Zacht knarst de Waterman over het tachtig grams papier. Bijna onhoorbaar voor de wereld. Het is nog stil in het park. Sinds een paar dagen zijn de knoppen in de bomen groter geworden en staan op het punt open te ploffen. De bomen in de straten dragen hun witte bloesem al met trots. Zomaar ineens is de lente in het land en alles fleurt op. De dieren in de kinderboerderij zijn er ook stil van. Kleine geitjes en bokjes huppelen om hun moeder heen, sommige op zoek naar de tepel met warme moedermelk. Ze zijn wars van alles in de wereld. De natuur laat zich nergens toe dwingen, de mens wel want hij plaatst zich buiten de natuur.
Een musje durft het aan. Langzaam nadert hij het stukje brood, ondertussen de omgeving in de gaten houdend. Met succes. Het knarsen van de vulpen deert hem niet. Die pen krast hier zo vaak het papier vol. Het geluid hoort bijna bij het park. Hij pikt het brood en vlucht pijlsnel een boom in. Op het gras liggen een viertal kranten. De voorpagina?s schreeuwen de wereld in dat de paus dood is. Het tijdelijke heeft hij voor het eeuwige verwisseld en nu mag hij plaats nemen aan de zijde van onze Schepper. Kritiek valt er over deze dode man niet te lezen. Zijn verdiensten zijn eindeloos. Een kwestie van tijd en de kerk zal hem zalig verklaren. Veel heeft hij betekend voor deze wereld. Zijn positie was en is onaantastbaar.
Plotseling komt er een golf van kindergeluiden het stille park binnen. Speelkwartier op de nabij gelegen basisschool. Op diezelfde school zaten mijn kinderen. Van peuter naar kleuter tot bijna puber. Acht jaar is een flinke tijd waarin een kind zich ontwikkeld, moet ontwikkelen zelfs. De grote boze wereld wacht op hen. Nog even en zij maken in de wereld de dienst uit. Als je goed luistert hoor je ze lachen en gillen. De school, het lijkt soms zo regelloos en toch zo geregeld. Ooit werden daar schoolregels ingevoerd. Respect en dat soort dingen. Zaken die we als volwassenen vergeten zijn en ook niet meer overbrengen op onze opvolgers. Of misschien alleen overbrengen op onze eigen kortzichtige vooringenomen wijze.
Maar regel één op school was: Je mag zijn wie je bent. En dat is duidelijke taal. Zijn wie je bent is toch wel de belangrijkste regel uit een mensenleven. Waarom je maar steeds aanpassen aan hoe anderen willen dat je moet zijn. Nee, vrijheid in ons leven is vrijheid om te zijn wie we willen zijn. En die regel hoort natuurlijk ook bij kinderen thuis net zo goed als bij volwassenen. Hoeveel mensen zijn niet de mensen die ze willen zijn. Gevoed en gestuurd door anderen. En dus, als nadelig resultaat, geremd in hun eigen leven.
De paus is dood en snel zal er een nieuwe komen. En ook die paus zal nieuwe en strenge regels aan zijn gelovigen voorschrijven. Zijn goed recht vanuit katholiek oogpunt. Maar homoseksualiteit zal nog steeds geen deel uitmaken van die gelovige gemeenschap. De kerkdeuren blijven dicht voor alle homo?s die hun liefde voor God willen openbaren. Van de kerk mag je dus niet zijn wie je wilt zijn. En dat is een grote inbreuk op het leven van een vrij mens. Godsdienst en vrijheid kunnen dus niet samen gaan, dat blijkt. ?Een vervelende constatering?, krast de Waterman op het zuurvrije papier.

