Als iemand mij vraagt of ik mijn werk leuk vind, zeg ik steevast – among lots of other things – dat ik te veel op m'n kont zit. Dat is simpelweg een feit, en niet een kwalificatie van werkvreugde. Maar ik vind dat wel zo. Journalisten horen op straat te zijn, en dat is de plek waar ik meestal niet ben.
Maar goed, ik had het over zitten.
Het feit dat ik (te) veel zit kwam vrijdag ineens onverwachts langs. Ik moet wel even aantekenen dat ik stilzitten moeilijk vind. Ze kunnen mij beter een draaikont noemen dan Wouter Bos. Een feit is dat.
Maar goed: ik werkte zoals altijd gezeten op mijn zetel en dan heb je wel eens het idee dat er een vouw in de stof van de broek zit, onder je kont. Dat zit niet lekker, dat weet iedereen. Wat doe je dan? Je tilt je bibs op en trekt de stof van je broek strak.
Simpel.
Maar deze keer niet was het anders. Mijn hand voelde geen stevige jeans-stof, maar een dun vodje met een beginnende scheur. De kont was bijna tot op de draad versleten. Voor alle duidelijkheid: de stof van de broek was tot op de draad versleten.
En daarmee was het bewijs van te-lang-en-te-vaak-zitten geleverd. Veel achter-het-bureau-werkende-redacteuren moeten wat mij betreft recht krijgen op zitvergoeding. Of ik moet stiller zitten, dan slijt zo'n broek minder snel.


Stiller zitten?
Vooruit met de geit: beweeg !
Stil zittend op je stoel achter je bureau wordt je netwerk ook niet veel groter dan dat ‘ie is.
Dusss: hupsake, op naar Open Coffee Alphen
Misschien een idee om ‘gewoon’ eens wat vaker met andere thuis-werkende-broeken-verslijters__ af te spreken op een plek waar wifi is? Desnoods (totdat er een openbare plek is gevonden) misschien maandelijks 1x gewoon bij elkaar thuis met een klein kluppie: is dat een idee?
Kunnen we langzaam groter groeien !
Groet,
Sonja Broekhuizen
Sonja Broekhuizen
(URL)
02-05-’10 18:17