De tafel was gedekt, beneden in het restaurant van het hotel. Allemaal keurig verzorgd. Werken hoefden we niet deze Kerstmis en dus hadden we alle tijd voor het kerstdiner. En om maar weer eens terug te denken aan Toon Hermans: we schoven aan, aan het buffet. Het was ergens in de jaren negentig en het leven lachte ons toe.
Het eiland Sicilië en preciezer, we verbleven in Hotel Sigonella Inn. Daar werkten Italianen die net zo spraken als de Italianen in van die goedkope televisieseries. Maar we hadden het er naar onze zin, meestal wel tenminste. Het hotel had een goede bar, redelijk restaurant en - onze favoriet - ook een bar in het zwembad. Zomers was het verblijf daar, we verbleven er telkens een maand, prima. We werkten, aten vooral veel pasta en maakten het nodige plezier. Dat eerste, werken, deden we vrij weinig. Maar niemand klaagde. Overigens was het er in de altijd milde winters ook goed toeven. Alleen zwemmen kon dan niet.
Nee, dat had de marine goed voor elkaar. Het hotel was de uitvalsbasis van de patrouillevliegtuigen van de marine. In de laars van Italië, er zijn slechtere plekken op aarde. Wij waren daar vanwege de operatie Sharp Guard. Nederland leverde de Verenigde Naties twee vliegtuigen inclusief bemanning en onderhoudspersoneel. Overigens was die plek niet zomaar gekozen. Het hotel lag tegen de Amerikaanse marinebasis aan met een groot vliegveld. Het zonnige zat er gewoon gratis en voor niks bij. Dat hadden die Amerikanen goed bekeken. En ook die Italianen natuurlijk om het hotel tegen de marinebasis aan te zetten.
Hemelsbreed een klein uurtje vliegen vanaf ons paradijs vlogen de kogels door de lucht en stierven mensen omdat anderen op hun schoten, of omdat de mijn waarop ze stapten ontplofte of gewoon omdat iemand vond dat ze dood moesten. De oorlog in voormalig Joegoslavië was een gruwelijke. Een oorlog die nu zoveel jaren later nog steeds door ettert. Maar ook een oorlog waar de wereld weinig weet van had. Zelfs bij ons die (ahum) midden in de oorlog zaten. Ook wij hadden amper weet van al die gruwelijkheden die er gebeurden. Eigenlijk ging het meeste gewoon aan ons voorbij.
Wat wij deden was patrouilleren op de Adriatische Zee om de scheepvaart te controleren. Het zeegebied was ingedeeld een een noordelijk en zuidelijk gebied. In het noorden was het rustig omdat de schepen daar bijna nooit meer kwamen. Wel zat je wat dichterbij het land, de contouren ervan waren vaak zichtbaar. Als het donker was zag ik vaak de strepen van lichtspoormunitie. Als je rationeel denkt, weet je dat aan het eind ervan doden vallen, of op zijn minst gewonden. Emotioneel drong die gedachte nooit echt goed door. Ik probeerde het me voor te stellen, maar ik heb geen weet wat er gebeurt als kogels lichamen doorboren en de ogen van mensen zich plotseling en definitief sluiten. Hé, weer vuurwerk, dacht ik wel eens, terwijl mijn ogen het schouwspel van veilige afstand bekeken.
Na elke vlucht keerden we terug naar de basis en ons hotel. Daar wachtte een biertje of wat anders. De vlucht werd kort doorgesproken en iedereen ging over tot de orde van de dag. En met Kerstmis? Ja, dan was er een kerstdiner met alles erop en aan. Te veel eten en te veel wijn. Maar hé, het is maar een keer per jaar Kerstmis. Vaak waren er ook brieven geschreven door bezorgde burgers en naar het leger gestuurd. Omdat wij aan een VN-operatie deelnamen kwam een klein deel ervan bij ons terecht. Ze steunden ons, lazen wij en dachten aan ons en hoopten dat we veilig zouden terugkeren. Een farce, meer kon ik er niet van maken. Je had ons moeten zien zitten: oorlog voeren met alle luxe. Die brieven en kaarten waren voor soldaten in het veld die in veel moeilijkere omstandigheden hun werk moesten uitvoeren. Zij zagen de levenden sterven.
Kerstmis. Ik weet het niet. Maar het is wel een moment dat ik me zwaarmoedig voel en vaak aan bovenstaande terugdenk. Vrede op aarde, zo nietszeggend en zo niet waar. En toch houden we ons ermee voor de gek. Je zou iemand die dat zegt dit jaar simpelweg kunnen doodschieten. Met lichtspoormunitie want dan kunnen anderen ervan genieten. Hé, vuurwerk, denken ze dan vast.

