Fred van Rooij | woord & beeld

Houdoe war

Of waarom dat niet verstandig was te zeggen

Geen reacties

Of waarom dat niet verstandig was te zeggen
Houdoe war
Kan een mens roder worden? Nee, kan een kind dat in de vierde klas (nu groep 6) zit nog roder worden? Ik weet het niet, ik weet wel dat het zweet me over mijn hele lijf uitbrak en mijn knieën nog harder knikten dan ooit te voor. Ik was al stiknerveus alvorens te kloppen op de deur van klas 6 (groep 8), en naar binnen te gaan om iets te geven aan het hoofd van de school, maar toen hij me terugriep, wilde ik dat ik nooit was geboren. Al die grote jongens, zeker dertig, genoten van het standje dat ik kreeg. Goedbedoeld misschien en met een opvoedkundige gedachte, maar ik voelde het toch anders. Het voelde als doodgaan. Langzaam doodgaan.
Het gaat over melk, schoolmelk om precies te zijn. En nu ik er zoveel later over nadenk, weet ik niet meer waar we toen melk uit dronken. Op school dan, thuis hadden we gewoon flessen die alleen moeders met een gedegen moederopleiding veilig en zonder morsen open kregen. Maar op school? Kleine pakken of van die plastic bekers? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik gok op kleine pakken, maar dat is het: een gok, meer niet.
Maar om vroeger schoolmelk te krijgen moest je een melkkaart inleveren op school en dan was je voor een bepaalde periode voorzien van de witte motor. Die kaart kocht je bij de melkboer die in ons dorp Wim heette. Je moeder vulde de kaart in en het kind nam de kaart mee naar school en dat was het. Retesimpel eigenlijk. Zolang je moeder niet die melkkaarten vergat te kopen. En dat gebeurde dus.
Ik weet niet meer op welke dag je die kaart moest inleveren en herinner me ook niks over de geldigheid ervan, maar geen kaart, dan ook geen melk. Toen was de economie minder belangrijk dan nu, maar er moest natuurlijk wel voor iedereen brood op de plank komen. Ik overhandigde de kaart aan mijn meester. Voor alle duidelijkheid: na de uiterste datum. Schijnbaar had de meester de zooi al ingeleverd bij het hoofd van de school, maar was het allemaal nog niet op de bus gegaan. Of hoe dat dan ook werkte. 'Breng de kaart maar even naar meester De Grauw', was de aankondiging van een van mijn gruwelijkste nachtmerries. Met lood in mijn schoenen en bibberende knieën toog ik naar klas 6 waar meester De Grauw doceerde. 
Ik klopte en ging na een 'kom binnen' de klas in en gaf mijn kaart aan de beste man. Het viel allemaal mee, hij was vriendelijk en zei dat het nog wel ging lukken met de melk. Ik zal vast wel iets gezegd hebben, keerde om en sjokte de klas uit en riep – harder dan bedoeld – 'houdoe war'.  Toen begon de nachtmerrie echt. 'Kom eens terug', zei de stem die opeens erg streng klonk. Hij las me de les over dialect en Nederlands en dat een 'houdoe war' toch echt uit den boze was. Ik kon slechts knikken en probeerde me staande te houden. Ik trilde zowat door de betonnen vloer. 
Geen 'houdoe war', zei hij, maar het was beter om 'dag meester' of 'dag meneer' te zeggen. En zeker 60 ogen keken me – vast grijnzend – aan. Ze zagen mijn rode kop en het zweet dat in het rond spoot. Ach, hij bedoelde het goed, het kwam alleen niet helemaal over. Ik was blij dat ik mocht gaan en met een 'dag meester' sloop ik de klas uit. 
Kan een mens roder worden? Nee, kan een kind dat in de vierde klas (nu groep 6) zit nog roder worden? Ik weet het niet, ik weet wel dat het zweet me over mijn hele lijf uitbrak en mijn knieën nog harder knikten dan ooit te voor. Ik was al stiknerveus alvorens te kloppen op de deur van klas 6 (groep 8), en naar binnen te gaan om iets te geven aan het hoofd van de school, maar toen hij me terugriep, wilde ik dat ik nooit was geboren. Al die grote jongens, zeker dertig, genoten van het standje dat ik kreeg. Goedbedoeld misschien en met een opvoedkundige gedachte, maar ik voelde het toch anders. Het voelde als doodgaan. Langzaam doodgaan.

Het gaat over melk, schoolmelk om precies te zijn. En nu ik er zoveel later over nadenk, weet ik niet meer waar we toen melk uit dronken. Op school dan, thuis hadden we gewoon flessen die alleen moeders met een gedegen moederopleiding veilig en zonder morsen open kregen. Maar op school? Kleine pakken of van die plastic bekers? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik gok op kleine pakken, maar dat is het: een gok, meer niet.
Maar om vroeger schoolmelk te krijgen moest je een melkkaart inleveren op school en dan was je voor een bepaalde periode voorzien van de witte motor. Die kaart kocht je bij de melkboer die in ons dorp Wim heette. Je moeder vulde de kaart in en het kind nam de kaart mee naar school en dat was het. Retesimpel eigenlijk. Zolang je moeder niet die melkkaarten vergat te kopen. En dat gebeurde dus.
Ik weet niet meer op welke dag je die kaart moest inleveren en herinner me ook niks over de geldigheid ervan, maar geen kaart, dan ook geen melk. Toen was de economie minder belangrijk dan nu, maar er moest natuurlijk wel voor iedereen brood op de plank komen. Ik overhandigde de kaart aan mijn meester. Voor alle duidelijkheid: na de uiterste datum. Schijnbaar had de meester de zooi al ingeleverd bij het hoofd van de school, maar was het allemaal nog niet op de bus gegaan. Of hoe dat dan ook werkte. 'Breng de kaart maar even naar meester De Grauw', was de aankondiging van een van mijn gruwelijkste nachtmerries. Met lood in mijn schoenen en bibberende knieën toog ik naar klas 6 waar meester De Grauw doceerde. 
Ik klopte en ging na een 'kom binnen' de klas in en gaf mijn kaart aan de beste man. Het viel allemaal mee, hij was vriendelijk en zei dat het nog wel ging lukken met de melk. Ik zal vast wel iets gezegd hebben, keerde om en sjokte de klas uit en riep – harder dan bedoeld – 'houdoe war'.  Toen begon de nachtmerrie echt. 'Kom eens terug', zei de stem die opeens erg streng klonk. Hij las me de les over dialect en Nederlands en dat een 'houdoe war' toch echt uit den boze was. Ik kon slechts knikken en probeerde me staande te houden. Ik trilde zowat door de betonnen vloer. 
Geen 'houdoe war', zei hij, maar het was beter om 'dag meester' of 'dag meneer' te zeggen. En zeker 60 ogen keken me – vast grijnzend – aan. Ze zagen mijn rode kop en het zweet dat in het rond spoot. Ach, hij bedoelde het goed, het kwam alleen niet helemaal over. Ik was blij dat ik mocht gaan en met een 'dag meester' sloop ik de klas uit. 

Written by Fred

Zaterdag 03 September 2011 at 10:09 pm

Posted in Columns

Geen reacties

Leave a Reply

Emoticons
Persoonlijke info onthouden?
Verberg e-mail
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.