Wat zou ik dat manneke van drie allemaal niet willen vertellen. Grote prentboeken en fotoboeken uit de bibliotheek erbij, en samen diverse documentaires kijken. En dan op mijn bekende wijze uitleggen hoe de dieren in het wild leven, diep in Afrika, op de savannes of steppes. Met grote armgebaren. Vertellen over het sluipen van de tijger en de ongeëvenaarde snelheid van de jachtluipaard. Desnoods doe ik het voor. Uitleggen dat leeuwen ook moeten eten en dat het doden van een enkel dier niet zielig is maar lijfsbehoud. Maar hoe vertel ik hem dat. De enige dieren die hij kent wonen op een boerderij en in de dierentuin.
Dieren die geen ruimte hebben en niet weten wat vrijheid is en die in diezelfde vrijheid zelfs het onderspit zouden delven. Vrijheid is iets belangrijks voor het dierenrijk maar je moet er wel mee kunnen omgaan. De meeste dieren in de dierentuinen kennen geen ander leven dan een gevangenisleven. En de dieren die nog in vrijheid leven worden bedreigd door het meest intelligente diersoort ter wereld: de mens. We pikken hun land in, vervuilen water en lucht, maken ze dood omdat we onze impotentie willen verhogen en pikken hun leefruimte in zodat er geen plek meer is om te leven. Nou ja, behalve achter tralies.
Misschien moet ik hem dat wel vertellen. De trieste verhalen die de mens uithaalt met deze wereld. Hoe we alles vervuilen en ons alles toe-eigenen, alsof alles van ons is. Maar dat is niet zo. Het een bestaat bij de gratie van het ander. Maar als mens staan wij daarboven, ver boven. Wij zijn de enige heersers over deze planeet, geen ander dier dat ons daarin bedreigt. Met als gevolg dat de mens uiteindelijk de aarde zal vernietigen. Nu al leven er van sommige diersoorten meer in gevangenschap dan in vrijheid, en een enkel soort komt alleen nog maar in de dierentuin voor. Heel veel diersoorten zien we nooit meer, zelfs niet in gevangenschap, misschien wel in een prentenboek. Maar ja, hoe leg ik dat uit aan een mannetje van drie.
Hoe zeg ik dat? Als zijn ogen glunderen bij het zien van een olifant die geconditioneerd rondjes loopt. Dag in dag uit. Levenslang heeft zo?n beest zonder een enkele stap in vrijheid. En we accepteren het. We doen een dagje dierentuin en laten onze kinderen de dieren zien van het grote dierenrijk. Een dierenrijk dat binnenkort alleen nog maar te zien is in een dierentuin. Natuurlijk, we kleden de hokjes leuk aan, Afrikaans of Zuid-Amerikaans. Maar denkt werkelijk iemand dat een chimpansee maalt om de achtergrondkleuren van zijn gevangeniskot? Wel nee, dat doen we voor ons. Voor ons geweten. Want in ons geweten sussen zijn we kampioen van het dierenrijk. Dan ziet het er minder zielig uit. Net alsof ze thuis zijn. Kom op nou! Wereld wordt eens wakker.
Maar dat vertel je allemaal niet. Je kijkt met hem naar een giraffe en zijn lange nek. Geniet van zijn stralende oogjes. Maar er komt een dag dan weet hij ook de gruwelijke wijsheid van de dierenwereld. Ook dan begrijpt hij dat het de verkeerde kant op gaat, al jarenlang. Dan zal hij misschien aan mij vragen waarom dat zo is. Hoe dat gegaan is. Maar ook: waarom ik er niets aan gedaan heb. En dan moet ik het antwoord schuldig blijven. Ik, wij? We doen allemaal veel te weinig. Zolang de macht van het geld belangrijker is dan het leven op deze aarde is er voorlopig geen einde te maken aan de ondergang van het dierenrijk.
Maar misschien moet ik het hem nu al vertellen. En erbij zeggen dat de mensen van nu te stom om de problemen op onze aarde op te lossen en niet instaat om de wereld te laten zijn zoals het hoort. Samen met mens en dier. Misschien moet ik hem dat als eerste leren.

