid? M’n reet, we vieren helemaal niks. Vierden we maar eens echt de vrijheid, elk jaar, zoals je vrijheid hoort te vieren. Maar ik ben bang dat we niet meer eens weten wat vrijheid is. We zijn het gewoon, er aan gewend en ermee verwend. En dat is, denk ik, het grootste manco van Bevrijdingsdag.
Ooit weer genieten
Een heel ander verhaal
Dit had een heel ander verhaal moeten worden. Een verhaal over vergezichten met op de horizon kuddes paarden, edelherten en runderen. Over een zon die de lucht liet trillen en over een landschap dat je eeuwen terug zet in de tijd. Ik zou graag verhalen over een stuk natte grond dat door indijking langzaam verandert in een uniek en on-Nederlands landschap. Met zoveel plezier zou ik u alles willen vertellen hoe mooi het in de Oostvaardersplassen is, hoe onwerkelijk de natuur daar is en over de duizenden vogels die je er ziet. Hoe lang duurde het voor ik me realiseerde dat ik door mijn verrekijker al een paar minuten keek naar twee ijsvogels? Ik genoot, zag ze van tak tot tak gaan en realiseerde me ineens dat het niet makkelijk is deze vogels te spotten.
Misschien had ik u dan ook moeten vertellen over de avond op de camping. Dat het ons verbaasde dat het toch zo snel afkoelde terwijl de zon toch de hele dag de aarde verwarmde. En hoe die zon vrijblijvend zijn plaats afstond aan de maan en hoe we zomaar met een Zuid-Afrikaan aan een kampvuur zaten en we keken naar de vonken die rondvlogen. Ik had u kunnen vertellen over een jongen die weigerde naar bed te gaan, die niet bij het vuur was weg te slaan en de hele avond zorgde voor hout voor op het kampvuur. Wat heeft het nog voor nut te vertellen over hoe het voelt als de nacht valt en over het genot je moede lichaam te vlijen op een te dun matje in een heerlijke slaapzak terwijl je de onverwarmde lucht inademt en de donkere nacht je slaapzak omklemd.
Zo'n verhaal om mijn lezers mee naar buiten te nemen zevert al twee weken in mijn hoofd en vaak denk ik het uit, van begin tot eind. Wat nog rest is het even uitwerken en klaar. Maar het komt er niet van. Hoe kun je in deze tijd nog praten over genieten, hoe kun je nu nog lachen. Mijn hart wil het wel, maar mijn verstand zegt 'doe maar eens normaal'. Genieten ligt achter ons na die ene dramatische, zonnige zaterdag in Alphen aan den Rijn. Die dramatische 9 april ging aan mij voorbij terwijl ik genoot van wat de natuur ons biedt. Ook mijn naasten kwamen met de schrik vrij. Ik behoor tot de gelukkigen.
Ach, ik kan echt wel weer genieten, over een poosje. Echt genieten dan. Maakt u zich daar niet ongerust over. Binnenkort vliegt er weer een buizerd voorbij die mij afleidt van de soms bizarre werkelijkheid. Maar zoveel mensen in Alphen aan den Rijn hebben een keiharde knauw gekregen waarvan ik me afvraag of je daar wel overheen kunt komen. Ik wens ze alle sterkte, kracht en ook de moed die nodig is om weer een stap in deze wereld te maken. Misschien vergeten ze ooit even het verschrikkelijke verdriet dat hun is aangedaan en neemt genieten de overhand. Ik hoop het echt.
Dit had een heel ander verhaal moeten worden. Een verhaal over vergezichten met op de horizon kuddes paarden, edelherten en runderen. Over een zon die de lucht liet trillen en over een landschap dat je eeuwen terug zet in de tijd. Ik zou graag verhalen over een stuk natte grond dat door indijking langzaam verandert in een uniek en on-Nederlands landschap. Met zoveel plezier zou ik u alles willen vertellen hoe mooi het in de Oostvaardersplassen is, hoe onwerkelijk de natuur daar is en over de duizenden vogels die je er ziet. Hoe lang duurde het voor ik me realiseerde dat ik door mijn verrekijker al een paar minuten keek naar twee ijsvogels? Ik genoot, zag ze van tak tot tak gaan en realiseerde me ineens dat het niet makkelijk is deze vogels te spotten.
Misschien had ik u dan ook moeten vertellen over de avond op de camping. Dat het ons verbaasde dat het toch zo snel afkoelde terwijl de zon toch de hele dag de aarde verwarmde. En hoe die zon vrijblijvend zijn plaats afstond aan de maan en hoe we zomaar met een Zuid-Afrikaan aan een kampvuur zaten en we keken naar de vonken die rondvlogen. Ik had u kunnen vertellen over een jongen die weigerde naar bed te gaan, die niet bij het vuur was weg te slaan en de hele avond zorgde voor hout voor op het kampvuur. Wat heeft het nog voor nut te vertellen over hoe het voelt als de nacht valt en over het genot je moede lichaam te vlijen op een te dun matje in een heerlijke slaapzak terwijl je de onverwarmde lucht inademt en de donkere nacht je slaapzak omklemd.
Zo'n verhaal om mijn lezers mee naar buiten te nemen zevert al twee weken in mijn hoofd en vaak denk ik het uit, van begin tot eind. Wat nog rest is het even uitwerken en klaar. Maar het komt er niet van. Hoe kun je in deze tijd nog praten over genieten, hoe kun je nu nog lachen. Mijn hart wil het wel, maar mijn verstand zegt 'doe maar eens normaal'. Genieten ligt achter ons na die ene dramatische, zonnige zaterdag in Alphen aan den Rijn. Die dramatische 9 april ging aan mij voorbij terwijl ik genoot van wat de natuur ons biedt. Ook mijn naasten kwamen met de schrik vrij. Ik behoor tot de gelukkigen.
Ach, ik kan echt wel weer genieten, over een poosje. Echt genieten dan. Maakt u zich daar niet ongerust over. Binnenkort vliegt er weer een buizerd voorbij die mij afleidt van de soms bizarre werkelijkheid. Maar zoveel mensen in Alphen aan den Rijn hebben een keiharde knauw gekregen waarvan ik me afvraag of je daar wel overheen kunt komen. Ik wens ze alle sterkte, kracht en ook de moed die nodig is om weer een stap in deze wereld te maken. Misschien vergeten ze ooit even het verschrikkelijke verdriet dat hun is aangedaan en neemt genieten de overhand. Ik hoop het echt.
Hebbes
Hebbes
Een bruine streep viel uit de lucht
Ik draaide over de rotonde rechtdoor, langs het verlaten Koreaans restaurant op de Venneperweg op weg naar het kantoor. Vlak voordat ik het stuur naar rechts moest draaien om de rotonde te verlaten zag ik in mijn ooghoek een bruine streep uit de lucht vallen. Een valk meende ik bijna direct, dook vanaf hoogte boven op een prooi. Hij, of zij, verdween in het gras en ik had al moeite genoeg mijn voertuig op de weg te houden. De sloot ernaast is erg diep, vandaar.
Veel meer kreeg ik dus niet mee van de actie van de valk en de ondergang van een (vermoedelijk) knaagdier, maar mijn hart sloeg enkele slagen extra van spanning en opwinding. Leven en dood, zo vlak naast de weg op een vroege ochtend. Zo'n actie had ik nog nooit waargenomen, en een nieuwe kans erop is niet erg groot. Zeker niet als ik ook nog een voertuig op de weg moet houden.
Wat trouwens een feit is, is dat het niet al te best gaat met de roofvogels in Nederland en daar zijn wij als mensen toch zeker ook een beetje schuldig aan. Ons geregel met land en natuur maakt dat het lastig is voor de gevleugelde rovers om wat te eten te vinden. Toch zijn er nog genoeg te zien, hoe tegenstrijdig dat dan ook weer klinkt. Wij zien de meeste vogels gewoon langs de weg, dus is er geen excuus om er niet van te genieten. Je hoeft er de auto niet voor uit.
Zeker in ons Groene Hart zijn de weilanden soms een El Dorado voor de gemiddelde roofvogel. Ik weet het, de bende van Rutte heeft op sommige wegen de maximum snelheid verhoogd. Maar doe nu eens tegendraads en laat die snelheid eens zakken en zoek een plekje op de rechterbaan. Kijk vooruit, maar ook wat schuin vooruit over het weiland en geef speciale aandacht aan de paaltjes en hekken. Oefening baart kunst, maar als je de kunst uiteindelijk beheerst zie je valken, buizerds en haviken en misschien nog wel andere rovers speuren over het weiland. Ze zitten er met een bepaalde statigheid. En elke keer huppelt mijn hart van vrolijkheid als ik er weer eens eentje zie zitten.
Ik draaide over de rotonde rechtdoor, langs het verlaten Koreaans restaurant op de Venneperweg op weg naar het kantoor. Vlak voordat ik het stuur naar rechts moest draaien om de rotonde te verlaten zag ik in mijn ooghoek een bruine streep uit de lucht vallen. Een valk, meende ik bijna direct, dook vanaf hoogte boven op een prooi. Hij, of zij, verdween in het gras en ik had al moeite genoeg mijn voertuig op de weg te houden. De sloot ernaast is erg diep, vandaar.
Veel meer kreeg ik dus niet mee van de actie van de valk en de ondergang van een (vermoedelijk) knaagdier, maar mijn hart sloeg enkele slagen extra van spanning en opwinding. Leven en dood, zo vlak naast de weg op een vroege ochtend. Zo'n actie had ik nog nooit waargenomen, en een nieuwe kans erop is niet erg groot. Zeker niet als ik ook nog een voertuig op de weg moet houden.
Wat trouwens een feit is, is dat het niet al te best gaat met de roofvogels in Nederland en daar zijn wij als mensen toch zeker ook een beetje schuldig aan. Ons geregel met land en natuur maakt dat het lastig is voor de gevleugelde rovers om wat te eten te vinden. Toch zijn er nog genoeg te zien, hoe tegenstrijdig dat dan ook weer klinkt. Wij zien de meeste vogels gewoon langs de weg, dus is er geen excuus om er niet van te genieten. Je hoeft er de auto niet voor uit.
Zeker in ons Groene Hart zijn de weilanden soms een El Dorado voor de gemiddelde roofvogel. Ik weet het, de bende van Rutte heeft op sommige wegen de maximum snelheid verhoogd. Maar doe nu eens tegendraads en laat die snelheid eens zakken en zoek een plekje op de rechterbaan. Kijk vooruit, maar ook wat schuin vooruit over het weiland en geef speciale aandacht aan de paaltjes en hekken. Oefening baart kunst, maar als je de kunst uiteindelijk beheerst zie je valken, buizerds en haviken en misschien nog wel andere rovers speuren over het weiland. Ze zitten er met een bepaalde statigheid. En elke keer huppelt mijn hart van vrolijkheid als ik er weer eens eentje zie zitten.
Zo mooi
Meer kroegen in het dorp
Zuipen tot je nek kraakt
De voorzitter van de Alphense ondernemingsvereniging VOA, John Vermeer, en ik hebben weinig tot niets gemeen. Hij is een groot ondernemer en ik maar een kleintje. Hij moet rechts georiënteerd zijn en ik volgens de geldende normen voor journalisten links. Ik weet niet of mijn geitenwollensokken daar iets aan toevoegen. Maar goed, verschillen moeten er zijn, anders zou het maar een saai wereldje worden.
Maar laatst las ik wat tweets van John Vermeer op Twitter naar aanleiding van het debatcafé Op het Dorp, waar ik had verzuimd om naar toe te gaan. Ik was het helemaal met hem eens. Het onderwerp was het al jaren troosteloze Thorbeckeplein, want volgens mij is het daar nog nooit gezellig geweest. Het plein en de omgeving ondergaan de komende jaren een grondige verbouwing. Zo moet er een Cultuurhuis komen waarin de bibliotheek, de muziekschool en het altijd bruisende streekarchief een plekje kunnen vinden. Dure grond, voor die clubs, vindt Vermeer en misschien heeft hij een punt. Dus op dat vlak zouden onze meningen eender kunnen zijn. Maar er was meer.
Nu was ook Ank de groot, fractievoorzitter van de politieke partij Alphen Een, bij het debatcafé. Zij ziet ook niets in een duur Cultuurhuis, maar zou wel graag een oudheidskamer zien in het oude nutsgebouw dat straks vrij staat op het plein. Toegeven, het is een prachtig gebouw waarin een publieke functie prima zou passen. Maar een oudheidskamer? In dat geval is het misschien slim om de omliggende straten strak te asfalteren zodat de rollatorrijders straks veilig die oude meuk kunnen aanschouwen. Ik zie het nu al bruisen op het Thorbeckeplein.
Gelukkig is de VOA-voorzitter het hier grondig met me eens, zeker getuige zijn tweets die geen spaan heel lieten van het plan van de politicus. Hij vergeleek het optreden van De groot met een optreden in het aloude leutprogramma Koffietijd. Op dat moment was ik blij dat ik niet gegaan was. Gekscherend stelde hij voor om op het plein een hoelahoepveldje aan te leggen. Ik zie het al voor me. De bijdrage van De Groot werd door hem afgedaan als heel veel onzin in korte tijd. Kortom, de oudheidskamer is niet de oplossing voor een bruisend centrum. Ik was het volledig eens met een groot ondernemer, en dat mag best uniek genoemd worden.
Nu zie ik ook niets in de plannen van veel ondernemers en reclamemakers om de boel maar vol te plempen met winkels en elke zondag koopzondag te houden. Want heren, winkelen is niet gezellig en zal het nooit worden. Ik zie jullie trouwens vaak genoeg achter vrouwlief aan strompelen, shopje in en winkeltje uit. Tasje links en rechts hangt ook wat en als je maar lief achter haar aan blijft huppelen, krijg je misschien ergens een pilsje. En dat wordt met nog meer winkels dus nog erger.
Maar goed er is een oplossing en die heb ik nog nergens gehoord. Drank, zuipen, feesten: kroegen dus. Een heel Thorbeckeplein vol met kleine kroegjes, muziekcafés, restaurantjes (ja liefst ook enkele vegetarische) en natuurlijk staat het plein vol met terrassen, zonder terrasverwarmer, want ik ben natuurlijk wel links. Daar kan de Alphenaar zich laven aan het waarlijk goede leven dat we hier in Alphen aan den Rijn hebben. We kunnen van dat plein het echte hart van de stad maken. En weet je, misschien wordt het dan met dat carnaval in Alphen ook eens wat.
Overigens is Ank de Groot nu boos op John Vermeer en heeft daarover een stukje geschreven op haar weblog: http://ankdegrootslagter.web-log.nl/ankschrijftook. Misschien wijdt ze aan mij ook nog een stukje. Wie weet.
De voorzitter van de Alphense ondernemingsvereniging VOA, John Vermeer, en ik hebben weinig tot niets gemeen. Hij is een groot ondernemer en ik maar een kleintje. Hij moet rechts georiënteerd zijn en ik volgens de geldende normen voor journalisten links. Ik weet niet of mijn geitenwollensokken daar iets aan toevoegen. Maar goed, verschillen moeten er zijn, anders zou het maar een saai wereldje worden.
Maar laatst las ik wat tweets van John Vermeer op Twitter naar aanleiding van het debatcafé Op het Dorp, waar ik had verzuimd om naar toe te gaan. Ik was het helemaal met hem eens. Het onderwerp was het al jaren troosteloze Thorbeckeplein, want volgens mij is het daar nog nooit gezellig geweest. Het plein en de omgeving ondergaan de komende jaren een grondige verbouwing. Zo moet er een Cultuurhuis komen waarin de bibliotheek, de muziekschool en het altijd bruisende streekarchief een plekje kunnen vinden. Dure grond, voor die clubs, vindt Vermeer en misschien heeft hij een punt. Dus op dat vlak zouden onze meningen eender kunnen zijn. Maar er was meer.
Nu was ook Ank de groot, fractievoorzitter van de politieke partij Alphen Een, bij het debatcafé. Zij ziet ook niets in een duur Cultuurhuis, maar zou wel graag een oudheidskamer zien in het oude nutsgebouw dat straks vrij staat op het plein. Toegeven, het is een prachtig gebouw waarin een publieke functie prima zou passen. Maar een oudheidskamer? In dat geval is het misschien slim om de omliggende straten strak te asfalteren zodat de rollatorrijders straks veilig die oude meuk kunnen aanschouwen. Ik zie het nu al bruisen op het Thorbeckeplein.
Gelukkig is de VOA-voorzitter het hier grondig met me eens, zeker getuige zijn tweets die geen spaan heel lieten van het plan van de politicus. Hij vergeleek het optreden van De groot met een optreden in het aloude leutprogramma Koffietijd. Op dat moment was ik blij dat ik niet gegaan was. Gekscherend stelde hij voor om op het plein een hoelahoepveldje aan te leggen. Ik zie het al voor me. De bijdrage van De Groot werd door hem afgedaan als heel veel onzin in korte tijd. Kortom, de oudheidskamer is niet de oplossing voor een bruisend centrum. Ik was het volledig eens met een groot ondernemer, en dat mag best uniek genoemd worden.
Nu zie ik ook niets in de plannen van veel ondernemers en reclamemakers om de boel maar vol te plempen met winkels en elke zondag koopzondag te houden. Want heren, winkelen is niet gezellig en zal het nooit worden. Ik zie jullie trouwens vaak genoeg achter vrouwlief aan strompelen, shopje in en winkeltje uit. Tasje links en rechts hangt ook wat en als je maar lief achter haar aan blijft huppelen, krijg je misschien ergens een pilsje. En dat wordt met nog meer winkels dus nog erger.
Maar goed er is een oplossing en die heb ik nog nergens gehoord. Drank, zuipen, feesten: kroegen dus. Een heel Thorbeckeplein vol met kleine kroegjes, muziekcafés, restaurantjes (ja liefst ook enkele vegetarische) en natuurlijk staat het plein vol met terrassen, zonder terrasverwarmer, want ik ben natuurlijk wel links. Daar kan de Alphenaar zich laven aan het waarlijk goede leven dat we hier in Alphen aan den Rijn hebben. We kunnen van dat plein het echte hart van de stad maken. En weet je, misschien wordt het dan met dat carnaval in Alphen ook eens wat.
Overigens is Ank de Groot nu boos op John Vermeer en heeft daarover een stukje geschreven op haar weblog. Misschien wijdt ze aan mij ook nog een stukje. Wie weet.
Zullen we weer eens normaal gaan doen?
Zullen we weer eens normaal gaan doen?
Worsten en kwartjes
Een kwartje.
Dat drukte de buurvrouw mij in mijn hand.
'Dank je wel', zei ze er ook bij.
'Ze heeft griep of zo', zei mijn moeder en of ik even een boodschapje wilde doen.
Dus liep ik met de boodschappentas van de buurvrouw langs de bakker en slager, waar je trouwens altijd bij een bestelling een stukje worst kreeg. De slager deed trouwens ook altijd een paar extra stukjes worst in de zak met het vlees, voor thuis, voor de anderen. De moderne marketingdeskundige van tegenwoordig zou zich nu daarover een krul in zijn lul lachen. Maar het was verdomd lekkere worst en het maakte de - vaak verplichte - gang naar de slager en het soms lange wachten goed. En druk was het altijd bij onze slager, geen nummertjesapparaat en niemand drong voor. Kom daar nu nog eens om.
Ik weet ook nog dat mijn vader en enkele tientallen andere dorpsgenoten de omheining - palen met draad er doorheen - rondom het voetbalveld uit de grond trokken, een meter naar achteren een gat groeven en daar de palen weer in ramden. Het waren trouwens betonnen paaltjes, zover ik me herinner. Met een dunne stalen draad. Het waarom is me altijd onduidelijk gebleven, maar ik heb het vermoeden dat de voetbalbond de minimale maten van een voetbalveld vaststelden of aanpasten en het veld van de dorpsclub was waarschijnlijk te klein. Omdat een van de gravers, tevens voetballer, naast het veld woonde kwam daar de koffie - met koekje - op tafel. Na een zaterdag beulen was het voetbalveld weer klaar voor de potjes tegen de omliggende dorpen.
Tegenwoordig is vrijwilligerswerk hot en helemaal da bomb. In Alphen kom je als kind in aanmerking voor de Ster van Alphen als je lief bent voor je zieke zusje en eens een keer wat boodschappen voor je moeder doet. De plaatselijke pers rukt uit en een groot aantal politici staan quasi interessant te doen hoe supergoed deze jongeren zijn. Ze wilden dat hun kinderen ook eens de gang naar de slager zouden maken. Eenmaal per jaar kiest iemand de vrijwilligers van het jaar. Een jaartje koffieschenken bij de bejaarden en je staat hoog op de supervrijwilligerslijst. Doe je naast de koffie ook nog wel eens een bingootje, en dat drie jaar achter elkaar en je komt in aanmerking voor de oeuvreprijs waarbij toute Alphen je hartelijk toeklapt terwijl ze genieten van de door de gemeenschap betaalde hapjes en drankjes.
Ik dacht altijd dat je af en toe wat doet voor een ander... gewoon omdat het zo uitkomt. Of even wat klussen bij je club omdat er dingen wel erg hard slijten. Omdat die ene persoon nu juist ziek is en tja, 'die slager gaat toch echt om 6 uur dicht en zou jij...' Ik vergis me trouwens: als iemand ziek is en je doet wat voor hem of haar, dan ben je mantelzorger en dan kan het zelfs zo zijn dat je voor een vergoeding van de gemeente in aanmerking komt of kunt rekenen op een flink stuk begeleiding. Want ga er maar aan staan, je eigen huis, kids, man of vrouw verzorgen, natuurlijk 40 uur beulen om de economie op gang te houden (moet en moest van de heren Rutte en Balkenende) en dan ook nog langs de slager. De meesten van ons doen dat ook niet, het is gewoon te veel.
Kijk die slager zou nog wel kunnen, maar die mantelzorgbegeleiding vreet tijd, het aanvragen van een cursus voor vrijwilligers kost je soms ook een paar uur en wat te denken van al die feestelijke avonden voor de vrijwilliger? Het is voor een normaal mens niet te behappen. Dan moet de buurvrouw het maar zonder verse worst doen, dat kan makkelijk. En de club? Ga maar eens kijken, alleen de die hards doen wat. Niet voor een grote beker, maar omdat er een flinke portie clubgevoel door hun aderen stroomt en ze de term vele handen maken licht werk, huldigen. En samen klussen is gewoon beregezellig.
Is het een idee om gewoon te stoppen met al die krankzinnige prijzen voor jan en alleman omdat we iets doen voor een ander en dat gewoon weer eens als normaal gaan beschouwen.
Een portie menselijkheid erbij misschien? Ha, denkt u nu. Jij kreeg geld voor het naar de slager gaan. Hoezo vrijwillig? Waar, maar ik heb dat kwartje beleefd geweigerd, iets waarvan de buurvrouw overigens niets wilde weten. Al met al was het toen, lang geleden, een goede dag voor me. Worst en ook nog een kwartje.
Een kwartje.
Dat drukte de buurvrouw mij in mijn hand.
'Dank je wel', zei ze er ook bij.
'Ze heeft griep of zo', zei mijn moeder en of ik even een boodschapje wilde doen.
Dus liep ik met de boodschappentas van de buurvrouw langs de bakker en slager, waar je trouwens altijd bij een bestelling een stukje worst kreeg. De slager deed trouwens ook altijd een paar extra stukjes worst in de zak met het vlees, voor thuis, voor de anderen. De moderne marketingdeskundige van tegenwoordig zou zich nu daarover een krul in zijn lul lachen. Maar het was verdomd lekkere worst en het maakte de - vaak verplichte - gang naar de slager en het soms lange wachten goed. En druk was het altijd bij onze slager, geen nummertjesapparaat en niemand drong voor. Kom daar nu nog eens om.
Ik weet ook nog dat mijn vader en enkele tientallen andere dorpsgenoten de omheining - palen met draad er doorheen - rondom het voetbalveld uit de grond trokken, een meter naar achteren een gat groeven en daar de palen weer in ramden. Het waren trouwens betonnen paaltjes, zover ik me herinner. Met een dunne stalen draad. Het waarom is me altijd onduidelijk gebleven, maar ik heb het vermoeden dat de voetbalbond de minimale maten van een voetbalveld vaststelden of aanpasten en het veld van de dorpsclub was waarschijnlijk te klein. Omdat een van de gravers, tevens voetballer, naast het veld woonde kwam daar de koffie - met koekje - op tafel. Na een zaterdag beulen was het voetbalveld weer klaar voor de potjes tegen de omliggende dorpen.
Tegenwoordig is vrijwilligerswerk hot en helemaal da bomb. In Alphen kom je als kind in aanmerking voor de Ster van Alphen als je lief bent voor je zieke zusje en eens een keer wat boodschappen voor je moeder doet. De plaatselijke pers rukt uit en een groot aantal politici staan quasi interessant te doen hoe supergoed deze jongeren zijn. Ze wilden dat hun kinderen ook eens de gang naar de slager zouden maken. Eenmaal per jaar kiest iemand de vrijwilligers van het jaar. Een jaartje koffieschenken bij de bejaarden en je staat hoog op de supervrijwilligerslijst. Doe je naast de koffie ook nog wel eens een bingootje, en dat drie jaar achter elkaar en je komt in aanmerking voor de oeuvreprijs waarbij toute Alphen je hartelijk toeklapt terwijl ze genieten van de door de gemeenschap betaalde hapjes en drankjes.
Ik dacht altijd dat je af en toe wat doet voor een ander... gewoon omdat het zo uitkomt. Of even wat klussen bij je club omdat er dingen wel erg hard slijten. Omdat die ene persoon nu juist ziek is en tja, 'die slager gaat toch echt om 6 uur dicht en zou jij...' Ik vergis me trouwens: als iemand ziek is en je doet wat voor hem of haar, dan ben je mantelzorger en dan kan het zelfs zo zijn dat je voor een vergoeding van de gemeente in aanmerking komt of kunt rekenen op een flink stuk begeleiding. Want ga er maar aan staan, je eigen huis, kids, man of vrouw verzorgen, natuurlijk 40 uur beulen om de economie op gang te houden (moet en moest van de heren Rutte en Balkenende) en dan ook nog langs de slager. De meesten van ons doen dat ook niet, het is gewoon te veel.
Kijk die slager zou nog wel kunnen, maar die mantelzorgbegeleiding vreet tijd, het aanvragen van een cursus voor vrijwilligers kost je soms ook een paar uur en wat te denken van al die feestelijke avonden voor de vrijwilliger? Het is voor een normaal mens niet te behappen. Dan moet de buurvrouw het maar zonder verse worst doen, dat kan makkelijk. En de club? Ga maar eens kijken, alleen de die hards doen wat. Niet voor een grote beker, maar omdat er een flinke portie clubgevoel door hun aderen stroomt en ze de term vele handen maken licht werk, huldigen. En samen klussen is gewoon beregezellig.
Is het een idee om gewoon te stoppen met al die krankzinnige prijzen voor jan en alleman omdat we iets doen voor een ander en dat gewoon weer eens als normaal gaan beschouwen. Een portie menselijkheid erbij misschien? Ha, denkt u nu. Jij kreeg geld voor het naar de slager gaan. Hoezo vrijwillig? Waar, maar ik heb dat kwartje beleefd geweigerd, iets waarvan de buurvrouw overigens niets wilde weten.
Al met al was het toen, lang geleden, een goede dag voor me. Worst en ook nog een kwartje.
Castellum op z'n kop
Actie
Actie
Op de bres voor natuur
In het magazine Grasduinen van januari kijkt natuurfotograaf Ruben Smit terug op 2010. Hoogtepunten wisselen zich af met dieptepunten. De column kun je hier lezen, hieronder staat een uitsnede. Het stuk spreekt voor zichzelf. Smit 'roept' op tot een burgerinitiatief en een protestactie op het Malieveld. Hij loopt mee en is zelfs eventueel bereid de actie te organiseren. Ik zal er zeker bij en en als Ruben Smit hulp nodig heeft, ben ik bereid te assisteren.
Wat mij betreft is het 5 voor 12 voor de natuur en is het tijd om het kabinet Rutte op dit vlak te stoppen. Natuur moet je niet proberen te sturen volgens de wetten van de economie. Wat eenmaal kapot is, valt vaak moeilijk te repareren. En geloof me, we hebben al heel veel natuur naar de klote geholpen.
Ik weet het, het is tegen de regels van de auteurswet in om het op deze manier te doen, maar ik kon de column van Smit niet ergens anders online vinden om daarnaar te linken.
In het magazine Grasduinen van januari kijkt natuurfotograaf Ruben Smit terug op 2010. Hoogtepunten wisselen zich af met dieptepunten. Hieronder staat een uitsnede van de column met een oproep van Smit die voor zichzelf en ieders verbeelding spreekt.
Het stuk spreekt voor zichzelf. Smit 'roept' op tot een burgerinitiatief en een protestactie op het Malieveld. Hij loopt mee en is zelfs eventueel bereid de actie te organiseren. Ik zal er zeker bij en en als Ruben Smit hulp nodig heeft, ben ik bereid te assisteren. Wat zou het mooi zijn: een vol Malieveld die Mark Rutte tot de natuurorde roept.
Wat mij betreft is het 5 voor 12 voor de natuur en is het tijd om het Kabinet Rutte op dit vlak te stoppen. Natuur moet je niet proberen te sturen volgens de wetten van de economie. Wat eenmaal kapot is, valt vaak moeilijk te repareren. En geloof me, we hebben al heel veel natuur naar de klote geholpen.
Achter de Tolbrug
Uit de heel oude doos (2)
Achter de Tolbrug
Het begon allemaal met gerommel tussen de spullen van mijn ouders die in een hoek van de trapkast staan. Ik vond twee krantenknipsels (zie het stuk hieronder) en vond nog meer. Onder andere onderstaande ets, want dat is het volgens mij. Maar als het een tekening is, wil ik dat ook wel geloven.
Ik weet dat de ets een tijd in huis hing en later naar zolder verhuisde waar ik het na mijn moeders overlijden vond en toe-eigende. Zonder overigens te weten wat het precies was. Het verdween in de trapkast en kwam nu dus (na bijna twee jaar) weer tevoorschijn. Toen ik de ets bekeek was deze gesigneerd met Hendrik de Laat (1900-1980), een Bossche tekenaar en schilder. Het 'ding' was dus geen prul, maar wel iets 'echts', en gekocht bij de kunsthandel aan Vughterstraat 162 die dezelfde naam draagt als de tekenaar. Ik vermoed dat mijn vader het gekregen heeft via zijn werk bij de firma Broeders in Vught. Mogelijk bij een jubileum.
Al die ontdekkingen maakte het interessanter. Het tafereel kende ik niet en het leek me leuk om hetzelfde steegje te fotograferen en dan naast elkaar in huis te hangen. Zo te zien op de ets is het tijdsbeeld van voor de oorlog. Oud en nieuw, naast elkaar. Hoe zou het er nu uit zien, het maakte me nieuwsgierig.
Maar het probleem is dat ik de weg niet meer weet in de hoofdstad van Brabant en kon ik me de kerk en straat niet vinden in mijn geheugen. Buiten dat, woon ik er niet dus er even heen lopen was geen optie. Maar gelukkig is er Twitter en van mijn volgers, en ik volg hen, zijn de mensen achter de Bossche Koek, die er- even terzijde - lekker uitziet. Ik mailde de foto en zij gooiden die op Twitter. Gieljan de Backer dook op internet en begon te zoeken. Al snel kwam er van verschillende mensen een reactie. Het leidde in eerste instantie naar de Gasselstraat en de Schilderstraat. Maar beide waren fout. Gieljan kwam met het verlossende antwoord. Het is de straat met de naam Achter de Tolbrug met op de achtergrond de Pieterskerk. Hij kwam op de proppen met de foto die je hieronder ziet. Dat kan niet missen.
Alleen kwam er nog een mededeling. De kerk is gesloopt in 1983 en het straatje is het straatje niet meer. Op de plek van de kerk staat nu (een deel) van het Groot Zieken Gasthuis en er is een parkeergarage bijgekomen. Vanaf de parkeergarage aan de Burgemeester Loefplein kan ik wel de foto maken, de steeg in. Maar dat is natuurlijk wel vanuit een ander gezichtspunt dan toen Hendrik de Laat er tekende. Tijd schrijdt voort, alleen soms niet ten goede. Overigens gaat ook het ziekenhuis op termijn plat.
Dan is er natuurlijk de Tussen-kunst-en-kitsch-vraag: wat is de waarde van de ets? Geen flauw idee, ik vermoed niet veel. Maar misschien loop ik eens de kunsthandel binnen en vraag het gewoon. Dit wordt dus een vervolgverhaal, ook wat de foto betreft natuurlijk.
En wie de mensen achter de Bossche Koek wil volgen moet hier klikken.
Het begon allemaal met gerommel tussen de spullen van mijn ouders die in een hoek van de trapkast staan. Ik vond twee krantenknipsels (zie het stuk hieronder) en vond nog meer. Onder andere onderstaande ets, want dat is het volgens mij. Maar als het een tekening is, wil ik dat ook wel geloven.

Ik weet dat de ets een tijd in huis hing en later naar zolder verhuisde waar ik het na mijn moeders overlijden vond en toe-eigende. Zonder overigens te weten wat het precies was. Het verdween in de trapkast en kwam nu dus (na bijna twee jaar) weer tevoorschijn. Toen ik de ets bekeek was deze gesigneerd met Hendrik de Laat (1900-1980), een Bossche tekenaar en schilder. Het 'ding' was dus geen prul, maar wel iets 'echts', en gekocht bij de kunsthandel aan Vughterstraat 162 die dezelfde naam draagt als de tekenaar. Ik vermoed dat mijn vader het gekregen heeft via zijn werk bij de firma Broeders in Vught. Mogelijk bij een jubileum.
Al die ontdekkingen maakte het interessanter. Het tafereel kende ik niet en het leek me leuk om hetzelfde steegje te fotograferen en dan naast elkaar in huis te hangen. Zo te zien op de ets is het tijdsbeeld van voor de oorlog. Oud en nieuw, naast elkaar. Hoe zou het er nu uit zien, het maakte me nieuwsgierig.
Maar het probleem is dat ik de weg niet meer weet in de hoofdstad van Brabant en kon ik me de kerk en straat niet vinden in mijn geheugen. Buiten dat, woon ik er niet dus er even heen lopen was geen optie. Maar gelukkig is er Twitter en van mijn volgers, en ik volg hen, zijn de mensen achter de Bossche Koek, die er- even terzijde - lekker uitziet. Ik mailde de foto en zij gooiden die op Twitter. Gieljan de Backer dook op internet en begon te zoeken. Al snel kwam er van verschillende mensen een reactie. Het leidde in eerste instantie naar de Gasselstraat en de Schilderstraat. Maar beide waren fout. Gieljan kwam met het verlossende antwoord. Het is de straat met de naam Achter de Tolbrug met op de achtergrond de Pieterskerk. Hij kwam op de proppen met de foto die je hieronder ziet. Dat kan niet missen.

Alleen kwam er nog een mededeling. De kerk is gesloopt in 1983 en het straatje is het straatje niet meer. Op de plek van de kerk staat nu (een deel) van het Groot Zieken Gasthuis en er is een parkeergarage bijgekomen. Vanaf de parkeergarage aan de Burgemeester Loefplein kan ik wel de foto maken, de steeg in. Maar dat is natuurlijk wel vanuit een ander gezichtspunt dan toen Hendrik de Laat er tekende. Tijd schrijdt voort, alleen soms niet ten goede. Overigens gaat ook het ziekenhuis op termijn plat.
Dan is er natuurlijk de Tussen-kunst-en-kitsch-vraag: wat is de waarde van de ets? Geen flauw idee, ik vermoed niet veel. Maar misschien loop ik eens de kunsthandel binnen en vraag het gewoon. Dit wordt dus een vervolgverhaal, ook wat de foto betreft natuurlijk.
En wie de mensen achter de Bossche Koek wil volgen moet hier klikken.