Ouderdom, denk ik. Dat en de eeuwig voortschrijdende economie, aangestuurd door een liberaal kabinet. Want het kan namelijk altijd goedkoper. Euh sorry, het kan natuurlijk beter, niet noodzakelijkerwijs goedkoper, al is dat vaak wel zo, zo niet altijd. Houdt het maar op goedkoper, want beter is te relatief. En er was nog iets met monopoly. Kortom, ik mis enkele handvatten in het leven. Het houvast is weg. Tja, en dat is niet beter, maar eerder slechter. Mogelijk een gevolg van ouderdom die genadeloos toeslaat, en uiteindelijk iedereen slachtoffert. De wereld verandert, ook als je dat niet wilt.
De krant is bijvoorbeeld een echte zekerheid. Een bakste koffie en de krant, zo ziet de ideale ochtend eruit. Optimaal wakker worden met het wereldnieuws onder handbereik. Ideaal voor je naar werk vertrekt. Er van uitgaande dat de krant op tijd - voor zevenen dus ? door de brievenbus glijdt. Die zekerheid is wat onzekerder geworden. Zeker met de Nederlandse bezorgers. Die jongelui van tegenwoordig hebben moeite met het ochtendgloren. Nee, dan die asielzoekers. Nooit was hij te laat. Roetzwart en afkomstig uit een voor mij onbekend land. Boeien! Hij bracht de krant, verzaakte nooit én op tijd. Maar hij mocht niet werken van de op Haagse pluche residerende assholes. Oneerlijke concurrentie, zoiets. Een zekerheid viel weg. Nou ja, de krant kwam wel, maar alleen wanneer het de krantenjongen beliefde. Behalve in december?
Vorige week ontkoppelde ik de voordeur van de diverse sloten die nodig zijn om ongewenst gespuis buiten te houden. Tijdens dit van de nachtschoot halen van de sloten schoof de postbode een blaadje door mijn brievenbus. Keurig, dacht ik. Na het openen van de voordeur meende ik de postbode een welgemeende groet te geven. Maar waar ik ook keek, nergens was het bekende uniform van tante Pos te zien. Slechts een vrouw met groene boodschappentas wandelde over ons laantje en zo te zien op weg naar een volgende brievenbus.
Verbaasd stond ik daar met het giroblauwe blaadje van de Postbank in handen. Giroblauw dat al jaren niet meer bestaat. Het is natuurlijk gewoon donkerblauw. Giroblauw was nog uit de tijd van John Cleese en de Postgiro & Rijkspostspaarbank. Als ik me goed herinner tenminste, want ik ga nu even erg ver terug in de tijd.
Kijk, voorheen had elke buurt zijn vaste postbesteller. Daar kon je op vertrouwen. Wat zeg ik: daar kon je de klok op gelijk zetten. Iets wat wij dan ook steevast deden. Als de brievenbus klepperde verschoven wij de wijzers van onze enigszins achterlopende koekoeksklok naar half één. Jaren en jaren achtereen. Nooit verzaakte deze man die weer en wind doorstond. Met veel liefde gunden wij hem ook de zondagsrust, ondanks dat we dan op maandag de klok niet meer vertrouwden. Maar uiteindelijk stuurde zijn baas hem met pensioen, prepensioen of misschien wel VUT.
Maar hij was een zekerheid waar we ons dankbaar aan vasthielden. Elke zaterdagmorgen bij het ontbijt de uitgebreide krant en bij de lunch de post. Jarenlang een gewoonte die tegenwoordig onmogelijk is. De hele dag klinkt nu de bus en glijdt er van alles door de gleuf. Posttieners, want dat zijn het gewoon. Postparttimers die zo hun zakgeld enigszins bijstellen naar boven. Maar de scharmiertjes van de brievenbus hebben het zwaar tegenwoordig. De krant, natuurlijk op tijd of anders nabezorgt. Tja, en dan komen er nog zeker drie postbestellers aan de voordeur. Elk van hen gooit een klein gedeelte van de post door de gleuf. Snapt u het?Marktwerking, noemen ze het. Drie bedrijven die mij van het nodige leesvoer voorzien, overigens nog steeds bijna altijd rekeningen. Dat is een zekerheid die gebleven is.
Stiekem denk ik dan wel eens of dat niet goedkoper kan. Drie postbodes zijn natuurlijk prijziger dan een. Nu ben ik geen econoom en van marktwerking en liberale, dan wel vrije markten heb ik geen verstand. Ik denk dat het goedkoper kan.

