Koetjes
Jawel hoor, ze zijn er weer. Ik heb ze vanmiddag gezien op het Spookverlaat. Nee, geen spoken deze keer, maar jonge meerkoetjes. De eerste jonkies die ik dit jaar zie, de rest zit nog lekker te broeden op de eitjes. Dus binnenkort zal de geboortegolf wel aanvangen.
Het was een wandelweekend. Alle twee de dagen zeven kilometer om weer aan de schoenen te wennen en de benen te laten merken wat wandelen ook alweer was.
Het was nodig.
Spierpijn? Nee, wel het gevoel dat het lichaam bewogen heeft. Deze week nog ergens een twintig kilometertocht plannen, waarschijnlijk een etappe van het Groene Hartpad. Het wordt tijd om met enige regelmaat wandeltochten te plannen. Buiten dat het natuurlijk keileuk is, is het ook gewoon noodzakelijk. Juli is dichtbij en de derde van die maand begint de strand5daagse. Dus wil ik enigszins leuk voor de dag komen, is trainen aan te raden. Met andere woorden: daar ben ik nu mee begonnen.
Daarnaast moet ik nog ergens een GPS cursus plannen, maar gezien het programma van de aanbieder, het Alpha Team, zal dat wel najaar worden. In ieder geval wil ik wel met hen, mei of juni, een tweedaagse hike maken en ergens daarna nog voor mezelf een Groene Harthike uitstippelen.
In ieder geval plannen zat, dat blijkt.
Nu de uitvoering nog en uit eerdere ervaringen weet ik dat daar het manco ligt?
Het was een wandelweekend. Alle twee de dagen zeven kilometer om weer aan de schoenen te wennen en de benen te laten merken wat wandelen ook alweer was.
Het was nodig.
Spierpijn? Nee, wel het gevoel dat het lichaam bewogen heeft. Deze week nog ergens een twintig kilometertocht plannen, waarschijnlijk een etappe van het Groene Hartpad. Het wordt tijd om met enige regelmaat wandeltochten te plannen. Buiten dat het natuurlijk keileuk is, is het ook gewoon noodzakelijk. Juli is dichtbij en de derde van die maand begint de strand5daagse. Dus wil ik enigszins leuk voor de dag komen, is trainen aan te raden. Met andere woorden: daar ben ik nu mee begonnen.
Daarnaast moet ik nog ergens een GPS cursus plannen, maar gezien het programma van de aanbieder, het Alpha Team, zal dat wel najaar worden. In ieder geval wil ik wel met hen, mei of juni, een tweedaagse hike maken en ergens daarna nog voor mezelf een Groene Harthike uitstippelen.
In ieder geval plannen zat, dat blijkt.
Nu de uitvoering nog en uit eerdere ervaringen weet ik dat daar het manco ligt?
Regen
Nope, nada, nothing hier.
Het heeft de koningin wederom niet behaagd om bij mij enige decoratie om te hangen.
Jammer, want ik verdien het.
En? Pas als je een lintje krijgt, kun je die teruggeven, weigeren dus. Heerlijk lijkt me dat.
Nu ja, ik bewaar de toespraak maar weer voor een jaar.
Het heeft de koningin wederom niet behaagd om bij mij enige decoratie om te hangen.
Jammer, want ik verdien het.
En? Pas als je een lintje krijgt, kun je die teruggeven, weigeren dus. Heerlijk lijkt me dat.
Nu ja, ik bewaar de toespraak maar weer voor een jaar.
Rondje meer



Ommetje
Ommetje
Een blank houten kist oogt goedkoop, zo op het oog tenminste. Voor alle duidelijkheid: ik heb het over een lijkkist, doodskist of geef het een naam. In ieder geval kieperen ze je erin als je het tijdelijke voor het eeuwige inwisselt.
Dat heb ik natuurlijk weer. Ga je eindelijk eens de deur uit voor een ommetje, wordt de stoep gestremd door een doodskist. Leuk is anders, maar blank hout? Ik zou het niet doen, mocht er iemand plannen hebben.
Het ommetje duurde even en mocht gerust een wandeling heten. Bijna anderhalf uur en in totaal zevenduizendvierhonderddrieenveertig stappen oftewel? Ruim zeven kilometer. Ik heb een stappenteller, dat merkt u. En diezelfde teller zegt dat ik ruim driehonderddertig kilocalorieën heb verbruikt. En dat is nodig. Stoppen met roken is leuk, maar schijnbaar blijft er links en rechts een kilootje hangen. Dat is erg lastig als je gewend was om van alles in je mond te stoppen, wetende dat er toch geen onsje bijkomt.
Verleden tijd dus.
Ik heb trouwens ook een Global Positioning System oftewel een GPS. Da?s ook verrekte handig. Niet dat ik in mijn eigen omgeving de weg kwijt raak, maar toch. Leuk hebbedingetje. Bij de Zegersloot, waar ik langs kwam, is een steiger. In de volksmond heet die plek T-steiger, vanwege de vorm van de steiger. De positie van die steiger is: 52˚07?47,2??N 004˚40?58,9??E (of: RD 106783 460410). Ten westen daarvan, op twee kilometer, woon ik. Natuurlijk kan ik ook mijn eigen positie vermelden maar ik heb een geheim telefoonnummer én een geheime positie.
O ja, nog even dit.
Ook zij gingen even de deur uit voor een ommetje. Klim mee op internet.
Een blank houten kist oogt goedkoop, zo op het oog tenminste. Voor alle duidelijkheid: ik heb het over een lijkkist, doodskist of geef het een naam. In ieder geval kieperen ze je erin als je het tijdelijke voor het eeuwige inwisselt.
Dat heb ik natuurlijk weer. Ga je eindelijk eens de deur uit voor een ommetje, wordt de stoep gestremd door een doodskist. Leuk is anders, maar blank hout? Ik zou het niet doen, mocht er iemand plannen hebben.
Het ommetje duurde even en mocht gerust een wandeling heten. Bijna anderhalf uur en in totaal zevenduizendvierhonderddrieenveertig stappen oftewel? Ruim zeven kilometer. Ik heb een stappenteller, dat merkt u. En diezelfde teller zegt dat ik ruim driehonderddertig kilocalorieën heb verbruikt. En dat is nodig. Stoppen met roken is leuk, maar schijnbaar blijft er links en rechts een kilootje hangen. Dat is erg lastig als je gewend was om van alles in je mond te stoppen, wetende dat er toch geen onsje bijkomt.
Verleden tijd dus.
Ik heb trouwens ook een Global Positioning System oftewel een GPS. Da?s ook verrekte handig. Niet dat ik in mijn eigen omgeving de weg kwijt raak, maar toch. Leuk hebbedingetje. Bij de Zegersloot, waar ik langs kwam, is een steiger. In de volksmond heet die plek T-steiger, vanwege de vorm van de steiger. De positie van die steiger is: 52˚07?47,2??N 004˚40?58,9??E (of: RD 106783 460410). Ten westen daarvan, op twee kilometer, woon ik. Natuurlijk kan ik ook mijn eigen positie vermelden maar ik heb een geheim telefoonnummer én een geheime positie.
O ja, nog even dit.
Ook zij gingen even de deur uit voor een ommetje. Klim mee op internet.
Alphense gezichten (2)
Bloedziek
Tientallen jaren staan ze daar al, hun takken edel verheffend naar de hardblauwe hemel, zo hoog grijpend als mogelijk. Al ruim zo?n zestig jaar staan ze op dezelfde plek bij de ingang van het Bospark in Alphen aan den Rijn, en ze ogen eeuwen oud. Trotse, grote Paardekastanjes, met kruinen als kronen. Nu in de lente kleurt die kroon langzaam weer groen. Grote, ontwikkelde kruinen die rusten als een dak over de twee smalle toegangsweggetjes. Tientallen trotse kastanjes die van de smalle geplaveide straatjes echte lanen maakt, zoals er maar weinig zullen zijn in Nederland.
Zeker nu de lente echt van start gaat, begint het park langzaam te kleuren en stralen. Bomen en planten trekken hun mooiste kleden weer aan en vogels zoeken een veilig plekje om hun toekomstige kroost te voederen. Insecten dwarrelen bij het minste of geringste om je hoofd en de eenden smeken als vanouds om brood. Jaar in en jaar uit zingt het park hetzelfde lentelied. En zoals altijd lopen er mensen in het park, maar zo gauw als de zon de wolken wegstuurt en een warm kleed over de aarde legt, neemt het aantal wandelaars toe. In de wintermaanden zijn het vooral de jongeren die op de paar banken hangen, met de eerste zonnestralen lopen de bejaardenhuizen leeg en meer moeders en kinderen bezoeken de kinderboerderij, waar de kippen nog steeds opgehokt zijn.
Het eerste gedeelte van het park stamt van net voor de oorlog, het tweede stuk is aangelegd in de crisistijd van de jaren vijftig en al die jaren doet het park trouwe dienst. Kinderen spelen er, zoals de mijne er dat ook deden. De hond nam er regelmatig een duik tussen de koi-achtige vissen van de vijver net als dochterlief, die pardoes het water indook omdat ze haar kleine beentjes niet op tijd stil kreeg. Het zakje met oud-brood voor de eendjes nog in haar hand. Haar traantjes vermengden zich met het nog koude water van het ondiepe vijvertje. Eenden keken verbaasd en geschrokken van een afstand toe. Geen brood vandaag meer, zag je ze denken.
Maar sinds dit jaar is er wat veranderd. Enkele oude Paardekastanjes zijn bruut toegetakeld en hun tientallen jaren oude takken die als altijd richting de hemel wezen zijn gekortwiekt. Zonder pardon, medelijden kende de gemeente niet. Het was noodzaak, zeiden ze. De bomen zijn ziek en we weten niet of ze beter worden. Een ziekte heeft toegeslagen door heel Nederland, maar vooral in mijn stad. De kastanjes zijn de dupe van de bloedingziekte, geen enkele andere boom. Bruine plekken verschijnen op de stevige bast en de bomen bloeden donker vocht. Dood is onvermijdelijk. Vandaar het kortwieken, ter voorkoming van vallende takken. Maar het is tevens de doodsteek voor het park als er niet snel wat verandert. Eenderde van de Paardekastanjes zijn al aangetast en voor alsnog is er geen medicijn. En als er niet snel wat gebeurt, lijkt het oude Bospark straks leeg, saai en kaal als alle kastanjes er niet meer zijn en ten prooi aan de bijl zijn gevallen. Geen herfst meer met drommen van mensen zoekend naar de kastanjes in de pikkerige bolster. Nee, het park is dan voor eeuwig niet meer hetzelfde.
Tientallen jaren staan ze daar al, hun takken edel verheffend naar de hardblauwe hemel, zo hoog grijpend als mogelijk. Al ruim zo?n zestig jaar staan ze op dezelfde plek bij de ingang van het Bospark in Alphen aan den Rijn, en ze ogen eeuwen oud. Trotse, grote Paardekastanjes, met kruinen als kronen. Nu in de lente kleurt die kroon langzaam weer groen. Grote, ontwikkelde kruinen die rusten als een dak over de twee smalle toegangsweggetjes. Tientallen trotse kastanjes die van de smalle geplaveide straatjes echte lanen maakt, zoals er maar weinig zullen zijn in Nederland.
Zeker nu de lente echt van start gaat, begint het park langzaam te kleuren en stralen. Bomen en planten trekken hun mooiste kleden weer aan en vogels zoeken een veilig plekje om hun toekomstige kroost te voederen. Insecten dwarrelen bij het minste of geringste om je hoofd en de eenden smeken als vanouds om brood. Jaar in en jaar uit zingt het park hetzelfde lentelied. En zoals altijd lopen er mensen in het park, maar zo gauw als de zon de wolken wegstuurt en een warm kleed over de aarde legt, neemt het aantal wandelaars toe. In de wintermaanden zijn het vooral de jongeren die op de paar banken hangen, met de eerste zonnestralen lopen de bejaardenhuizen leeg en meer moeders en kinderen bezoeken de kinderboerderij, waar de kippen nog steeds opgehokt zijn.
Het eerste gedeelte van het park stamt van net voor de oorlog, het tweede stuk is aangelegd in de crisistijd van de jaren vijftig en al die jaren doet het park trouwe dienst. Kinderen spelen er, zoals de mijne er dat ook deden. De hond nam er regelmatig een duik tussen de koi-achtige vissen van de vijver net als dochterlief, die pardoes het water indook omdat ze haar kleine beentjes niet op tijd stil kreeg. Het zakje met oud-brood voor de eendjes nog in haar hand. Haar traantjes vermengden zich met het nog koude water van het ondiepe vijvertje. Eenden keken verbaasd en geschrokken van een afstand toe. Geen brood vandaag meer, zag je ze denken.
Maar sinds dit jaar is er wat veranderd. Enkele oude Paardekastanjes zijn bruut toegetakeld en hun tientallen jaren oude takken die als altijd richting de hemel wezen zijn gekortwiekt. Zonder pardon, medelijden kende de gemeente niet. Het was noodzaak, zeiden ze. De bomen zijn ziek en we weten niet of ze beter worden. Een ziekte heeft toegeslagen door heel Nederland, maar vooral in mijn stad. De kastanjes zijn de dupe van de bloedingziekte, geen enkele andere boom. Bruine plekken verschijnen op de stevige bast en de bomen bloeden donker vocht. Dood is onvermijdelijk. Vandaar het kortwieken, ter voorkoming van vallende takken. Maar het is tevens de doodsteek voor het park als er niet snel wat verandert. Eenderde van de Paardekastanjes zijn al aangetast en voor alsnog is er geen medicijn. En als er niet snel wat gebeurt, lijkt het oude Bospark straks leeg, saai en kaal als alle kastanjes er niet meer zijn en ten prooi aan de bijl zijn gevallen. Geen herfst meer met drommen van mensen zoekend naar de kastanjes in de pikkerige bolster. Nee, het park is dan voor eeuwig niet meer hetzelfde.
Bospark

Netwerken
Hoezo, ik kan niet netwerken. Kom op nou zeg.
Ik was nog niet eens echt binnen bij de VOA-jaarvergadering of ik had al visitekaartjes uitgewisseld. Kijk en dat ondanks mijn immer causale uitstraling. Met geitenwollensokken vandaag zelfs. Maar dat zagen die ondernemers natuurlijk niet.
Dus?
Ik kan het wel.
Netwerken.
Ik was nog niet eens echt binnen bij de VOA-jaarvergadering of ik had al visitekaartjes uitgewisseld. Kijk en dat ondanks mijn immer causale uitstraling. Met geitenwollensokken vandaag zelfs. Maar dat zagen die ondernemers natuurlijk niet.
Dus?
Ik kan het wel.
Netwerken.
Werken
En bedankt dierbare voorouders...

Zoeken
?Wat denk je?, vroeg ik aan mijn puber. Correctie, vroeg ik aan mijn jongvolwassene. Ze worden ook met de dag wijzer en ja, ook ouder.
?Wat denk je? Moet ik nog eieren schilderen en in en rond het huis en de immense tuinen verstoppen??
Ik keek haar nieuwsgierig aan. Leek me leuk, samen aan tafel de eieren van een gekleurd velletje voorzien. Maar kinderen worden ouder en dan vervallen soms de aloude tradities. Deze dus ook. Parmantig schudde ze haar jonge koppie, correctie, haar bijna volwassen koppie.
Hier eindigde dus de Paastraditie in ons gezin. Misschien later als opa?
Vlak voordat ze de deur uitliep draaide ze nog even om.
?Pap?, zei ze. ?Als jij wilt dat ik eieren ga zoeken wil ik het wel doen hoor.? Grote onschuldige ogen keken me aan.
Ik schudde nu mijn hoofd.
Hier wacht ik wel mee tot ik seniel ben geworden. Maar dat dacht ik en zei het niet hardop. Volgens jongvolwassenen nader ik het stadium van seniliteit namelijk razendsnel.
?Wat denk je? Moet ik nog eieren schilderen en in en rond het huis en de immense tuinen verstoppen??
Ik keek haar nieuwsgierig aan. Leek me leuk, samen aan tafel de eieren van een gekleurd velletje voorzien. Maar kinderen worden ouder en dan vervallen soms de aloude tradities. Deze dus ook. Parmantig schudde ze haar jonge koppie, correctie, haar bijna volwassen koppie.
Hier eindigde dus de Paastraditie in ons gezin. Misschien later als opa?
Vlak voordat ze de deur uitliep draaide ze nog even om.
?Pap?, zei ze. ?Als jij wilt dat ik eieren ga zoeken wil ik het wel doen hoor.? Grote onschuldige ogen keken me aan.
Ik schudde nu mijn hoofd.
Hier wacht ik wel mee tot ik seniel ben geworden. Maar dat dacht ik en zei het niet hardop. Volgens jongvolwassenen nader ik het stadium van seniliteit namelijk razendsnel.
Sappig gras
Als een rijk land in de wereld werk je als een magneet voor de inwoners van andere werelddelen. Van alle buitenlandse medemensen die aan de Hollandse deur kloppen voor hulp, zijn de meeste economische vluchtelingen. Dat betekent zoveel dat je thuis niks te makken hebt en bij de buurman de koelkast rijkelijk en voedzaam is gevuld. Het overbekende gras is in ons land vele malen groener dan elders.
Niet meer dan logisch dat je probeert een bordje mee te eten. Zeker als je maag rommelt als een naderende vulkaanuitbarsting. Nu hoeft het niet eens zo heel erg te zijn in je eigen land, maar het is hier vaak beter, veel beter. Daar kunnen we kort over zijn. Maar economisch vluchten mag wel, maar niet naar Nederland. Nergens trouwens in de Europese Unie, die regels zijn gezamenlijk en keihard vastgesteld. Je gaat dan linea recta weer terug. Als je opgepakt wordt tenminste, want velen duiken onder in de illegaliteit. Als je niemand bent is het namelijk ook prima leven in ons kikkerlandje.
Elk land heeft grenzen en binnen die denkbeeldige lijnen, die alleen op een kaart zichtbaar zijn, mag het land bepalen wat de regels zijn die aldaar gelden. Simpel. Zo is het ooit afgesproken. Grenzen die door mensen zijn bekonkeld dan wel bevochten. Een land is voor zijn inwoners en niemand anders. Zo zijn de meeste wetten vastgesteld. In heel veel landen willen nog meer mensen vooral niet wonen, vanwege diverse redenen. Oorlog, honger of misschien geen toekomstperspectief. En als je toevallig in een van die landen leeft, heb je pech. Vreselijke pech. Vluchten wil je, maar economisch vluchten mag niet. Gewoon vluchten wel, maar daarvoor zijn de regels ook strikt.
Nu heeft iedere wereldburger het recht om een willekeurig ander land te bezoeken, toeristisch wel te verstaan. Dat betekent rondkijken, je geld spenderen en wegwezen. Maar kom je niet uit ons buurtje dan mag je niet blijven, zo is het geregeld en zo wordt het uitgevoerd, want het is de wet. En die wet is heilig, want die is democratisch vastgesteld. Daar valt veel voor te zeggen. Overigens geldt dit niet binnen de landsgrenzen. Friezen mogen zich in Nederland vrijelijk bewegen, al spreken ze soms geen woord Nederlands.
Heeft iemand zich wel eens afgevraagd waarom driekwart van de Nederlanders zich ophoopt in de Randstad en zich daar blauw betaalt aan dure, kleine tien-onder-een-kap-woningen. Precies, daar is werk. En werken moeten we, want daar krijgen we weer geld voor en zonder geld valt er weinig te leven in Nederland. Zo gezegd is het gras in de te drukke Randstad groener dan in bijvoorbeeld Gelderland of Groningen. Bij wijze van spreken dan hè, voordat Milieudefensie me beticht van het rondbazuinen van onwaarheden. En daar moet ik wel eens heel veel over nadenken. Eigenlijk is het simpel: De mens verkast naar een plek waarvan hij vermoedt dat het leven beter is en het gras sappiger. Gelijk een nomade, die elk mens ooit was, omdat we toen de natuur nog niet in bedwang hadden.
Maar omdat de mens de grens heeft uitgevonden is het recht om het vruchtbaarste weiland op te zoeken, alleen voorbehouden aan de inwoner van dat specifieke land. Overigens geldt dat alleen als dat land ook daadwerkelijk een welvaartsstaat is. Want verhuizen naar een arm land doen weinigen. Dar is het gras te dor om van te leven.
Niet meer dan logisch dat je probeert een bordje mee te eten. Zeker als je maag rommelt als een naderende vulkaanuitbarsting. Nu hoeft het niet eens zo heel erg te zijn in je eigen land, maar het is hier vaak beter, veel beter. Daar kunnen we kort over zijn. Maar economisch vluchten mag wel, maar niet naar Nederland. Nergens trouwens in de Europese Unie, die regels zijn gezamenlijk en keihard vastgesteld. Je gaat dan linea recta weer terug. Als je opgepakt wordt tenminste, want velen duiken onder in de illegaliteit. Als je niemand bent is het namelijk ook prima leven in ons kikkerlandje.
Elk land heeft grenzen en binnen die denkbeeldige lijnen, die alleen op een kaart zichtbaar zijn, mag het land bepalen wat de regels zijn die aldaar gelden. Simpel. Zo is het ooit afgesproken. Grenzen die door mensen zijn bekonkeld dan wel bevochten. Een land is voor zijn inwoners en niemand anders. Zo zijn de meeste wetten vastgesteld. In heel veel landen willen nog meer mensen vooral niet wonen, vanwege diverse redenen. Oorlog, honger of misschien geen toekomstperspectief. En als je toevallig in een van die landen leeft, heb je pech. Vreselijke pech. Vluchten wil je, maar economisch vluchten mag niet. Gewoon vluchten wel, maar daarvoor zijn de regels ook strikt.
Nu heeft iedere wereldburger het recht om een willekeurig ander land te bezoeken, toeristisch wel te verstaan. Dat betekent rondkijken, je geld spenderen en wegwezen. Maar kom je niet uit ons buurtje dan mag je niet blijven, zo is het geregeld en zo wordt het uitgevoerd, want het is de wet. En die wet is heilig, want die is democratisch vastgesteld. Daar valt veel voor te zeggen. Overigens geldt dit niet binnen de landsgrenzen. Friezen mogen zich in Nederland vrijelijk bewegen, al spreken ze soms geen woord Nederlands.
Heeft iemand zich wel eens afgevraagd waarom driekwart van de Nederlanders zich ophoopt in de Randstad en zich daar blauw betaalt aan dure, kleine tien-onder-een-kap-woningen. Precies, daar is werk. En werken moeten we, want daar krijgen we weer geld voor en zonder geld valt er weinig te leven in Nederland. Zo gezegd is het gras in de te drukke Randstad groener dan in bijvoorbeeld Gelderland of Groningen. Bij wijze van spreken dan hè, voordat Milieudefensie me beticht van het rondbazuinen van onwaarheden. En daar moet ik wel eens heel veel over nadenken. Eigenlijk is het simpel: De mens verkast naar een plek waarvan hij vermoedt dat het leven beter is en het gras sappiger. Gelijk een nomade, die elk mens ooit was, omdat we toen de natuur nog niet in bedwang hadden.
Maar omdat de mens de grens heeft uitgevonden is het recht om het vruchtbaarste weiland op te zoeken, alleen voorbehouden aan de inwoner van dat specifieke land. Overigens geldt dat alleen als dat land ook daadwerkelijk een welvaartsstaat is. Want verhuizen naar een arm land doen weinigen. Dar is het gras te dor om van te leven.
Aardbeien (2)
Leunend op mijn schop. Starend over het braakliggende akkerland. Niets nog steekt de kop boven de zwarte grond uit. Helemaal niets. Het weer is simpelweg te koud, dus de zaden ontkiemen niet. Zo werkt dat in de natuur. Een kacheltje erop kan niet. Nou ja, zou wel kunnen, maar dan stook je je rot.
Maar goed.
Zo voel ik me wel ondertussen. Wachtend op een teken van leven van de vorige week geplante aardbeien. Ondanks het feit dat ze gezaaid zijn in een teiltje met plastic erover, wat weer werkt als een kas en binnen staan, is de grond nog maagdelijk zwart.
Geduld dus en daar heb ik persoonlijk een gebrek aan.
Een foto maken heeft dus weinig zin en zal ik ook niet doen.
Ik ga weer in het potje staren, net zolang tot er wat gebeurt.
Voel me net een boer.
Maar goed.
Zo voel ik me wel ondertussen. Wachtend op een teken van leven van de vorige week geplante aardbeien. Ondanks het feit dat ze gezaaid zijn in een teiltje met plastic erover, wat weer werkt als een kas en binnen staan, is de grond nog maagdelijk zwart.
Geduld dus en daar heb ik persoonlijk een gebrek aan.
Een foto maken heeft dus weinig zin en zal ik ook niet doen.
Ik ga weer in het potje staren, net zolang tot er wat gebeurt.
Voel me net een boer.
Roken (5)
?Rook je niet meer?, vroeg hij belangstellend. Hij wel, bij de achterdeur, alwaar de rook naar buiten dwarrelde.
?Knap.?
En hij rookte door.
Vind ik ook trouwens en keek naar zijn sigaret. Smachtend?
?Hoe zit het met een borreltje erbij dan??
?Niet?, antwoordde ik.
Naast de sigaret is ook de fles wijn uit mijn leven verdwenen. En het bier en alle andere drank. Dat had ik me voorgenomen namelijk. Van drank wordt een mens zwak en ik moest sterk blijven om weerstand te geven aan de eeuwige sigaret in mijn handen.
Je kunt je afvragen wat er dan van het leven overblijft zonder drank en sigaretten.
?Met eens stuk in m?n kraag ben ik zeker verloren?, zei ik nog. ?Vandaar dat ik maar niet de kroeg induik.? Gelukkig deed ik dat toch al niet.
Hij knikte bedachtzaam, nam een flinke trek en blies de rook naar buiten.
Mijn ogen volgde de rook tot ze was verdwenen.
?Knap.?
En hij rookte door.
Vind ik ook trouwens en keek naar zijn sigaret. Smachtend?
?Hoe zit het met een borreltje erbij dan??
?Niet?, antwoordde ik.
Naast de sigaret is ook de fles wijn uit mijn leven verdwenen. En het bier en alle andere drank. Dat had ik me voorgenomen namelijk. Van drank wordt een mens zwak en ik moest sterk blijven om weerstand te geven aan de eeuwige sigaret in mijn handen.
Je kunt je afvragen wat er dan van het leven overblijft zonder drank en sigaretten.
?Met eens stuk in m?n kraag ben ik zeker verloren?, zei ik nog. ?Vandaar dat ik maar niet de kroeg induik.? Gelukkig deed ik dat toch al niet.
Hij knikte bedachtzaam, nam een flinke trek en blies de rook naar buiten.
Mijn ogen volgde de rook tot ze was verdwenen.
Aardbeien (1)
Men neme een teiltje van Intratuin. In dat teiltje kun je aardbeien kweken. De grond zit er bij en ook de zaadjes. Nooit geweten hoe klein aardbeiplantjeszaden eigenlijk zijn. Nou geloof me, verdomd klein.
Maar al met al klinkt het als veel plezier van zo?n klein teiltje. Het procédé is vrij simpel. Men gooie de aarde in het teiltje en daar bovenop de zaadjes. Dan nog een klein laagje (ja had je er maar niet alles in moeten gooien) aarde en voila. Wachten maar.
Nu ja, wel even bewateren en bedekken met een plasticje.
Dus vanaf vandaag elke week een aardbeienupdate. Zoals u nu ziet in het teiltje groeit er nog niets, maar zo snel gaat het ook niet.
Eigen producten verbouwen kost tijd en vergt geduld.
Dus: Geduld.
Misschien volgende week.
Maar al met al klinkt het als veel plezier van zo?n klein teiltje. Het procédé is vrij simpel. Men gooie de aarde in het teiltje en daar bovenop de zaadjes. Dan nog een klein laagje (ja had je er maar niet alles in moeten gooien) aarde en voila. Wachten maar.
Nu ja, wel even bewateren en bedekken met een plasticje.
Dus vanaf vandaag elke week een aardbeienupdate. Zoals u nu ziet in het teiltje groeit er nog niets, maar zo snel gaat het ook niet.
Eigen producten verbouwen kost tijd en vergt geduld.
Dus: Geduld.
Misschien volgende week.


