Vierkante ogen
Leve de verkiezingen
'Gaat het nog lief', zegt mijn wederhelft regelmatig als ik weer eens uren achter de computer zit. Vierkante ogen zit ik er te kweken. Dat heb je in verkiezingstijd. Soms dagelijks vullen de Alphense politici hun weblogs met de meest waanzinnige teksten. Vaak ook serieus hoor, dan gaat het over tieten en lekkere wijven. Onderwerpen die ik trouwens ook niet schuw. Iedereen zijn hobby tenslotte. En natuurlijk volg ik Twitter waar de politici met elkaar in discussie gaan. Politici zoeken het debat op, dat is algemeen bekend.
Te vaak gaan de wannabe-raadsleden in discussie met zichzelf en hun collega's. Maar goed: het is leuk te volgen (want dat doe je op Twitter, je volgt iemand) hoe een VVD'er probeert een PvdA'er te overtuigen. Persoonlijk denk ik dan: richt je juist op al die anderen. Maar mijn mentale boodschap komt niet aan, ik zend ook niks. Je moet mensen en zeker politici in hun waarde laten, ooit snappen ze wat ik bedoel. Kleine correctie: natuurlijk snappen de dames en heren politici wat ik bedoel, maar het gaat om het willen snappen. Zij debatteren om gelijk te krijgen, terwijl je zo juist de oplossing moet zoeken. Maar de starheid van de verschillende partijen staat vaak een goede oplossing in de weg.
Politiek in Nederland gaat gewoon om het vergelijk wie de langste pik heeft. Figuurlijk dan, voor ik mensen beledig. Niet over lange tenen dus. Al zijn die bij politici over het algemeen langer dan de pikkies en hier zijn de vrouwen geen uitzondering op. Ik is in de politiek belangrijker dan wij en als een politicus 'wij' zegt bedoelt hij maar een klein en select clubje. Misschien is de beste politicus wel diegene die je niet in de krantenkolommen en op allerlei internetfora tegenkomt. Die werkt voor, maar ook vooral mét mensen om oplossingen te zoeken. Ik leer hem of haar graag kennen.
Maar ik mag niet klagen en mopperen: wat de politici doen, doe ik dus niet. Geen zin in, daar ben ik eerlijk in. Ook niet voor die 1.200 euro die de raadsleden als vergoeding krijgen. Ik kijk vanaf de zijlijn toe en schrijf er soms over. Voor geen goud ga ik de gemeenteraad in. Al die betweters, wat moet je daarmee. En als ik ergens een hekel aan heb, is het aan compromissen sluiten. Ik bewandel liever wegen die anderen ooit ook zullen ontdekken. Al ben ik dan natuurlijk allang uit zicht verdwenen en zijn mijn sporen uitgewist. Maar ik heb respect voor degenen die wel al het politieke werk doen. Niks voor mij. Ieder z'n ding toch?
Maar tijdens zo'n verkiezingsperiode kruipen alle raadsleden ineens uit alle stoffige hoeken en gaten van het stadhuis en gaan ineens twitteren en bloggen. Tja, en dan wordt ik een junk van alles wat digitaal aangeboden wordt. Jaren is het stil en dan nu ineens een tsunami van bulderende meningen van Jan en alleman op de digitale kladblokken van het wereldwijde web. Het mooiste medium blijft Twitter en dan vooral tijdens de raadsvergaderingen. Meelezen wat de raadsleden elkaar toetwitteren. Want wat ze in het openbaar zeggen is één, die onderhandse discussie legt de waarheid op tafel. En daar heb ik best vierkante ogen voorover.
Midwintercamp
Koude ervaring in een tentje

Waterkoud vonden we het op de camping bij het Midwintercamp 2010. De sneeuw van de afgelopen weken was verdwenen en mist had die vrijgekomen plek ingenomen. De luchtvochtigheid maakte het kouder dan het misschien was, om en nabij het vriespunt.
Daar stonden we dan met onze Fjäll Räven Akka RS3. Om ons heen – nou ja, wij stonden natuurlijk achteraf – allemaal grote tenten met een kachel erin en kampvuren ervoor. En wij hadden slechts onze, gelukkig warme, slaapzakken in de tent liggen. Hadden we nou toch maar die vuurkorf meegenomen... Dat was een misrekening.
Bij vertrek mopperde ik nog op al die in-mijn-ogen-teveel-aan-bagage. Vergeleken bij de rest hadden wij een minimum aan spullen bij ons. Te veel, vond ik dan nog steeds. Veel minder dan de andere kampeerders. Maar goed, wij hebben de winterkampeerdoop achter de rug.
Voor herhaling vatbaar? Sommigen twijfelen nog, maar volgende winter gaan we weer.

Weg met de kerk
En waarom kerken leeglopen
Ik heb het een beetje gehad met de kerk. Nee, niet omdat we in het Witte Weekblad geen kerkdiensten meer publiceren en heel gelovig Alphen over me heen duikelt. Dat valt trouwens heel erg mee. Geloven is trouwens wel hot in de stad. Even een kleine kerkupdate: Alphen heeft zo'n veertig verschillende kerkgemeenschappen die allemaal op hun eigen manier, volgens de zelfde Bijbelse normen en waarden in een en dezelfde God geloven. Zoek de verschillen, denk ik dan. Kun je op verschillende manieren in God geloven? Trouwens, we hebben in de stad ook twee moskeeën die, zij het volgens een ander boek, ook in die zelfde God geloven, al noemen ze Hem anders.
Ook grappig trouwens: we schrijven God met een hoofdletter, en als we naar Hem refereren met Hij, is dat ook met een hoofdletter. Zo is de Nederlandse spelling. Vreemd dat een minderheid van de Nederlandse bevolking zo'n grote invloed heeft, zelfs op de landelijke spelling. En dat voor een God waarvan nooit duidelijk is geworden of Hij bestaat. En laat ik het vooral niet hebben over de wet op Godslastering: want oh, oh, de gelovige teentjes zijn behoorlijk gevoelig. Maar er is geen wet die ongelovigen beschermt: Zij (en ik dus) moeten al dat gelovige gedoe en gepreek maar lijdzaam over ons heen laten komen: tot zelfs in de Tweede Kamer aan toe. En dan hebben we het nog steeds over een scheiding tussen kerk en staat. Ik zou eerder spreken over een goed huwelijk, met een flink aantal bastaardkinderen.
Maar goed: daar wou ik het helemaal niet over hebben. Eind januari was het een jaar geleden dat mijn moeder overleed. Naar goed katholiek gebruik vroeg mijn zus een dienst aan in de plaatselijke Sint Landolinuskerk in het Brabantse Empel: in carnavalstijd 't Slotgat. Kortom, ik charterde de Alphense tak van de familie en toog op zaterdagavond tijdens etenstijd naar mijn geboortedorp alwaar een pastoor zijn dienst routineus en zonder enige bezieling afdraaide. 'Welkom in de kerk', hoorde ik hem nog zeggen, en viel in slaap. Tijdens zo'n dienst schiet er ook van alles door je hoofd: de misdienaar was een meisje. Ik suggereer niets, maar dacht er wel even aan: Ierland en de Verenigde Staten.
Zoals altijd als ik weer eens 'thuis' ben, kijk ik rond naar bekenden. Het was rustig in de kerk en dankzij de kleinkinderen van mijn moeder was de gemiddelde leeftijd een stuk lager dan normaal. De vergrijzing had fors toegeslagen in de kerk en jongeren waren niet aanwezig. Nog tien jaar schatte ik en dan zou de laatste kerkganger horizontaal de kerk verlaten en kan de boel op slot. Dat jongeren niet verschijnen heeft onder andere te maken met de sufheid, dufheid en saaiheid van de voorganger. Aan de andere kant kan het dorp wel een uitgaansgelegenheid gebruiken en de kerk is daar ideaal voor. Ik denk nu even aan Paradiso, ook een voormalige kerk.
Als ik alle bij elkaar optel vind ik het wel gescheten. Vanaf nu zal ik zelfs de diensten ter ere van mijn ouders niet meer bijwonen: in ieder geval niet zolang deze goddelijke afgezant achter het altaar staat. Voor een enkele bruiloft en begrafenis strijk ik over mijn hart: uit respect voor die mensen en niet voor een prediker. Jammer dat zo'n ongetrouwde zieltjeswinner vergeet zieltjes te winnen en een dienst in de kerk leuk weet te maken. Hoe groot is het contrast met 'vroeger', de kerk puilde uit van mensen. En we hadden niet eens een krant nodig om te weten wanneer een kerkdienst was in ons dorp. Zaterdagavond 19.00 uur, en op zondag om 07.00, 09.00 uur en de hoogmis met het gemengde koor om 10.30 uur. En voor wie het was vergeten luidden de klokken een half uur van te voren. Net als in Alphen trouwens en dat verstoort behoorlijk mijn zondagsrust.

