Ik heb het een beetje gehad met de kerk. Nee, niet omdat we in het Witte Weekblad geen kerkdiensten meer publiceren en heel gelovig Alphen over me heen duikelt. Dat valt trouwens heel erg mee. Geloven is trouwens wel hot in de stad. Even een kleine kerkupdate: Alphen heeft zo'n veertig verschillende kerkgemeenschappen die allemaal op hun eigen manier, volgens de zelfde Bijbelse normen en waarden in een en dezelfde God geloven. Zoek de verschillen, denk ik dan. Kun je op verschillende manieren in God geloven? Trouwens, we hebben in de stad ook twee moskeeën die, zij het volgens een ander boek, ook in die zelfde God geloven, al noemen ze Hem anders.
Ook grappig trouwens: we schrijven God met een hoofdletter, en als we naar Hem refereren met Hij, is dat ook met een hoofdletter. Zo is de Nederlandse spelling. Vreemd dat een minderheid van de Nederlandse bevolking zo'n grote invloed heeft, zelfs op de landelijke spelling. En dat voor een God waarvan nooit duidelijk is geworden of Hij bestaat. En laat ik het vooral niet hebben over de wet op Godslastering: want oh, oh, de gelovige teentjes zijn behoorlijk gevoelig. Maar er is geen wet die ongelovigen beschermt: Zij (en ik dus) moeten al dat gelovige gedoe en gepreek maar lijdzaam over ons heen laten komen: tot zelfs in de Tweede Kamer aan toe. En dan hebben we het nog steeds over een scheiding tussen kerk en staat. Ik zou eerder spreken over een goed huwelijk, met een flink aantal bastaardkinderen.
Maar goed: daar wou ik het helemaal niet over hebben. Eind januari was het een jaar geleden dat mijn moeder overleed. Naar goed katholiek gebruik vroeg mijn zus een dienst aan in de plaatselijke Sint Landolinuskerk in het Brabantse Empel: in carnavalstijd 't Slotgat. Kortom, ik charterde de Alphense tak van de familie en toog op zaterdagavond tijdens etenstijd naar mijn geboortedorp alwaar een pastoor zijn dienst routineus en zonder enige bezieling afdraaide. 'Welkom in de kerk', hoorde ik hem nog zeggen, en viel in slaap. Tijdens zo'n dienst schiet er ook van alles door je hoofd: de misdienaar was een meisje. Ik suggereer niets, maar dacht er wel even aan: Ierland en de Verenigde Staten.
Zoals altijd als ik weer eens 'thuis' ben, kijk ik rond naar bekenden. Het was rustig in de kerk en dankzij de kleinkinderen van mijn moeder was de gemiddelde leeftijd een stuk lager dan normaal. De vergrijzing had fors toegeslagen in de kerk en jongeren waren niet aanwezig. Nog tien jaar schatte ik en dan zou de laatste kerkganger horizontaal de kerk verlaten en kan de boel op slot. Dat jongeren niet verschijnen heeft onder andere te maken met de sufheid, dufheid en saaiheid van de voorganger. Aan de andere kant kan het dorp wel een uitgaansgelegenheid gebruiken en de kerk is daar ideaal voor. Ik denk nu even aan Paradiso, ook een voormalige kerk.
Als ik alle bij elkaar optel vind ik het wel gescheten. Vanaf nu zal ik zelfs de diensten ter ere van mijn ouders niet meer bijwonen: in ieder geval niet zolang deze goddelijke afgezant achter het altaar staat. Voor een enkele bruiloft en begrafenis strijk ik over mijn hart: uit respect voor die mensen en niet voor een prediker. Jammer dat zo'n ongetrouwde zieltjeswinner vergeet zieltjes te winnen en een dienst in de kerk leuk weet te maken. Hoe groot is het contrast met 'vroeger', de kerk puilde uit van mensen. En we hadden niet eens een krant nodig om te weten wanneer een kerkdienst was in ons dorp. Zaterdagavond 19.00 uur, en op zondag om 07.00, 09.00 uur en de hoogmis met het gemengde koor om 10.30 uur. En voor wie het was vergeten luidden de klokken een half uur van te voren. Net als in Alphen trouwens en dat verstoort behoorlijk mijn zondagsrust.

