Er zijn niet veel mensen die hun fiets een trap aftillen. Ik zat in De Zaak en had een interview met Judith. Door het raam zag ik hem. De fiets zweefde iets boven de grond en hij liep de trap af naar het terras. We waren even van de rode interviewlijn afgeweken en hadden het over mijn schrijven van stukkies en het feit dat overal een verhaal inzit.
Het feit dat iemand zijn fiets de trap afzeult, die fiets parkeert op het terras, de trap weer oploopt om binnen wat te bestellen, intrigeerde me. Hij had om kunnen fietsen, en hij had gewoon aan de kant van het Rijnplein het grand café binnen kunnen gaan. Afijn, hij koos voor de meest moeilijke routes voor een bakkie pleur. De man die misschien in de verte wat op Catweazle leek, boeide me: sandalen, fiets, de trap en vooral de wilde haardos. Het rook aan alle kanten naar een verhaal: misschien was het wel een wereldreiziger die een tussenlanding in Alphen aan den Rijn maakte.
Onderwijl het interview voer Bert ook nog voorbij op de Oude Rijn en manoeuvreerde behendig door de Alphensebrug. Ja, het is mij ook een raadsel wie Bert is, maar de naam stond in grote letters op de brug van het binnenvaartschip. Ik ga er nog steeds vanuit dat Bert de kapitein is van het gevaarte. Weer was ik even nieuwsgierig.
Stukkies schrijven, daar hadden we het over. Misschien wel het mooiste vak van de wereld. Alleen kon ik op dat moment niets met Bert en de eenzame fietser. Ik was druk met fotografie, begrafenisfotografie. Dat was het onderwerp van het interview. Ze noemt het: 'Bijdragen in het verwerken van het verdriet' en 'mooie fotografie'. Overigens houdt Judith zich ook bezig met portretten, huwelijken en naakt. Ik maak graag een zijsprongetje in een interview, je snapt waarom. Niet voor het stukkie dat ik over haar ga schrijven, maar uit pure nieuwsgierigheid. Waarom je in je blote kont laten fotograferen en jezelf naakt thuis aan de muur hangen? Kunst?
Ik ruik een stukkie.

