Gedicht
Thuis
Niet thuis,
toch voelt het zo.
Niet mijn bed,
toch slaap ik er graag.
Niet mijn zoon,
toch steelt hij mijn hart.
Niet mijn vrouw,
toch voelt het goed.
Niet mijn huis,
wel thuis!
Fred van Rooij - 2004
Burenritme
Het begint bijna onhoorbaar, maar hij is ervaren genoeg om de eerste signalen te herkennen. Zijn oren zijn erop getraind. Ineens hoort hij het weer, het piepende krakende geluid van het ledikant. Alsof het hout op spanning wordt gebracht. Snel knipt hij het licht aan en grijpt het gereedstaande bierglas op zijn nachtkastje. Sinds de nieuwe buren er wonen en hij merkte dat de nachtelijke escapades hoorbaar waren, heeft hij het glas boven gezet. Gereed voor gebruik.
Als hij de man en vrouw overdag ziet kan hij zich de nachtelijke, hartstochtelijke en duidelijk hoorbare liefde moeilijk voorstellen. Zij fragiel, bijna een teer poppetje. Een Barbie, met inderdaad een grote voorgevel en een taille van een hongerstaker. De man is een complete tegenstelling, behaard en grof gebouwd met armen als dikke staalkabels. Er zit iets Italiaans in en iets gorilla-achtig, zo weggelopen uit de Apenheul
Hij kan zich dan ook geen teder liefdesspel tussen die twee bedenken, niet het spel van de lichte en fijngevoelige strelingen. Eerder het grove werk. Slechts een standje ziet hij steeds voor zich. Zijn grove zwartbehaarde handen die haar smalle heupen woest tegen zich aantrekken. Naakt vlees, kletsend tegen naakt vlees. Dat lijkt te kloppen met de nachtelijke geluiden. Het ritme is bijna altijd monotoon met op het einde een zwaardere en hogere versnelling. Haar hoge, schelle stem volgt het ritme van zijn op en neer gaande heupen. Het zuchten en steunen van het bed completeren het liefdesspel. Iets wat bijna elke nacht voorkomt. Eerst stoorde die geluiden hem als hij eenzaam in bed lag, later kwam er meer interesse, nieuwsgierigheid, met een toenemend opgewonden gevoel.
Op sommige zomerse dagen loopt zijn buurvrouw in bikini door de tuin en kan hij haar lichaam ? zij het stiekem ? door de struiken bestuderen. Een smal vrouwtje met opgeblazen borsten die bestand lijken tegen de zwaartekracht en een smalle maar ronde billenpartij. Geen overdreven schoonheid maar toch heeft ze een zekere erotische uitstraling op hem. Onbewust voor haar misschien, maar tastbaar voor hem. Haar aanblik alleen al prikkelt telkenmale zijn fantasie. In zijn dromen wandelt ze heupwiegend zijn tuin in en verwent hem met haar kleine mond. Altijd met vuurrood opgemaakte lippen die afdrukken op zijn buik achterlaten. Zijn lid verdwijnt langzaam tussen haar lippen, een staaf die ze gulzig opzuigt zoals een uitgehongerd Afrikaantje een stuk brood eet. Niks grof of hard, maar zachtjes en teder. Alleen al de warmte van haar mond laat hem wegzweven naar hogere plekken in het universum. Haar vrije hand zoekt zijn weg naar zijn klokkenspel. Hoe vaak heeft ze hem zo in zijn fantasie wel niet tot een hoogtepunt gebracht. En hoe vaak heeft hij zichzelf niet bevredigd glurend naar haar. Te vaak.
Met het glas tegen zijn oor zoekt hij naar de plek waar de geluiden door de muur het best waarneembaar zijn. En precies op die plek houdt hij het glas stevig tegen de muur en drukt zijn oor er tegenaan. Het lijkt wel of de geluiden via zijn oor in zijn lichaam transformeren naar erotische trillingen. Zijn hand glijdt tussen zijn naakte dijen alwaar zijn penis zich al in gezwollen toestand overeind heeft gericht. Even staat hij zich toe zichzelf te betasten, waarna hij naar de fles massageolie graait die altijd naast het glas staat. Moeizaam schroeft hij met een hand en zijn mond de dop eraf en laat het koude gladde, doorzichtige vocht over zijn gestegen mannelijkheid stromen. De kilte van de olie veroorzaakt een schok in zijn lendenen. Even maar en dan krijgt de hitte weer de overhand. Zijn hand verdeelt de olie met zachte draaiende bewegingen en zijn oor luistert naar de lustkreetjes van zijn buurtjes. De gorilla met zware oerkreten en de vrouw met sopraanachtige gilletjes.
Hij fantaseert dat zij met haar frêle handen zijn pik en ballen masseert. Hij zoekt het ritme van de gorilla als die de buurvrouw van achteren pakt. Datzelfde ritme laat hij op zichzelf los. Met lange halen trekt hij aan zijn door olie spekgladde lans. Hij zoekt de rondingen van haar borsten en omvat ze met beide handen, zacht voelt hij zich in haar gaan. Hij is een man van tederheid en genotgevend. Niet zoals de buurman die haar pakt als een vrouwtjesaap. Bruut en hard. De hoge kreetjes van de vrouw versnellen en direct verhoogt hij het ritme van zijn op- en neergaande beweging. Samen klaarkomen is zijn ideaal, als is het gescheiden door een muur.
Maar zijn onhandige positie op het bed maakt het er niet makkelijker op. Als hij weg zwijmelt bij de gedachte aan haar naakte lijf vermindert de druk op het glas wat dan bijna uit zijn handen glipt. Sneller en sneller gaat het en zijn hand glibbert van boven naar beneden. Trillend leunt hij tegen de wand. Zijn ballen spannen zich en hij heeft moeite om zich niet te ontladen. Samen wil hij, samen. Hij concentreert zich op de gilletjes van de vrouw en het ritmisch beuken van de man. Klets, klets, klets. Vlees tegen vlees. Keer op keer. Een diepe kreun ontsnapt uit zijn keel. Toe nou, smeekt hij haar.
Als haar kreunen onbeheerst wordt kan hij zich niet meer inhouden. Als door een kanon afgeschoten verlaat het zaad zijn buis en schiet vrijelijk op zijn buik en borst. Grote klodders witte strepen tekenen zich op hem af als het warme sperma naar beneden druipt. Langs de muur zakt hij schokkend naar beneden terug op zijn kussen en bed. Het glas ontglipt hem en valt rinkelend kapot op de stalen spijl van zijn bed. Een keiharde bonk klinkt er op de muur. ?Smerige geile klootzak?, klinkt het met een hoge stem.
Hij hijgt.
Collecte
Tringgggg
?Hallo meneer, heeft u wat over voor de organisatie Gezonde Generatie in Kazachstan? Het is daar echt hard nodig hoor.
Portemonnee?
Nee, nee. Geld willen we niet meneer.
Hebt u het vreselijke nieuws niet in de krant gelezen? Vreselijk hoor die diefstal. Ja, alles meegenomen een drama. Die arme mensen daar zijn zich verplicht aan het onthouden.
De Paus? Ja, die zal er blij mee zijn.
Misschien heeft u wat condooms over en wilt u die doneren. Ja, condooms, u hoort het goed. Die zijn gestolen, snapt u.
Met smaakje? Nou, dat zal niet uitmaken hoor. Nee, gebruikte niet, dat snapt u wel. Ach, u heeft er geen meer. Wat jammer. Gisteravond opgemaakt? Tja, dat kan gebeuren.
Fijne dag nog meneer.?

Werken
Projectmatig.
Dat woord verstond ik nog net en de zin ook waarin het vreselijke woord voorkwam. ?Projectmatig werken zodat de school goed aansluit op het bedrijfsleven. Want straks moeten onze kinderen toch in het bedrijfsleven aan het werk.? Op dat moment knikte mijn hoofd en viel met een knal op het harde bruine hout van de tafel. Zal ik mijn mond open doen, dacht ik. Zal ik? Ik keek de klas rond waar alle ouders bij elkaar waren om te horen hoe projectmatig de school dit jaar wel niet werkt. Natuurlijk liet ik mijn hoofd in stilte op tafel vallen, zo ben ik. Maar zo langzaamaan heb ik het gehad met het leven. Wat mij betreft is het genoeg geweest.
Werken moeten we en verdomd veel ook. De Nederlandse economie verlangt dat van ons, we lopen tenslotte al achter de feiten aan. Europa en de wereld stormen voort en wij raken achterop. We werken niet hard genoeg en vooral te kort. En ik werk helemaal niet. Ik ben een paria die ze ook wel werkloze noemen. Dat geeft een stempel, een afdruk die mij prima staat. Werk boeit me niet, het is slechts nodig om de nodige eurocenten op tafel te krijgen. En dat geld heb ik nodig voor boeken, theater en andere geestverruimende zaken. Momenten die mijn hart laten zingen, die me even niet meer op deze wereld laten zijn. Noem het maar een kortdurend gelukzalig moment. Ik kan dat doen, want ik werk niet. En als ik zou werken, dan kan ik die dingen niet doen.
Meer kinderopvang moet er komen en vooral moet het makkelijker. De basisschool, dacht de VVD meteen. Van half acht in de ochtend tot half zeven in de avond. Da?s mooi. Als beide partners goede afspraken maken moet dat lukken en kunnen ze beiden vijf dagen per week werken en zich binnen hun organisatie omhoog likken. Kind uit bed en naar school. En als de zon onder gaat snel oppikken en thuis weer in bed gooien, ideaal. Hopen dat de scholen de kinderen ook gaan voeren. De opvang geschiedt, zoals de liberalen het willen, door bijstandsmoeders. Prima, wat je maar wilt voor je kind. Die bijstandsmoeders moeten wel opgeleid worden natuurlijk. Die opvangmoeders moeten een kind goed uitleggen dat die lui die ze uit bed sleuren en er weer in kieperen de ouders zijn, de papa en mama. Want tijd voor opvoeden is er niet meer, dat moet die bijstandmoeder doen en de school.
Natuurlijk moet er goede opvang zijn voor kinderen en hebben mannen en vrouwen recht op gelijke kansen. Daar is rechts Nederland nu ook achter. Maar alles staat in het teken van de economie. Geld verdienen, carrière maken. Mag het misschien iets minder? We hebben al zo weinig tijd. We hebben een huis, twee auto?s en de yoga. Een kind willen we ook, maar hebben geen tijd om het op te voeden, want we willen en moeten zoveel. We moeten harder werken en vooral langer want Nederland vergrijst. Doemscenario?s komen via de media onze wereld binnen. Werken, werken, werken. En niet zeuren over meer loon, nee meer werk met minder mensen voor minder geld. Nee, het mag niet minder, eerder meer.
Maar voel eens mijn hart, toe maar, voel. Het klopt en pompt het bloed rond, ik leef. Mijn hart klopt sneller als ik haar zie en voel, ben trots op mijn kinderen en wordt lyrisch van een mooi gedicht. Ik droom mijn dromen overdag. Ik leef en ik leef nu. En als ik leef moet ik genieten, me voeden met poëzie, verhalen en mooi theaterspel. Ik leef en vast veels te kort. Waarom moet ik werken dan? Bestaat er dan niets anders meer? Geld verdienen en geen tijd om het op te maken. Samen naar de verkleurende bladeren kijken in een bos of park. Moet ik dan alles maar overlaten aan de oppas, de overblijf en de school?
Projectmatig, bedrijfsleven. Ik hoorde het en de tranen schoten in mijn ogen. Zal ik, vroeg ik me af. Ik deed het niet. Ik wilde het uitschreeuwen. Meer onderwijs in literatuur, poëzie, kunst en cultuur. Leer deze jonge mensen wat leven is en dat er maar één leven is. Geef ze emotie, geeft ze dilemma?s om over na te denken. Geef ze een ziel en niet een ondernemersmentaliteit. Maar dat kan niet, want het land moet worden gered. En dat lukt niet met een goed boek. Daarvoor moeten we werken, harder en langer. Tot we sterven en onze ziel zielloos ronddwaalt omdat het niet weet welke kant het op moet. Want we leren om te werken en leren niet om te leven.
Rood
Haar ogen kan ik niet goed zien, het gaas belet me dat, maar toch meen ik mooie koffiebruine ogen te signaleren. Ze viel wel op toen ze de bus instapte. Alle ogen van de passagiers draaiden tegelijk haar kant op. Een wave, met alleen de hoofden. Niet elke dag zie je in Nederland een burka, het veelbesproken islamitische kledingstuk. Vooral Geert Wilders is er niet echt verzot op en pleit voor een landelijk verbod, net als in België. Met zachte stem vraagt ze aan mij of de plek naast me vrij is. ?Natuurlijk?, zeg ik. ?Voor een dame altijd?, en schuif enigszins meer naar het raam zodat het blauwe stoeltje vrijkomt en zij rustig en beheerst neervlijt.
Als ik rustig de bus rondkijk zie ik dat de dame in kwestie veel aandacht trekt. Op zich logisch, en eigenlijk ook weer niet. Maar we leven natuurlijk in een wereld van de grote gemene deler. Val je buiten de boot, dan val je op en pas je niet in onze maatschappij en heb je dus de praat aan je kont hangen. ?Zie je dat. Ja, die daar in die jurk of hoe heet zo?n ding. Nou ja zeg, wat denk jij daarvan?? Ik hoor ze niet praten want ze fluisteren zachtjes naar elkaar. Hoofdbewegingen en de gezichtsuitdrukkingen vertellen mij de woorden. En niet alleen bij dat middelbare stel voor me, dat moeite heeft om niets hardop te zeggen. Wonderbaarlijk genoeg houden ze zich in, op een lachbui na zo af en toe. Maar iedereen kijkt en staart de vrouw aan, in stilte en niemand zegt wat of durft wat te zeggen. En zij? Roerloos als een standbeeld zit ze naast me, alsof er niets aan de hand is.
Ook ik draai mijn hoofd naar links en bekijk haar van de zijkant. Toen ze tegen me sprak klonk haar stem middelbaar, lief en zacht, ja zelfs bijna erotisch. Gewoon een vrouw, houd ik me voor, laat je niet meesleuren in die negatieve gedachtegang, klinkt er door mijn hoofd. Door het gaas voor haar gezicht zoek ik naar haar ogen maar heb er moeite mee. Het gaas houdt mijn blik buiten terwijl die van haar vrij de wereld in mag. Als de bus de hoek om draait valt het zonlicht even op haar bedekte gezicht en geeft het mij een blik door het gaas. Zachte ogen meen ik te bespeuren en onmiskenbaar bruin, koffiebruin. Het is ook maar een moment, een flits en zo weer voorbij. Het mysterie keert weer terug als de ogen zich weer terugtrekken in de duisternis. Ik probeer te gokken waarnaar ze tuurt. Naar mij? Zou kunnen, maar zeker weten doe ik het niet. Ze zit stil en kijkt inderdaad naar rechts, maar ze kan dus net zo goed naar buiten kijken.
?Kijken ze naar me?? Ik schrik van de vraag en kijk haar aan, althans ik kijk naar de plek waar ik haar ogen vermoed. ?Ach, wat is kijken?, mompel ik. ?Laten we zeggen dat uw mode enigszins anders is dan dat wij gewend zijn.? Even schokt het lichaam naast me en ik vermoed een lach. ?Ik snap het?, zegt ze en zwijgt weer als een graf. Even onverwacht als plotseling spreekt ze weer. ?Is dit de Bernhardlaan?? Ze buigt voorover en zoekt wat op straat, misschien een herkenningspunt. ?Klopt?, zeg ik, ?u moet er hier uit?? Als antwoord gaat ze staan en houdt zich vast aan de lussen die bevestigd zijn aan het plafond. Als de bus stilstaat loopt ze weg in de richting van de deuren. Maar ineens stopt ze en stapt weer gehaast in mijn richting buigt voor over en fluistert: ?Je moest eens weten wat ik hieronder aan heb.? Ik bespeur een knipoog en glimlach achter de tralies. En weg is ze. Het mysterie alleen groter makend. Als de bus vertrekt zie ik haar nog even.
Rood ondergoed, denk ik.
Ja, rood.
Stil
Soms zijn er van die tijden die indruk maken. Je hebt er maar zijdelings mee te maken maar uiteindelijk toch elke dag. Het zijn van die momenten om stil van te zijn, of anders wel te worden. Overigens geen reden om hier niks te schrijven, maar toch.
Een weblog moet je bijhouden, anders bloedt de tent dood. Schrijven hoeft niet elke dag, maar toch zeker regelmatig.
Maar als je stil bent is het moeilijk lawaai maken en sinds vandaag heeft het woordje stil ineens een heel directe impact. Het heeft uiteindelijk allemaal niets met mij te maken. Ik moet gewoon schrijven en dat kan ook in stilte.
Echte stilte is soms een weelde.
Als het echt stil is noemen we het ook een handicap.
Ja, ik blijf cryptisch, maar indruk maakt het wel.
Ik wens hem veel sterkte!
De weg kwijt
Ik snapte het niet, echt niet.
Het hele gesprek ging langs mee heen en hoe ik mijn brein ook doorzocht, het klikte nergens. Ik keek nog eens om me heen. Was ik wel op de goede plek. Ik zag de burgemeesterkamer en dat klopte, ik was op de goede plek. De gemeentebaas keuvelde rustig met collega?s van de lokale pers, en ik keek als een aap in het overbekende roestige horloge. Het persgesprek was nog niet begonnen, dat had ik dus goed begrepen. Maar toch ratelde iedereen er lustig op los.
Ik hoorde hoedjes.
Ik snapte er niks van. Wat is er met hoedjes?
Ik had iets gemist dus, maar kon niet verzinnen wat. Het was toch gewoon een dinsdag? Een gewone dag in de week met als bijzonderheidje het wekelijkse persgesprek. Wat kon ik dan voor wereldnieuws gemist hebben.
De collega?s zagen mijn vraagtekens.
Prinsjesdag!
Aha, dat was het dus. Het was Prinsjesdag gisteren.
Lekker boeiend dus?
Herfst
Een week lang loop ik al in lange broek en met sokken aan. Een jas is zelfs soms nodig.
Het zint me niks
Revolutie
Een linkse lente? Wat nou linkse lente.
Zijn ze nou helemaal van de pot gepleurd. Linkse lente, me hoela. Links jatwerk, dat is het. Alles, maar dan ook alles wat ik al jaren roep en predik hebben ze me afgenomen en lopen ermee te koop alsof het hun idee is. Tuurlijk weer een stelletje belangrijke Nederlanders. Belangrijk voelende Nederlanders dan. Een linkse lente is natuurlijk een lachertje. Een links jaar is nog niet genoeg en zelfs een linkse eeuw is te kort. Een links leven is het enige echte ideaal, maar ja dat ging ze waarschijnlijk te ver.
Watjes.
Ongelooflijk.
Wat voel ik me belazerd.
Praktisch mijn hele leven vecht ik tegen het grootkapitalisme en ben door iedereen beschimpt en uitgelachen. Don Quichotte en windmolens: dat kreeg ik voor mijn haren. Hoezo samen delen. Murw gebeukt liggen mijn idealen hier diep in de kast en zomaar lopen een stelletje intellectuelen ermee heen. Een lente maken ze ervan, een lente. Een daarna dan? Lekker belangrijk doen met hun linkse idealen en rechts geld. Het kan mij niet ver genoeg gaan. Hop, die rode vlag met hamer en sikkel moet de lucht in. Wat zeg ik: Fred for dictator. Is die Talpaoverloper van een Spijkerman toch echt zijn Porsche kwijt en worden de boeken van Geert mak ritueel verbrand. Het Rode Boekje van Mao zal weer zijn intrede doen. Leve het communisme en dood aan Amerika.
Een sloophamer zal door Nederland gaan en elk stulpje van over een ton euro gaat plat en wordt vervangen door sociale woningbouw. Werkelozen kennen we niet meer, iedereen werkt al is het in een strafkamp. Nederlanders zullen weer trots zijn op hun land waar we hard voor gaan werken. Geen woorden maar daden, en voetballen schaffen we per direct af.
Het vrouwenclubje van GroenLinks heeft natuurlijk het initiatief genomen. Met voorop huppeltrutje Femke Halsema. Met recht het lekkerste vrouwtje in het parlement. Seksistisch? Ja, maar bewondering voor iemand mag je gewoon zeggen.
Hardop.
Als is het op het lichaam gestoeld. GroenLinkse jatters zijn het. Mijn idealen gooien ze zomaar op het wereldwijde net. Zonder mijn toestemming.
Het zal wel weer stranden in een links oorlogje en dat is dan het einde. Alleen drastische maatregelen helpen echt. En daarvoor ben ik de enige juiste man. Ik val aan, volg mij is het devies. De oorlog moeten we ontketenen, oorlog tegen het grote geld, tegen het kapitalisme en tegen armoede. Burgers van Nederland kom in opstand, pak de riek en laten we de revolutie ontketen. We rukken op naar Den Haag en geven de macht aan het echte volk. Aan ons.
Of draaf ik nu door?
Meer informatie over de Linkse Lente is te vinden op www.linkselente.nl
North sea trail
Klinkt heftig, is het ook denk ik.
Zeg maar een rondje Noordzee wandelen en af en toe een stukje met de boot. Heftig ja.
Uiteraard maakt de Nederlandse kust ook deel uit van deze wandelroute. Eerlijkheidshalve kon je hier al de kust bewandelen. Het is gewoon de LAW 5, maar dan aan elkaar gekoppeld. Bij elkaar toch zo?n 725 kilometer, onderverdeeld in 40 etappes. Mooie route om eens te lopen, langs de hele Nederlandse kust. Maar zo staan er meer wensen op het lijstje. Laat ik binnenkort maar eens beginnen met het Groene Hart pad. Goeie warming-up.
Meer weten over het rondje Noordzee?
Klik dan hier.
Illusie
Toch raar. Soms komt er iets in je hoofd en blijkt het later volkomen fout te zijn. Wederom een illusie die uit elkaar spat als een ballon.
Wat dacht ik namelijk altijd:
Ik dacht dat Antoon Coolen ? schrijver van Dorp aan de rivier ? zelf de huisarts in Lith was en zijn ervaring op papier toevertrouwde. Fout, fout, fout.
Want wat staat er namelijk in zijn boek: ?Aan Hendrik Wiegersma aan wien ik de stof dank voor dit werk wordt dit boek in dankbare vriendschap opgedragen.?
Duidelijke taal dus.
Het bleek dat Wiegersma en Coolen goede vrienden waren en op die manier Coolen de verhalen kreeg over het dorp Lith. Wiegersma was arts en geboren in Lith. Het kan dus zijn dat Wiegersma en zijn vader model stond voor de Friese dokter in het boek Dorp aan de rivier.
Tja, ik ben dus een illusie armer maar een waarheid rijker.
Beginnen maar
Ik krijg er al weer zin in.
Surprises maken, gedichten schrijven maar vooral de voorpret als diegene jouw cadeau uitpakt. En laten we wel wezen: je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Dus ik begin nu.
Altijd als de pepernoten in de supermarkt liggen ga ik met volle vaart van start.
En toevallig zag ik ze vandaag liggen. Overheerlijk gebakken pepernoten. Opschieten dus ik heb nog maar krap drie maanden voor hij weer komt.
Dorp aan de rivier
?De Maas ligt langs dit dorp. Zij komt er naar toe gestroomd. Zij vloeit er vriendelijk langs. Zij buigt zich er weer vanaf. Zij ligt in de blanke boorden der verzandingen in hare bochten, in het fluweelen groen van vlak gevlijde uiterwaarden, tusschen de welige ruigten der grienden.?
Mooi, die eerste zinnen uit het boek ?Dorp aan de rivier? van Antoon Coolen. En laat ik nou net een eerste druk gekocht hebben, helemaal mooi. Wat ook mooi is, is dat ik precies weet wat hij beschrijft. Ik woonde ook in een dorp aan de rivier.
Het boek gaat natuurlijk over Lith, een dijkdorp aan de Maas. Althans Coolen gebruikte dat dorp voor zijn roman. Zijn sfeerbeschrijvingen zijn de mijne. Ik ken Lith en de uiterwaarden, het lag niet ver van mijn dorp aan de Maas. De rivier was vriend en vijand van de mens, zoals veel dorpen aan een rivier weten. En er lagen heel veel dorpen in ons land aan een meanderend lint van water, dat soms verwerd tot een woeste en alles vernietigende stroom ijskoud water dat dood en verderf zaaide onder de bewoners en de veestapel. Dijken die braken en het land onder water zette. Arme sloebers die machteloos toezagen hoe hun schamele bezittingen door het Maaswater werden meegesleurd. Slechts de armen leefden op de dijken, de rijken leefden letterlijk op een hoogte. Verschil was er toen altijd. Maar diezelfde rivier gaf ook veel terug. Vruchtbare uiterwaarden voor in de lente en zomer. Nergens groeide het beter. De liefde van een mens levend aan een rivier was er een van liefde en haat.
Nederland is een land van dorpen die nu geen dorpen meer zijn, maar volgestampte buitenwijken. Dorpen, ze bestaan niet meer. Daar waar de dokter nog hoog in aanzien stond en naar zijn mening werd geluisterd. Dorpen waar de pastoor zo ongeveer de rechterhand van God was en de burgermeester natuurlijk God zelve. Net zo goed als het Hoofd van de school, een positie die aanzien gaf én een groot huis.
Ze bestaan niet meer. Voorgoed opgenomen in de Nederlandse geschiedenis. Alleen de verhalen leven voort aan de bar van het plaatselijke café, dat zoals altijd na de hoogmis volstroomt. Zeker op de kermisdagen. Langzaamaan verdwijnen al die oude verhalen en legendes. Als de laatste dorpeling zijn hemelreis begint zijn de dorpen voorgoed uitgestorven. Dorpsverhalen die eigenlijk niet mogen sterven, maar de tand des tijds vreet door. We wonen tegenwoordig niet meer in een dorp, maar buiten. Dorpelingen bestaan bijna niet meer, buitenmensen wel.
Maar wat is er mooier voor een kind dan wonen in een dorp aan een rivier. Weiland, uiterwaarden en natuurlijk de lieflijke rivier die zich als een zilveren stroom in haar bedding voortbeweegt naar heinde en verre. Naar plaatsen waarvan ik als kind alleen maar droomde. Een rivier die zich niets van de mens aantrekt en slechts doet wat zij belieft. Een stroom die geeft, maar ook neemt. Een watertje waar je verliefd op wordt. Liefde die je nooit voor een mens kunt voelen. Warmer, dieper en intenser. Een rivier grijpt je vast en laat je nooit meer los. En elke keer als mijn ogen de rivier volgen tot ze uit het zicht verdwijnt, smelt mijn hart. Nog zie ik me staan. Water dat over mijn kleine voeten golfde, de fiets in het gras. Stiekem, want aan de rivier mocht je niet komen van je moeder. Maar de Maas trok harder, ik moest er heen, straf of niet.
Ik woonde niet echt aan de Maas en moest er wel een kilometer voor fietsen. Het oude dorp lag in de grote oorlog zwaar onder vuur. Veel is er niet meer van over. Maar dorpelingen zitten niet bij de pakken neer en in de polder verrees een nieuw dorp. Voor de veiligheid maar wat verder van het water vandaan. Ach, het was de tijd dat de kerkklok nog als horloge diende, de tijd dat het voetbalterrein nog gewoon vrij toegankelijk was en waar we mochten voetballen op het trainingsveld, soms tot de enkels diep in de modder en waar de meester de fluit hanteerde. Een tijd waarin niemand het enige veld en dus hoofdveld betrad. Een tijd waarin vandalisme nog niet was uitgevonden. Een tijd waarin een slot op je fiets totaal overbodig was en een tijd dat je als kind veilig kon reizen in je eigen dorp.
Er waren geen speeltuintjes, maar wel uiterwaarden, veldjes en een grote polder, vrij toegankelijk. Vier jassen en een bal, meer hadden we niet nodig. Hoe mooi de voetbalkooien tegenwoordig ook zijn. We hadden niks nodig, alleen wat bomen en een boel fantasie. Het duurste wat we hadden was de vrijheid om te gaan en staan. Een rijkdom die er niet meer is. Kinderen veroorzaken overlast en geen vreugde meer. Een lach voor de een, is overlast voor de ander. Alles wat mooi en dierbaar is verdwijnt heel langzaam, maar wel onomkeerbaar. Ruimte hebben we nodig om te wonen en zo veranderen onze sociaal veilige dorpen in kleine onoverzichtelijke steden. Ook mijn uiterwaarden veranderen, maar toch heb ik ze aan mijn kinderen laten zien. Mijn speeltuin is iets wat zij niet begrijpen.
Heel soms verlang ik terug naar mijn dorp, om weer elke dag dat rondje te fietsen op de dijk. Altijd die zwaai naar de boer die langsreed. Even stoppen aan het water en mijmeren waar de boten heen gaan. Maar het is hetzelfde dorp dat ik zo vaak vervloekt heb. Die altijd durende verstikkende sociale controle. Waarom zou je wegrennen bij kattenkwaad als iedereen je aan je oren herkent. Nutteloos en vaak verstikkend. Ik wil die controle niet meer, ik wens mijn anonimiteit. Maar toch trekt de rivier nog steeds en misschien wel harder dan ooit. Iets dat waarschijnlijk nooit zal veranderen. De uiterwaarden en de rivier. Soms mis ik ze. Misschien een mooie plek voor mijn as, als het zover is.
Want dan ben ik er altijd.
Bij mijn rivier.
Mijn Maas.
Mooi hè
Mooi of niet?
Ik dacht van wel dus. Laat Fred maar even goochelen en dan komt er wel wat uit. Viel eigenlijk best wel mee. Maar mooi is het geworden. Zelfs ik ? en dat wil wat zeggen ? ben tevreden.
Nou ja, helemaal ging het niet zo dus.
Sterker nog: ik heb het laten doen, want ik was radeloos.
Maar goed de nieuwe look staat prachtig. Ik denk ook al hard aan een persoonlijke kopfoto. Die komt er ooit.
Het ontwerp van deze template is van Marco van Hylckama Vlieg. Bob heeft de boel erop gezet, en Bob werkt bij Pivothosting.net, het bedrijf dat deze site host.
Bedankt Bob!
Te duur
?Sorry dat ik stoor?, zei ze.
Ja, het speet mij ook. Eindelijk eens een dag waarop ik me doodmoe en ziek voelde en de deurbel tingelde me van de bank.
Het ging over Internet en telefoon en daarnaast was het een bloedmooie meid. Ik betaalde teveel en haar hemelsblauwe ogen hielden me in de greep.
?Dat boeit me niet?, zei ik totaal niet geïnteresseerd. Normaal gaan ze dan weg om een andere bewoner lastig te vallen. O ja, het was een actie voor onze straat. Dus u hebt pech, tenzij we in dezelfde straat wonen.
Maar ze ging niet weg, ze dramde door. Dit moest een succesvolle deur aan deur verkoopster zijn.
?Het scheelt wel dertig euro per maand?, probeerde ze.
?Da?s maar een euro per dag, ook niet veel?, was mijn vermoeide antwoord. En het enige wat ik dacht was, ga weg. Ik speelde al met de deur, maar nog ging ze niet.
Echt goed was ze, maar ik koop niet aan de deur, althans bijna nooit.
Na mijn opmerking dat ik haar aanbieding op de bekende stapel zou leggen, beende ze woest weg.
?Dan moet je het zelf maar weten?, beet ze me smerig toe. En haar ogen waren ineens minder mooi.
Nee!

Veranderingen?
U dacht al, er is wat veranderd aan het uiterlijk van [ van-rooij.net ].
Ja, dat was mij ook opgevallen. Sommige dingen zijn onbedoeld veranderd. Ik ben niet zo handig, laat staan technisch.
Maar de lay out moet maar eens worden zoals ik wil. Dus er zal meer veranderen, zeker als ik weet hoe. En oogt het wat rommelig? Excuses, ik doe mijn best.
Hoort u langere tijd niks, dan heb ik de PC het raam uit gesmeten.
Met andere woorden: Work in progress. Maar het schrijven gaat gewoon door.
Passie
Vrouwen willen weer passie.
Ik wist dat wel, die zakelijke kant kon niet lang meer voortduren. Weg met de Mercedes en leve de aloude maar romantische 2CV, oftewel de immer betrouwbare en altijd opvallende eend. Het stijve pak is uit en romantiek en passie vieren een daverende come back. De tijd dat je een loser was als je voor een oogverblindende dame een gedicht voordroeg, wordt ten grave gedragen.
Jawel, passie mag weer en kunst is in. Alternatief of niet.
Geen bloemen meer maar een pentekening of gedicht voor je geliefde of verovering. De maan wordt weer aanbeden en vrijen op het strand is gelukkig weer terug.
Maar ja, dat vrouwen diep van binnen passievol zijn, wist ik al langer. Hoeveel gedichten heb ik wel niet geschreven?
Het vervelende is dat nu de rest van wereld het ook door heeft.
Tja, wat nu?


