Fred van Rooij | woord & beeld

Alphense gezichten (2)

Eén reactie

Bloedziek

Tientallen jaren staan ze daar al, hun takken edel verheffend naar de hardblauwe hemel, zo hoog grijpend als mogelijk. Al ruim zo?n zestig jaar staan ze op dezelfde plek bij de ingang van het Bospark in Alphen aan den Rijn, en ze ogen eeuwen oud. Trotse, grote Paardekastanjes, met kruinen als kronen. Nu in de lente kleurt die kroon langzaam weer groen. Grote, ontwikkelde kruinen die rusten als een dak over de twee smalle toegangsweggetjes. Tientallen trotse kastanjes die van de smalle geplaveide straatjes echte lanen maakt, zoals er maar weinig zullen zijn in Nederland.

Zeker nu de lente echt van start gaat, begint het park langzaam te kleuren en stralen. Bomen en planten trekken hun mooiste kleden weer aan en vogels zoeken een veilig plekje om hun toekomstige kroost te voederen. Insecten dwarrelen bij het minste of geringste om je hoofd en de eenden smeken als vanouds om brood. Jaar in en jaar uit zingt het park hetzelfde lentelied. En zoals altijd lopen er mensen in het park, maar zo gauw als de zon de wolken wegstuurt en een warm kleed over de aarde legt, neemt het aantal wandelaars toe. In de wintermaanden zijn het vooral de jongeren die op de paar banken hangen, met de eerste zonnestralen lopen de bejaardenhuizen leeg en meer moeders en kinderen bezoeken de kinderboerderij, waar de kippen nog steeds opgehokt zijn.

Het eerste gedeelte van het park stamt van net voor de oorlog, het tweede stuk is aangelegd in de crisistijd van de jaren vijftig en al die jaren doet het park trouwe dienst. Kinderen spelen er, zoals de mijne er dat ook deden. De hond nam er regelmatig een duik tussen de koi-achtige vissen van de vijver net als dochterlief, die pardoes het water indook omdat ze haar kleine beentjes niet op tijd stil kreeg. Het zakje met oud-brood voor de eendjes nog in haar hand. Haar traantjes vermengden zich met het nog koude water van het ondiepe vijvertje. Eenden keken verbaasd en geschrokken van een afstand toe. Geen brood vandaag meer, zag je ze denken.

Maar sinds dit jaar is er wat veranderd. Enkele oude Paardekastanjes zijn bruut toegetakeld en hun tientallen jaren oude takken die als altijd richting de hemel wezen zijn gekortwiekt. Zonder pardon, medelijden kende de gemeente niet. Het was noodzaak, zeiden ze. De bomen zijn ziek en we weten niet of ze beter worden. Een ziekte heeft toegeslagen door heel Nederland, maar vooral in mijn stad. De kastanjes zijn de dupe van de bloedingziekte, geen enkele andere boom. Bruine plekken verschijnen op de stevige bast en de bomen bloeden donker vocht. Dood is onvermijdelijk. Vandaar het kortwieken, ter voorkoming van vallende takken. Maar het is tevens de doodsteek voor het park als er niet snel wat verandert. Eenderde van de Paardekastanjes zijn al aangetast en voor alsnog is er geen medicijn. En als er niet snel wat gebeurt, lijkt het oude Bospark straks leeg, saai en kaal als alle kastanjes er niet meer zijn en ten prooi aan de bijl zijn gevallen. Geen herfst meer met drommen van mensen zoekend naar de kastanjes in de pikkerige bolster. Nee, het park is dan voor eeuwig niet meer hetzelfde.

Written by Fred

Vrijdag 21 April 2006 at 3:44 pm

Posted in Columns

Eén reactie

  1. Ik hoop dat het tij keert, Fred, anders moet je het gaan doen met herinneringen. Meestal niets mis mee, maar in dit geval…

    Wilma

    Wilma

    24-04-’06 15:55

Leave a Reply

Emoticons
Persoonlijke info onthouden?
Verberg e-mail
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.