Eeuwige jeugd
Een lange rijzige gestalte, grijs haar en simpel gestoken in spijkerbroek en shirt. De zaal is stil.
Een tip van de sluier.
Het land van Maas en Waal.
Zijn stem heeft nog niets aan kracht ingeboet.
Geboren in 1944 en nog geen kaal plekje. Je zou het niet zeggen. Of kent hij het geheim van de eeuwige jeugd? Vanaf de jaren zestig is hij al actief. Vaak succesvol en soms niet. Vaak toerend en soms ook niet.
Hij is de man van de gitaar en de ogenschijnlijk simpele liedjes van Lennaert Nijgh. Nu staat er achter hem een band van formaat.
Jan Hendriks.
Jan de Hont.
Ernst Jansz.
Zomaar wat namen.
Het simpele hoempapa geluid is er vanavond niet. Nou ja, soms even wel. Maar veel nummers zijn in een weergaloos nieuw jasje gestoken. Een violiste steelt de show. En de rijzige man zingt en overheerst met een simpel gemak.
Ik ben niet van zijn generatie. Te jong. Maar elke nummer ken ik, en wie niet eigenlijk. En daarom ben ik er vanavond. Toen hij blowde en de wierook aanstak lag ik in de wieg. En als ik ouder zou zijn dan was de flower power vast aan mijn dorp voorbij gegaan. Later pas leerde ik zijn nummers kennen. De man en zijn gitaar bracht mij in vervoering. En vanavond weer.
Maar nu is het niet alleen de man en zijn gitaar die de show steelt. De muzikale arrangementen op de oude beroemde nummers brengen een zevende hemel in het theater. Zwevend gaat het publiek mee op een muzikale reis door heden en zeker ook het verleden. Tien minuten van mijn huis, en twee uur lang ben ik even niet op aarde. Zachtjes mompel ik de nummers mee. Ik ken ze bijna allemaal. Hoe vaak heb ik niet met een gitaar voor de spiegel gestaan, net doen alsof. Soms ook met een tennisracket.
Zijn LP op de speler en maar oefenen.
Maar ik kan niet zingen, laat staan gitaarspelen. Ik ben geen artiest. Alleen een luisteraar.
Het eindigt zoals het vroeger was.
De man en zijn gitaar, alleen op het grote toneel.
Verdronken vlinder.
Testament.
Ik kan alleen luisteren en ademloos toekijken. En met mij honderden mensen. Al veertig jaar de zalen platspelend. Eeuwige jeugd.
Hij heeft dat.
Boudewijn hij was groots.
Wilhelmus
Het komt eraan.
De Naturalisatiedag.
Mooi.
Het is een dag in het leven geroepen door ons onvolprezen kabinet om de nieuwe Nederlanders op een officiële manier hun Nederlandse paspoort te overhandigen. De gemeentes waar deze nieuwe Nederlanders wonen mogen zelf weten hoe ze de dag gaan vieren. Dat kan natuurlijk met de beroemde hoempapa drumband of op een andere ludieke manier. Het kan natuurlijk ook door het gezamenlijk zingen van het Wilhelmus. Voor de oude Nederlanders: dat is ons volkslied.
Het moet in ieder geval een dag worden zodat de nieuwe Nederlander zich welkom voelt. Met het zingen van het Wilhelmus? Het meest suffe volkslied op de ze aarde? Tja, ik kan me leukere liederen voorstellen.
Betrouwbare bronnen uit diverse gemeentes zeggen dat het zingen van het volkslied niet zal gebeuren. De reden: Niemand kent het lied en als men het kent is het hooguit het eerste couplet. De oudjes onder ons misschien het eerste en zesde couplet. Maar daar houdt het goed mee op.
Straks kennen alle nieuwe Nederlanders, zeg maar allochtonen, het Nederlandse volkslied beter dan de echte Nederlander. Als dat niet integreren is weet ik het ook niet meer.
Voor alle bestuurders die zich nu al zorgen maken over het zingen van het mooie Wilhelmus volgt hier gemakshalve de tekst. Zou toch raar zijn om aan een allochtoon te vragen het Wilhelmus te zingen en zelf slechts mee neuriën.
Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.
In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.
Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.
Lijf en goed al te samen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders hoog van namen
hebben 't u ook vertoond:
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in 't eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.
Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vreden
mijn edel bloed gewaagd.
Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.
Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar dijn,
dat zij mij niet verassen
in hunnen bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.
Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.
Na 't zuur zal ik ontvangen
van God mijn Heer dat zoet,
daarna zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
dat is, dat ik mag sterven
met eren in dat veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.
Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.
Als een prins opgezeten
met mijner heires-kracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig door dat veld.
Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.
Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.
Oorlof, mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,-
't zal hier haast zijn gedaan.
Voor God wil ik belijden
en zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.
Het zijn maar vijftien coupletten, dus dat moet lukken voor de eerste naturalisatiedag.
Aanbieding
Ja, ik ben er weer.
Maar u wist niet dat ik weg was, want dat heb ik niet verteld. Maar goed, ik was dus een nachtje paalkamperen. Aanrader voor iedereen, zeker als je van muggen en andere beetgrage beesten houdt.
Op mijn terugwandeling liep ik door ons onvolprezen dorp dat langzaam aan op een stad lijkt. Iedereen zag ik lopen met dozen vol met dure elektronicaspullen.
Yep, wij hebben nu ook een Mediamarkt.
Dus tja, ik moet er ook even heen dit weekend, wie weet is er nog een leuke aanbieding over.
Verslag doe ik maandag en wie weet op een nieuwe goedkope PC.
Zou zomaar kunnen!
De Nederlander
Altijd keurig in een combinatie met stropdas. Veel ?populaire? kamerleden vergeten wel de afwerkende strop om de mannennek. Maar hij niet, altijd even netjes en beheerst. Eigenlijk heeft hij geen nek, dus die stropdas is elke keer een verrassing. Turend over zijn brilletje op zijn toch wel bolle gezicht en de haren altijd zorgvuldig gekamd. Scheiding links. Wat overigens niets zegt over zijn politieke voorkeur, die ligt duidelijk ergens anders.
Hilbrand Nawijn dus.
De nieuwe hoeder van ons Nederlandse erfgoed.
Ik durf verder te gaan. Na zijn monsterverbond met het racistische Vlaams Belang ? voorheen Vlaams Blok ? stel ik zomaar dat Hilbrand de hoeder wordt van dé Nederlander. Niet dat geneuzel over Willem van Oranje, Van Gogh of Rembrand. Al dat culturele gelul is slechts een dekmantel. Nee, hij gaat voor ?Nederlanders eerst?. Alleen dat kan hij niet zeggen omdat zoiets politiek incorrect is. Maar hij heeft gelijk. Dit land is van de blanke Nederlander. Tja, en dan vraag ik me ineens af: wie is dan die Nederlander?
Nederland telt elf provincies, leerde ik op school. Tegenwoordig zijn het er twaalf, maar Flevoland doet niet mee. Dat land is een opgespoten stuk zee waar mensen uit andere provincies wonen. Maar in welke provincie woont de echte Nederlander? Laatst reed ik nog door Friesland. Ik raakte de weg kwijt en vroeg het aan een boer. Tot nu aan toe weet ik niet wat de beste man me vertelde. Daarnaast waren alle plaatsnamen in het Fries en dus voor mij onleesbaar. In het oosten van het land is ook iedereen onverstaanbaar. En Limburg is eigenlijk een onderdeel van België wat ze vergeten zijn te annexeren.
Elk gebied in ons land heeft een eigen taal en cultuur. Of het nu Noord-Brabant is of Zuid-Holland. Cultureel erfgoed is iets wat al jaren overleefd en nooit zal verdwijnen. Friezen voelen zich Fries en dan pas Nederlander. En waarom niet? Ik ben Brabander en dat laat ik weten ook. Jarenlang doe ik al zendingswerk in dit land om iedereen de polonaise te leren. Maar zoals in het Brabantse land, heb ik het nog nooit gezien. Verspilde tijd eigenlijk. Carnaval hoort in het zuiden van Nederland en de rest is surrogaat. Er is geen Nederland. Nu niet en nooit niet. Slechts een samenraapsel van verschillende culturen die door diverse alleenheersers vroeger ooit samengevoegd zijn.
Verplicht dus.
De afkeer van een multiculturele samenleving groeit. En op dat gevoel probeert Hilbrand zijn politieke carrière te verlengen. Christelijk is in, Moslim is uit. Wit begint en zwart wint, was vroeger het credo bij een spelletje dammen. Helaas, wit wint ook. En dat weet Nawijn ook en kiest hij voor het witte machtsspel. Jammer voor iedereen die niet in de zon hoeft te liggen voor een lekker kleurtje. Ach, na Pim Fortuyn probeert iedereen het ontstane gat te vullen. Pim was al niet veel en de rest is niet eens een slap aftreksel van hem. En ja Hilbrand? Na een geweldig wethouderschap in Zoetermeer, de meest dode stad van Nederland, moet hij toch wat. De LPF is ten dode opgeschreven en in een werkloze periode heeft hij weinig zin. De rechterkant van ons politieke bestel vult hij nu op.
Ach, laat Hilbrand maar schuiven. Hitler werd in zijn begindagen ook toegejuicht. Niet dat ik iemand wil vergelijken met Hitler. Want daar is Nawijn fel op. Officieel is hij niet racistisch. Hij gaat alleen voor het ?Nederlander eerst? principe. En Nederlander ben je als?
Tja? Wanneer ben je Nederlander? Als je een Nederlands paspoort hebt natuurlijk. Of gewoon hier geboren bent. Zwart of wit. Molim of Christelijk. Het maakt natuurlijk geen donder uit. Een land maak je namelijk samen.
Schildertijd
Je ziet het elke zomer weer: Ladders die opgetuigd worden tegen gevels en kwasten die uit de schuur worden gehaald. Restjes verf worden opgesnord en doorgeroerd. Kozijnen en deuren worden voorzien van een al dan niet nieuw kleurtje. In ieder geval wel een vers likje verf dat bestand is tegen ons heerlijke klimaat.
Juist, het is weer tijd voor de zomerschilder. Echtgenotes worden door vrouwlief gemaand om toch maar wat tegen de bladderende verf te doen. En het liefst snel.
En ik ook dus.
De handen gaan al een paar dagen flink uit de mouwen van het T-shirt. Twee dakkapellen, drie kozijnen en drie deuren staan er bijna allemaal weer glanzend en stralend bij. Je ziet je huis onder de kwast meer waard worden.
En nu denkt u dat Fred zijn hoofdkantoor er weer stralend bij staat.
Mis.
Het huis van het meisje staat er weer stralend bij. Oké, dat een vader zich laat lijmen om te klussen bij een dochter is iets wat logisch is. Maar zelfs ik werd vrijwillig aangewezen om de kwast ter hand te nemen en de ladder te bestijgen. En trouw als ik ben, gehoorzaamde ik.
Goed, zij zorgt elke dag voor een blik soep die we zelf warm moeten maken. Een heerlijke beloning, dat wel.
Dus mocht u denken wat is het stil op [van-rooij.net] dan klopt dat.
Ik sta op een ladder.
En niet bij mij thuis.
Katten WC
Katten zijn leuk en raar, denk ik tenminste. Wij hebben een kattenbak voor onze twee poezenbeesten in huis, niet meer als logisch lijkt me. Als kat moet je namelijk ook wel eens een boodschap doen. En gelukkig doen ze dat hier ook anders zou het een smeerboel worden.
Maar waarom dan die lieve beesten altijd maar weer rondhangen op de mensenbak is mij een raadsel. Dorst? Ik hoop het niet, tenzij die beesten een sterke maag hebben. En hun behoefte doen ze er ook niet, althans ze trekken nooit door en ik zie geen kattendrolletjes zwemmen.
Dus, wat doet een kat op het toilet. Kan iemand mij dat eens vertellen?
Foto?s
Sommige vakanties blijven altijd in je geheugen en vaak is het dan leuk om juist die kiekjes weer eens te bekijken. Vast en zeker komen er dan weer nieuwe herinneringen naar boven. Zo ook bij mij bij het zien van de foto?s van Oostenrijk en St. Petersburg in Rusland. En dan ben je blij dat je die vakantie de camera bij je had.
Mee genieten?
Klik hier!


Apies kijken
Wat zou ik dat manneke van drie allemaal niet willen vertellen. Grote prentboeken en fotoboeken uit de bibliotheek erbij, en samen diverse documentaires kijken. En dan op mijn bekende wijze uitleggen hoe de dieren in het wild leven, diep in Afrika, op de savannes of steppes. Met grote armgebaren. Vertellen over het sluipen van de tijger en de ongeëvenaarde snelheid van de jachtluipaard. Desnoods doe ik het voor. Uitleggen dat leeuwen ook moeten eten en dat het doden van een enkel dier niet zielig is maar lijfsbehoud. Maar hoe vertel ik hem dat. De enige dieren die hij kent wonen op een boerderij en in de dierentuin.
Dieren die geen ruimte hebben en niet weten wat vrijheid is en die in diezelfde vrijheid zelfs het onderspit zouden delven. Vrijheid is iets belangrijks voor het dierenrijk maar je moet er wel mee kunnen omgaan. De meeste dieren in de dierentuinen kennen geen ander leven dan een gevangenisleven. En de dieren die nog in vrijheid leven worden bedreigd door het meest intelligente diersoort ter wereld: de mens. We pikken hun land in, vervuilen water en lucht, maken ze dood omdat we onze impotentie willen verhogen en pikken hun leefruimte in zodat er geen plek meer is om te leven. Nou ja, behalve achter tralies.
Misschien moet ik hem dat wel vertellen. De trieste verhalen die de mens uithaalt met deze wereld. Hoe we alles vervuilen en ons alles toe-eigenen, alsof alles van ons is. Maar dat is niet zo. Het een bestaat bij de gratie van het ander. Maar als mens staan wij daarboven, ver boven. Wij zijn de enige heersers over deze planeet, geen ander dier dat ons daarin bedreigt. Met als gevolg dat de mens uiteindelijk de aarde zal vernietigen. Nu al leven er van sommige diersoorten meer in gevangenschap dan in vrijheid, en een enkel soort komt alleen nog maar in de dierentuin voor. Heel veel diersoorten zien we nooit meer, zelfs niet in gevangenschap, misschien wel in een prentenboek. Maar ja, hoe leg ik dat uit aan een mannetje van drie.
Hoe zeg ik dat? Als zijn ogen glunderen bij het zien van een olifant die geconditioneerd rondjes loopt. Dag in dag uit. Levenslang heeft zo?n beest zonder een enkele stap in vrijheid. En we accepteren het. We doen een dagje dierentuin en laten onze kinderen de dieren zien van het grote dierenrijk. Een dierenrijk dat binnenkort alleen nog maar te zien is in een dierentuin. Natuurlijk, we kleden de hokjes leuk aan, Afrikaans of Zuid-Amerikaans. Maar denkt werkelijk iemand dat een chimpansee maalt om de achtergrondkleuren van zijn gevangeniskot? Wel nee, dat doen we voor ons. Voor ons geweten. Want in ons geweten sussen zijn we kampioen van het dierenrijk. Dan ziet het er minder zielig uit. Net alsof ze thuis zijn. Kom op nou! Wereld wordt eens wakker.
Maar dat vertel je allemaal niet. Je kijkt met hem naar een giraffe en zijn lange nek. Geniet van zijn stralende oogjes. Maar er komt een dag dan weet hij ook de gruwelijke wijsheid van de dierenwereld. Ook dan begrijpt hij dat het de verkeerde kant op gaat, al jarenlang. Dan zal hij misschien aan mij vragen waarom dat zo is. Hoe dat gegaan is. Maar ook: waarom ik er niets aan gedaan heb. En dan moet ik het antwoord schuldig blijven. Ik, wij? We doen allemaal veel te weinig. Zolang de macht van het geld belangrijker is dan het leven op deze aarde is er voorlopig geen einde te maken aan de ondergang van het dierenrijk.
Maar misschien moet ik het hem nu al vertellen. En erbij zeggen dat de mensen van nu te stom om de problemen op onze aarde op te lossen en niet instaat om de wereld te laten zijn zoals het hoort. Samen met mens en dier. Misschien moet ik hem dat als eerste leren.
Weekendgedicht
Op reis
Ik steek mijn leven over
in een bootje van mijzelf
Mijn hersens zijn mijn scheepsjournaal,
een opslagruim
van bijna elf.
Ik ben al twaalf,
maar ik ben
leeg van start gegaan.
Ik kan me weggaan
niet herinneren
en ook niet waarvandaan.
Hoe moet je niet vergeten?
Hoe hou je wat je hoort?
Het mag wel stevig stormen,
maar ik wil niemand overboord.
Edward van de Vendel (1964)
Gezond en lekker
Zij keek naar mij en tegelijk zocht ik haar ogen. Onze blikken ontmoetten en beiden hadden een verbazende blik, of beter gezegd een vieze blik. Getver, hebben wij weer.
Zij is jong en soms idealistisch en ik ben oud en ach, ik doe wel mee. Voor ons geen koe of varken op het bord. Vegetarisch is een groot woord maar we zijn een aardig eind op weg. Of waren een eind op weg, beter gezegd. God, wat kan een vleesschnitzel lekker smaken.
Maar goed. We aten dus minder vlees en dat is beter voor de dieren. Maar wat dan? Je moet toch gezond eten. Gelukkig zijn er vleesvervangers zoals een Vega schnitzel van Vivera. Natuurlijk goed, en natuurlijk lekker staat er bemoedigend op.
Mooi dachten wij.
Het ziet er uit als een echte Duitse schnitzel en haar jonge oogjes straalden bij het idee dat we een koe gingen redden. Het bakte ook als gewoon vlees. Boter, erin kieperen en een paar keer draaien. Makkie.
Eén nadeel alleen: het is niet te vreten.
Dat hebben wij weer. In plaats van opeten vergrootte de vega schnitzel de afvalberg. En dat na twee hapjes. Bah!
Waar zit de slager ook alweer.
I love pijpen
Terwijl de trein het mooie Van Nellegebouw in Rotterdam langsreed, dacht ik aan een mooie blonde vrouw. Slank, sensueel en opwindend. Niet te oud, maar ook niet te jong. De grote fabriekshallen in de oude tabaksfabriek. Leunend sta ik tegen een grote pilaar, en zij beweegt haar sensuele lichaam kronkelend en langzaam naar beneden. Met een snelle vloeiende beweging maakt ze de knoopjes van mijn Levi?s los. En dat zijn er wel vier. Een ervaren vrouw. Haar slanke handen grijpen mijn broeksband en trekt de jeans langzaam naar beneden. Kippenvel trekt over mijn lichaam als ook de boxershort de weg naar de betonnen grond volgt. Even zoek ik haar hemelsblauwe ogen en zie een plagerige blik. Een weerspiegeling van opwinding, geilheid. Dan draait ze haar hoofd naar mijn kloppende verlangen en opent haar mond. Ik sluit mijn ogen en wacht op wat er gaat komen.
Tja, daar moest ik aan denken toen ik voorbij de Van Nellefabriek reed en naast me op de lege stoel ?I love pijpen? zag staan. Alleen een blonde vamp kon in mijn ogen deze letters geschreven hebben. Met zwarte stift op een crèmekleurige stoel. In zo?n orale verwenning had ik op dat moment wel zin. Uren zat ik al in de trein en de krant was van voor tot achter gelezen. Soms krijg je dan zin in iets lekkers. En ineens staat het naast je op de stoel. Het stond er natuurlijk al langer maar was verborgen door de krant die ik zuchtend maar weer eens oppakte. I love pijpen. Tja, ik ook.
Aan de andere kant: was het wel een vrouw die dat geschreven had? Tien procent van de Nederlandse bevolking is tenslotte homoseksueel en die houden misschien ook wel van een orale verwenning. Het is een vrij land, dus dat moet kunnen. De blonde dame verandert in een mooie slanke man. Korte stekels en glad geschoren. De bewegingen en het idee zijn hetzelfde. Het kan natuurlijk ook een mediterraan type zijn. Donker met van die sluike zwarte haren en koffiebruine ogen, zo vanuit het Berbergebergte naar Rotterdam op zijn knieën. Zou ook kunnen ja, niet mijn ding. Maar goed mogelijk. Pijpen kan dus door mannen en vrouwen. Simpele logica.
Pijpen dus.
Het doet een man veel plezier. Ik geef toe dat het wat inspanning van de vrouw (of man dus) vraagt maar je krijgt er altijd wat voor terug. Ineens moest ik denken aan een oom. Nou ja, niet een echte oom maar eerder een verre neef van mijn vaders kant. Ook hij was een liefhebber van pijpen en belaste mij daarmee al vroeg in mijn jeugd. Dat zijn van die typische familiedingen die je liever vergeet maar die soms op de raarste momenten ineens je hersenpan inschieten en die je er dagenlang niet meer uitkrijgt. Gelukkig heeft niemand het er thuis meer over. Wat die man had met pijpen. Ongelooflijk.
Ik was een jaar of acht toen hij mij ermee confronteerde en nooit eerder had ik zo?n ding gezien. Wist ik veel, ik was druk met voetballen en had alleen oog voor de bal. Hij was jarig geweest en mijn moeder stuurde me naar hem toe met een cadeautje. Op zijn eigenlijke verjaardag was ik verhinderd. Voetbal natuurlijk, daar leefde ik voor. Maar het was een soort suikeroom die wel eens wat toestopte en daar moest de hele familie heen bij een verjaardag. En kon je niet, dan was het inhalen. En daar ging ik dus op een woensdagmiddag met het ingepakte onvermijdelijke pakje Cabalero. De familiesigaret. Ik vergeet het nooit meer. Gebakje, glaasje limonade en aldoor maar op de klok kijken. Niet voor drieën weggaan, was de uitdrukkelijke opdracht van mijn moeder.
Toen vroeg hij me mee naar boven. Hij had iets moois en ik mocht het wel zien. Op zijn slaapkamer kreeg ik eindelijk te zien wat hij bedoelde. Pijpen. Van de grond tot aan het plafond, allemaal pijpen. Zelfs had hij de pijp van Hitler. Hij zei het en ik geloofde het. Vierentachtig stuks, zei hij trots tegen me en stak er een in zijn mond. Hij rookte geen pijp maar spaarde ze wel. Het hoofd van de blonde gewillige dame verandert in mijn verbeelding in het gerimpelde gezicht met kaal hoofd van mijn oom.
Gatver, pijpen.
Homophobia (2)
Vrouwen kunnen niet autorijden en als een man iets stoms doet in het verkeer is hij een mietje. Conclusie: vrouwen en mietjes kunnen niet autorijden. Een wijsheid die al zo oud is als de weg naar Rome.
Toch is de Italiaanse rechterlijke macht op de hand van de mietjes, homo?s dus. Een homo kan dus wél autorijden en heeft daar alle recht toe.
Homoseksualiteit is slechts een persoonlijkheidsstoornis. Dus, sorry mannen jullie kunnen het wel. Ik zal in het verkeer geen mietje meer roepen.
Over de stoornis van lesbiennes is de rechterlijke macht nog in beraad. Tja, vrouw, homoseksualiteit en verkeer kan natuurlijk nooit samen.
Binnenkort verwachten we de uitspraak.

Homophobia (1)
Soms hoop je.
En vaak tegen beter weten in maar de hoop is er. Je kunt er niets aan doen. Hoop doet leven, tenslotte.
En hoop is er als een ouwe demente vent in een jurk door een andere iets minder oude vent ? ook in een jurk ? wordt vervangen. Maar de hoop weer de bodem ingeslagen. Ik zou bijna zeggen gelukkig.
Stel je toch voor dat de katholieke kerk zou veranderen.
Daar kun je alleen op hopen, alleen weet je dat het ijdele hoop is.
Maar toch: de hoop is er.
En toch.
Die term missionarishouding zit me al heel mijn leven dwars. Misschien mochten de missionarissen het voordoen in het donkere Afrika met een mooie donkere vrouw. Niet voor de leut, maar als ? laten we zeggen ? aanschouwelijk onderwijs. Dappere mannen die missionarissen.

Nederlands woord
Oké.
Liefde is het mooiste Nederlands woord. Ook mooi en niks mis mee.
Maar toch is houdoe gewoon mooier, en Brabants natuurlijk.
Brabants woord
Ja ik ben het er mee eens!
Houdoe is het mooiste Brabantse woord.
Slappe bodem
Daar, dacht ik.
Zojuist reed ik de parkeerplaats af van het feestelijke dorpslokaal. Vol was het daar. Kris kras stonden de auto?s op het grindveld. De enige mogelijkheid om er nog te parkeren was om daarbij andere auto?s voor de nacht te blokkeren. Tja, en zo hoort het niet.
Dan maar parkeren langs de Dorpsstraat. Opvallend dat er in bijna elke dorp een Dorpsstraat is.
Maar goed, ik manoeuvreerde de wagen weer van het blikverzamelpark af. Voorzichtig, dat wel. Even geen zin om al die paperassen in te vullen. Uit de lokale uitspanning klonk al de muziek. De bruiloft was in volle gang.
Voor me parkeerde een auto pontificaal in de berm, nou ja voor de helft in de berm. Staan is staan, moest de chauffeur wel denken. En ik was het met hem eens. Voor mij was er geen plek meer, dat zag ik.
Maar toen ik even langs de weg tuurde zag ik iets verderop een mogelijkheid. Knipperlicht aan en links af. Hebbes.
Moet lukken, twee wielen in de berm en hupsakee de polonaise in. De voorwielen reden makkelijk door het zeiknatte gras. Het had de middag ?iets? geregend. Even tegensturen en de achterwielen volgen vanzelf. Niet te ver de berm in anders moeten we zwemmen. Toen het achterwiel de grasrand opgleed klapte pardoes de auto enkele tientallen centimeters naar beneden. Vervaarlijk helde de auto over richting de sloot. Gas gooide ik erop en liet de koppeling slippen. Geen beweging.
De hellende richting was toch wel eng met een volgeladen auto. Evacueren dan maar. Even later stonden vier personen naar een in de grond weggezakt achterwiel te staren. Horizontaal stond het karretje ook niet.
Dapper als ik ben stapte ik terug in de auto en perste alles wat er is onder de motorkap vandaan. Beweging was er, maar niet voldoende. Rechtsvoor begon het ineens te roken. De koppeling? Tja, ik weet het niet maar goed leek het me niet. Motor af en maar buiten mistroostig naar de situatie kijken. Het stonk behoorlijk naar een verbrand iets. Zweet brak me uit. Wat nu?
Tot aan de achteras zat ik vast.
Achter ons klonk de vrolijke muziek door de ramen de lentenacht in. Enkele feestgangers stonden buiten een luchtje te scheppen. Vol belangstelling keken ze toe. Je zag ze knikken en met elkaar over mijn situatie praten. Een van hen slenterde naar mij toe. Ziet er niet best uit, zei hij. Maar dat wist ik al. Het stonk ook, volgens hem en ook dat feit was mij al bekend. Verderop wonen boeren, was de volgende melding. Met een gewone auto zou ik nooit loskomen. Goed advies, maar ik besloot toch maar eerst de gewone auto te proberen. Een van ons haalde een feestganger uit de zaal en die snelde toe. Sleepkabeltje erom en gaan. Met gemak kwam ik los. Maar het stonk nog steeds.
Verderop zag ik een gewone parkeerplaats met plek zat. Ik dankte mijn redder en zette de auto veilig op een doodgewone simpele plek.
Het was maar honderd meter verder.
Nee
Ik wil het niet, echt niet. Moet er niet aan denken.
Buikpijn, dat krijg ik ervan.
Iedereen mag trots zijn op mij, echt iedereen maar niet Geert Wilders.
Maar gelukkig heb ik ja gestemd, en is hij dus niet trots op mij.
Kom ik even goed weg zeg.
Oudshoornse kerk
Een nieuwe webstek betekent niet automatisch dat alles er weer opstaat. Aan de linkerkant kunt u doorklikken naar een site met foto?s. En die moeten natuurlijk wel gevuld worden.
Dus voor uw plezier heb ik de foto?s van de Oudshoornse kerk uit Alphen aan den Rijn erop gezet. Altijd leuk om even te bekijken.
Dus klik op de foto en kijk!


