Een half jaar gelden kreeg ik een telefoontje. Ik stond op het plein in Wijk aan Zee, de zon scheen en het was fris, maar zeker niet onaangenaam. Het najaar gaf een mooie dag weg. Ik was op reis en wachtte op mijn medereiziger. Op het pleintje staat een ronde bushalte. Er was ook een friettent. Net aan de rand van het plein lag nog een restaurant en een winkel met erin de plaatselijke VVV.
Uiteraard was er een kerk, met eromheen een kerkhof met heel oude graven, maar ook met nieuwe. Een klein kerkhof: gingen er in Wijk aan Zee weinig mensen dood, of zou er ergens anders nog een begraafplaats zijn. Wel een vraag die je bezighoudt als je aan het wachten bent.
Er is niets in Wijk aan Zee, maar juist daarom trekt het ons. Er is zee, we pikken er een hotelletje of slaan ergens de haringen in de grond. Nee, het is geen moderne badplaats. Wijk aan Zee: het is een mond vol voor weinig.
'Met de Hogeschool van Utrecht', klonk het in mijn oor en waar ik bang voor was, geschiedde. Er waren te weinig deelnemers aan de cursus Het reisverhaal.
Je hebt namelijk snel genoeg door of een cursus doorgaat, of niet. Je moet namelijk vooraf het lesgeld betalen. En mijn brievenbus liet genoeg rekeningen door, maar niet die ene waar ik naar snakte. Bij wijze van spreken dan, want aan betalen heb ik een broertje dood.
'Of ik in mei nog wilde', vroeg de stem.
Ik vroeg garanties, kreeg die niet, zei 'ja' en de stem wees me meteen op de algemene voorwaarden als ik besloot de cursus alsnog af te zeggen.
In stilte vervloekte ik haar. Ik zeg niet af, dacht ik nog.
Coulance nihil.
Maar goed. De rekening viel deze keer wel in de bus. En dat betekent dat ik enkele woensdagen in mei en juni bezig ben me te laven aan Het reisverhaal. Luisteren, leren en vooral schrijven: mijn liefde.
Docente is Arita Baaijens. En wie even de moeite neemt haar website te bekijken, moet net als ik denken: wat een interessante vrouw. Dus die cursus zit wel snor.

