?Weet jij wat ik voor wiskunde heb?? Ze stond uitdagend voor me en haar wijsvinger ging heen en weer onder mijn neus. Haar ogen keken me recht aan, vlammend.
Kan geen onvoldoende zijn, bedacht ik me. Die hoor ik namelijk nooit en zie ze ook niet. Dit moest een voldoende zijn. Zeker weten. Alleen de hoogte moest ik nog even raden. Geen zes en ook geen zeven. Da?s duidelijk. Haar gedrag toonde aan dat het een hoog cijfer moest zijn. Wiskunde is niet haar sterkste vak. Vandaar ook deze aandacht. Maar het bleef voor mij een gok.
?Een tien?, gokte ik te hoog. Maar aan de andere kant weet je nooit.
?Hè, hè?, was haar verontwaardigde reactie. ?Dat natuurlijk niet.?
Nee, zo goed was het cijfer nou dus ook weer niet. Ze bleef me aankijken, wachtend op een nieuwe gok.
?Ik weet het niet hoor, zeg maar?, zei ik.
?Een negen?, en triomfantelijk liep ze weg. ?Het beste cijfer wat ik ooit heb gehaald?, zei ze nog.

