Vier vooral niet de vrijheid
Ook zo lekker de vrijheid gevierd mensen? In Alphen was het groot feest, je kon bijna niet lopen van de mensen. Geweldig wat een programma, de mensen die dat in elkaar gezet hebben, verdienen een lintje. En dan niet zomaar Lid in de orde van Oranje Nassau, maar minstens Ridder Grootkruis. Hoger kan niet, tenzij je koning bent of misschien Marco Kroon heet en in je eentje Afghanistan bevrijdt.
Bevrijdingsdag, 5 mei, de dag dat Nederland vrij was van het juk van de bezetter, de dag dat voor velen het leven opnieuw begon en ook de dag dat al die mensen die konden doorleven, beseften dat velen dat niet meer konden. Zij waren namelijk dood. Maar daar is 4 mei, Dodenherdenking, voor. De dag erna viert Nederland feest, viert Nederland de vrijheid. Klink ik cynisch? Ja, daar hebt u helemaal gelijk in. De viering van Bevrijdingsdag is gewoon zum kotzen, maar misschien is een Duitse term niet zo handig met dit onderwerp.
Graag had ik namelijk meegedaan met de estafettelopers die het bevrijdingsvuur vanuit Wageningen liepen naar Alphen aan den Rijn (overigens verzin ik dit natuurlijk, voor u denkt dat ik sportman ben). Maar het leek me beter om te gaan slapen, tenslotte is 5 mei voor mij gewoon een werkdag. Ik had graag ook gezien hoe burgemeester Eenhoorn de vlam op het Rijnplein ontstak. Helaas, mijn chef verlangde werkzaamheden van me.
Goed, ik had de middag vrij kunnen nemen om me te storten in het onnavolgbare feestgedruis in het centrum van de stad. Precies, er was niks, helemaal niks. Jawel, café Trots had wat kleine bandjes geregeld voor op het terras. Maar een officieel programma? Nee, niks. Er was letterlijk geen reet te beleven. Ja, rond achten in de avond was er een Bevrijdingsconcert in de Adventskerk. Maar mijn aversie tegen de kerk is zelfs nog groter dan tegen Bevrijdingsdag. In een kerk krijgen ze me met geen tien paarden, tenzij ik de kansel voor een uurtje mag bezetten om mijn Evangelie te verkondigen.
Nee, Bevrijdingsdag, dat moeten we vaker doen. En dan durft ene Mark Rutte ook nog te verkondigen dat 5 mei leeft onder de Nederlanders. Kan hij makkelijk zeggen, hij is ambtenaar en hij is dus vrij. De rest, op scholieren en studenten na, moet ploeteren om die verrotte economie – met dank aan al die sukkels met witte boorden - aan de gang te houden, of proberen weer op gang te brengen.
Vier de vrijheid? M’n reet, we vieren helemaal niks. Vierden we maar eens echt de vrijheid, elk jaar, zoals je vrijheid hoort te vieren. Maar ik ben bang dat we niet meer eens weten wat vrijheid is. We zijn het gewoon, er aan gewend en ermee verwend. En dat is, denk ik, het grootste manco van Bevrijdingsdag.
Ook zo lekker de vrijheid gevierd mensen? In Alphen was het groot feest, je kon bijna niet lopen van de mensen. Geweldig wat een programma, de mensen die dat in elkaar gezet hebben, verdienen een lintje. En dan niet zomaar Lid in de orde van Oranje Nassau, maar minstens Ridder Grootkruis. Hoger kan niet, tenzij je koning bent of misschien Marco Kroon heet en in je eentje Afghanistan bevrijdt.
Bevrijdingsdag, 5 mei, de dag dat Nederland vrij was van het juk van de bezetter, de dag dat voor velen het leven opnieuw begon en ook de dag dat al die mensen die konden doorleven, beseften dat velen dat niet meer konden. Zij waren namelijk dood. Maar daar is 4 mei, Dodenherdenking, voor. De dag erna viert Nederland feest, viert Nederland de vrijheid. Klink ik cynisch? Ja, daar hebt u helemaal gelijk in. De viering van Bevrijdingsdag is gewoon zum kotzen, maar misschien is een Duitse term niet zo handig met dit onderwerp.
Graag had ik namelijk meegedaan met de estafettelopers die het bevrijdingsvuur vanuit Wageningen liepen naar Alphen aan den Rijn (overigens verzin ik dit natuurlijk, voor u denkt dat ik sportman ben). Maar het leek me beter om te gaan slapen, tenslotte is 5 mei voor mij gewoon een werkdag. Ik had graag ook gezien hoe burgemeester Eenhoorn de vlam op het Rijnplein ontstak. Helaas, mijn chef verlangde werkzaamheden van me.
Goed, ik had de middag vrij kunnen nemen om me te storten in het onnavolgbare feestgedruis in het centrum van de stad. Precies, er was niks, helemaal niks. Jawel, café Trots had wat kleine bandjes geregeld voor op het terras. Maar een officieel programma? Nee, niks. Er was letterlijk geen reet te beleven. Ja, rond achten in de avond was er een Bevrijdingsconcert in de Adventskerk. Maar mijn aversie tegen de kerk is zelfs nog groter dan tegen Bevrijdingsdag. In een kerk krijgen ze me met geen tien paarden, tenzij ik de kansel voor een uurtje mag bezetten om mijn Evangelie te verkondigen.
Nee, Bevrijdingsdag, dat moeten we vaker doen. En dan durft ene Mark Rutte ook nog te verkondigen dat 5 mei leeft onder de Nederlanders. Kan hij makkelijk zeggen, hij is ambtenaar en hij is dus vrij. De rest, op scholieren en studenten na, moet ploeteren om die verrotte economie – met dank aan al die sukkels met witte boorden - aan de gang te houden, of proberen weer op gang te brengen.
Vier de vrijheid? M’n reet, we vieren helemaal niks. Vierden we maar eens echt de vrijheid, elk jaar, zoals je vrijheid hoort te vieren. Maar ik ben bang dat we niet meer eens weten wat vrijheid is. We zijn het gewoon, er aan gewend en ermee verwend. En dat is, denk ik, het grootste manco van Bevrijdingsdag.