Laten we eens gaan lunchen in de stad, was mijn voorstel. Normaal doen we dat thuis, maar een verandering van gewoontes is nooit verkeerd. Ik wilde naar een tentje op het Thorbeckeplein. Stond er al jaren en nooit eerder geweest. Dat moet iets gevoelsmatigs zijn geweest, want komen zal ik er nooit meer.
Ik kon me nog net uit mijn jas wurmen en het menu grijpen en ik moest al vertellen wat ik dan wel niet wilde. Nou, dat wist ik nog niet. Normaliter bestudeer ik uitgebreid de kaart en neem een weloverwogen beslissing. Nu voelde ik een bepaald soort drang. Zoiets van: schiet op, ik heb meer te doen. Maar er was niets meer te doen, er was namelijk bijna geen hond binnen. Een veeg teken, denk ik nu.
Het meisje dat ons bediende blonk ook niet uit in het aantal aanwezige hersencellen. Goed, in rap tempo lazen we de kaart en deden de bestelling. En een pannenkoek voor de kleine, zeiden we nog. Of nee, we vroegen of hij een kleine mocht in plaats van het standaard karrenwiel dat een kind toch niet op kan. Leek ons simpel, kleiner pannetje en wat minder beslag. Een verdwaasde blik keek ons aan. Een kleine pannenkoek was onmogelijk, de pannen zijn nu eenmaal zo groot. Zelfs overleg met de keuken leverde een negatief resultaat op. Tja.
Dit bedrijf kende Blondie nog niet. Het duurde een paar minuten, maar standvastig verweerde zij zich tegenover het voltallige personeel. Leer mij Blondie kennen. Alsof een kleine pannenkoek zo moeilijk is. Maar goed, er zou dus een kleine pannenkoek komen. U weet wel, kleiner pannetje en minder beslag. Maar ook dat ging weer mis en niet eens tot onze verbazing. Er kwam dus toch een karrenwiel op tafel voor de kleine man. Wel met minder beslag, was de uitleg. Het resultaat was een perkamentachtige pannenkoek. Soms ben je door de situatie overbluft. Wij dus ook van zoveel dommigheid.
Snel eten, betalen en wegwezen dus. Maar natuurlijk kun je daar anno 2005 niet pinnen, logisch toch. Ook dat nog.

