Fred van Rooij | woord & beeld

Zomaar langs een druk wandelpad

Rood met witte stippen

Geen reacties

Zomaar langs een druk wandelpad
Rood met witte stippen
Bijzonder is het wel denk ik. Dat je een puntgave Vliegenzwam (Amanita muscaria) vindt langs een geasfalteerd wandelpad, waar behoorlijk wat wandelaars met kinderen lopen. Normaliter redden die paddenstoelen het niet. Deze wel en dat is dan leuk wandelen. 
Op de onderste foto staan Witte weidetrechterzwammen, ook puntgaaf en gewoon mooi. En altijd leuk als je er tegenaan loopt, terwijl je niet aan het speuren bent.

Bijzonder is het wel denk ik. Dat je een puntgave Vliegenzwam (Amanita muscaria) vindt langs een geasfalteerd wandelpad, waar behoorlijk wat wandelaars met kinderen lopen. Normaliter redden die paddenstoelen het niet. Deze wel en dat is dan leuk wandelen. 

Op de onderste foto staan Witte weidetrechterzwammen, ook puntgaaf en gewoon mooi. En altijd leuk als je er tegenaan loopt, terwijl je niet aan het speuren bent.

Written by Fred

Zondag 23 Oktober 2011 at 7:38 pm

Posted in Weblog

Sprookjes bestaan voor altijd

De Efteling

Geen reacties

Written by Fred

Zondag 02 Oktober 2011 at 7:10 pm

Posted in Weblog

Aekingerzand

Nationaal Park Drents-Friese Wold

Geen reacties

Written by Fred

Maandag 26 September 2011 at 8:34 pm

Posted in Weblog

Houdoe war

Of waarom dat niet verstandig was te zeggen

Geen reacties

Of waarom dat niet verstandig was te zeggen
Houdoe war
Kan een mens roder worden? Nee, kan een kind dat in de vierde klas (nu groep 6) zit nog roder worden? Ik weet het niet, ik weet wel dat het zweet me over mijn hele lijf uitbrak en mijn knieën nog harder knikten dan ooit te voor. Ik was al stiknerveus alvorens te kloppen op de deur van klas 6 (groep 8), en naar binnen te gaan om iets te geven aan het hoofd van de school, maar toen hij me terugriep, wilde ik dat ik nooit was geboren. Al die grote jongens, zeker dertig, genoten van het standje dat ik kreeg. Goedbedoeld misschien en met een opvoedkundige gedachte, maar ik voelde het toch anders. Het voelde als doodgaan. Langzaam doodgaan.
Het gaat over melk, schoolmelk om precies te zijn. En nu ik er zoveel later over nadenk, weet ik niet meer waar we toen melk uit dronken. Op school dan, thuis hadden we gewoon flessen die alleen moeders met een gedegen moederopleiding veilig en zonder morsen open kregen. Maar op school? Kleine pakken of van die plastic bekers? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik gok op kleine pakken, maar dat is het: een gok, meer niet.
Maar om vroeger schoolmelk te krijgen moest je een melkkaart inleveren op school en dan was je voor een bepaalde periode voorzien van de witte motor. Die kaart kocht je bij de melkboer die in ons dorp Wim heette. Je moeder vulde de kaart in en het kind nam de kaart mee naar school en dat was het. Retesimpel eigenlijk. Zolang je moeder niet die melkkaarten vergat te kopen. En dat gebeurde dus.
Ik weet niet meer op welke dag je die kaart moest inleveren en herinner me ook niks over de geldigheid ervan, maar geen kaart, dan ook geen melk. Toen was de economie minder belangrijk dan nu, maar er moest natuurlijk wel voor iedereen brood op de plank komen. Ik overhandigde de kaart aan mijn meester. Voor alle duidelijkheid: na de uiterste datum. Schijnbaar had de meester de zooi al ingeleverd bij het hoofd van de school, maar was het allemaal nog niet op de bus gegaan. Of hoe dat dan ook werkte. 'Breng de kaart maar even naar meester De Grauw', was de aankondiging van een van mijn gruwelijkste nachtmerries. Met lood in mijn schoenen en bibberende knieën toog ik naar klas 6 waar meester De Grauw doceerde. 
Ik klopte en ging na een 'kom binnen' de klas in en gaf mijn kaart aan de beste man. Het viel allemaal mee, hij was vriendelijk en zei dat het nog wel ging lukken met de melk. Ik zal vast wel iets gezegd hebben, keerde om en sjokte de klas uit en riep – harder dan bedoeld – 'houdoe war'.  Toen begon de nachtmerrie echt. 'Kom eens terug', zei de stem die opeens erg streng klonk. Hij las me de les over dialect en Nederlands en dat een 'houdoe war' toch echt uit den boze was. Ik kon slechts knikken en probeerde me staande te houden. Ik trilde zowat door de betonnen vloer. 
Geen 'houdoe war', zei hij, maar het was beter om 'dag meester' of 'dag meneer' te zeggen. En zeker 60 ogen keken me – vast grijnzend – aan. Ze zagen mijn rode kop en het zweet dat in het rond spoot. Ach, hij bedoelde het goed, het kwam alleen niet helemaal over. Ik was blij dat ik mocht gaan en met een 'dag meester' sloop ik de klas uit. 
Kan een mens roder worden? Nee, kan een kind dat in de vierde klas (nu groep 6) zit nog roder worden? Ik weet het niet, ik weet wel dat het zweet me over mijn hele lijf uitbrak en mijn knieën nog harder knikten dan ooit te voor. Ik was al stiknerveus alvorens te kloppen op de deur van klas 6 (groep 8), en naar binnen te gaan om iets te geven aan het hoofd van de school, maar toen hij me terugriep, wilde ik dat ik nooit was geboren. Al die grote jongens, zeker dertig, genoten van het standje dat ik kreeg. Goedbedoeld misschien en met een opvoedkundige gedachte, maar ik voelde het toch anders. Het voelde als doodgaan. Langzaam doodgaan.

Written by Fred

Zaterdag 03 September 2011 at 10:09 pm

Posted in Columns

Speelplaatsblues

Het leven gaat altijd door

Geen reacties

 Ze hebben de kettingen en dus de zitting van de schommel over de lat van de slingerapparaat gegooid zodat het zitplankje hoog hangt. Dat levert de jongens de benodigde ruimte om een balletje te trappen op het speelplaatsje. Voetballen doen de jongens er altijd al. Alleen is de ruimte die nu beschikbaar is, minder dan vroeger. Vooral de schommel is een gruwel in het oog van de voetballer.

Veel stelt het speelplaatsje aan de Javastraat niet voor. Een ronddraaiding, rekstokken en een schommel. Eronder liggen donkerrode tegels van rubber. De rest is betegeld met inspiratieloze, grijze tegels. Twee bruine banken en twee vuilnisbakken maken het plaatje compleet. De speelplaats is ingeklemd tussen de achterzijde van de Willemstraat en de flats aan de Frederik Hendrikstraat. Oude flats en nog oudere huizen.

Speelplaatsblues
Ze hebben de kettingen en dus de zitting van de schommel over de lat van de slingerapparaat gegooid zodat het zitplankje hoog hangt. Dat levert de jongens de benodigde ruimte om een balletje te trappen op het speelplaatsje. Voetballen doen de jongens er altijd al. Alleen is de ruimte die nu beschikbaar is, minder dan vroeger. Vooral de schommel is een gruwel in het oog van de voetballer.
Veel stelt het speelplaatsje aan de Javastraat niet voor. Een ronddraaiding, rekstokken en een schommel. Eronder liggen donkerrode tegels van rubber. De rest is betegeld met inspiratieloze, grijze tegels. Twee bruine banken en twee vuilnisbakken maken het plaatje compleet. De speelplaats is ingeklemd tussen de achterzijde van de Willemstraat en de flats aan de Frederik Hendrikstraat. Oude flats en nog oudere huizen.
Als de avond valt, maken de peuters en kleuters plaats voor de pubers. Zij voetballen, hangen en versieren meisjes. Menig eerste kusje is daar gegeven. Ogen dicht, tongen. Als ook de pubers slapen, zijn het de jongeren die hangen, een pilsje drinken en ook weer weggaan. Vermoed ik tenminste, want als ik in de vroege ochtend naar mijn auto loop, is het er altijd stil. Soms staat er nog een leeg flesje bier als stille getuige. Mogelijk wordt er ook de liefde bedreven, al kan ik me dat niet voorstellen met zoveel balkons om je heen.
Vroeger zat ik ook wel eens op die banken als mijn kinderen daar speelden. Je zat (en zit) er prima, pilsje erbij, buurvrouw. Het was (en is) ook een ideale hangplek voor ouders: een praatje en een vette roddel. En ook dat is, denk ik, niet veranderd. Ik kan het niet met zekerheid zeggen, want mijn kinderen hangen al jaren niet meer in de speeltuin rond en als ik sommige moeders van nu hoor praten versta ik niet alles. Maar roddelen is natuurlijk wel van alle nationaliteiten.
In de meer dan 20 jaar dat ik nu in deze buurt woon, is er weinig veranderd. Misschien is de huidskleur wat donkerder geworden en dragen meer meiden een hoofddoek. Maar de jongste kinderen zien de gewoontes van de ouderen in de speeltuin en nemen deze moeiteloos over. Het leven in de speeltuin lijkt op een eindeloze golfbeweging die nooit tot stilstand komt en elke keer weer opnieuw begint, met nieuwe, jonge kinderen en verse ouders. Kinderen spelen en al snel komt de bal erbij: voetbal, want dat is de rode draad van het speeltuintje. En met mijn kennersoog durf ik te stellen dat nationaliteit niks uitmaakt. Misschien zijn de jongens van Marokkaanse of Turkse komaf  iets vaardiger met de bal dan de jonge Hollandse kaaskop. Al moet ik toegeven dat ik niet de beste voetbalkenner ben.

Written by Fred

Dinsdag 23 Augustus 2011 at 5:28 pm

Posted in Columns

Cowboys en wandelaars

Stetson is een merk

Geen reacties

Stetson is een merk
Cowboys en wandelaars
Een Stetson is een cowboyhoed, dacht ik altijd. En ik had daarin gelijk, ware het niet dat Stetson een merk is. Er zijn dus vast meer bedrijven die cowboyhoeden maken. Nu ben ik geen cowboy, ik heb niks met koeien, maar draag vanaf nu wel een echte Stetson.
A true American icon: zo omschrijft het bedrijf zich, dat het levenslicht in 1865 zag. Net zoals ik,  vermoedde waarschijnlijk iedereen dat een cowboyhoed een Stetson heette, en niet dat het een merk was. Behalve de ware countryliefhebbers natuurlijk. Maar in line dancing is ook niets voor mij. Wandelen weer wel en ik loop graag met pet. Goed tegen de zon en het vangt het zweet op, mocht dat nodig zijn. Bij wat koudere omstandigheden houdt de pet mijn hoofd warm. Kortom, een ideaal wandelattribuut.
Maar die ene pet, die vond ik nooit. Ik droeg verschillende baseballcaps, maar het was het steeds niet. Tot vorig weekend bij Zwerfkei in Woerden, misschien wel de mooiste outdoorwinkel van Nederland. Tussen de enorme hoeveelheid petten hing, die ene, die Stetson die ik nu draag. Een top-pet, zit als gegoten. Ik ben er happy mee.
En mocht u denken, na het zien van onderstaande foto, liggen daar bij die pet nu wandelstokken? Correct. Vanaf nu zult u mij regelmatig met deze stokken – en pet – zien Nordic walken. Ze zeggen namelijk dat het uit de lengte of uit de breedte moet komen, maar in die breedte zit het nu juist bij mij. Dat mag wat minder, vandaar een extra wandelworkout, met deze Leki's dus. 

Een Stetson is een cowboyhoed, dacht ik altijd. En ik had daarin gelijk, ware het niet dat Stetson een merk is. Er zijn dus vast meer bedrijven die cowboyhoeden maken. Nu ben ik geen cowboy, ik heb niks met koeien, maar draag vanaf nu wel een echte Stetson.

Written by Fred

Dinsdag 16 Augustus 2011 at 10:11 pm

Posted in Wandelen

Gebruikte Tags: , , , , , , ,

Vakantiebytes

Handig een telefoon

Geen reacties

Vakantiebytes
'Zit 'ie weer met z'n telefoon te spelen.' Woorden van mijn lief die soms (vaak) (grote) moeite heeft met de liefde die ik vertoon voor mijn iPhone. Voor mij is het apparaat een uitkomst. Ik Twitter, Facebook, Foursquare, WhatsApp, LinkedIn, plan mijn treinreizen, navigeer ermee als ik rij, en zoek waar ik in de buurt het goedkoopst kan tanken. En nog veel meer. Daarnaast bel ik er mee en verstuur ook nog al eens een sms'je. Bijna altijd aan mijn liefje trouwens, maar daar hoor je haar dan niet over. Het verdomd handige apparaat voorziet mij in mijn informatiebehoefte en inderdaad, soms bij het dwangmatige af.
 
Naast mijn liefde voor de telefoon, heb ik ook een grote liefde voor het kamperen in een tent. Nee, geen sleurhut, want dat is een huis op wielen. Deze liefde deelt mijn lief gelukkig. Dus togen we dit jaar weer drie weken naar Drenthe om daar te genieten van het bos en alles wat erin leeft. Op de camping breng ik wat minder tijd door met de telefoon en wat meer met lief. We zitten, lezen de krant - jawel allebei onze eigen krant, wij hebben vakantiebonnen en dus kom ik nog gemakkelijk aan mijn informatie - en genieten vooral. Alle elektronische apps laat ik voor wat ze zijn. Daarnaast zaten we op die ene plek in Drenthe waar mijn provider nagenoeg geen ontvangst had. Dus de telefoonstilte was ook enigszins noodgedwongen.
 
Na jaren van puffen, zweten en bijna verplicht aan de plas liggen, verliep de vakantie dit jaar minstens zo nat, al kwam het water deze keer voornamelijk uit de lucht. De temperatuur was ook niet om over naar huis te schrijven. Het zonnetje op de ansichtkaart deed daarom ook belachelijk aan en de thuisblijvers wisten wel beter. Nederland zuchtte onder wateroverlast en de kou. En wij sloegen ons er dapper doorheen. Wij zijn tenslotte echte kampeerders.
 
Het waren soms ook van die dagen dat mijn lief belangstellend vroeg wat de Buienradar allemaal liet zien. Konden we tussen de buien door even op de fiets naar Dwingeloo, of was de auto een betere keus? Ook de site van het KNMI raakte door ons overbelast. Al was er één probleem: de ontvangst, (vaak) minimaal. Tergend langzaam stroomde de weersinformatie mijn iPhone binnen, met ons twee turend vol verwachting naar het schermpje. Maar voor eens geen gezeur over het feit dat ik met mijn telefoon zat te spelen. Ze snapte nu dat het bittere noodzaak was
'Zit 'ie weer met z'n telefoon te spelen.' Woorden van mijn lief die soms (vaak) (grote) moeite heeft met de liefde die ik vertoon voor mijn iPhone. Voor mij is het apparaat een uitkomst. Ik Twitter, Facebook, Foursquare, WhatsApp, LinkedIn, plan mijn treinreizen, navigeer ermee als ik rij, en zoek waar ik in de buurt het goedkoopst kan tanken. En nog veel meer. Daarnaast bel ik er mee en verstuur ook nog al eens een sms'je. Bijna altijd aan mijn liefje trouwens, maar daar hoor je haar dan niet over. Het verdomd handige apparaat voorziet mij in mijn informatiebehoefte en inderdaad, soms bij het dwangmatige af.

Written by Fred

Dinsdag 09 Augustus 2011 at 10:18 pm

Posted in Columns

Naardermeer: de moeite waard

Natuur in Nederland

Geen reacties

Natuur in Nederland
Naardermeer: de moeite waard
Nee, het was geen filelopen zondag in het natuurgebied Naardermeer, maar toen ik na het rondje weer bij mijn auto terugkeerde stond de parkeerplaats vol, zeker twintig auto's. Bij mijn vertrek, een paar uur, eerder op de ochtend, stond er slechts een andere wagen. Het is dus bekend, zeker bij de incrowd, dat het natuurgebied veel moois te bieden heeft. 
Een rondje kost je een paar uur (17 kilometer) - als je geen koeien met kalfjes tegenkomt die je de weg versperren: ik moest een stuk omlopen - en en is absoluut de moeite waard. Extra cachet geeft het om dat dit gebied leidde tot de oprichting van Natuurmonumenten en je kan Jac. P. Thijsse en de zijnen alleen maar dankbaar voor zijn.
De wandeling leidt je weliswaar wel rondom het Naardermeer dat ingeklemd ligt tussen een snelweg en andere wegen, een spoorlijn en van boven door het vliegverkeer van en naar Schiphol, maar het meer is slechts zijdelings betrokken bij de tocht. Wel zijn er af en toe zijpaden naar punten die je een blik gunnen op het meer en al zijn bewoners. Maar dat maakt de wandeltocht niet minder leuk en absoluut de moeite waard. Daarbij is het paddenstoelseizoen door het natte weer echt begonnen dus die zijn er volop te zien. Op de foto volgens mij een Panteramaniet, maar ongetwijfeld zal een kenner mij verbeteren.

Nee, het was geen filelopen zondag in het natuurgebied Naardermeer, maar toen ik na het rondje weer bij mijn auto terugkeerde stond de parkeerplaats vol, zeker twintig auto's. Bij mijn vertrek, een paar uur, eerder op de ochtend, stond er slechts een andere wagen. Het is dus bekend, zeker bij de incrowd, dat het natuurgebied veel moois te bieden heeft.

Written by Fred

Zondag 07 Augustus 2011 at 8:18 pm

Posted in Wandelen

Gebruikte Tags: , , , ,

Sommige mensen zijn compleet van de pot gerukt

Gedecoreerde donuts

Geen reacties

Gedecoreerde donuts
Sommige mensen zijn compleet van de pot gerukt
Randdebielen zijn het en een ander woord kan ik echt niet verzinnen. Nee, niet netjes van me zo te praten en ja, ik weet ook wel dat het een soort youp-van-het-hek-woordje is. Maar het zegt wel precies wat ik voel.
Kijk, ik vind het best dat mensen gaan wandelen. Sterker nog: ik moedig het aan. Niets is beter voor een mens dan de paden op en de lanen in. Het is een vorm van meditatie, hoofdje leeg en je kunt de booming economie weer aan. Mocht je dat willen trouwens. En als je gaat wandelen, zoals ik deed in de Kaapse Bossen op de Utrechtse Heuvelrug, is het geen probleem om wat lekkers mee te nemen. Gedecoreerde donuts bijvoorbeeld, 3,45 euro bij Albert Heijn. Niet mijn keus, maar oké. 
Dat je dan die dikmakers opeet in het gebied met de naam Hoog Moersbergen, prima. Maar om dan het plastic omhulsel op te hangen op een bordje, slaat werkelijk nergens op. Je sleurt het mee daar naar toe, sleur het dan ook gewoon mee terug. Deze actie vind ik debiel en kan ik met geen mogelijkheid begrijpen. Vandaar, randdebielen. Het gekke is nog, dat ik bijna geen mens ben tegengekomen en de openbare weg toch best wel een stukje tippelen is. Dus, denk ik dan maar, waren het geen jongeren. Die willen hangen en willen daarvoor niet te ver lopen. Maar goed, bewijs heb ik niet. Randdebielen, jong of oud. Dat zijn het wel.
Oh ja, en dan heb ik het nog niet over dat ongebruikte maandverbandje – goedkoop merk trouwens – dat los in het bos lag. Vast uit de tas gevallen, hè dames. Als het dan zo lastig is die rommel in je tas te houden, plak het dan ergens waar het goed zit en duw die vleugels stevig aan. Dan raak je het ook niet kwijt.
Randdebielen zijn het en een ander woord kan ik echt niet verzinnen. Nee, niet netjes van me zo te praten en ja, ik weet ook wel dat het een soort youp-van-het-hek-woordje is. Maar het zegt wel precies wat ik voel.

Kijk, ik vind het best dat mensen gaan wandelen. Sterker nog: ik moedig het aan. Niets is beter voor een mens dan de paden op en de lanen in. Het is een vorm van meditatie, hoofdje leeg en je kunt de booming economie weer aan. Mocht je dat willen trouwens. En als je gaat wandelen, zoals ik deed in de Kaapse Bossen op de Utrechtse Heuvelrug, is het geen probleem om wat lekkers mee te nemen. Gedecoreerde donuts bijvoorbeeld, 3,45 euro bij Albert Heijn. Niet mijn keus, maar oké. 
 
Dat je dan die dikmakers opeet in het gebied met de naam Hoog Moersbergen, prima. Maar om dan het plastic omhulsel op te hangen op een bordje, slaat werkelijk nergens op. Je sleurt het mee daar naar toe, sleur het dan ook gewoon mee terug. Deze actie vind ik debiel en kan ik met geen mogelijkheid begrijpen. Vandaar, randdebielen. Het gekke is nog, dat ik bijna geen mens ben tegengekomen en de openbare weg toch best wel een stukje tippelen is. Dus, denk ik dan maar, waren het geen jongeren. Die willen hangen en willen daarvoor niet te ver lopen. Maar goed, bewijs heb ik niet. Randdebielen, jong of oud. Dat zijn het wel.
Oh ja, en dan heb ik het nog niet over dat ongebruikte maandverbandje – goedkoop merk trouwens – dat los in het bos lag. Vast uit de tas gevallen, hè dames. Als het dan zo lastig is die rommel in je tas te houden, plak het dan ergens waar het goed zit en duw die vleugels stevig aan. Dan raak je het ook niet kwijt.

Written by Fred

Dinsdag 21 Juni 2011 at 11:15 pm

Leve de buitenzwembaden

Zon, water en ijs

Geen reacties

Het blauwe water straalt je tegemoet. Maar dat Caraïbische blauwe water is niet echt blauw, dat is de ondergrond van het zwembad wel. De zijkanten trouwens ook. Vrolijk blauw, het geeft direct een fijn gevoel, en dat wil je in een zwembad. De ondergrond van het bassin bestaat niet uit tegels maar een soort beton, ruw en onmogelijk om op uit te glijden. Er zijn drie baden: het pierenbadje, in Hazerswoude-Dorp apenbad genoemd, het ondiepe bad voor de zwemdiplomalozen en het grote bad, met in het midden een lijn dat de scheiding tussen diep en ondiep aangeeft. Oftewel, hier duiken en daar niet. Voor de prille liefdes en ouders zijn er twee ligweiden, een kleintje en een grote waar ook gesport kan worden. Langs de kant, in het winkeltje en achter de kassa staan en zitten mensen op leeftijd met op hun shirt het woord 'vrijwilliger'. Zij zijn de drijvende krachten achter dit zwembad dat ondanks de barre economische tijden nog steeds bestaat.
Zwembad De Hazelaar is Hazerswoude-Dorp is nog een ouderwets buitenzwembad, waarvan je er nog maar weinig ziet tegenwoordig. Wie herinnert zich zwembad De Hoorn, het oude buitenbad aan de Van Foreestlaan in Alphen aan den Rijn nog? Inderdaad met Joel Kaltenecker als badmeester. De man in het in het witte pakje die als een generaal met een fluitje (met erwt) de menigte zwemmers in het gareel moest houden. De Hoorn was een mooi zwembad met een grote ligweide en mooie baden, en eigenlijk altijd druk. Met mooi weer dan, met slecht weer is er geen ruk aan. Een echte Kaltenecker is er niet in Hazerswoude-Dorp. Geen hoge stoel met een fluitende commandant, maar gezellige dames die vanaf de kant de boel in de gaten houden en soms een pleister plakken terwijl ze weten dat die pleister in een mum van tijd loslaat in het water. Maar ach, een pleister helpt tegen de pijn. 
In het oude De Hoorn, of nu nog steeds in De Hazelaar, was (is) het mogelijk je een hele dag te vermaken. Met een lekker weertje leg je je spullen neer en geniet van wat er te genieten valt: zwemmen, spelen, friet en natuurlijk ijs. Een echt dagje uit. Even naar het nieuwe De Hoorn (hoelang staat dit zwembad er alweer?) is anders. Dat is geen dagje uit, maat gewoon even 'gaan zwemmen'. Het voelt er snel vol, alles gaat snel, vooral het water, en binnen is bedompt. Toegeven, de glijbaan is leuk net als de draaikolk, maar dat heb je na een uur ook wel gezien. In het recreatiebad is verder gewoon te weinig ruimte om te klooien, voor kinderen dan. Ik ben liever lui dan moe, laat mij maar rusten. Liefst op een heerlijk grasveld. 
Ach, u kent me, ik vind vooruitgang niet altijd een vooruitgang. Dus kom op, terug met die ouderwetse openluchtzwembaden. En in de winter? Simpel, schaatsen. Maar dan wel op echt ijs natuurlijk. 

Het blauwe water straalt je tegemoet. Maar dat Caraïbische blauwe water is niet echt blauw, dat is de ondergrond van het zwembad wel. De zijkanten trouwens ook. Vrolijk blauw, het geeft direct een fijn gevoel, en dat wil je in een zwembad. De ondergrond van het bassin bestaat niet uit tegels maar een soort beton, ruw en onmogelijk om op uit te glijden. Er zijn drie baden: het pierenbadje, in Hazerswoude-Dorp apenbad genoemd, het ondiepe bad voor de zwemdiplomalozen en het grote bad, met in het midden een lijn dat de scheiding tussen diep en ondiep aangeeft. Oftewel, hier duiken en daar niet. Voor de prille liefdes en ouders zijn er twee ligweiden, een kleintje en een grote waar ook gesport kan worden. Langs de kant, in het winkeltje en achter de kassa staan en zitten mensen op leeftijd met op hun shirt het woord 'vrijwilliger'. Zij zijn de drijvende krachten achter dit zwembad dat ondanks de barre economische tijden nog steeds bestaat. 

Zwembad De Hazelaar is Hazerswoude-Dorp is nog een ouderwets buitenzwembad, waarvan je er nog maar weinig ziet tegenwoordig. Wie herinnert zich zwembad De Hoorn, het oude buitenbad aan de Van Foreestlaan in Alphen aan den Rijn nog? Inderdaad met Joel Kaltenecker als badmeester. De man in het in het witte pakje die als een generaal met een fluitje (met erwt) de menigte zwemmers in het gareel moest houden. De Hoorn was een mooi zwembad met een grote ligweide en mooie baden, en eigenlijk altijd druk. Met mooi weer dan, met slecht weer is er geen ruk aan. Een echte Kaltenecker is er niet in Hazerswoude-Dorp. Geen hoge stoel met een fluitende commandant, maar gezellige dames die vanaf de kant de boel in de gaten houden en soms een pleister plakken terwijl ze weten dat die pleister in een mum van tijd loslaat in het water. Maar ach, een pleister helpt tegen de pijn. 

In het oude De Hoorn, of nu nog steeds in De Hazelaar, was (is) het mogelijk je een hele dag te vermaken. Met een lekker weertje leg je je spullen neer en geniet van wat er te genieten valt: zwemmen, spelen, friet en natuurlijk ijs. Een echt dagje uit. Even naar het nieuwe De Hoorn (hoelang staat dit zwembad er alweer?) is anders. Dat is geen dagje uit, maat gewoon even 'gaan zwemmen'. Het voelt er snel vol, alles gaat snel, vooral het water, en binnen is het bedompt. Toegeven, de glijbaan is leuk net als de draaikolk, maar dat heb je na een uur ook wel gezien. In het recreatiebad is verder gewoon te weinig ruimte om te klooien, voor kinderen dan. Ik ben liever lui dan moe, laat mij maar rusten. Liefst op een heerlijk grasveld. 

Ach, u kent me, ik vind vooruitgang niet altijd een vooruitgang. Dus kom op, terug met die ouderwetse openluchtzwembaden. En in de winter? Simpel, schaatsen. Maar dan wel op echt ijs natuurlijk.

Written by Fred

Dinsdag 07 Juni 2011 at 11:02 pm

Posted in Columns