December.
Een donkere maand volgepropt met feestdagen en pakjesavonden. Winkelstraten ontsteken hun feestverlichting, vaak een combi van Sint en kerstman. Misschien om het lichter te maken, wie zal het zeggen. Met een beetje pech kom je ze beiden tegen op dezelfde avond. Het is shoptijd, want schoenen en mutsen moeten gevuld worden en in sommige huishoudens komen beide baardmannen langs. Brievenbussen braken een stroom aan folders de huizen binnen. Het zijn ook de dagen dat de nee/nee sticker op veel deuren verdwijnt. Het is de maand waarin mijn depressie het ergst is.
December is de maand van marketing en commercie. Kopers moeten verleid worden tot kopen en het liefst veel. De economie zit in een slop, zegt iedereen, maar tot nu toe merken de winkeliers er in deze maand weinig van. Jawel, er wordt minder verkocht maar daar tegenover staat dat de cadeaus duurder en luxer zijn. Een slecht jaar kan misschien in deze feestelijke maand goed gemaakt worden, voor koper en verkoper. Iedereen heeft een gezin, en ja, dat wil cadeaus. Iedereen verwacht het. Die marketingtruc is goed gelukt. En zo wordt het allengs drukker in onze stadscentra. De handen van de kopers vol met zakken die volgepropt zijn met prachtige en fleurig ingepakte cadeaus. Ik loop doelloos door de stad langs de veel warmte uitstralende etalages, de handen leeg en mijn kop vol. Met onweer dan.
Op een bankje op ons fonkelnieuwe plein met mijn handen diep in mijn nieuwe jas, pieker ik wat af. Kijkend naar het winkelende publiek en soms iemand groetend. Schuin tegenover mij de Mediamarkt. Een winkel die schijnbaar nooit leeg is. In en uit stroomt het volk alsof ze alles gratis weggeven. In gedachten loop ik mijn huis na. Alle elektronica doet het, bij mijn weten dan. Daarnaast heb ik alles al, niet het nieuwste, maar het werkt prima. Moet ik dan iets nieuws gaan kopen omdat ik móét kopen. Of was ik de enige in deze middelgrote stad die alles al had. Heel soms denk ik dat het zo is. Zeker gezien het eindeloze koopgedrag. Raar dat alle kranten tegelijkertijd inkoppen dat er steeds meer mensen onder de armoede grens leven. Een op de acht kinderen zelfs. En wat het nog vreemder maakt, is dat ik het niet merk. December maakt iedereen kooplustig en dus blij.
Ik heb het niet zo op pakjesavonden en een kerstman die langs glijdt op zijn arrenslee. Het lijkt wel alsof de overdaad me schuldig maakt. Het zijn ook de maanden dat ik terugdenk aan die tijden ver weg in het buitenland. Fotograferend langs krottenwijken, foto?s die me nu nog laten huiveren. Of misschien nu wel meer dan vroeger. Miljoenen rekenen we deze maand af met onze pinpas met vrij rood staan tot duizend euro. Bij mijn moeder gaat het niet om de cadeaus maar om het geld. Niet ieder drie pakjes, maar aan iedereen precies even veel geld besteed. Soms denk ik dat het gaat om het geven en niet om een diepere gedachte.
En juist een gedachte koester ik, ze is meer waard dan alle euro?s bij elkaar. Maar ook kan ik die gedachte uitdrukken in cadeau?s. Uren kan ik piekeren welk presentje bij iemands karakter of persoonlijkheid past. Vertelt het ook mijn liefde voor die persoon. Ik koop ook graag, dat beken ik. Overdaad is zeker mijn ding. Maar mijn overdaad dient twee doelen, dat moet. Ik kan niet anders. Elke december ga ik op de idealistische toer, meer nog dan anders. Zo hebben meer mensen plezier van mijn geld en trekt mijn winterdepressie iets weg.


Mooi geschreven Fred. Knap.
gr. Erik
Erik
(E-mail)
30-11-’05 06:55