Fred van Rooij | woord & beeld

Het reisverhaal

Het gaat door deze keer

Geen reacties

Een half jaar gelden kreeg ik een telefoontje. Ik stond op het plein in Wijk aan Zee, de zon scheen en het was fris, maar zeker niet onaangenaam. Het najaar gaf een mooie dag weg. Ik was op reis en wachtte op mijn medereiziger. Op het pleintje staat een ronde bushalte. Er was ook een friettent. Net aan de rand van het plein lag nog een restaurant en een winkel met erin de plaatselijke VVV.
Uiteraard was er een kerk, met eromheen een kerkhof met heel oude graven, maar ook met nieuwe. Een klein kerkhof: gingen er in Wijk aan Zee weinig mensen dood, of zou er ergens anders nog een begraafplaats zijn. Wel een vraag die je bezighoudt als je aan het wachten bent.
Er is niets in Wijk aan Zee, maar juist daarom trekt het ons. Er is zee, we pikken er een hotelletje of slaan ergens de haringen in de grond. Nee, het is geen moderne badplaats. Wijk aan Zee: het is een mond vol voor weinig.
'Met de Hogeschool van Utrecht', klonk het in mijn oor en waar ik bang voor was, geschiedde. Er waren te weinig deelnemers aan de cursus Het reisverhaal.
Je hebt namelijk snel genoeg door of een cursus doorgaat, of niet. Je moet namelijk vooraf het lesgeld betalen. En mijn brievenbus liet genoeg rekeningen door, maar niet die ene waar ik naar snakte. Bij wijze van spreken dan, want aan betalen heb ik een broertje dood.
'Of ik in mei nog wilde', vroeg de stem.
Ik vroeg garanties, kreeg die niet, zei 'ja' en de stem wees me meteen op de algemene voorwaarden als ik besloot de cursus alsnog af te zeggen.
In stilte vervloekte ik haar. Ik zeg niet af, dacht ik nog.
Coulance nihil.
Maar goed. De rekening viel deze keer wel in de bus. En dat betekent dat ik enkele woensdagen in mei en juni bezig ben me te laven aan Het reisverhaal. Luisteren, leren en vooral schrijven: mijn liefde.
Docente is Arita Baaijens. En wie even de moeite neemt haar website te bekijken, moet net als ik denken: wat een interessante vrouw. Dus die cursus zit wel snor.

Written by Admin

Zondag 02 Mei 2010 at 7:47 pm

Posted in Weblog

Kamperen in de vrije natuur

Biertjuhh?

Geen reacties

Behalve het beheren van bossen, wat dat ook in mag houden, kun je op terreinen van Staatsbosbeheer 'avontuurlijk' kamperen. Er zijn de (vrij populaire) kleinschalige (76 in totaal) kampeerplaatsen. Voor de ware liefhebber is er de paalkampeerplaats. Een paal, een pomp (geen drinkwater) en een stukje gras waar maximaal drie tenten mogen staan? Poepen of piesen? Zoek een boom en geniet ervan in de vrije natuur.

In de buurt van Alphen aan den Rijn liggen drie van die paalkampeerplaatsen: Kruiskade, Weipoortse Vliet en Leidschendammerhout. Ooit stond ik voor het Leidsch Dagblad bij de Kruiskade een nachtje. Leuk, maar echt rustig is het daar niet met dat fietspad ernaast waar ook brommers over scheuren. De enige plek die mijn goedkeuring kan dragen is bij Weipoort, maar daar lig je weer honderd meter van de N11 af, maar de plek is prima. De enige keer dat ik bij  Leidschendammerhout keek, vond ik het een enge plek. Resoluut afgekeurd.

Elk seizoen ga ik wel eens bij de Kruiskade kijken, nooit zag ik er trouwens iemand kamperen. Niet echt in-de-vrije-natuur daar natuurlijk, weet ik uit ervaring. Van de week ging ik ook. Gebruikt was de plek zeker: alleen niet door de doelgroep. Een grote verbrande plek met veel (natuurlijk lege) bierblikken markeerden de kampeerplaats. De pek was ingenomen door (waarschijnlijk) jongeren die daar een feestje vierden. En dat maakt het allemaal minder aantrekkelijk voor de avontuurlijke kampeerder.

Jammer? Jazeker. Je mag wel wat meer respect verwachten voor een kampeerplaats. Wat blijft er nog over, vraag ik me wel eens af. Logisch dat jongeren ook het avontuur zoeken, maar liever ergens anders en trouwens die kampeerplek kan wel wat verder het bos is en wat moeilijker bereikbaar worden. Maar toch, je moet er niet aan denken: lig je net in je tentje duikt een groep jongeren op...

Written by Admin

Zondag 02 Mei 2010 at 11:01 am

Posted in Weblog

Alaska

Waar natuur nog de baas is

Geen reacties

Zij schreef er een boek over: Keerpunt Alaska. Een land dat nog echt onherbergzaam en dodelijk kan zijn. Maar ook mooi. Jolanda Linschooten doorkruiste het land met hem: per fiets, te voet en per kano. Een reis met uitersten, waar ze helemaal op elkaar waren aangewezen. Lovers, maar ook een team, anders red je het niet daar. Zij besloot na de reis haar leven een drastische wending te geven. Daar, ver weg in het hoog op de aardbol gelegen land, nam ze de beslissing. Geen juf meer, maar fotograaf en schrijfster. Nu reizend met outdoorstuf waar ik een beetje (heel zacht uitgedrukt) jaloers op ben.

Maar Alaska is ook het land van de film Into the wild. Ik zag dit weekend de film weer staan in de videotheek, waar overigens alleen dvd's stonden. Chris McCandless vertrok na school naar dit land omdat hij genoeg had van deze maatschappij. Hij kwam, vond een lege bus als woonplaats, zag, overwon, maar verloor uiteindelijk de strijd tegen de natuur. Alaska is niet voor doetjes, maar juist daarom trekt het me misschien aan. Overgeleverd aan de elementen. Ik weet zeker dat ik daar de strijd van de natuur zal verliezen. In Alaska is de mens ondergeschikt aan de natuur. En ik denk dat ik niet sterk genoeg ben.

Maar de film leverde ook mooie muziek op van een voor mij onbekende zanger – inderdaad van Pearl Jam, foei Fred -, en dat was weer mooi meegenomen. Luister en geniet van de muziek, huur die film, lees het boek en geniet nog meer. Hoe mooi uiteindelijk echte natuur kan zijn.
Mooi, maar ook dodelijk.

 

Written by Admin

Woensdag 28 April 2010 at 7:51 pm

Posted in Weblog

De Afsluitdijk

32 kilometer lopen zonder afslaan

Geen reacties

Doe eens gek, dachten we en we kozen voor de provincie Friesland voor ons basecamp voor de zomervakantie. Wat preciezer: we slaan de haringen in de grond van het Gaasterland. Bos dichtbij, net als het IJsselmeer. Goede keus, vermoeden wij, want zeker weet je het pas als je er bent geweest.

Een camping – wij spreken liever over een kampeerterrein – vinden, valt niet mee in ons geval. We hebben aardig wat noten op onze zang en wij zien graag die noten uit de bomen komen. We willen dus een natuurlijke camping en niet met-z'n-allen-in-een-rijtje-staan. Daar houden wij niet van. Maar we hebben er weer eentje gevonden die aan de eisen voldoet. Oké, ze hebben ook broodjes in de ochtend. Ja kom op zeg, we hebben vakantie.

Als eenmaal de kampeerplaats bekend is, begint het plannen maken. Op mijn programma moet in ieder geval een leuke wandeltocht staan. Die keus was makkelijk gemaakt: de Afsluitdijk wandelen van west naar oost, van Holland naar Friesland. Dus eerst heen bussen en terug lopen. De weg kwijtraken is onmogelijk. IJsselmeer rechts houden en de Waddenzee links. Eitje, zelfs voor een niet-geoefende wandelaar. Kaart en kompas zijn overbodig.

De Afsluitdijk moet tot ieders verbeelding spreken: de eerste plannen ervan dateren uit 1886. Cornelis Lely ontwierp een paar jaar later het eerste echte plan voor de afsluiting. De dijk is zo'n dertig kilometer lang. Wordt het een leuke en spannende wandeling? Dat valt te bezien, uitdagend zeker, al was het alleen maar omdat het een bijzonder project was en uniek voor die tijd in de wereld. Historisch dus een goede keus voor een wandeling. Overigens valt de Afsluitdijk in de Europese wandelroute E9, de North Sea Trail. Een wandelpad ligt er dus wel. Afijn lees het zelf maar hier.

Written by Admin

Maandag 26 April 2010 at 9:54 pm

Posted in Weblog

Zittend werken

En hoe broeken slijten

Eén reactie

Als iemand mij vraagt of ik mijn werk leuk vind, zeg ik steevast – among lots of other things – dat ik te veel op m'n kont zit. Dat is simpelweg een feit, en niet een kwalificatie van werkvreugde. Maar ik vind dat wel zo. Journalisten horen op straat te zijn, en dat is de plek waar ik meestal niet ben.
Maar goed, ik had het over zitten.
Het feit dat ik (te) veel zit kwam vrijdag ineens onverwachts langs. Ik moet wel even aantekenen dat ik stilzitten moeilijk vind. Ze kunnen mij beter een draaikont noemen dan Wouter Bos. Een feit is dat.
Maar goed: ik werkte zoals altijd gezeten op mijn zetel en dan heb je wel eens het idee dat er een vouw in de stof van de broek zit, onder je kont. Dat zit niet lekker, dat weet iedereen. Wat doe je dan? Je tilt je bibs op en trekt de stof van je broek strak.
Simpel.
Maar deze keer niet was het anders. Mijn hand voelde geen stevige jeans-stof, maar een dun vodje met een beginnende scheur. De kont was bijna tot op de draad versleten. Voor alle duidelijkheid: de stof van de broek was tot op de draad versleten.
En daarmee was het bewijs van te-lang-en-te-vaak-zitten geleverd. Veel achter-het-bureau-werkende-redacteuren moeten wat mij betreft recht krijgen op zitvergoeding. Of ik moet stiller zitten, dan slijt zo'n broek minder snel.

Written by Admin

Woensdag 31 Maart 2010 at 5:26 pm

Posted in Weblog

Een dag uit het leven van Fred

Druk, druk, druk

Twee reacties

Zo de dag zit er op: even een resumé.
Vanavond: gekookt voor dochterlief en mezelf, uiteraard gegeten, de afwas gedaan en even voor de tv gehangen. Allemaal nog steeds met mijn jongste erfgename. Daarna de sportschool met een bezoek vereerd. Voor het eerst sinds, ahum, te lang. Ik mistte de AED trouwens, maar ik kan me vergissen. Controle dus noodzakelijk de volgende keer.
Nee, niet voor mij, ik heb mijn portie wel gehad, maar zo'n ding hoort er gewoon te zijn op een sportschool. Na het sporten naar huis, lief gebeld en daarna met een kopje thee wat artikelen getypt. Onnodig te zeggen dat ik ook nog ben wezen werken vandaag.
En nu is het elf uur en tijd om wat te relaxen. Oh nee, ik moet nog afdrogen en douchen. Zweet stinkt namelijk, tenminste bij mij wel. En de kleren moeten in de droger. Dan mag ik naar bed. Lekker dobberen op het waterbed.
Heerlijke ontspanning.

Written by Admin

Maandag 22 Maart 2010 at 11:05 pm

Posted in Weblog

20 van Aphen

't Was weer mooi

Geen reacties

Written by Admin

Zondag 07 Maart 2010 at 10:31 pm

Posted in Weblog

Nederlanders eerst

Waarom niemand Nederlands spreekt

Geen reacties

Ik was zestien toen ik op 6 oktober in Den Helder uit de trein stapte, het station van Den Bosch was mijn opstapplaats. Mijn Brabantse tijd zat er op en mijn Noord-Hollandse tijd begon. Met agge mar leut het redde ik het daar niet en ook het Da ge bedankt zèt dè witte war riep alleen maar vragen op. Ik weet niet wat ze in Den Helder spraken, maar het was zeker geen Brabants, de taal van mijn jeugd. Je of jij: wat een kul, ik gebruikte gij. Maar een accent stond gelijk aan boer zijn, dus ik probeerde op mijn taal te letten. Langzaamaan sleet ook het Brabants uit mijn vocabulaire. Ik was Hollander geworden en slechts thuis in Brabant kwam het dialect weer terug.

 Mijn dochter is net achttien geworden en heeft nog geen meter buiten Alphen aan den Rijn gewoond. Jawel, Zuid-Holland was mijn derde stop binnen Nederland. Al die jaren gaan we trouw naar Noord-Brabant voor familiebezoek. Mijn partner gaat natuurlijk ook mee. In hun uppie die kant op kunnen ze niet, ze zouden het niet redden daar, onmogelijk. Ze spreken de taal niet en begrijpen er geen snars van. Een cursus Brabants voor beginners hebben ze nooit gevolgd. Spanning levert een bezoek aan de zuidelijke streken altijd op. Onbewust schakel ik over op het dialect en begrijpen de lievelingen mij niet meer. Precies: ze voelen zich buiten gesloten. Eerlik woar. Daarnaast ben ik de godganse dag aan het vertalen voor mijn kleine achterban.

 Na zoveel jaar ligt het Brabants in mijn ziel opgeslagen en openbaart het zich als het nodig is. Toegeven, op dit moment klinkt het Brabants voor mij ook als de taal van boerenpummels. Hoe dan ook, die taal blijft een deel van mijn leven. En als ik dan een moslima zie met traditionele kleding – uiteraard met hoofddoek en koffiebruine ogen – die een partij Brabants lult, lig ik in een deuk. Een mooier voorbeeld van integratie is er niet te vinden, het Brabants gaat dus nooit verloren. En geloof me, zo zijn er veel Noord-Afrikaanse mensen in Noord-Brabant die een aardig mondje plat proaten. En dat is geen kwats.

In de verkiezingstijd hoor je altijd maar weer het belang van Nederlands spreken. Iedereen begrijpt dat dit alleen verkiezingsretoriek kan zijn. Het Nederlands bestaat niet en ook de Haagse kliek beheerst vaak niet de Nederlandse taal. Je hebt de hardliners die de Nederlandse taal aanhangen, zoals Geert Wilders die zijn dialect openlijk laat horen en ook zijn politieke tegenstander Mark Rutte. Maar ook in Alphen proclameert Ruud Gebel van de VVD het Hollands als nationaal cultuurbezit. Overigens hangt ook de politieke linkerflank de Nederlandse taal aan, en toegeven, het is verdomde makkelijk. Maar wat is nu goed Nederlands? Luister naar Balkenende: je hoort hem wel, herkent de woorden en snapt er geen ruk van.

Jongeren begrijp ik trouwens ook niet, dus die kunnen best de politiek in. Soms hoor ik ze praten, herken ik de woorden los van elkaar en begrijp er geen ruk van. Ik zie ze typen op MSN en een leraar Nederlands zou, als hij dat zag, een flinke reanimatie nodig hebben. Maar – en dit is even belangrijk – die twee mensen die op MSN in een voor ons onbegrijpelijke taal communiceren, begrijpen elkaar wel. Handig hoor, begrip tussen taalgebruikers. Wat de jongeren mondeling uitkramen, mag je best zien als een moderne variant op het aloude dialect.

Maar goed, ik kan een pleidooi voor goed Nederlands spreken wel van harte ondersteunen. Ik ben ook de beroerdste niet en we wonen in Nederland tenslotte. Maar voordat we allochtonen gaan dwingen naar school te gaan, laten we dan eerst beginnen met Nederlands voor Nederlanders. Een strak plan voor de komende jaren, en een gat in de markt.

Written by Admin

Zondag 07 Maart 2010 at 9:06 pm

Posted in Columns