Uit de heel oude doos (2)
Achter de Tolbrug
Het begon allemaal met gerommel tussen de spullen van mijn ouders die in een hoek van de trapkast staan. Ik vond twee krantenknipsels (zie het stuk hieronder) en vond nog meer. Onder andere onderstaande ets, want dat is het volgens mij. Maar als het een tekening is, wil ik dat ook wel geloven.

Ik weet dat de ets een tijd in huis hing en later naar zolder verhuisde waar ik het na mijn moeders overlijden vond en toe-eigende. Zonder overigens te weten wat het precies was. Het verdween in de trapkast en kwam nu dus (na bijna twee jaar) weer tevoorschijn. Toen ik de ets bekeek was deze gesigneerd met Hendrik de Laat (1900-1980), een Bossche tekenaar en schilder. Het 'ding' was dus geen prul, maar wel iets 'echts', en gekocht bij de kunsthandel aan Vughterstraat 162 die dezelfde naam draagt als de tekenaar. Ik vermoed dat mijn vader het gekregen heeft via zijn werk bij de firma Broeders in Vught. Mogelijk bij een jubileum.
Al die ontdekkingen maakte het interessanter. Het tafereel kende ik niet en het leek me leuk om hetzelfde steegje te fotograferen en dan naast elkaar in huis te hangen. Zo te zien op de ets is het tijdsbeeld van voor de oorlog. Oud en nieuw, naast elkaar. Hoe zou het er nu uit zien, het maakte me nieuwsgierig.
Maar het probleem is dat ik de weg niet meer weet in de hoofdstad van Brabant en kon ik me de kerk en straat niet vinden in mijn geheugen. Buiten dat, woon ik er niet dus er even heen lopen was geen optie. Maar gelukkig is er Twitter en van mijn volgers, en ik volg hen, zijn de mensen achter de Bossche Koek, die er- even terzijde - lekker uitziet. Ik mailde de foto en zij gooiden die op Twitter. Gieljan de Backer dook op internet en begon te zoeken. Al snel kwam er van verschillende mensen een reactie. Het leidde in eerste instantie naar de Gasselstraat en de Schilderstraat. Maar beide waren fout. Gieljan kwam met het verlossende antwoord. Het is de straat met de naam Achter de Tolbrug met op de achtergrond de Pieterskerk. Hij kwam op de proppen met de foto die je hieronder ziet. Dat kan niet missen.

Alleen kwam er nog een mededeling. De kerk is gesloopt in 1983 en het straatje is het straatje niet meer. Op de plek van de kerk staat nu (een deel) van het Groot Zieken Gasthuis en er is een parkeergarage bijgekomen. Vanaf de parkeergarage aan de Burgemeester Loefplein kan ik wel de foto maken, de steeg in. Maar dat is natuurlijk wel vanuit een ander gezichtspunt dan toen Hendrik de Laat er tekende. Tijd schrijdt voort, alleen soms niet ten goede. Overigens gaat ook het ziekenhuis op termijn plat.
Dan is er natuurlijk de Tussen-kunst-en-kitsch-vraag: wat is de waarde van de ets? Geen flauw idee, ik vermoed niet veel. Maar misschien loop ik eens de kunsthandel binnen en vraag het gewoon. Dit wordt dus een vervolgverhaal, ook wat de foto betreft natuurlijk.
En wie de mensen achter de Bossche Koek wil volgen moet hier klikken.
Uit de heel oude doos (1)
Twee krantenknipsels uit het Brabants Dagblad
Mijn moeder was niet zo van het bewaren. Nou ja en daarom staat een flinke hoek van mijn trapkast vol met spullen waarvan ik denk: wat moet ik er mee. Weggooien? Nee nooit. Maar ze was geen verzamelaar. Daarom was iedereen verbaasd dat we – toen we haar huis leeg ruimden en ook dat lijkt al eeuwen geleden – twee oude krantenknipsels uit het Brabants Dagblad (mijn ouders lazen geen andere krant) vonden. Over mijn vader, haar man en natuurlijk had het betrekking over de fiere voetbalclub Emplina, uit Empel. De beste man is daar heel zijn leven bij betrokken geweest. Elke zondag door weer en wind langs de lijn. Dat zijn nog eens fans.
Hieronder de twee knipsels. Sorry, slechte kwaliteit. Op de bovenste foto leunt mijn – nog jonge - vader op de man die op zijn hurken zit. Op de onderste zit hij rechtsonder en ja, ik geef het toe. Het is bijna niet te zien.
Wat mijn moeder trouwens ook bewaard heeft... heel veel telegrammen (ja, zoek dat maar eens op) van haar trouwen. Maar daarover ooit eens meer.


De mens als God
De Oostvaardersplassen gaan naar de klote
'Kijk een vos.' Verbaasd en opgewonden kijken we vanuit de uitkijkhut van de Oostvaardersplassen over het on-Nederlandse landschap. Op een kleine 50 meter van ons vandaan scharrelt een vos. Ademloos kijken wij naar het schouwspel. Het bruine beest met de zwierige staart weet waarschijnlijk niet eens dat er een verrekijker op hem gericht is. Hij voelt zich volledig op zijn gemak, scharrelt, snuffelt en gaat eens rustig liggen.
'Hij heeft witte oren', zegt Lloyd terwijl zijn jonge ogen door de verrekijker elke beweging van de vos volgen. Later verandert dat trouwens in witte strepen over zijn gezicht. Ik geloof hem, zijn ogen zien meer dan de mijne. Wat verder weg richting de horizon staat een kudde runderen te grazen en naar rechts een kleine kudde paarden. Lloyd meent ook nog herten te zien, maar ik kan dat niet bevestigen, te ver weg.
De beesten doen niks, ja vreten. En dat in de bijtende kou, ze geven geen krimp. Wij moesten ons wapenen tegen de eerste winter in Nederland met muts, handschoenen, fleece en een winddichte buitenjas. Vanaf het bezoekerscentrum liepen we het kleine rondje dat een mens in dat gebied mag lopen. De Oostvaardersplassen zijn voor de dieren en de mens heeft daar niks te zoeken. Honderden grote grazers brengen er hun dagen door met eten. Wel belangrijk trouwens dat eten, om de winter door te komen. De beesten hebben niet de beschikking over een goed uitgeruste outdoorwinkel. Ze moeten het doen met hun vacht en hun vet dat ze halen uit het vele eten. Naast de grote grazers hangen er dus ook vossen rond en stikt het er werkelijk van de vogels. En dan vergeet ik vast de vele honderden andere soorten die er hun tijd doorbrengen.
Maar al dat kleine grut zien we niet, weten we dus niks van en die baren ons geen zorgen. De grote grazers wel, die zien we, ze zijn aaibaar - al zou ik het niet proberen - en als er eentje doodgaat dan valt dat op, laat staan als er enkele honderden doodgaan. Alleen de sterksten overleven, volgens mij is dat een keurig Nederlands spreekwoord. Ben je niet sterk genoeg dan val je af en in de natuur betekent dat onherroepelijk de dood. Maar die dood betekent voedsel voor anderen en dus ook weer leven. Voor een vos bijvoorbeeld.
Als het weer voorjaar wordt, jongt het hele spul weer aan en voor je met je ogen kunt knipperen, lopen er weer meer grote grazers dan voorheen. Maar er is een verschil, deze kleine grote grazers komen uit een sterk geslacht dat strenge winters kan overleven. Maar ook als de kleintjes een gebrek vertonen, volgt de dood. Zo is het nu eenmaal. Een gebrek, verstandelijk of lichamelijk, betekent in de natuur een zekere dood.
Terwijl Lloyd de natuur bestudeert op een onbevangen manier zoals alleen kinderen kunnen, zie ik donkere wolken boven het gebied hangen. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat er enkele honderden dieren moeten worden afgeschoten om het voedseltekort in de Oostvaardersplassen op te lossen. Meer dan 75 hoog opgeleide mannen en vrouwen hebben zichzelf de titel van God toegeëigend. Niet meer het recht van de sterkste geldt in de natuur van de Oostvaardersplassen, maar het recht van de domme mens. Terwijl andere oplossingen voor handen liggen. Alleen wil deze regering geen geld meer uittrekken voor natuur. Met maar één reden natuurlijk: natuur levert geen geld op en voegt niets toe aan de economie.
Ondertussen blijft de kleine man turen naar beesten die er misschien volgende week niet meer lopen. Ik vertel het hem maar niet.

