De straat (2)
Washandjes.
Dat is de oplossing.
Washandjes op de toppen van de ladder. Ja, ik moet het toegeven. Briljant!
Met twee washandjes op de toppen van je ladder beschadig je de muren van je huis niet. Iedereen weet dat een ladder enigszins beweegt als je er tegenop klimt. Dan krijg je krassen op de muur. Zeker van onze huizen met een beschilderde voorkant.
Washandjes dus.
Iedereen heeft er wel een stel liggen.
Van gluren leer je wat, dat blijkt maar weer. En inderdaad het idee is afkomstig van de immer poetsende overbuurman. Wat een geweldenaar, denk ik vaak bij mezelf. Zo vreselijk perfectionistisch. Die man ga ik binnenkort tot de Held der Mannen benoemen. Hij verdient een standbeeld. Echt waar.
Hij is een voorbeeld voor onze straat. Met zijn korte kopje en bomberjack poetst hij maar door. Tot in de details, en zo hoort het ook.
Vrouwen kunnen dit niet verbeteren, al zit het schoonmaken bij hen in de genen. En wat dacht je van zijn auto? Dat stuk Japans blik blijft nieuwer dan nieuw. Met tranen in mijn ogen kijk ik dan naar mijn roestbak waar nog enkele eeuwen werk aan is. Ik laat het maar oplopen.
Dat zijn mijn genen.
En als dan de liefde net zo goed is als de schoonmaakwerkzaamheden kunnen we spreken over een perfect huwelijk. Maar of schoonmaken en seks samengaat betwijfel ik. Nou ja, mijn liefje kocht laatst een plumeau. Dus wie weet of het samengaat. Ik wacht in spanning af.
De straat (1)
Hij klopt veegt en zuigt als de beste. Daarnaast schrobt en boent hij dat het een lieve lust is. Hobby?s verschillen, maar huishouden lijkt me niet direct een hobby voor een man die midden in het leven staat. En toch: Hij doet het met een uitzonderlijke precisie waar mijn moeder nog een puntje aan kan zuigen. En alleen de buurman heeft deze hobby. De buurvrouw schijnbaar niet.
En toch werkt deze buurdame bij een schoonmaakbedrijf. Dat kan betekenen dat ze er de rest van de tijd geen zin meer in heeft, of het is een teken aan de schoonmaakwand. Het is maar net wat je wilt geloven.
Vervelend is het wel zo?n neurotische schoonmaakoverbuurman.
Elke morgen bij het eerste bakje koffie flits hij door het huis, of de voortuin. Dat kleine stoepje is in verhouding schoner dan mijn huis. Da?s fijn voor hem en vervelend voor mij. Ingespannen tuur ik altijd naar hem door mijn vieze ramen waarvan mijn moeder al maanden zegt dat die best eens een wasbeurt kunnen gebruiken. Dat zal bij de buurman niet gebeuren. De ramen krijgen tweewekelijks een beurt en de andere week een grondige inspectie.
Tja, daar kan ik niet tegen op.
Wil ik ook niet trouwens. Vieze ramen beperkt de inkijk en hebben dus wel degelijk nut.
Gedicht
Vaders
Knuffelen gaat niet zo goed.
Ze roepen hé joh, je weet het hè,
en lezen de krant
Over de rand kijken ze mee
hoe je je huiswerk doet
of niet.
Je staat versteld van
wat ze weten over de wereld.
Meer dan van jou bijvoorbeeld.
Vaders zijn zo. Ze laten niets merken
tot er iets is.
Dan leer je ze kennen als moeders.
Johanna Kruit (1940)
Voorstel
Soms ? okay, heel soms dan ? is politiek een leuk spelletje, zwarte pieten trouwens ook. Maar goed. Ik neem aan dat er nu een zak met geld over is nu er geen gekozen burgemeester komt.
Mag ik dan voorstellen om het geld door te sluizen naar de verpleeghuizen. Daar is geld harder nodig dan dat Nederland een gekozen burgemeester krijgt.
Zooi
Het kostte me ongeveer een uur, maar dan was ik er ook.
In het midden van wat mijn dochter haar slaapkamer noemt. Rommelhok in het kwadraat zou de lading nog niet voldoende dekken. Maar goed, in het midden had ik een grot van een bij een gegraven.
Uitgeput vleide ik me neer. Achter me hoorde ik de gegraven gang weer instorten. Moedeloos bungelde mijn hoofd aan mijn slappe nek.
Uitgeput bleef ik zitten.
Ik verpoosde me met diverse Break-Outs en Tina?s. Stapels lagen er. Wat betreft het seksuele leven van de jongeren ben ik weer helemaal op de hoogte. En als vader leer je ervan. Ook niet verkeerd, lijkt me. Al deze bedproblemen van tieners komen trouwens niet in mijn voorlichtingspraatje voor. Aan sommige dingen durf ik niet eens te denken, laat staan over praten.
Vanaf de wanden staarden voor mij onbekende popsterren me schaars gekleed aan. Ik ken de namen niet eens uitspreken laat staan herinneren. Seks is gemeengoed in het leven van een tiener.
Althans zo lijkt het wel.
Maar ik was er om de boel maar eens lekker schoon te maken. Het seksuele is een bonus. Schoonmaken is ook hier het verkeerde woord. Puinruimen. Ja, dat is het.
En omdat het vandaag toch de dag is van principes en statements, komt er hier nog eentje.
Dochterlief ruimt vanaf nu haar eigen puinzooi op.
Lijkt me een duidelijk statement.
Ik ga me nu buigen over de uitvoering.
Familievergadering
En omdat vandaag de politiek er goed inzit het volgende: Tijdens de algemene familievergadering heden ochtend is besloten dat er vanavond geen vlees verschijnt op tafel. Er was één stem voor en geen tegen. En dus met algemene stemmen aangenomen. Zo is het ook genotuleerd.
Ik voel het gewoon. Het wordt een dag van statements.
Politiek statement

Dood
Stel je voor dat Balkenende zich ook hier met dood of leven zou bemoeien, net als ene Bush. Jarenlang maakte die rare Texaan iedereen dood in zijn staatje. De meeste moesten het doen zonder zijn genade en stierven omdat de staat het zo wilde. En nu wil er iemand dood, maakt hij snel een noodwetje dat het vrouwtje niet dood mag. Wat wil je nou?
Maar goed Balkenende. Hij zal zich er vast niet mee bemoeien hoop ik. Ik wil dood wanneer ik dat wil. Euthanasie is een goed recht, denk ik. Maar ja, ook Jan Peter is christelijk. En het kan raar lopen in Nederland, dat zie je vaker de laatste tijd.
De tovertante
?Kan jouw tante echt toveren?, vraagt Jacky aan haar vriendin. Tira huppelt een stuk voor Jacky uit. ?Ja natuurlijk?, roept ze achterom. ?Dat heb ik toch in de klas verteld. Of geloof je me niet??
Jacky weet het niet. Het is een raar verhaal, vindt ze. En ook eng.
?Ja, ik geloof je wel hoor?, zegt ze.
Maar eigenlijk denkt ze dat Tira gewoon alles verzonnen heeft. Zelfs de meester vond het maar een raar verhaal. En nu zijn ze onderweg naar die tovertante van Tira. Jacky wil die rare tante wel eens zien.
Haar tante kan toveren, vertelde Tira ooit in de klas. ?Een tovertante?, fluisterde Jacky toen en proestte het uit van het lachen. Lang geleden moest die tante vluchten uit haar land omdat ze iets vreemds had getoverd dat helemaal fout was. Ze kwam naar Nederland. Tira vertelde dat die tante midden in het oerwoud woonde. Ver weg in een Afrikaans land, Kenia genaamd. Tira?s ouders komen ook uit Kenia maar wonen al bijna heel hun leven hier. Zelfs Tira is nog nooit in Afrika geweest.
?Kom op Jacky?, roept ze. ?je loopt zo langzaam, zo komen we er nooit.?
Jacky schrikt wakker uit haar dagdroom en loopt wat harder achter Tira aan. Tira rent en huppelt maar verder. Jacky wandelt er rustig achteraan. Steeds moet Tira op haar vriendin wachten.
De tante is de dochter van een beroemde Afrikaanse toverman. Van hem heeft die tovertante alles geleerd. Ze leefden in de grote oerwouden van Kenia De bomen groeien daar tot aan de wolken. Als je daar in een boom klimt ben je na een uur nog niet bij de top. Zo hoog dus. Dokters waren er niet. Als iemand ziek was moest toverman komen. Die kookte dan van kruiden en planten een papje wat de zieke weer beter moest maken. Maar dat was niet het belangrijkste wat een toverman moest kunnen. Een toverman moest kunnen praten met de geesten van dode mensen. Die kon hij dan om hulp vragen voor zijn dorp. Sterk waren ze ook. Wilde beesten, zoals een leeuw, konden ze doden met blote handen. Aan de muur van tante hangt zo?n afgerukte kop van een leeuw, vertelde Tira op school.
Omdat Jacky zo aan het dromen is loopt Tira elke keer meters voor haar uit. Maar zo is het eigenlijk altijd tussen die twee. Tira loopt altijd vooraan en durft alles. Jacky denkt wat meer over de dingen na en is rustiger. Misschien dat ze daarom zulke goede vriendinnen zijn. Tira wacht ongeduldig bij een stoplicht.
?Kom op nou?, schreeuwt ze van afstand. Jacky begint wat harder te lopen want Tira heeft ook al op het knopje gedrukt. Groen, en Tira steekt over.
Jacky begint te rennen omdat anders het stoplicht weer op rood staat voor ze er is. Net op tijd steekt ze over.
?Waar is het,? vraagt ze. Tira wijst naar een flat een stukje verderop.
?Daar op de zesde verdieping.?
Ze beginnen te rennen.
?Wie er het laatste is, is een schildpad?, schreeuwt Jacky.
Lachend rennen ze op de voordeur van de flat af.
Aan de voorkant van de flat zijn allemaal brievenbussen met daarnaast een deurbel. Tira zoekt nummer 621.
'Hebbes?, roept ze en drukt op het zwarte knopje.
Bij de voordeur klinkt een zoemer. Tira loopt op de deur af en duwt die open. Meteen daarachter zijn de liften. Ongeduldig wacht Tira op de lift. Huppelend van het ene been op het andere. De verlichte nummers lopen maar langzaam terug naar 0. Hoe lager de lift komt hoe nerveuzer Jacky wordt. Liever gaat ze weg maar ze wil haar vriendin niet alleen laten. Ze vindt het allemaal maar eng.
Langzaam schuiven de metalen deuren van de lift open. De twee vriendinnen stappen naar binnen en Tira drukt op het knopje van de zesde verdieping. 1, 2, 3, 4, 5, 6 tellen de rode cijfertjes van de lift. Met een schok stopt de lift, en zonder een geluid te maken schuiven de deuren open. Tira stapt uit de lift en gaat de galerij op. Jacky volgt een meter achter haar.
Tira loopt naar de voordeur van de tovertante en wil aanbellen.
?Nee?, roept Jacky opeens. ?Ik ga niet meer.?
Ze draait om en loopt terug naar de lift. Tira rent achter haar aan.
?Waarom?, vraagt ze.
Jacky leunt tegen de deuren van de lift en begint zachtjes te huilen.
?Ik durf niet Tira?, snottert ze en de tranen stromen over haar wangen. ?Ik ben zo bang, ik hou niet van toveren.?
En dan vertelt Jacky alles aan Tira. Hoe bang ze is voor die tante en hoe eng het haar lijkt. Tira kan alleen maar luisteren en begint zachtjes mee te snikken. Eindelijk houdt Jacky op met praten. Bedremmeld kijkt ze naar de grond.
?Je zult me vast stom vinden Tira.?
?Jacky?, stottert Tira. ?Ik moet je wat vertellen.?
Ook Tira kan alleen maar naar de grond kijken. ?Ik heb alles gelogen op school. Tante komt wel uit Afrika maar kan niet toveren. Echt niet. Zij vertelde me deze verhalen omdat ik griezelige verhalen mooi vind.?
Voorzichtig tilt Tira haar hoofd op en kijkt Jacky aan. ?Het spijt me?, klinkt het zacht.
Door haar tranen heen begint Jacky te lachen.
?Gelogen?, roept ze. ?Alles??
Tira lacht zachtjes mee.
?Wow?, is het enige wat Jacky kan uitbrengen.
?Vind je het erg?, vraagt Tira aan haar vriendin.
?Nee, nu niet meer. Maar ik vind het wel stom. Je had best eerlijk tegen me kunnen zijn.?
Plotseling glijden de liftdeuren, waartegen Jacky leunt, open en valt ze met een klap de lift in. Tira ziet het voor haar ogen gebeuren en schiet hard in de lach. Kreunend komt Jacky overeind.
?Ga je nog mee naar tante?, vraagt Tira snikkend van de lach.
?Wel ja, laten we gaan. Nu durf ik wel?, lacht Jacky.
Tira geeft Jacky een hand en samen huppelen ze de galerij op. Naar die tovertante die zulke griezelige verhalen kan vertellen.
Vlees
Hoe maak je een jongedame van dertien blij. Het antwoord is eigenlijk erg simpel. Een dagje geen vlees en de lach spat van haar gezicht. Makkie dus.
Hoewel, het valt niet mee om geen vlees te kopen. De schappen in de supermarkt liggen er vol mee. En al die beesten zijn al hartstikke dood. Zonde om weg te gooien, denk ik dan maar. Maar goed, het is gelukt vandaag.
Voor het eerst in veertig jaar vegetarisch gegeten.
Maar morgen? snak ik naar een groot stuk vlees. Weet het zeker.
Gedicht
Landschap
In de weiden grazen
de vreedzame dieren;
de reigers zeilen
over blinkende meren,
de roerdompen staan
bij een donkere plas;
en in de uiterwaarden
galopperen de paarden
met golvende staarten
over golvend gras.
H. Marsman (1899-1940)
Plan Wilders uitgevoerd: Onderwijs vernieuwd
?Keelpijn, mevrouwtje?
Daar gaan we wat aan doen, kleedt u zich daar maar even uit. Ja hoor, helemaal graag. Ook uw ondergoed ja. Dan kunnen we rustig alles onderzoeken. Er is namelijk veel veranderd bij de huisarts. U hebt er over gelezen? Dat is mooi.
Een borstversteviging lijkt me wel wat. Kijk mevrouwtje, als ik uw tepel op deze plaats houdt is dat veel beter dan op uw buik. Die zwaartekracht ook hè. Ja natuurlijk, die andere borst ook. Wat dacht u dan? Twee voor de prijs van een hoor. We zetten er een prothese in van de maat die u wilt. De tepelhof wat kleiner is ook geen overbodige luxe. Een beetje liposuctie hier en daar kan ook wel, wat denkt u? Een strakke taille is altijd al uw droom geweest. Ja dat eten hè, te vet we doen het allemaal. Moeten we mee oppassen.
Maakt u straks ook een afspraak voor u man? Ook voor hem kunnen we veel doen hoor. Uit betrouwbare bron weten wij dat lengte er niet zoveel toe doet. Het gaat hem om de dikte. Nou mevrouwtje, het is een onderzoek geweest van de huisartsenvereniging. Uiteraard betrouwbaar. Ja, zijn we trots op hoor. Een maatje dikker is geen probleem. U zegt Vanessa? Helemaal correct. Met botux kan alles. Dus ook een penis ja. U kiest gewoon de maat, desnoods komt u mee en spuiten we net zolang tot u tevreden bent. Nee niet giftig, echt niet. Botux is ook voor oraal gebruik. Alles is mogelijk en de klant is koning. U roept wij spuiten.
En als u man dat niet wenst zetten we er bij u gewoon even een extra stikseltje bij. Nou kijk, dat doen we tegelijk met het verkleinen van uw schaamlippen. Ja, ik zie het lubberen, irriteert u allang zeker? Nee hoor, geen besnijdenis. Gewoon esthetisch. Kalkoenennek, u zegt het ja. Nee gewoon net dat tikje mooier. Er is zoveel mogelijk tegenwoordig. En we trekken nog even het vel strak om uw billen. Gaat u straks maar een mooie string kopen mevrouwtje. Die hebt u hard nodig, dat weet ik zeker. Uw lichaam schreeuwt er om, geloof me maar. U en uw man zullen uitermate tevreden zijn.
Haren? Tja mevrouw dat prikkelt in de keel natuurlijk. Maar dat kunnen we pijnloos oplossen en u ziet geen haar meer terug. Uw man ook? Hygiënischer, absoluut ja. En glad ja, lekker. Geen probleem, fluitje van een cent. Ja, dat spreekwoord kan weer, nu de gulden weer helemaal terug is. En toch ook maar dat extra stiksel? Uw lichaam hoor.
Ach weet u, sinds Geert Wilders het onderwijs heeft vrijgelaten is zoveel meer mogelijk in de medische zorg. Fantastisch gewoon dat studenten nu zelf uit kunnen maken welke lessen ze willen volgen. Niets is meer hetzelfde op school, geweldig gewoon. We kiezen gewoon de lessen die we leuk vinden.
U zegt? Hoofdpijn?
Ja, daar kwam u voor natuurlijk. En ook dat lossen we op. Nee, nog niet aankleden graag. Draait u zich maar even om. Uw armen legt u op de behandeltafel. Ja zo, prima. Maakt u onderrug maar hol en denk aan de benen. Houdt ze losjes. Billen naar achteren. Prima ja. Even een momentje en dan kom ik bij u.?
Supermarkt (1)
?Zo hè meneer, moet ik voor een brood in de rij staan zeg.?
Het klonk niet eens chagrijnig, eerder op een rare vrolijke manier. Wilde ze voor? Ik weet het niet en ging door met het stapelen van mijn luxe boodschappen op de rollende band.
Ze kan ook gewoon vragen of ze voor zou mogen met haar casino tarwebrood. Maar dat deed ze niet en dus richtte ik mijn aandacht op andere zaken. De caissière bijvoorbeeld. Sommige worden geselecteerd op uiterlijk. Dus ik had mijn aandacht hard nodig.
Maar het zelfde stemmetje en dezelfde mevrouw dus, bleef irritant mekkeren. Het ene brood dat ze had perste ze tussen twee boodschappenscheidingsbalkjes, of hoe die dingen dan ook heten. Demonstratief.
Wilde ze toch voor?
?Het is niet veel hoor één brood voor een heel weekend?, hoorde ik achter me. ?Zit deze week wat krap in de centen.?
Juist op dat moment gooide ik diverse zakken chips en een goeie fles wijn in mijn boodschappentas.
Maar met een brood zou ze het wel redden, vertelde ze ook nog.
Maar aan wie?
Misschien aan mij, misschien aan iedereen die het wel wilde horen.
Ik hoorde het wel maar wilde het niet horen. Maar daar doe je niks aan. In bepaalde situaties kun je je niet afsluiten voor de rest van de wereld.
Één euro, vroeg de bevallige caissière voor het simpele brood. Maar dat wist ik al want ik had ook zo?n brood. Voor de rest was er geen bruin brood meer beschikbaar. Dat heb je als je laat de winkel induikt.
Maar moest ik me dan schuldig voelen door haar gemekker? Was dat haar bedoeling? Zielig doen in de hoop dat ik het brood zou sponsoren? Oh, had ik best gedaan als ze het gevraagd had.
Maar ze vroeg het niet.
Gelukkig zag ik tot mijn opluchting een pakje Marlboro uit haar zak steken. En voor het geld dat een pakje sigaretten kost, kun je een complete maaltijd kopen die nog voedzaam is ook.
Mijn langzaam opkomende schuld verdween net zo snel als de sneeuw van de afgelopen week.
Gewoon mooi
Even voor eeuwig
Ik was nooit op zoek naar de vrouw van mijn leven
Maar als een droom kwam jij en ben je ook gebleven
En mocht je ooit gaan dan blijf jij voor mij
M'n leven lang een mooie herinnering erbij
Want het is echt niet te geloven
Maar jij haalt dingen bij me boven
Waarvan ik niet eens wist dat ik ze had
En jij kan zwijgend zoveel zeggen
En ik hoef jou nooit uit te leggen
Waarom ik, waarom ik zoveel van je hou
Jij hebt mij geraakt en gek, ik mis jou altijd
Zonder jou duurt elk uur een eeuwigheid
En als jij er bent dan wil ik nergens meer zijn
Alleen bij jou in een eindeloos refrein
Want het is echt niet te geloven
Maar jij haalt dingen bij me boven
Waarvan ik niet eens wist dat ik ze had
Jij kan zwijgend zoveel zeggen
En ik hoef jou nooit uit te leggen
Waarom ik, waarom ik zoveel van je hou
Want het is echt niet te geloven
Maar jij haalt dingen bij me boven
Waarvan ik niet eens wist dat ik ze had
Jij kan zwijgend zoveel zeggen
En ik hoef jou nooit uit te leggen
Waarom ik, waarom ik zoveel van je hou
Van jou, jou, van jou
Klein Orkest
Koken
Koken is een kunst.
De echte voedseltovenaars weten dat. Maar ik heb het even alleen over een prakkie dat opgewarmd moet worden. Kan iedereen, lijkt mij en zelfs ik. Maar dat is niet het echte probleem.
Ik kan koken dat is een feit. De familie ontbeert niets aan tafel. Goed ik geeft toe wel vaak hetzelfde elke week maar wel gezond en voedzaam. Een kunstenaar achter het fornuis ben ik niet en word ik nooit.
Het probleem is de pannenlap. Groot is het ding niet en toch gaat het bijna elke avond in de fik. Hoe het kan begrijp ik nog steeds niet. Ik doe het goed volgens mij en de vlammen slaan niet langs de pan. Maar met enige regelmaat stinkt het in de keuken waarna ik met een zoekende blik de pannen afzoek naar verbrand voedsel. Niks te vinden natuurlijk, slechts de pannenlap.
Maar op zich werkt het geblakerde ding nog prima, zolang het duurt.
Tuurlijk, kwijt
Verdomme!
Ik heb er één. Ik wel dus en veel anderen niet, begrijp ik uit de media. Je zult maar een hart nodig hebben en er is er geen beschikbaar. Ga je toch maar mooi dood. En je zult maar net niet dood willen. Da?s lullig.
Dus waarom veel mensen zich niet beschikbaar stellen als orgaandonor is voor mij een raadsel. Die mensen hebben geen hart, denk ik dan maar. Tja, en zoveel donorharten zijn er niet beschikbaar. Dat er zoveel slechte lichaamspompen zijn wist ik niet. Ik heb een goeie maar wil die voorlopig nog niet afstaan. Als ik dood ben wel, kan mij het bommen. Maar dit even terzijde.
Het gaat dus om mijn donorcodicil. Ik heb er een, maar dat zei ik al. De vraag is alleen: waar is dat kreng? Ik heb het geplastificeerde ding pas geleden nog gezien. Honderd procent zeker. Ik zou wel duizend procent willen zeggen, maar dat is wetenschappelijk gezien niet mogelijk. Maar zeker is het.
Maar waar?
Het is natuurlijk de bedoeling dat je het papiertje, op handig creditcardformaat, bij je draagt. De man met de zeis maakt namelijk niet van te voren een afspraak met je. Tenzij je euthanasie pleegt natuurlijk. Maar dan maak jezelf de afspraak, en kun je eventuele wensen vooraf nog even regelen. Een minuut meer of minder maakt dan natuurlijk ook niet uit. Euthanasie lijkt me ook wel wat. Alles in eigen hand hebben is namelijk de ultieme droom voor mij.
Wat mekker je dan, zal iedereen nu zeggen.
Het probleem is dat met een euthanasiewens die laatste afspraak van je leven ook zomaar ineens kan langskomen. Het leven heb je namelijk niet in de hand, al zou ik dat graag willen. Wie niet trouwens.
Over doodgaan heeft ook niemand wat te vertellen. En ook dat willen we misschien graag. De dood is altijd onverwacht, en veels te vroeg. Nou ja, niet bij iedereen, maar dat mag je tegenwoordig niet meer hardop zeggen.
Er rest niets anders dan de archieven des huizes maar weer open te gooien. Ik heb het vodje ergens, ik gooi namelijk nooit wat weg. Wat overigens het probleem groter maakt. Mijn analen hebben al zulke grote vormen aangenomen dat een verhuizing noodzakelijk wordt. Nou ja, of iets weggooien. Dat is een keus. En trouwens, wat maakt dat papiertje eigenlijk uit? De nabestaanden hebben toch altijd het laatste woord. En die zijn vast over de rooie omdat ik stiekem het loodje leg zonder iemand vooraf in te lichten.
Heb ik weer natuurlijk.
Ze pleuren me dan vast met alle organen en al in een koud graf. Als straf. Helemaal compleet. Wedden? Orgaandonatie en een crematie wil ik als laatste wens. En die wens lappen ze dan met grote zekerheid aan hun laars. Als ze die hebben. Geloof me, ik ken mijn pappenheimers. Hoewel. Een potje vrijen lijkt me ook wel wat als laatste wens, maar dat zal er niet inzitten denk ik. Maar als er dan na mijn verscheiden een tekort is aan donororganen heeft het aan mij niet gelegen. Klachten bij mijn achterban graag.
Goed.
Maar dan hoop ik wel dat ze het codicil naast me neerleggen in mijn milieuvriendelijke kist, als herinnering van mijn goede daad. Ik heb dat ding met overtuiging ingevuld, al jaren geleden. Aan mij kan het tekort dus niet liggen. Ik heb een goed hart. Een werkend hart bedoel ik dan, over de rest laat ik me niet uit. En doodgaan wil ik met dat vodje op zak. Wat rest is dus zoeken.
Verdomme. Waar?
IJsdromen aan de Maas
De sneeuw valt al de hele dag uit de lucht. Met bakken zeg maar. Het verkeer is ontregeld en de auto?s die bij Hedel de Maas oversteken rijden beheerst. Langzaam is een beter woord. De uiterwaarden van de rivier zijn bedekt met een dik pak sneeuw. Een bijna oneindig witte vlakte. Maagdelijk wit nog. Slechts sommige plekken zijn beroerd door vogelpootjes. Ik probeer te achterhalen wat voor soort vogels het zijn geweest, maar kom niet verder als een wilde gok. Ik weet niks van vogels. Het is eindelijk weer eens echt winter in Nederland.
De Maas zelf heeft maling aan de winter. Langzaam kabbelt het water richting de zee, nergens door gehinderd. De wind maakt kleine golven in het water. Wie de rivier met zijn ogen volgt ziet grote wijde bochten in het lint van water. Af en toe glijdt een binnenvaartschip traag voorbij, vast op weg naar Rotterdam. In gedachten heb ik even het grote roer in mijn knuisten en gooi een blik op het kompas. Recht zo die gaat. Pleziervaart is er nu niet, het is winter en nu even écht winter.
In Friesland ontstaat met deze barre tijden altijd de schaatskoorts. Hier misschien ook, maar je merkt er in ieder geval nog niets van. In dit gebied leerde ik het rijden op die dunne ijzers. Nou ja, krabbelen is misschien een beter woord. Wij hadden ook van die onderbindschaatsen net als de Friezen, botjes genaamd. Althans, zo herinner ik het me. Het was, zeg maar, een Friese doorloper zonder die doorloper. In ieder geval lukte het mij niet om erop te schaatsen. Mijn enkels zwikte direct om en zo ploeterde ik voort op de bevroren Brabantse watertjes. Pas echt schaatsen leerde ik op nieuwe Noren. Nieuw voor mij dan. Het waren de afdankertjes van mijn oudere broer. Ard Schenkmuts, wanten en een sjaal. Een mooie tijd op bevroren sloten.
Op de Maas heb ik eigenlijk nooit ijs gezien. Mijn moeder wel. En daaraan moet ik denken als ik in de luwte van de brug over het water staar. Ik herinner me dat mijn moeder eens vertelde dat ze de Maas overgestoken was, te voet. Lopend over het ijs dus. Dat moeten echte winters zijn geweest, denk ik dan. Ik kan me er niets bij voorstellen. Is ook lang geleden. Eind jaren dertig, misschien veertig. Vandaag heeft het heel veel gesneeuwd, meer dan ooit in de afgelopen vijfentwintig jaar. Uniek voor mijn dochter, zoveel sneeuw kent ze niet. Zelfs ik moet lang terugdenken. Schaatsen op natuurijs komt niet veel meer voor. Toen ik jong was schaatste ik elke winter, maar nooit op de Maas. Lijkt me bijzonder. Een echte rivier en helemaal bevroren. Siberië denk ik dan, echt koud. Toen mijn moeder jong was, kwam het dus voor. Toen nog wel.
Zelfs de meest verstokte milieufreak moet nu toegeven dat het echt winter is, even weliswaar maar toch. Mijn schaatsen liggen al jarenlang op zolder, dik in het vet. Hoelang is het geweest dat ik echt geschaatst heb. Best lang. Zoveel strenge winters zijn er niet meer. Nu is het vaak nat en guur, maar niet koud. Het woord winter is voor die periode eigenlijk verkeerd. Schaatsen doen we tegenwoordig op een kunstijsbaan, eindeloos rondjes draaiend. Ach, het is schaatsen maar voelt gewoon niet als écht schaatsen. Dat doe je buiten met je kop beukend tegen de koude en snijdende wind. Het snot dat in marstempo uit je neus loopt en een mouw die dat snel en vakkundig oplost. Koek en zopie, erwtensoep en een bakkie chocolademelk met rum. Dát is schaatsen.
De aarde warmt op, dat is een feit. Lopend op het ijs de Maas oversteken? Ik probeer het me voor de geest te halen. Het zal nooit meer gebeuren zoals het de afgelopen zestig jaar, of meer, niet is gebeurd. Heel soms mogen we buiten nog even snel de ijzers onderbinden. En soms valt er wat sneeuw. Nu eindelijk eens wat meer. Een Hollands kind moet elke winter rauzen op het ijs en in de sneeuw. Een kind verdient dat, want het hoort bij Nederland. En dus moeten we iets doen aan de opwarming van de Aarde. Moeten doen ja. Ik weet alleen ook niet hoe. Maar die sneeuw, dat ijs en dan die twinkelende ogen van de kinderen. Dat moeten we toch elke winter hebben.
Ja toch?
Thuiskomen
Opeens zag hij mij en was daar die blik van herkenning. Het kleine jongensgezicht veranderde in een grote lach met ogen die begonnen te stralen. Zijn mond vormde het woord papa, en hij rukte zich los uit de veilige armen van zijn moeder.
Zo snel als zijn kleine beentjes hem konden dragen snelde hij voort over het voor zijn voeten liggende grasveld. Een hobbelig veld en al snel verloor hij zijn evenwicht en kwakte tegen de aarde. Hij rolde een paar keer rond en kwam terecht in zithouding. Even schudde hij zijn hoofd. Geen schreeuw en geen traan. Alleen even die blik: ?Welke kant op??
Onze ogen vonden elkaar weer en snel stond hij op en vloog in mijn armen.
Thuis.
Keimooi



Gedicht
Het lied der achtien doden
Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.
O lieflijkheid van licht en land,
van Holland's vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.
Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar't hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geeerd,
voordat een vloekbre schennershand
het anders heeft begeerd.
Voordat die eeden breekt en bralt
het miss'lijk stuk bestond
en Holland's landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.
De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, -
zoo waar als ik straks dood
zal zijn de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar-
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.
Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan 't allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk -
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.
Ik zie hoe't eerste morgenlicht
door 't hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als 'k voor de loopen sta.
Jan Campert (1902-1943)
Democratie
Tja.
Het valt niet mee om de Nederlandse democratie van binnenuit te bekijken. Voor je bij de vergadering van de Tweede Kamer bent is die al bijna afgelopen. Vroeg komen is dus een verstandige beslissing.
De zakken moesten leeg en de jassen uit. Poortje. Pennen vergeten natuurlijk, riem af. Bij twijfel wordt er nog een metaaldetector langs je lichaam gehaald. Fouilleren? Nee, dat net nog niet. Dan de garderobe, verplicht. En ook geen tassen mee naar binnen.
En als dat allemaal achter de rug is mag je eindelijk de democratie van binnenuit aanschouwen. Het lijkt wel of het alleen mag met God?s gratie. Overigens wordt er niet gecontroleerd op eieren en rotte tomaten. Tenminste, voor zover ik weet. Heb het niet getest. Deze keer dan.
Het moet me toch van het hart. Van wie is dat parlement nou? Wie betaalt dat allemaal? Onder andere mijn persoontje, dacht ik. Elk jaar betaal ik trouw mijn duur verdiende centen aan de regering. En daar worden die vorstelijke salarissen van betaald. Me dunkt dat ik dan toch zeker wel mijn personeel mag aanschouwen. Want dat zijn ze als ik ze betaal. En dat ik dan verdikkie in mijn gebouw kom waaraan ik meebetaal dan wil ik niet als een crimineel behandeld worden.
Maar goed. Eenmaal binnen kun je het geblaat aanschouwen. Nee, ik zal ?het? woord van wijlen Theo van Gogh niet hier aanhalen. Het kwam wel in me op toen ik mijn parlementariërs bezig zag met blaten. Nou ja, wel meer hoor. Over kindertjes praten, foto?s bekijken van het fractie-uitje en andere onbenullige dingen.
Ook Wilders was uit zijn cel gelaten. Stil, bijna eenzaam zat hij op zijn blauwe geroofde zetel. Wel een andere dan dat hij gestolen had, maar dat maakt niet uit. Met zijn kapsel pik je hem er zo uit. Vandaar die gedachten aan tomaten. Mooi rood is namelijk ook niet lelijk. Maar goed, hij was er, zei niets en keek verveeld wat rond. Slechts de stemming kreeg hem in beweging. Hij stak zijn hand op. Maar ook deze keer tevergeefs. De motie werd afgewezen.
Een verloren dag, denk je dan.

