De mens als God
'Kijk een vos.' Verbaasd en opgewonden kijken we vanuit de uitkijkhut van de Oostvaardersplassen over het on-Nederlandse landschap. Op een kleine 50 meter van ons vandaan scharrelt een vos. Ademloos kijken wij naar het schouwspel. Het bruine beest met de zwierige staart weet waarschijnlijk niet eens dat er een verrekijker op hem gericht is. Hij voelt zich volledig op zijn gemak, scharrelt, snuffelt en gaat eens rustig liggen.
'Hij heeft witte oren', zegt Lloyd terwijl zijn jonge ogen door de verrekijker elke beweging van de vos volgen. Later verandert dat trouwens in witte strepen over zijn gezicht. Ik geloof hem, zijn ogen zien meer dan de mijne. Wat verder weg richting de horizon staat een kudde runderen te grazen en naar rechts een kleine kudde paarden. Lloyd meent ook nog herten te zien, maar ik kan dat niet bevestigen, te ver weg.
De beesten doen niks, ja vreten. En dat in de bijtende kou, ze geven geen krimp. Wij moesten ons wapenen tegen de eerste winter in Nederland met muts, handschoenen, fleece en een winddichte buitenjas. Vanaf het bezoekerscentrum liepen we het kleine rondje dat een mens in dat gebied mag lopen. De Oostvaardersplassen zijn voor de dieren en de mens heeft daar niks te zoeken. Honderden grote grazers brengen er hun dagen door met eten. Wel belangrijk trouwens dat eten, om de winter door te komen. De beesten hebben niet de beschikking over een goed uitgeruste outdoorwinkel. Ze moeten het doen met hun vacht en hun vet dat ze halen uit het vele eten. Naast de grote grazers hangen er dus ook vossen rond en stikt het er werkelijk van de vogels. En dan vergeet ik vast de vele honderden andere soorten die er hun tijd doorbrengen.
Maar al dat kleine grut zien we niet, weten we dus niks van en die baren ons geen zorgen. De grote grazers wel, die zien we, ze zijn aaibaar - al zou ik het niet proberen - en als er eentje doodgaat dan valt dat op, laat staan als er enkele honderden doodgaan. Alleen de sterksten overleven, volgens mij is dat een keurig Nederlands spreekwoord. Ben je niet sterk genoeg dan val je af en in de natuur betekent dat onherroepelijk de dood. Maar die dood betekent voedsel voor anderen en dus ook weer leven. Voor een vos bijvoorbeeld.
Als het weer voorjaar wordt, jongt het hele spul weer aan en voor je met je ogen kunt knipperen, lopen er weer meer grote grazers dan voorheen. Maar er is een verschil, deze kleine grote grazers komen uit een sterk geslacht dat strenge winters kan overleven. Maar ook als de kleintjes een gebrek vertonen, volgt de dood. Zo is het nu eenmaal. Een gebrek, verstandelijk of lichamelijk, betekent in de natuur een zekere dood.
Terwijl Lloyd de natuur bestudeert op een onbevangen manier zoals alleen kinderen kunnen, zie ik donkere wolken boven het gebied hangen. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat er enkele honderden dieren moeten worden afgeschoten om het voedseltekort in de Oostvaardersplassen op te lossen. Meer dan 75 hoog opgeleide mannen en vrouwen hebben zichzelf de titel van God toegeëigend. Niet meer het recht van de sterkste geldt in de natuur van de Oostvaardersplassen, maar het recht van de domme mens. Terwijl andere oplossingen voor handen liggen. Alleen wil deze regering geen geld meer uittrekken voor natuur. Met maar één reden natuurlijk: natuur levert geen geld op en voegt niets toe aan de economie.
Ondertussen blijft de kleine man turen naar beesten die er misschien volgende week niet meer lopen. Ik vertel het hem maar niet.
'Kijk een vos.' Verbaasd en opgewonden kijken we vanuit de uitkijkhut van de Oostvaardersplassen over het on-Nederlandse landschap. Op een kleine 50 meter van ons vandaan scharrelt een vos. Ademloos kijken wij naar het schouwspel. Het bruine beest met de zwierige staart weet waarschijnlijk niet eens dat er een verrekijker op hem gericht is. Hij voelt zich volledig op zijn gemak, scharrelt, snuffelt en gaat eens rustig liggen.
'Hij heeft witte oren', zegt Lloyd terwijl zijn jonge ogen door de verrekijker elke beweging van de vos volgen. Later verandert dat trouwens in witte strepen over zijn gezicht. Ik geloof hem, zijn ogen zien meer dan de mijne. Wat verder weg richting de horizon staat een kudde runderen te grazen en naar rechts een kleine kudde paarden. Lloyd meent ook nog herten te zien, maar ik kan dat niet bevestigen, te ver weg.
De beesten doen niks, ja vreten. En dat in de bijtende kou, ze geven geen krimp. Wij moesten ons wapenen tegen de eerste winter in Nederland met muts, handschoenen, fleece en een winddichte buitenjas. Vanaf het bezoekerscentrum liepen we het kleine rondje dat een mens in dat gebied mag lopen. De Oostvaardersplassen zijn voor de dieren en de mens heeft daar niks te zoeken. Honderden grote grazers brengen er hun dagen door met eten. Wel belangrijk trouwens dat eten, om de winter door te komen. De beesten hebben niet de beschikking over een goed uitgeruste outdoorwinkel. Ze moeten het doen met hun vacht en hun vet dat ze halen uit het vele eten. Naast de grote grazers hangen er dus ook vossen rond en stikt het er werkelijk van de vogels. En dan vergeet ik vast de vele honderden andere soorten die er hun tijd doorbrengen.
Maar al dat kleine grut zien we niet, weten we dus niks van en die baren ons geen zorgen. De grote grazers wel, die zien we, ze zijn aaibaar - al zou ik het niet proberen - en als er eentje doodgaat dan valt dat op, laat staan als er enkele honderden doodgaan. Alleen de sterksten overleven, volgens mij is dat een keurig Nederlands spreekwoord. Ben je niet sterk genoeg dan val je af en in de natuur betekent dat onherroepelijk de dood. Maar die dood betekent voedsel voor anderen en dus ook weer leven. Voor een vos bijvoorbeeld.
Als het weer voorjaar wordt, jongt het hele spul weer aan en voor je met je ogen kunt knipperen, lopen er weer meer grote grazers dan voorheen. Maar er is een verschil, deze kleine grote grazers komen uit een sterk geslacht dat strenge winters kan overleven. Maar ook als de kleintjes een gebrek vertonen, volgt de dood. Zo is het nu eenmaal. Een gebrek, verstandelijk of lichamelijk, betekent in de natuur een zekere dood.
Terwijl Lloyd de natuur bestudeert op een onbevangen manier zoals alleen kinderen kunnen, zie ik donkere wolken boven het gebied hangen. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat er enkele honderden dieren moeten worden afgeschoten om het voedseltekort in de Oostvaardersplassen op te lossen. Meer dan 75 hoog opgeleide mannen en vrouwen hebben zichzelf de titel van God toegeëigend. Niet meer het recht van de sterkste geldt in de natuur van de Oostvaardersplassen, maar het recht van de domme mens. Terwijl andere oplossingen voor handen liggen. Alleen wil deze regering geen geld meer uittrekken voor natuur. Met maar één reden natuurlijk: natuur levert geen geld op en voegt niets toe aan de economie.
Ondertussen blijft de kleine man turen naar beesten die er misschien volgende week niet meer lopen. Ik vertel het hem maar niet.